Ja, maar tegen Drita

Er ontbrak nog wat. De foto’s van de doldwaze pot tegen Drita. Een paar uur later gingen op pad richting Polen dus vandaar dat de foto’s nog niet geplaatst waren. Bij deze. Omdat de wedstrijd tegen Drita de boeken in zal gaan als ‘de ommkeer, part 2’

Een keertje vanaf vak O.

Dat is wel het doel ja.

En Guus doet zijn best dat te bewerkstelligen.

Slot en Wolf. Klinkt als een blackmetal-band.

Grmmmpfff.

Nog grrmmppffff’er. De 1-2. 

Kosovaars theater.

De 2-2 maar dat is niet genoeg.

Nog meer theater.

En dan vlak voor tijd…

…jahaaaaaaa. Weer Guus Til!

De volgende ronde.

In de schaduw van de poort

Op een warme donderdag in augustus schijnt de zon fel in het Poolse dorpje Oświęcim, al kent de hele wereld dit dorpje alleen van zijn Duitse naam.

Ik loop onder de bekendste poort van de recente geschiedenis door waarop het cynische ‘arbeit macht frei’ valt te lezen. Een beklemmend gevoel maakt zich meester van mij.

Een paar kilometer verderop staat een ander bekend gebouw. Het poortgebouw waaronder een treinrails loopt. Het was de eindbestemming voor Aron Naarden en zijn moeder. Direct na aankomst met de trein in september 1942 werden ze vergast. Aron Naarden was op dat moment geen actief lid meer van Feyenoord, in april 1940 schreef hij zich uit met als reden ‘gebrek aan animo’, waarschijnlijk zag de familie de bui al hangen.

Zijn oudere broer Emanuel bleef wel lid totdat in het najaar van 1941 alle verenigingen werd opgeroepen haar Joodse leden te verwijderen. Feyenoord gehoorzaamt en Emanuel wordt uitgeschreven. Ook hij overleeft de oorlog niet.

Een paar weken terug werd Steven Berghuis op een Rotterdamse muur afgebeeld in een gestreepte pyjama en met een grote neus. Er waren mensen die zelfs op dat moment durfden te beweren dat het niets met de oorlog te maken had maar dat het een reactie was op het feit dat Ajax-supporters zich joden noemen. Voor die mensen zou een bezoek aan Auschwitz niet misstaan. Al valt er aan domheid nauwelijks iets te doen.

Uit mijn tijd uit de klankbordgroep bij Feyenoord weet ik ook wel dat er destijds nauwelijks afspraken viel te maken met onze evenknie in Amsterdam. Een verbod op niet clubgerelateerde vlaggen werd ‘geschonden’ door het tonen van een enorm grote Israëlische vlag. En ook de spandoeken en spreekkoren waarop het bombardement op Rotterdam werd verheerlijkt waren nooit ver weg. Wat dat bombardement voor de gehele (en zeker voor de Joodse) bevolking in Nederland betekende behoeft geen uitleg. Na de overgave was het dankzij de punctualiteit van de Nederlandse overheid een eitje voor de Nazi’s om ongewenste elementen op te sporen. Historisch besef en correlatie is de fans in Amsterdam kennelijk vreemd.

Maar laten wij in godsnaam de verstandigste zijn. Stop met al die joden-liedjes. Kap met die spreekkoren en dit soort graffiti. Sta er gewoon boven omdat het voor de nabestaanden, zover ze er nog zijn, écht kwetsend is.

Doe het voor Aron Naarden, een echte Feyenoorder die vermoord werd. Alleen omdat hij Joods was.

Lekker Europees avondje, Feyenoord vs Elfsborg

Europese uitwedstrijden in De Kuip. Vaak magisch.

Daar komt weer een boete aan. Maar het zorgde er wel voor dat het belang van de wedstrijd gelijk duidelijk was.

Nog nauwelijks te zien.

De duimschroeven werden aangedraaid. Feyenoord speelde flitsend.

 

1-0.

2-0.

En dat is nummer drie.

Zij hadden het iets minder naar hun zin.

Dolle vreugde.

Kippendans!

Rood!

Ook rood.

De eerste Israelier die in het shirt van Feyenoord gaat spelen.

Eye of the tiger

Jaja, ik weet het. Ik heb deze site een beetje laten versloffen. Er valt ook weinig te melden over de afgelopen weken. Maar vandaag maakte ik zowaar weer wat mee 😉 Ik moest namelijk naar het oogziekenhuis voor controle. Zes weken terug werd er een gaatje in mijn iris geschoten om zo de oogdruk te verlagen.

Met de metro naar de stad en uiteraard zijn ze aan het bouwen, overal zijn ze aan het bouwen. Hier de Waalse kerk uit 1923 met op de achtergrond de in aanbouw zijnde baantoren.

Daar zijn we weer.

Die houdt een oogje in het zeil.

En na een boel getuur via dit als een martelwerktuig-uitziende apparaat was de eindconclusie dat de oogdruk goed was en dat ik een leesbril nodig ga hebben. De man excuseerde zich voor dit bericht, bang als hij was mij met mijn ouderdom te confronteren, maar mijn antwoord dat ik in de Middeleeuwen waarschijnlijk al dood zou zijn als 48-jarige plaatste alles weer in perspectief.

Terug naar de metro. 

Ook al een tijdje. Dit kunstwerk hangt er al sinds 1990.

Going underground.

Fontein

Behalve als er wat te vieren valt is de Hofpleinvijver eigenlijk maar een hinderlijk obstakel in het centrum van Rotterdam. Je staat er, met welk vervoersmiddel dan ook, altijd te lang te wachten voor een stoplicht. En als je dan eenmaal mag rijden moet je ook nog eens oppassen voor een naderende tram.  

Slechts eens in de zoveel jaar verandert deze betonnen vijver, op een steenworp afstand van het stadhuis, in een poel van vreugde. Het is dé plek om een door Feyenoord gewonnen trofee te vieren. En dat we direct van stadhuis naar Hofplein kunnen wandelen hebben we aan de Duitsers te danken. De fontein, aan de stad geschonken in 1939, zou eigenlijk op de plaats van het Droogleever Fortuynplein komen, maar werd tien jaar na de Tweede Wereldoorlog op het Hofplein geplaatst.

De spelers zelf houden het meestal bij een bad-scene in het stadion. Met grote flessen drank en een dobberende KNVB-beker naast hen wordt de ene na de andere hulptrainer in het bad geduwd tot grote hilariteit van de heren voetballers.

En dat maakt deze foto, genomen tijdens het trainingskamp in Oostenrijk (eigenlijk hebben we de plek van het Hofplein dus aan een Oostenrijker te danken) zo mooi. De heren voetballers zitten naast elkaar in een alpenbeekje om af te koelen na een harde training, Wim Hof zou er jaloers op zijn.

Nog een wedstrijdje of dertig en dan zitten ze er weer zo bij. Met de schaal als tastbaar bewijs voor het harde werk in de Alpen.

Als ik de gemeente Rotterdam was zou ik alvast beginnen met het voorverwarmen van de Hofpleinvijver, anders is het water zo koud eind april.

Fotocredits Mikos Gouka op Twitter

Randstad-Relay, follow the leaders

Zelfs ik word er weleens ingeluisd. Captain Erwin had een team ingeschreven voor de RandstadRelay en naar goed gebruik zei ik daar gewoon ja op. Dat is mijn beste lifehack, zeg gewoon (bijna) overal ja op. Het zal je veel moois brengen.

En zodoende bevond ik mezelf afgelopen zaterdagochtend erg vroeg in het Oosterpark. Niet het Oosterpark waar ik op een mooie tweede pinksterdag in 1993 mijn Feyenoord kampioen zag worden maar het Oosterpark in Amsterdam. Het idee achter de RandstadRelay was namelijk om vanuit Amsterdam naar Rotterdam te rennen in estafette-vorm. Of om in hun eigen woorden te spreken: van 020 naar 010. Zelf ben ik wel een beetje klaar met dat kengetal-gedoe, maar als het losgekoppeld is van het voetbal kan ik er iets beter tegen. 

Op weg naar Amsterdam met de trein.

Hotel Generator, de startlocatie.

De eerste kilometers door Amsterdam

Het startterrein was in het Oosterpark waar de eerste loper een rondje deed alvorens de lopers op de fiets aan zouden sluiten. Het werd dus een hele lange run-bike-run zoals we die vanuit de Roparun kennen. Loper 1 loopt 1500 meter, Loper 2 geeft de fiets aan Loper 1 en loopt ook 1500 meter. Daarna is Loper 3 aan de beurt, enzovoort. Enzoverder. De lengte per beurt mocht je als team zelf invullen. We zagen teams die om de 5 kilometer wisselden maar wij hielden het bij de, in de Roparun, gangbare 1500 meter.

De eer om te starten was voor Edwin, daarna liep Ingeborg en als derde was ik aan de beurt. Het eerste gedeelte was door de stad richting het Olympisch stadion en hier zag je gelijk wat deze RandstadRelay zo mooi maakte: iedereen moest namelijk zelf zijn route terugvinden. Dus waar wij rechtsaf gingen daar liepen andere teams rechtdoor om vervolgens dat team ergens anders weer in te halen. 

Vanuit Amsterdam ging de koers richting Amstelveen waar we onder het geluid van de aankomende en vertrekkende vliegtuigen van Schiphol de polders in gingen op weg naar Uithoorn. Via De Kwakel, Vrouwenakker en Papenveer kwamen we in Jens Toornstra-Capital oftewel Ter Aar. Op dat moment deden we haasje over met twee teams uit Amsterdam en de loopclub van Ingeborg. En een team van twee dames die zich afvroegen of wij wel konden navigeren. Spoiler alert, mwoah niet echt.

Na Alphen aan den Rijn kwam Boskoop en toen moesten we een beslissing maken. Zouden we richting Waddinxveen gaan wat het oorspronkelijke plan was of kozen we toch voor de Rotte? We kozen, ook vanwege de bekende omgeving, voor de Rotte. Net voorbij Bleiswijk lieten we de twee eerdergenoemde teams redelijk ver achter ons. Tegen het team uit Amsterdam zeiden we nog dat ze het beste ons konden volgen, het was immers onze ‘hometurf’.

Een uitspraak waar we bij de finish om uitgelachen werden want hoe ze het gedaan hebben weet ik niet maar bij het stoplicht bij de Gordelweg stonden ze gewoon weer voor ons. Ook bleek dat er teams waren die bijna 7 kilometer minder hadden gelopen. En er waren teams die na 4 uur alweer in Rotterdam waren. Je hebt altijd baas boven baas. 

Eenmaal op het vertrouwde Noordplein smaakte het Duitse(!) biertje heel goed. Een tafel verder zat het team uit Amsterdam. Het leek potverdorie wel the summer of love. Maar dan wel op hardloopschoenen.

Jaja, jullie waren eerder 🙂

Proost

O

Onze route, zeg het maar. Waar hebben we het laten liggen? Waarschijnlijk de keuze om niet door Waddinxveen te gaan.