Koekje

Op de band bij de kassa lagen twee diepvriespizza’s en een pak yokidrink. Het avondeten voor de man achter mij en zijn twee dochters. Het meisje achter de kassa vroeg of ze een koekje mochten.

Ik zei dat het van mij wel mocht maar dat het niet mijn dochters waren, en ik wilde niet op mijn geweten hebben dat ze straks geen pizza meer zouden eten.

Ik vroeg ik me af wanneer caissières stoppen met vragen wanneer je nog een koekje mag als klein kind zijnde. Toen Bastiaan nog heel klein was nam ik hem uiteraard mee met boodschappen doen. Hij kreeg een koekje bij de jumbo, een krentenbol bij de bakker en een plakje worst bij de slager. Al het eten dat je net voor zijn lunch had gekocht was in een klap nutteloos geworden. Meneer had eenmaal thuis geen trek meer.

De keren dat Bastiaan nu nog meegaat krijgt hij geen koekje meer van de caissière. Wel verzamelplaatjes van mensen die ze niet willen, maar geen koekjes. In plaats daarvan eten we tegenwoordig alle blokjes kaas op die op de toonbank liggen. Scheelt weer een diepvriespizza als lunch.

Multibal

Het gebeurde in een periode dat de redacteuren van ons clubblad mopperden over wéér een uitwedstrijd in de beker. Feyenoord moest in het seizoen ’78-’79 uit tegen Volendam. Bij een 1-1 stand aan De Dijk scoorde Jan van Deinsen namens Feyenoord. Vanuit het Feyenoord-vak was er een tweede bal in het veld gegooid waardoor de scheidsrechter niets anders kon doen dan het doelpunt af te keuren. De dader? Rooie Marck, de supporter die een groots afscheid in De Kuip kreeg toen zijn slopende ziekte de laatste fase was ingegaan.

Feyenoord verloor de wedstrijd in Volendam en werd zodoende al in de eerste ronde uitgeschakeld. De club werd gedupeerd door haar eigen fans en de prijzendroogte duurde wéér een seizoen langer.

Tijdens de recente wedstrijd tegen PSV liet Feyenoord een helft haar tanden zien op een manier zoals het Legioen het graag wil: jagend, storend en met het mes tussen de tanden. Maar toen de krachten in de tweede helft weg dreigden te vloeien was er meer nodig dan alleen het goede keeperswerk van Bijlow en de verdedigende acties van Sven van Beek en Jan Arie van der Heijden. Die hulp kwam er, en wel in de vorm van een tweede bal.

Na afloop van de wedstrijd klaagden de PSV’ers steen en been. Wie gooide die bal nu helemaal in het veld? Die supporter moest gestraft worden voor zoveel onsportiviteit.

Ik geloof niet heel erg in het bovennatuurlijke, maar ik vermoed dat ze de camerabeelden kunnen blijven bekijken zonder een dader te vinden. Die bal werd helemaal niet vanaf van vak Y gegooid maar kwam ergens van een wolk vandaan. Als goedmaker voor die ene bal in Volendam in 1978.

Tram

Vanuit de overvolle tram zag ik door de beslagen ramen dat het nog steeds miezerde. De keuze om met het openbaar vervoer richting De Kuip te gaan was ingegeven door deze miezerregen. Met de auto door de stad tijdens de spits is niet te doen. Veel zin in de reis met het ov én de wedstrijd had ik nog niet; een bekerpotje tegen Ado om kwart voor negen op donderdagavond. Een wedstrijd waar voor Feyenoord alles te verliezen valt in een verder toch al moeizaam seizoen.

Vanachter grote brillenglazen werd ik aangestaard door een jochie van een jaar of acht. Zijn iets oudere broer controleerde om de paar tellen of de tram nog op schema lag voor een aankomsttijd van 19:55. Uit de kleine gesprekjes die de ouders hadden kon ik concluderen dat dit de eerste wedstrijd in De Kuip voor beide jongens zou zijn. Toen de achtjarige mijn kant op keek stak ik mijn duim op en wenste hem veel plezier. De tram reed nog steeds op tijd concludeerde zijn broer.

Bij de drukke tramhalte verloor ik het gezin uit het oog en ik dacht aan mijn eerste wedstrijd in De Kuip. Aan de hand van mijn vader met een wee gevoel van spanning in mijn buik. Een gevoel dat door de honderden bezoeken daarna gewoon geworden is, en wanneer doordeweekse bekerpotjes als  een verplichting beginnen aan te voelen.

Tijdens de wedstrijd probeerde ik me voor te stellen hoe deze twee broertjes zich tijdens de wedstrijd gevoeld moeten hebben. Boos tijdens de 0-1 en juichend bij de hattrick van Jörgensen. Op de terugweg was de tram nog voller dan op de heenweg. Of hij op tijd reed weet ik niet maar een stukje verderop stonden twee jochies die er doodop uitzagen. Vol verhalen voor op het schoolplein de volgende dag. Dit worden Feyenoorders voor het leven.

Vaatwasser

Op feestjes is het de kunst op het juiste moment te vertrekken. Als je te lang blijft plakken heb je kans dat de gastvrouw en gastheer je aanwezigheid zat zijn en alvast beginnen met het inruimen van de vaatwasser. Een niet te missen teken dat ze eigenlijk naar bed willen. Ga je te vroeg weg, voordat het échte feest losbarst, dan heb je kans dat dit wel eens de laatste keer kan zijn dat ze je uitnodigen. Op party-poopers zit niemand te wachten.

Bij voetbaltrainers werkt het net zo, al zou ik het huidige seizoen van Feyenoord nou niet direct als een feestje willen omschrijven. Blijf je te lang zitten, zoals Arsène Wenger een jaar of honderd bij Arsenal deed, dan draait de positieve wind een keer om. Dan kun je nog zoveel prijzen gewonnen hebben, het krediet raakt een keer op. Stap je op na één succesvol seizoen dan ben je een geldwolf.

Op 14 mei 2017 waren het niet alleen de fans op de tribune die met tranen in hun ogen stonden. Kijk het interview met Gio maar eens na op YouTube en kleine kans dat je het zelf droog houdt. Hier stond geen trainer op het veld maar een supporter, een kind van de club. Het standbeeld was al bijna af.

Maar ik betrap me erop dat ik me nu begin te voelen als de gastheer die de vaatwasser in wil gaan ruimen. Het voetbal is niet om aan te zien, het wisselbeleid ronduit matig. En zelfs de meest optimistische Feyenoorder ziet een derde plaats als maximaal haalbaar (zelf moet ik dat nog maar eens zien).

Ik hoop voor ons, maar ook voor Gio, dat er in de winterstop een mooie club aan hem begint te trekken. Zijn oude club uit Glasgow, die ook niet al te florissant aan de competitie begonnen zijn, misschien. Want hoe matig we nu ook presteren, Gio verdient een uittocht via de voordeur. De vaatwasser moet nog maar heel even wachten.

VAR

In de hal van het oude Wembley stond het doel uit 1966. Via een knop kon je stemmen of de goal van Geoff Hurst wel of niet achter de doellijn was geweest. Alle buitenlandse toeristen stemden ‘nee’ en de Engelsen uiteraard ‘ja’, alsof de wereldtitel met terugwerkende kracht nog van ze afgepakt zou kunnen worden. De VAR was nog lichtjaren ver weg al heeft onderzoek van Sky Sports ‘bewezen’ dat het een terechte goal was. Maar ja, Sky is Engels hé.

Er is geen land ter wereld waar de pers een nationaal elftal zó op een voetstuk kan plaatsen om het even later weer zo hartstochtelijk neer te sabelen. Gisteren was het Engeland vs Colombia. Een wedstrijd waarbij je blij was dat er smartphones bestaan. Wat een beproeving was dit zeg, er leek geen einde aan te komen. 

Uiteraard was ik voor Engeland. Als zelfverklaard Anglofiel ben ik dol op het land en ik schat dat ik er zeker wel een keer of 60 geweest ben. De pubcultuur, de muziek, de subculturen die er ontstaan zijn (en daarmee ook hele kledingstijlen) en uiteraard het voetbal. Toen ik me voor voetbal ging interesseren was de enige Engelse wedstrijd die uitgezonden werd de FA Cupfinale. Dat grote stadion en het ‘abide with me’ dat massaal door alle toeschouwers gezongen werd. Naar dat voetballand moest ik heen.

In ongeveer alle sporten die ze verzonnen hebben zijn ze ingehaald door hun koloniën. Misschien was dat wel de reden dat in de hal van het oude Wembley er zo massaal op de ‘goal’ knop werd gedrukt. 1966 was de bevestiging dat Britannia de waves nog steeds beheersten.

Juist voor Engeland geldt dat de jacht mooier is dan de vangst want er is geen enkel land wat dramatischer kan verliezen dan die rare eilandbewoners. Wat dat aangaat was gisteravond een trendbreuk. Ze wonnen zowaar op penalties. En op het moment dat het marmer voor het beeld van Harry Kane al in bestelling staat zullen ze er wel uitvliegen tegen het matige Zweden.

Eind 2018 staat in de hal van het nieuwe Wembley een nagebouwde VAR-kamer met een wassen pop van Danny Makkelie. Met een knop kun je stemmen of de VAR het wel of niet bij het juiste einde had bij die goal van Sterling. Alle toeristen stemmen uiteraard nee. De Engelsen niet….

 

Avondvierdaagse

Voor me liep een man die een onnavolgbaar verhaal vertelde tegen zijn dochter over brandende kabouterhuisjes, en dat met iedere stap die ze richting de finish nam er meer water beschikbaar zou zijn voor het blussen ervan.

De finish van de derde etappe van de avondvierdaagse lag nog geen tweehonderd meter verder maar de tranen die het meisje huilde leken mij voldoende om een heel kabouterdorp te blussen.

Je ziet ze vaker, ouders die op luide toon ‘en plein public’ hun kind terecht wijzen of van opvoedkundige tips proberen te voorzien. Meestal schiet mijn irritatiemeter gelijk in het rood van zulke mensen. Maar dat kan ook aan mij liggen. Ik kwam gisteren niet verder dan ‘als je nou een beetje door eet van die appel dan kunnen we zo nog een ijsje halen’. Nee, verwacht van mijn hand geen boek vol pedagogische wijsheden.

Bastiaan en zijn maatje klommen op heuvels, rolden door vers gemaaid gras en hadden de neiging om iedere keer voor je voeten te gaan lopen als je nét een beetje door kon lopen. Vaders hadden hun kantoorkloffie ingeruild voor een korte broek en de moeders liepen zonder uitzondering in zomerjurkjes waarbij de conclusie getrokken kan worden dat horizontale streepjes nog steeds in zijn. Bij een van de moeders bungelde een rugzak met daarop een eenhoorn en de naam van haar dochter. Een vijf-letterige naam met vier klinkers waarvan ik met de beste wil van de wereld niet kon raden hoe dit uit te spreken viel.

Op het terrein van de finish viel Bastiaan zijn appel ‘per ongeluk’ op de grond. Ik wilde op luide toon een angstaanjagend verhaal gaan vertellen over brandende kabouterhuisjes maar ik hield me in.

Het ijsje na afloop smaakte erg lekker. En als je het hoorntje op zijn kop hield was het net een puntmuts.

Azteca

Het eerste WK dat ik bewust meemaakte was Mexico’86. Een toernooi waar Nederland, net zoals nu, schitterde door afwezigheid. Er deden vierentwintig landen mee waaronder Canada, Schotland en de Sovjet-Unie. Mede door het uiteen vallen van de USSR (en Joegoslavië) hebben we tegenwoordig ongeveer 300 extra landen die zich kunnen kwalificeren voor het WK. Allemaal landen die ons eigen Oranje een voet dwars kunnen zetten tijdens de kwalificatie.

Ik zou graag willen zeggen dat ik nog wat weet van de gespeelde wedstrijden maar dat zijn herinneringen die later ingekleurd zijn. De hand van God, Danish Dynamite en de uitstekende Belgen zijn daarna eindeloos herhaalt.

Wat ik dan nog wel weet? De geweldige Hummel-shirts van de Denen. Mijn Panini-album (dat ik nooit vol heb gekregen en die ik ergens tussen drie verhuizingen kwijt ben geraakt) en de bal waarmee gevoetbald werd.

De Azteca van Adidas was de mooiste bal ooit. Van mijn zakgeld kocht ik de synthetische versie van deze bal (de echt leren versie zou in no-time versleten zijn want we voetbalden vooral op straat) en die hebben we tijdens menig potje ‘tienen’ gebruikt. Tijdens de loeiharde voorzetten die we gaven sneuvelde nog weleens een bril of kwam de bal terecht op het dak van de Prins Maurits-school. De bal van dat dak afhalen was een uitdaging omdat de regenpijpen ingesmeerd waren met een goedje om regenpijpklimmers het zo lastig mogelijk te maken. Met besmeurde handen moest je vervolgens op doel staan omdat jij diegene was die over schoot.

De laatste omwentelingen van de bal staan me nog wel helder voor ogen. Er was een kant van ons speelterrein waar de ongeschreven wet heerste dat je daar niet naar toe moest schieten. De prikkelbosjes waren funest voor je kleding maar ook voor ballen. Na een mislukte voorzet stuiterde de bal over het hek van de school heen, precies voor de voeten van een passerende buurtgenoot.

Niet gezegend met een goede traptechniek punterde hij de bal zo in de richting van de ‘verboden bosjes’. Er was in Berkel geen hand van God om de bal van richting te veranderen. De rest van de zomer van ’86 hebben we vooral gehonkbald.

Finale Rotterdam schrijft

Dat was erg leuk, de uitreiking van de prijzen van de Rotterdam Schrijft wedstrijd. Ik had het verhaal bloempot (in ietwat aangepaste versie) ingestuurd en zat bij de veertig finalisten. Ik had er al rekening mee gehouden dat ik niet zou winnen, en dat gebeurde ook niet. Het verhaal over Gerrit is een feelgood-verhaaltje maar geen literair wonder (dat ben ik zelf ook niet).

Enfin, aan het einde van de avond kreeg je het boek mee waarin alle veertig verhalen gepubliceerd zijn. En dat was al een prijs op zich.

Algoritme

Iedere ochtend herinnert Facebook me eraan wat ik de afgelopen jaren op diezelfde dag heb gedaan. Behalve wat foto’s van mijn opgroeiende zoon (de tijd vliegt echt) hebben de eerste maanden van het jaar een nogal repeterend karakter.

Ik zie foto’s van gifbekers, bedroefde smileys en af en toe een klaagzang over wéér een verloren seizoen. Facebook ligt onder vuur. Gebruikers voelen zich bedot door Mark Zuckerberg en co. Door middel van algoritmes bepaalden zij wat wij als gebruikers te zien kregen. De term nepnieuws was nooit ver weg in de media.

Als Zuckerberg zijn thermometer in Rotterdam en de Rotterdammers zou steken dan zouden zijn algoritmes bij het voorjaar van 2017 denken dat er nepnieuws gepropageerd wordt. Jarenlange negativiteit heeft ineens plaatsgemaakt voor teksten vol hoop en hunkering.

In april 2017 telde ik de dagen, en vooral de wedstrijden, af. Nu, een jaar later, schuif ik plichtmatig de DVD van het vorige seizoen af en toe in de dvd-speler. De beelden van het kampioenschap als medicijn om de kater van dit seizoen tegen te gaan.

Natuurlijk, Feyenoord kan de beker nog winnen. En dat is in Nederland gewoon een hoofdprijs, ondanks wat iedereen ook zegt. Maar de realiteit is dat we er dit seizoen met zijn allen veel meer van hadden verwacht. Hopelijk herinnert Facebook me er in april 2019 aan dat we de beker gewonnen hebben.

Zo niet dan mag Zuckerberg van mij best sponsor worden van onze mooie club. Hij hoeft dat blauwe logo met die F maar een klein beetje aan te passen in rood en wit.