Jens

Als de trainer het zou vragen zou hij ook als rechtsback of als keeper willen fungeren. En iedere zomer is het niet de vraag óf maar wanneer de nieuwe aankoop hem uit de basis zal houden. Maar er is een wetmatigheid in Rotterdam en dat is dat Jens Toornstra praktisch altijd terug in het elftal komt.

Voor hem gelukkig vaak op zijn geliefde middenveld want als rechtsbuiten kan hij in de ogen van veel supporters weinig goeds doen. Misschien was het de timing van het (nog niet door de club bevestigde) bericht, zo vlak na de verloren Klassieker. Een wedstrijd die alles verblindt. Plotsklaps waren de voorgaande 29, vaak erg amusante, wedstrijden dit seizoen vergeten. Van heroïsche potjes in Praag en Berlijn tot een dodelijk efficiënte topper in Eindhoven waar Toornstra twee keer doel trof. Alles was kut.

Net zoals heel Feyenoord speelde Toornstra zondag niet goed. Maar volgens de rechter, jury en beulen op internet was zijn grootste fout om daarna een dolletje te maken met Berghuis, een speler met wie hij vijf jaar in de kleedkamer heeft gezeten.

De tijden van Laseroms, de Wolf en Fraser bestaan niet meer en de meeste spelers zien elkaar buiten het veld ook vriendschappelijk. En ik vraag me af hoeveel aanstoot er genomen wordt als Toornstra met spelers van Den Haag of Utrecht op eenzelfde manier het veld afloopt, of wanneer Feyenoord zondag had gewonnen.

Dan ben je aanvoerder en geef je bijna 300 competitiewedstrijden alles voor de club en zeur je nooit als je weer eens op een andere positie in het veld staat. Maar dat ene lachje hé. Wij verdienen geen betere aanvoerder, onze aanvoerder verdient betere support.

Taxi

De avond viel over het centrum van Praag, een paar kilometer verderop liep een grote stoet Feyenoorders in colonne richting het Sinobo-stadion. Kees en ik besloten nog een biertje te nemen en de wandeltocht over te slaan, een kwestie van prioriteiten. Na de laatste slok zetten we koers richting het dichtstbijzijnde metrostation.

Direct om de hoek botsten we op een groep Feyenoordsupporters uit Leiden, ze waren met zijn zessen en een redelijke doorsnee van de supportersschare in de Tsjechische hoofdstad. Meer mannen dan vrouwen en naast een paar doorgewinterde uit-fans ook wat mensen die voor het eerst een Europese uitwedstrijd bijwoonden. Er werden wat grappen en grollen over en weer gemaakt en voor het wisten stemden we in om samen een taxi te delen. Met zijn achten toch net iets goedkoper.

Onze taxichauffeur stond druk te bellen met zijn vriend die, toen hij aan kwam rijden, duidelijk geen taxi bleek te zijn en ook bij onze auto verdween het taxibord in de kofferbak en weigerde de meter plotsklaps dienst. Ik waande me, ook door zijn rijgedrag, weer even in Azie.

De rit van een half uur werd uiteraard benut om samen met de Leidenaren het wel en wee van Feyenoord door te nemen. De chauffeur gebruikte, eenmaal aangekomen bij het stadion, een wisselkoers die vooral gunstig uitpakte voor hemzelf. Maar onze nieuwe vrienden stonden erop dat zij onze taxi zouden betalen en elkaar (en vooral Feyenoord) succes wensend namen we afscheid.

Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wie het waren en eigenlijk ook niet meer hoe ze eruit zagen. En dát is juist de kracht van Het Legioen, geen idee wie je buurman is in het stadion of wat voor werk hij doet maar wel samen Feyenoord naar een overwinning, of in dit geval gelijkspel, schreeuwen. Leidse kamerrrraden bedankt voor de rit en het puntje in Praag!

Family Ties

Mijn jeugd werd gedomineerd door Amerikaanse tv-series met disfunctionele families. Daar vochten de families Ewing, Colby en Carrington elkaar de tent uit in de series Dallas en Dynastie. In Chicago zat Al Bundy op de bank te luieren terwijl zijn vrouw Peggy al zijn geld uitgaf. Ook bij de families in Family Ties en Who’s the Boss was er altijd wel iets aan de hand. Van een fijn familiegevoel was nergens sprake.

Datzelfde gevoel krijg ik altijd als men over de Feyenoord-familie spreekt. Behalve een liefde voor de club Feyenoord is er nergens harmonie. Dat bleek weer na de bekendmaking dat Mark Koevermans stopte als Algemeen Directeur. De eerste stofwolken waren nog niet neergedaald of het ging alweer over afkoopsommen, de angst voor een beslissing over het stadiondossier en een bericht dat de rest van het bestuur Koevermans toch wilde lozen. Het gedrag van de heren Van Bodegom en Moussault op de persconferentie versterkten het familiegevoel allerminst.

De pijlen voor een nieuwe Algemeen Directeur zijn nu gericht op de vrij onbekende Dennis Te Kloese. Werkzaam in Amerika, het moederland der televisieseries.

Een andere serie uit mijn jeugd was The A-Team. Om onbegrijpelijke redenen werden zij altijd opgesloten in een schuur vol lasapparaten, staal en landbouwvoertuigen om zich zo een weg naar buiten te kunnen vechten.

In Rotterdam hebben we minder Dallas en Dynastie nodig en meer van The A-Team om eindelijk eens schoon schip te maken in de wirwar van belangen, commissies en clubjes die onze club al tientallen jaren in een houdgreep houden.

Reikhalzend kijk ik uit naar een persconferentie waar de nieuwe directeur, gehuld in een wolk van sigarenrook, en na talloze hervormingen binnen de club gevoerd te hebben de aanwezige pers aankijkt en de legendarische woorden spreekt:

‘I love it when a plan comes together.’