Groothandelsgebouw-run

Dat was weer een leuke avond met de RotterdamRunningCrew. De 52e run begon in het Groothandelsgebouw en liep via de luchtbrug en over de noordsingel richting het Vroesenpark en Blijdorp. Met een eindsprint door de spoortunnel van het Centraal Station kwamen we weer mooi uit bij het Groothandelsgebouw. Samen met Paul was ik pacer voor de 5:30/km groep en we hebben ons keurig aan deze missie gehouden. Tot nummer 52.

Splinter

In een tijd waar straattaal de norm lijkt geworden en je roomblanke pubers over ‘die meisje’ hoort praten was het een verademing om het interview met Splinter de Mooij op het mediakanaal van Feyenoord te zien. De volgende speler die de stap van Varkenoord naar De Kuip moet gaan maken.

Ik zag een welbespraakte jongen die met respect over zijn oude club, het behoorlijk chique en kakkineuze HVV, zijn trainers en zijn familie sprak. Zijn vrienden gaven hem een pen met inscriptie waarmee hij zijn contract kon tekenen. Dat is weer eens wat anders dan de vier blikjes energydrank en een zak Hamkas waarmee ik Splinter zijn, waarschijnlijk niet-voetballende, leeftijdsgenoten doorgaans bij mijn supermarkt zie rondhangen.

Niet alleen straattaal lijkt de norm te zijn, ook te vroeg vertrekkende spelers zijn tegenwoordig schering en inslag. De Mooij kon, volgens de pers, naar diverse buitenlandse topclubs. In plaats daarvoor koos hij voor een langer verblijf bij Feyenoord.

In alles zag en hoorde je een weloverwogen keuze van speler en familie. Een keuze waarbij men een keer niet verblind werd door het grote geld. Maar misschien is dat makkelijk praten als je, zoals Splinter, al eens door de ballotagecommissie van HVV heen bent gekomen.

Normaliter heb ik een gezond wantrouwen tegen mensen die hun kinderen namen als Bikkel en Zanzi geven. Die laatste naam verzin ik trouwens niet, een collega van mij heeft zijn zoon Zanzi genoemd omdat hij op Zanzibar verwekt zou zijn iets wat ik niet per se had willen weten. Maar voor deze Splinter maak ik nu al een uitzondering.

In het einde van het interview sprak hij de hoop uit snel bij de selectie te mogen komen. Ook ik kan niet wachten op zijn debuut. En dan vooral de interviews achteraf. Met Splinter komen wij wel door de winter. Al zal dat spreekwoord waarschijnlijk niemand meer wat zeggen in Feyenoord O19.

Van zooi naar mooi-run

Run nummer 51 bracht me op een plek waar ik tot afgelopen maandag (tijdens de verkenning) niet eerder geweest was. Het weer viel niet mee, maar de reacties van de rokende vuilnismannen zorgden dat de zon even scheen. In plat Rotterdams werden alle deelnemers, en met name de dames, te kennen gegeven dat ze goed bezig waren.

Ja, met zo’n slogan vraag je ook om regen.
Ik kwam gerecycled terug als mezelf. 
Niet de drukste run, maar wel gezellig.
Steekt ie nou zijn middelvinger naar me op?
Deze run was het dus.

Griekse tragedie

Het viel me nog niet mee, de eerste weken van het nieuwe seizoen. Nee, wees niet bang dat ik een stukje over voetbal ga schrijven. Dat laat ik aan andere mensen over die wél verstand van voetbal hebben.

Nee, de relatieve rust op de transfermarkt. Feyenoord verkocht Boetius en Amrabat in de laatste weken van de transferzomer en dus staan alle seinen op groen om een Jhon van Beukering (de man van die geweldige sprint), Philippe Léonard (de linksback die niet tegen rechtsbuitens kon spelen) of een type speler te halen die Het Legioen een collectieve hartverzakking gaf: Angelos Charisteas.

Ik was op bezoek bij vrienden in Dordrecht toen het nieuws binnenkwam dat Feyenoord die Griekse spits van onze aartsrivaal had gekocht. De Kuip ligt ergens halverwege Dordt en Berkel en heel even twijfelde ik om ook naar De Kuip te gaan, het gerucht ging immers dat er al een protesterende massa op de been was. En de ramptoerist in mij had daar wel even willen kijken.

Door schade en schande had ik echter uit het verleden geleerd dat protesteren voor de deur van stadions niet altijd de meest verstandige keuze is, dus ik reed gewoon naar huis. Charisteas deed bij Feyenoord wat hij bij andere clubs ook al had gedaan; namelijk niet al teveel scoren. Hij maakte negen treffers en als mijn geheugen (en vooral mijn Excel sheet die als database dient) me niet in de steek laat heb ik alle negen treffers met eigen ogen gezien. Ik herinner me een goal in Kerkrade, twee doelpunten in Den Haag en een treffer in de Arena. Maar vooral veel onbegrip bij de fans en de speler zelf.

Martin van Geel heeft nog een paar dagen de tijd om een keeper met 1 arm. Een spits met een bochel of een verdediger met een monocle te kopen. Anders wordt het pas écht een saai seizoen. En we zijn nog maar net begonnen.

Charisteas, hier met nummer 15 juicht ons in Basel toe.

Rondje stadions met Club RRC

Vorig jaar liepen we hem al eens een keer, een rondje langs alle Rotterdamse stadions. Nu liepen we hem met de leden van Club RRC. Zeventwintig man verzamelden zich op de Autostrada om 22 kilometer hard te lopen. Over de Brienenoord naar De Kuip, door de Maastunnel naar Spangen en over de Coolsingel naar Woudestein. Een mooie loop. Zelf deed ik voorzichtig. Direct na je vakantie 22 kilometer hardlopen kan wel eens problemen opleveren. Vandaar dat ik een run-bike-run deed. Kwam ik toch nog aan ruim tien kilometer. 

Van De Kuip
Naar de Maastunnel
Langs de Euromast
Bij Sparta
En het Hofplein
Tot bij Excelsior.

Een knuffelregen, geen kansenregen

Met mijn camera op apengapen was het gokken of de foto die ik wilde maken van Feyenoord – Excelsior een beetje gelukt waren. Een beetje zoals Feyenoord al tijden speelt, gokken op een bevlieging en vooral veel toevalligheden. De wedstrijd was ronduit matig. Maar er werd wel gewonnen. Dát en de knuffelregen maakte het toch nog een aardige middag. En de foto’s zonder werkend display zijn ook nog eens gelukt. Gelukkig kwam vanmiddag de postbode met een nieuwe camera. 

1-0 door RVP
knuffelregen
Mooi dit.
Waar is de VAR?
2-0
Hakkenbar

Feyenoord vs Trencin, een wedstrijd als een horrorfilm

De boodschap was duidelijk; er moest gescoord worden en snel ook een beetje. Feyenoord schoot redelijk uit de startblokken, scoorde een doelpunt maar een minuut later was het alweer gedaan met alle hoop. Een hele minuut dachten we dat het nog wel eens zou kunnen gaan gebeuren. Wat volgde was een frustrerende avond. Frustrerend omdat je de kansen wel kreeg maar niet afmaakte. 

De hef in het avondzonnetje.
Ingang 40. Omdat het minimaal 4-0 zou moeten worden. Bijgeloof hé.
RVP is de captain
Daar gaan weer 10.000 Zwitserse francs.
Doe er nog maar 10.000 bij.
Berghuis achter de bal. Gio kijkt toe.
1-0 in de eerste tien minuten. Kan het dan toch?
Het antwoord is nee.
Deze vlaggen hingen er nogal slordig bij. Net zo slordig als Feyenoord met de kansen om ging.
Het Europese avontuur is alweer klaar voordat het begonnen is.

110

Alleen God weet hoe vaak ik het volgen van de club wel niet vervloekt heb. De gedachte ‘had ik maar een andere hobby gekozen’ was (en is) nooit ver weg. Niet alleen na een nederlaag op een koude dinsdagavond in Kerkrade of de zoveelste deceptie in een Klassieker. Maar ook op een hotelkamer in Nancy wanneer de sms’jes van ongeruste familieleden binnenkwamen of alles in orde met ons was. Om nog maar te zwijgen van de taferelen op een parkeerplaats in Düsseldorf waar ik een verkeerspaaltje dwars door de voorruit van een Duitse familie zag gaan. Op veel van die momenten dacht ik echt aan het doorknippen van mijn seizoenkaart.

Maar aan de andere kant zijn daar de vriendschappen, de reisjes en de mooie momenten. Van een benauwde Geusselt op een dinsdagavond in 1993 tot feestvierende pleinen in Milaan en Manchester. Van een onverwacht kampioenschap in Groningen tot een zeer emotionele pot tegen Heracles. Van KNVB-bekers tot een UEFA-Cup. Van tranen van verdriet tot tranen van vreugde. Feyenoord is als het leven zelf; vol hoogte- en dieptepunten.

Ik schreef verhaaltjes voor Lunatic News en heb een column in de Hand in Hand. Hielp een aantal malen mee als vrijwilliger bij de Open Dag en zat een blauwe maandag in de befaamde klankbordgroep. Je kunt niet echt zeggen dat het wel en wee van de club me niets doet. Maar laatst werd me verweten dat ik mijn kop in het zand stak omdat ik zei dat die hele stadiondiscussie me murw had gebeukt. En toen had ik weer een moment dat ik een schaar in gedachten zag. Als je niet voor bent maakt het niet dat je automatisch tegen bent. Het leven is niet zo zwart-wit, maar dat verstand komt echt met de jaren.

Vandaag bestaat de club 110 jaar. Honderdtien jaar waarvan ik er ruim 33 op de tribune zit. Meer dan een derde van mijn leven heb ik nu een seizoenkaart. In Nederland duurt een gemiddeld huwelijk met slechts veertien jaar een stuk korter, je zou kunnen zeggen dat we trouwer aan de club zijn dan aan onze partners.

Getrouwd met Feyenoord, zoals in mijn tienerjaren het geval was, ben ik allang niet meer. Ik zou het eerder willen omschrijven als een latrelatie. En als ze dan wil verhuizen naar een nieuw huis waarbij de hypotheek bijna niet op te brengen valt zal ik ongetwijfeld een keer met mijn wenkbrauwen fronsen.

Maar toch, je blijft houden van de club. Leve Feyenoord!

Ekiden

Nu werd ik er zelf eens ingeluisd. Tineke had nog wat lopers nodig om een Ekiden-team te vormen en uiteraard zei ik geen nee. De Ekiden is een estafette-loop met zijn oorsprong in Japan over de marathonafstand. ‘Eki’ betekent station en ‘Den’ betekent wissel. Tijdens het wisselen geef je een sjerp (de tasuki) over aan de volgende loper. 

De 42,195 kilometer loop je met zes lopers in totaal in een volgorde van 5-10-5-10-5-7,195 en het was aan mij om als vierde loper in actie te komen. De lopers die vijf kilometer liepen deden 1 ronde door het Kralingse bos en de tien kilometer-lopers liepen twee rondes. Ook de laatste loper liep twee (aangepaste) rondes om op 7,195 uit te komen. 

Uiteindelijk werden we nog 81e met een tijd van 3:24:04 in een deelnemersveld van 250 teams en hebben we stevig doorgelopen. Onze splittijden waren: 

5km 10km 5km 10km 5km 7,195
0:25:25 0:47:35 0:23:53 0:44:43 0:24:04 0:38:21

En met die 44:43 liep ik een PR op een officieel parcours. Het was een zware loop want na de wissel ga je té snel weg op de baan van het PAC. Aangemoedigd door teamgenoten, mensen van de RRC en de teams van Jatogniettan, ik was na loper bij de Antilopers ook nog eens een soort van teamcaptain van twee Jatogniettan-teams, startte ik iets te snel. 

De eerste vijf kilometer kwam ik door in 22:08 en ondertussen had ik nog genoeg energie over om de andere lopers die op dat moment op het parcours waren te begroeten. Het grappige is dat ik tegelijk startte met lopers met een nummer 3 op hun borst (de derde loper uit andere teams) maar op de route ook wat nummer 5’s tegenkwam en op het allerlaatst zelfs een nummer ‘6’. De loper die zou gaan finishen namens dat team. Niet zo gek als je bedenkt dat het winnende team er 2:23:08 over deed. Het tweede deel van mijn race had ik iets meer last van de warmte en ben ik even gestopt om snel een slok water te nemen.

Na 3 uur 24 minuten en 4 seconden liepen we met zijn allen met Angela mee om te finishen. Het was een erg leuke dag met een biertje en gezelligheid na afloop. De twee Jatogniettan-teams liepen ook erg sterk en het zou mij niets verbazen als we volgend jaar met nog meer teams aan de start staan.

Plaswijckpark run

Mijn debuut als ‘leader of the pack’ maakte ik op een koude woensdagavond in de Van Nelle Fabriek. Daarvoor had ik mijn rondjes bij de RRC als deelnemer al gelopen en het feit dat ik gevraagd werd om leader te worden gaf me toch wel een trots gevoel.

We liepen daarna door Blijdorp, havengebieden, over een golfbaan en garages. Door vreewijk, een viswinkel en bij de politie. En vorige maand zelfs in mijn achtertuin.

Gisteren was dus run nummer 50. Iedere maand lopen er duizenden deelnemers door stukken Rotterdam die ze nog niet eerder hadden verkend. Ik zag gisteren mensen die hun uiterste best deden om voor het eerst drie kilometer te lopen tot aan een tweevoudig deelnemer aan de Olympische spelen. Dat geeft maar weer eens aan hoe divers het publiek is dat op de runs van de RRC af komt.

Het was een mooie avond waar er lange rijen voor de merchandise stonden en na afloop voor het bier. Trots dat ik leader mag zijn en dat ik ook nog eens twee verhalen voor het RRC magazine heb mogen schrijven. Op naar de volgende 50.