AandachtstrekkerT

Twitter, er staat echt een boel onzin op maar met die Peenvogel-trips is het vaak reuze handig. Het zorgt voor wat contacten bij de club en in dit geval een interview met de BBC over ons aankomende bezoek aan North Ferriby United. Vooral mijn antwoord op de vraag of we de club al eerder hadden bezocht leverde een schaterlach op aan de andere kant van de lijn. En er was geen woord van gelogen.

Ons oorspronkelijke plan in het voorjaar was echt om naar North Ferriby te gaan. Hull vs Liverpool was het, overigens best smakelijke, alternatief. Dat valt voor Engelsen maar moeilijk te bevatten.

Ook komend weekend blijft onze komst niet onopgemerkt. Het voordeel is dat je dan redelijk wat aanspraak hebt op zo’n dag zelf. En dat is, moet ik eerlijk bekennen, best leuk. Nog twee nachtjes slapen en we kiezen weer het ruime sop. Ik heb er nu al zin in.

Bredase Singelloop 2017.

Het was maar goed dat Marcel en ik niet aan de rechterkant van de trap op station Breda liepen. Een kereltje achter ons dacht dat hij Tony Hawk was en een mislukte ‘ollie’ later denderde zijn skateboard over de trap naar beneden. Gelukkig werd er niemand geraakt maar dat was meer geluk dan wijsheid. Geblesseerd raken voor de start leek me, ondanks de verleidingen van het Bredase café-vertier, geen goed idee.

De Singelloop dus, 21 km door en om het centrum van Breda. Carin had zich ook voor deze wedstrijd ingeschreven en dat bracht het aantal Gers-roparunners uit het 2017 team op drie stuks. Bij het betreden van de Rabobank waar de kluisjes (waar anders? al had ik stiekem gehoopt op zo’n grote kluis als in ouderwetse boevenfilms) voor je spullen kon huren kreeg ik de tussenstand uit Alkmaar binnen. Net zoals bij de Bruggenloop van vorig jaar vertoonde de defensie van de Alkmaarders aardig wat gelijkenissen met de kaas die ze er iedere week in klederdracht doorheen lopen te rennen.

Met een gerust hart betraden wij het startvak af en toe de tussenstand in Alkmaar controlerend. Gezien de nieuwsgierige blikken op mijn telefoon bleken Marcel en ik niet de enige Feyenoorders in het startvak te zijn. Op mijn buik prijkte een rood startnummer. Een nummer voor het wedstrijdvak dus. Bij het inschrijven had ik me in plaats van voor de prestatieloop (wat is een prestatieloop nou helemaal?) voor de wedstrijd ingeschreven. Ik hoefde niets te overleggen en met een opgegeven tijd van 1:45 ben je nou niet echt een wedstrijdloper van formaat. Enfin, ik schoof gewoon in het blauwe startvak aan en om twee uur konden we op pad.

Het parcours was twee keer (bijna) hetzelfde rondje. Normaliter vind ik dat wel wat bezwaarlijk maar in Breda stond er op grote delen van het parcours behoorlijk wat publiek. In het echte centrum zelfs rijen dik. De biertap draaide overuren. Maar voordat het zover voor ons was moesten we eerst nog 21 kilometer hard lopen te rennen.

De eerste 12 kilometer liepen Marcel en ik een behoorlijk tempo maar toen kwam er bij mij de klad in. De laatste weken iets teveel biertjes gedronken en een paar langere trainingen gemist (Feyenoord speelde twee keer op woensdagavond) zorgden ervoor dat mijn benen wat zwaarder werden. Ik liet Marcel gaan en na een plaspauze kwam ik die een paar kilometer later weer tegen. Hij had ook wat last en de laatste kilometers hebben we samen gelopen, een PR uit ons hoofd gezet en op een normaal tempo de halve marathon uitgelopen. Bij Frank die langs het parcours stond informeerde ik wat de einduitslag in Alkmaar was geworden en tevreden liepen we verder.

Mijn horloge gaf 1:44:59 aan alleen de finishtijd volgens de site lag iets hoger. Na het in ontvangst nemen van de medaille en het omkleden in de hal van de Rabobank (ik hoop voor de werknemers daar dat de schoonmaakploeg gisteravond goed zijn best heeft gedaan want al die stinkende en zwetende hardlopers zullen een aardige geur hebben achtergelaten) was het tijd voor een biertje op de Grote Markt in Breda.

Bij het teruglopen naar het station brak een skateboarder bijna een paar botten bij een ogenschijnlijk simpel trucje. Als die lui nu echt geblesseerd willen raken dan kunnen ze beter gaan hardlopen. Dan heb je iedere maand wel wat. Met een medaille op zak bracht de trein ons in een mum van tijd weer terug in Rotterdam. Op naar de volgende loopwedstrijd, ver weg van skateboarders hoop ik.

Groundhogday

De afgelopen zomer heb ik vaak aan de film Groundhogday moeten denken. In deze film wordt een chagrijnige weerman iedere dag, met veel tegenzin, wakker in een klein plaatsje waar hij een reportage moet maken. Keer op keer maakt hij hetzelfde mee totdat hij het vaste patroon weet te doorbreken.

De afgelopen, titelloze, jaren voelden niet zelden aan als Groundhogday. Het seizoen werd vol goede moed, en hoge verwachtingen begonnen. Vaak tegen beter weten in want meestal konden alle ambities al rond de winterstop bijgesteld worden. In februari zaten we met zijn allen in het stadion met hetzelfde humeur als die chagrijnige weerman.

In de 83 dagen tussen het kampioenschap en de winst van de Johan Cruijffschaal heb ik de samenvatting van Feyenoord tegen Heracles ongeveer even vaak gekeken (al denk ik dat de teller eerder richting de 100 liep). De inworp, het uitglijden van Mike te Wierik en het schot van Kuijt. En dan die ene seconde, die ene seconde dat de tijd stil leek te staan. Het stadion houdt als één man de adem in. Wat volgt is een orkaan van geluid.

Op social media circuleren tientallen filmpjes van die ene goal. Gefilmd met telefoons waarbij je na de raketinslag van Kuijt digitaal in een draaikolk van mensen meegevoerd wordt. Ik denk dat ik het doelpunt uit iedere denkbare hoek bekeken heb.

Dat ene doelpunt dat alles veranderde. Een hele nieuwe generatie Feyenoorders wéét nu ook wat winnen is. Wat het is om op vakantie te gaan en als kampioen in het mooie rood en wit rond te lopen. Met de borst vooruit in plaats van excuses zoeken en zeggen dat onze tijd nog wel komt.

Als ik ooit zelf in een Groundhogday terecht mocht komen; laat me dan alsjeblieft 14 mei 2017 keer op keer beleven. De dag dat de zon harder scheen in Rotterdam dan ooit.

Rondjes rennen

Van goudvissen wordt beweerd dat ze slechts een geheugen van een paar seconden hebben. Dat is vooral een leugentje om bestwil dat ouders gebruiken om te weerleggen dat het helemáál niet zielig is dat de vissen in zo’n kleine kom hun rondjes zwemmen. Iedere dag weer dezelfde rondjes….

Onze drie sluierstaartvissen (die overigens hele bekende namen hebben) hangen als een stel onderwaterhangjongeren in een hoek van het aquarium rond als ik de kamer binnenkom. Ze wachten niet op Cheeto’s en Red Bull, zoals echte hangjongeren in de schaduw van de supermarkt, maar op hun dagelijkse portie Tetra. Eerst krijgt de poes eten en daarna pas de vissen. Het is verbazingwekkend dat Poes Lotus haar honger nog niet gestild heeft met die drie zwemmende vissticks. Cartoons kloppen maar zelden en ik zal Freek Vonk eens benaderen om dit wonder der natuur te verklaren.

Wat dit met hardlopen te maken heeft? Er zaten precies 170 dagen tussen de finish van de marathon van Rotterdam en het moment dat de inschrijving voor de editie van 2018 open ging. En blijkbaar is 170 dagen precies voldoende om het geheugen van een hardloper te wissen. Alle pijn, al het afzien en alle blessures. Het trainen in de vrieskou op het moment dat je liever op de bank was blijven zitten en de misselijkheid van alle zoetigheden als je uiteindelijk over de finish bent. Al die ‘ontberingen’ heb je uit je geheugen gewist op het moment dat je jezelf inschrijft.

Iedereen die ook maar 1 hardloper tussen zijn Facebook-vrienden heeft kon eergisteren zijn lol op. Laat staan als je er meerdere tussen hebt zitten zoals ik. De ene na de andere inschrijving kwam voorbij in mijn tijdlijn en heel even leek er op dat niemand kon wachten tot het uiteindelijk 8 april 2018 is.

Maar voor het zover is zullen er veel, heel veel rondjes hardgelopen moeten worden. Wat dat aangaat lijken we toch wel een beetje op die goudvissen. Rondje na rondje over de fietspaden. Of dat zielig voor ons is? Och, 170 dagen na de marathon zijn we het toch allemaal weer vergeten.

Flitsen

De meeste activiteiten waar ouders bij betrokken worden op school vinden zelden op mijn vrije maandag plaats. Vandaar dat ik blij was dat ik bij de kleuters een aantal keren voor gympapa heb kunnen spelen (verhaal hier).

Vanaf groep drie wordt er op dinsdag en donderdag gegymd. Rond hun zesde jaar worden die gasten ook wel geacht zichzelf fatsoenlijk aan te kunnen kleden. Iets wat de eerste maanden niet altijd gebeurde. Niet zelden kwam Bastiaan met ‘binnenstebuiten’-sokken of een ‘binnenstebuiten’-onderbroek thuis. Een keer had hij zelfs zijn t-shirt verkeerd om aan. Toen ik vroeg of hij dacht dat het plaatje op zijn rug hoorde te zitten keek hij me schaapachtig aan en ging hij weer verder met buitenspelen.

Sinds groep 4 is mijn hulp wel weer nodig. Op de maandagochtenden, vlak na de tweede bel, help ik mee met flitsen. Dat heeft niets te maken met het bekeuren van ouders die te hard wegrijden van de parkeerplaats bij school (iets wat ook wel eens gebeurt), maar met het uitbreiden (en correct uitspreken) van hun woordenschat.

Een woord verschijnt een korte periode in beeld en dan moet het kind in kwestie het woord herhalen. In het begin zijn het woorden van één lettergreep en het wordt hoe langer hoe moeilijker. Als je het snel doet dan zie je in die minuut dezelfde rijtjes woorden voorbijkomen wat de snelheid en het zelfvertrouwen van de kinderen dan weer ten goede komt. Bastiaan hoeft eigenlijk niet geflitst te worden maar ik gebruik hem altijd als proefkonijn (en stiekem om te kijken hoe hij ervoor staat. Iedere ouder is hetzelfde, geloof me).

Bij een klein aantal andere kinderen is het wel nodig en ik doe het graag. Vaak hakkelen ze bij woorden met klemtonen (klém-tónen) of woorden die zó oud zijn dat zelfs ik ze de laatste twintig jaar niet in het openbaar uit heb horen spreken. Van de week keek een kereltje met een vraagteken boven zijn hoofd naar me toen het woord gulden voorbij kwam.  “Laat maar”, zei ik en we flitsten weer vrolijk verder. Bij het woord naakt moeten ze allemaal giechelen.

Een van de volgende woorden die voorbij kwam was ‘Hazen’ en dat werd door het mannetje consequent opgelezen als ‘Hazes’. Ik wist gelijk waar de muzikale voorkeur van zijn ouders lag.

Als we bij drie en vier lettergrepen komen verwacht ik nu eigenlijk in navolging van Hazes wel ‘rijm-woor-den-boek’ en ‘si-ga-ret-ten’. Bij het naar buiten lopen van de school had ik gelijk trek in ‘Hei-ne-ken’ want ‘bier’ is maar 1 lettergreep en dat is natuurlijk veel te makkelijk.

Romeinenplaatjes

“Je lijkt zelf wel een beetje op een jager-verzamelaar als het om dit soort dingen gaat”, Bastiaan kijkt op vanaf de IPad waar hij bezig is met het ontsnappen uit een digitale gevangenis.

Voor me liggen stapels ‘Oceaan-buddies’, een stickeractie van een van de grote supermarkten, om toch maar zoveel ouders met kinderen naar binnen te lokken. Na stickerboeken van Freek, ruimtevaartplaatjes, dino-plaatjes en voetbalplaatjes is dit het zoveelste boek dat straks volgestickert en wel in een kast terecht komt. En dan komt er zo weer een nieuw boek van Freek aan.

Om nog maar te zwijgen over de poppetjes gehad die je kon verzamelen: voor mijn gevoel zijn er een miljard smurfen, emoji’s en minions ons huis binnengesleept. Op de fruitschaal liggen nog twee moestuintjes te wachten om gepland te worden.

Enkele uitzonderingen daargelaten zijn het meestal de ouders of grootouders die zich drukker maken om een nog niet volledig boek, of een ontbrekende zegel voor een formule 1 wagen. Als die gasten net een beetje in de oceaan- modus zitten dient de nieuwe rage zich alweer aan. Het valt amper bij te houden.

“Jager-verzamelaars?, we zijn al bij de Romeinen hoor in groep 5b. Groep 5a moet daar nog aan beginnen. Geschiedenis is echt leuk papa.”

Heel even zie ik een gat in de markt. Het verzamelen van stickers van Romeinen. Mag ik van jou Commodus dan krijg je van mij Augustus? Ik zie de kinderen al in drommen staan bij de supermarkten. Met Julius Caesar als meest gewilde kaartje om te verzamelen.

Bastiaan toont me zijn nieuwste emoji van de Plus. Het is de drol-smiley en mijn idee verdwijnt als sneeuw voor de zon. Daar gaat die Caesar het nooit van winnen natuurlijk.

 

Feyenoord vs NAC Breda

In het voetbal had je altijd wat zekerheden. En eentje ervan was dat NAC nooit, maar dan ook nog nooit een competitiewedstrijd in De Kuip had gewonnen.

Een andere zekerheid is dat zodra er wat sprake van overschatting is aan de kant van Feyenoord het faliekant mis kan gaan. En zo geschiedde op een memorabele zaterdagavond. Memorabel in de verkeerde zin van het woord. Feyenoord verloor, dat kan weleens gebeuren. Maar het verloor ook het geloof en op sommige momenten de steun vanaf de tribune. In een seizoen waar een nieuwe landstitel meer dan mogelijk zou zijn kan het in de eerste weken van de competitie wel eens helemaal mis gaan.

Een onneembare veste sinds januari van het vorige jaar.

Lichtmast.

Chris Gyan werd een hart onder de riem gestoken. Na het lezen van het boek ‘King’ twijfel ik of het opgehaalde geld niet weer in de verkeerde zakken terecht komt.

Vol uitvak, dat moet je die ratten nageven.

Als NAC van het veld afgestapt zou zijn had Feyenoord nog niet gescoord.

En als je dan ook nog eens dit buitenkansje mist. Dan weet je de uitslag al. 0-2 in dit geval.

Vredesloop 2017

De vredesloop was dit jaar op een zondag in plaats van een zaterdag. Gezien de wedstrijd van Feyenoord op zaterdagavond (dat verslag komt zodra ik wat genuanceerder ben over deze wanprestatie) kwam een start op zondag niet heel slecht uit.

Sandra had zich ingeschreven voor de vijf kilometer en ik voor de tien. In de twee voorgaande edities liep ik voor mijn doen vrij snel maar toch ging ik niet met de gedachte naar de editie van 2017 om een PR te lopen. Waarom niet?

Ik heb namelijk wat last van mijn peroneus brevis, dat klinkt als een Dinosaurier maar dat is toch echt een spier die wat pijntjes veroorzaakt aan de buitenkant van mijn voet. En aanstaande woensdag is het alweer een mooie run met de Rotterdam Running Crew met als toetje de halve marathon van Breda aanstaande zondag.

Sandra liep de vijf kilometer in een keurige tijd, maar omdat de vijf kilometer een minuut of tien te laat van start ging was het startvak al behoorlijk vol toen ik daar aansloot. Ik moest natuurlijk wel eerst weten hoe het bij haar was gegaan.

De start was dit keer op een andere plek, recht voor het Museon, en de plaatsing van de toiletten was op zijn zachts gezegd wat eigenaardig. De rij voor de Dixi’s stond pal voor de ingang van het startvak en de plaszuilen stonden recht in het zicht van iedereen die voorbij liep. Als je als man al last hebt dat je niet kunt plassen als er mensen in de buurt staan dan kon je hier je lol op.

Het grote voordeel van achterin een startvak staan is dat je lekker iedereen in kunt halen. Het nadeel is dan dat er nogal veel mensen je voor de voeten lopen. De eerste kilometer ging dan ook niet al te snel. Langzaam maar zeker kroop ik naar een gemiddelde van 4:40 per kilometer. Dat zou een eindtijd van rond de 47 minuten moeten opleveren. En dat was wel een beetje mijn doel. Het viel mij wederom op hoe warm gekleed sommige mensen aan de start staan. Ik zag lange tights, hardloopjacks, een kerel in een thermoshirt en talloze mensen in zwarte shirts met lange mouwen.

Het parcours was ook iets gewijzigd, na twee kilometer was er de eerste drankpost en daar waren al veel mensen aan het wandelen. Na vijf kilometer gaf mijn horloge ook vijf kilometer aan maar daarna begon er een verschil in de afstand op mijn horloge en de borden langs de kant te komen. Bij het bord 7 gaf mijn horloge 6,8 aan en dat verschil liep zelfs nog een beetje op. Eerst dacht ik nog dat het kwam door slechte GPS in de buurt van de bomenrij waar ik in de schaduw liep (het was best warm) maar bij de finish bleek dat niet zo te zijn. Mijn horloge (en de officiele tijd) gaf 45:33 aan maar met een gemiddelde snelheid van 4:40/km kan dat natuurlijk nooit.

Ik was niet de enige waarbij het parcours 200 tot 250 meter te kort was op zijn horloge. Dat vind ik wel een beetje raar eerlijk gezegd en een beetje slecht is het wel. Als je een tien kilometer wedstrijd organiseert moet het parcours ook echt tien zijn. Nu heb je een vertekend beeld. Een voordeel voor veel mensen is dat ze een PR gelopen hebben op deze manier.

Enfin, het was weer leuk de Vredesloop. Mooi weer en redelijk veel publiek. Dat is toch wel lekker om te lopen. En weer twee medailles erbij in Villa Peenvogel.

 

Feyenoord vs Ado voor de bekerT.

Na de zeperd tegen PSV was het hoog tijd om wat recht te zetten. Twee keer achter elkaar verliezen is iets dat we in Rotterdam niet meer gewend zijn. Maar om nou te zeggen dat het allemaal van harte ging.

Aan de andere kant van de maas werd ook gevoetbald.

tis geen Champions League…

Aardig gevuld uitvak voor een woensdagavond.

De meest besproken Feyenoorder van de afgelopen week.

De rook is groen.

Immers tussen zijn oude ploegmakkers.

Eerste helft was erg slecht.

Kramer op de grond.

‘Rustaaagh’

1-0 door Berghuis.

Dat zeg ik.

2-0 door KramerT vanaf de stip.

En we bekeren verder. Niet te verwarren met bekeren want in De Kuip hangt iedereen het geloof Feyenoord al aan.

 

Kramerinho!

Er zijn een aantal spelers in de Eredivisie waarvan ik vermoed dat kritiek ze koud laat. Culthelden die hun eigen beperkingen kennen en dankbaar zijn dat ze op het veld staan in plaats van als supporter op de tribune. Voetballers als Nathan Rutjes en Tommy Beugelsdijk. En Michiel Kramer ook.

Veel Feyenoorders, waaronder ikzelf, zien hem (nu) niet zitten maar zijn rol in het kampioenschap van Feyenoord valt niet te onderschatten. Door twee treffers in extremis in zowel Nijmegen als in Utrecht bleef Feyenoord koploper, een positie die ze het hele vorige seizoen niet afgestaan hebben.

Op Instagram volg ik Kramer al een tijdje en vaak post hij grappige foto’s van zijn kinderen en zijn vrouw. Of een foto na de wedstrijden waar hij in actie kwam. Vooral de kleine video’s die bovenin verschijnen op Instagram gaven een inkijkje in zijn interesses. Met één hand aan het stuur filmen hoe hard hij rijdt door de omgeving van Rotterdam. En altijd even de camera richten op zijn radio. Op het display verschijnen dan artiesten waar ik nog nooit van gehoord heb al zegt dat niet al teveel. Af en toe zit Renato Tapia naast hem ritmisch met zijn hoofd te knikken met dezelfde slaperige blik waarmee hij op het veld staat.

Het viel me na de wedstrijd tegen PSV op dat hij al een paar dagen niets gepost had. En toen ik hem opzocht waren alle foto’s verdwenen. ‘Nog geen berichten’ staat er bij zijn account. Zou zelfs de stoicijnse Kramer gevoelig zijn voor de druk van buitenaf? Hij laat zich toch zeker niet opfokken door wat meningen op televisie, de krant of social media?

Kramer scoorde tot nu toe 18 doelpunten in 50 competitiewedstrijden voor Feyenoord. Dat zijn er twee keer zoveel als Mike Obiku, een man die vooral door 1 doelpunt wereldfaam in Rotterdam en omstreken verwierf. Vanaf deze plek roep ik Kramer op zijn instagram-account weer te activeren en op te leuken met een foto van een doelpunt. Te beginnen vanavond tegen zijn oude club.