Vaatwasser

Op feestjes is het de kunst op het juiste moment te vertrekken. Als je te lang blijft plakken heb je kans dat de gastvrouw en gastheer je aanwezigheid zat zijn en alvast beginnen met het inruimen van de vaatwasser. Een niet te missen teken dat ze eigenlijk naar bed willen. Ga je te vroeg weg, voordat het échte feest losbarst, dan heb je kans dat dit wel eens de laatste keer kan zijn dat ze je uitnodigen. Op party-poopers zit niemand te wachten.

Bij voetbaltrainers werkt het net zo, al zou ik het huidige seizoen van Feyenoord nou niet direct als een feestje willen omschrijven. Blijf je te lang zitten, zoals Arsène Wenger een jaar of honderd bij Arsenal deed, dan draait de positieve wind een keer om. Dan kun je nog zoveel prijzen gewonnen hebben, het krediet raakt een keer op. Stap je op na één succesvol seizoen dan ben je een geldwolf.

Op 14 mei 2017 waren het niet alleen de fans op de tribune die met tranen in hun ogen stonden. Kijk het interview met Gio maar eens na op YouTube en kleine kans dat je het zelf droog houdt. Hier stond geen trainer op het veld maar een supporter, een kind van de club. Het standbeeld was al bijna af.

Maar ik betrap me erop dat ik me nu begin te voelen als de gastheer die de vaatwasser in wil gaan ruimen. Het voetbal is niet om aan te zien, het wisselbeleid ronduit matig. En zelfs de meest optimistische Feyenoorder ziet een derde plaats als maximaal haalbaar (zelf moet ik dat nog maar eens zien).

Ik hoop voor ons, maar ook voor Gio, dat er in de winterstop een mooie club aan hem begint te trekken. Zijn oude club uit Glasgow, die ook niet al te florissant aan de competitie begonnen zijn, misschien. Want hoe matig we nu ook presteren, Gio verdient een uittocht via de voordeur. De vaatwasser moet nog maar heel even wachten.

VAR

In de hal van het oude Wembley stond het doel uit 1966. Via een knop kon je stemmen of de goal van Geoff Hurst wel of niet achter de doellijn was geweest. Alle buitenlandse toeristen stemden ‘nee’ en de Engelsen uiteraard ‘ja’, alsof de wereldtitel met terugwerkende kracht nog van ze afgepakt zou kunnen worden. De VAR was nog lichtjaren ver weg al heeft onderzoek van Sky Sports ‘bewezen’ dat het een terechte goal was. Maar ja, Sky is Engels hé.

Er is geen land ter wereld waar de pers een nationaal elftal zó op een voetstuk kan plaatsen om het even later weer zo hartstochtelijk neer te sabelen. Gisteren was het Engeland vs Colombia. Een wedstrijd waarbij je blij was dat er smartphones bestaan. Wat een beproeving was dit zeg, er leek geen einde aan te komen. 

Uiteraard was ik voor Engeland. Als zelfverklaard Anglofiel ben ik dol op het land en ik schat dat ik er zeker wel een keer of 60 geweest ben. De pubcultuur, de muziek, de subculturen die er ontstaan zijn (en daarmee ook hele kledingstijlen) en uiteraard het voetbal. Toen ik me voor voetbal ging interesseren was de enige Engelse wedstrijd die uitgezonden werd de FA Cupfinale. Dat grote stadion en het ‘abide with me’ dat massaal door alle toeschouwers gezongen werd. Naar dat voetballand moest ik heen.

In ongeveer alle sporten die ze verzonnen hebben zijn ze ingehaald door hun koloniën. Misschien was dat wel de reden dat in de hal van het oude Wembley er zo massaal op de ‘goal’ knop werd gedrukt. 1966 was de bevestiging dat Britannia de waves nog steeds beheersten.

Juist voor Engeland geldt dat de jacht mooier is dan de vangst want er is geen enkel land wat dramatischer kan verliezen dan die rare eilandbewoners. Wat dat aangaat was gisteravond een trendbreuk. Ze wonnen zowaar op penalties. En op het moment dat het marmer voor het beeld van Harry Kane al in bestelling staat zullen ze er wel uitvliegen tegen het matige Zweden.

Eind 2018 staat in de hal van het nieuwe Wembley een nagebouwde VAR-kamer met een wassen pop van Danny Makkelie. Met een knop kun je stemmen of de VAR het wel of niet bij het juiste einde had bij die goal van Sterling. Alle toeristen stemmen uiteraard nee. De Engelsen niet….

 

Avondvierdaagse

Voor me liep een man die een onnavolgbaar verhaal vertelde tegen zijn dochter over brandende kabouterhuisjes, en dat met iedere stap die ze richting de finish nam er meer water beschikbaar zou zijn voor het blussen ervan.

De finish van de derde etappe van de avondvierdaagse lag nog geen tweehonderd meter verder maar de tranen die het meisje huilde leken mij voldoende om een heel kabouterdorp te blussen.

Je ziet ze vaker, ouders die op luide toon ‘en plein public’ hun kind terecht wijzen of van opvoedkundige tips proberen te voorzien. Meestal schiet mijn irritatiemeter gelijk in het rood van zulke mensen. Maar dat kan ook aan mij liggen. Ik kwam gisteren niet verder dan ‘als je nou een beetje door eet van die appel dan kunnen we zo nog een ijsje halen’. Nee, verwacht van mijn hand geen boek vol pedagogische wijsheden.

Bastiaan en zijn maatje klommen op heuvels, rolden door vers gemaaid gras en hadden de neiging om iedere keer voor je voeten te gaan lopen als je nét een beetje door kon lopen. Vaders hadden hun kantoorkloffie ingeruild voor een korte broek en de moeders liepen zonder uitzondering in zomerjurkjes waarbij de conclusie getrokken kan worden dat horizontale streepjes nog steeds in zijn. Bij een van de moeders bungelde een rugzak met daarop een eenhoorn en de naam van haar dochter. Een vijf-letterige naam met vier klinkers waarvan ik met de beste wil van de wereld niet kon raden hoe dit uit te spreken viel.

Op het terrein van de finish viel Bastiaan zijn appel ‘per ongeluk’ op de grond. Ik wilde op luide toon een angstaanjagend verhaal gaan vertellen over brandende kabouterhuisjes maar ik hield me in.

Het ijsje na afloop smaakte erg lekker. En als je het hoorntje op zijn kop hield was het net een puntmuts.

Azteca

Het eerste WK dat ik bewust meemaakte was Mexico’86. Een toernooi waar Nederland, net zoals nu, schitterde door afwezigheid. Er deden vierentwintig landen mee waaronder Canada, Schotland en de Sovjet-Unie. Mede door het uiteen vallen van de USSR (en Joegoslavië) hebben we tegenwoordig ongeveer 300 extra landen die zich kunnen kwalificeren voor het WK. Allemaal landen die ons eigen Oranje een voet dwars kunnen zetten tijdens de kwalificatie.

Ik zou graag willen zeggen dat ik nog wat weet van de gespeelde wedstrijden maar dat zijn herinneringen die later ingekleurd zijn. De hand van God, Danish Dynamite en de uitstekende Belgen zijn daarna eindeloos herhaalt.

Wat ik dan nog wel weet? De geweldige Hummel-shirts van de Denen. Mijn Panini-album (dat ik nooit vol heb gekregen en die ik ergens tussen drie verhuizingen kwijt ben geraakt) en de bal waarmee gevoetbald werd.

De Azteca van Adidas was de mooiste bal ooit. Van mijn zakgeld kocht ik de synthetische versie van deze bal (de echt leren versie zou in no-time versleten zijn want we voetbalden vooral op straat) en die hebben we tijdens menig potje ‘tienen’ gebruikt. Tijdens de loeiharde voorzetten die we gaven sneuvelde nog weleens een bril of kwam de bal terecht op het dak van de Prins Maurits-school. De bal van dat dak afhalen was een uitdaging omdat de regenpijpen ingesmeerd waren met een goedje om regenpijpklimmers het zo lastig mogelijk te maken. Met besmeurde handen moest je vervolgens op doel staan omdat jij diegene was die over schoot.

De laatste omwentelingen van de bal staan me nog wel helder voor ogen. Er was een kant van ons speelterrein waar de ongeschreven wet heerste dat je daar niet naar toe moest schieten. De prikkelbosjes waren funest voor je kleding maar ook voor ballen. Na een mislukte voorzet stuiterde de bal over het hek van de school heen, precies voor de voeten van een passerende buurtgenoot.

Niet gezegend met een goede traptechniek punterde hij de bal zo in de richting van de ‘verboden bosjes’. Er was in Berkel geen hand van God om de bal van richting te veranderen. De rest van de zomer van ’86 hebben we vooral gehonkbald.

Finale Rotterdam schrijft

Dat was erg leuk, de uitreiking van de prijzen van de Rotterdam Schrijft wedstrijd. Ik had het verhaal bloempot (in ietwat aangepaste versie) ingestuurd en zat bij de veertig finalisten. Ik had er al rekening mee gehouden dat ik niet zou winnen, en dat gebeurde ook niet. Het verhaal over Gerrit is een feelgood-verhaaltje maar geen literair wonder (dat ben ik zelf ook niet).

Enfin, aan het einde van de avond kreeg je het boek mee waarin alle veertig verhalen gepubliceerd zijn. En dat was al een prijs op zich.

Algoritme

Iedere ochtend herinnert Facebook me eraan wat ik de afgelopen jaren op diezelfde dag heb gedaan. Behalve wat foto’s van mijn opgroeiende zoon (de tijd vliegt echt) hebben de eerste maanden van het jaar een nogal repeterend karakter.

Ik zie foto’s van gifbekers, bedroefde smileys en af en toe een klaagzang over wéér een verloren seizoen. Facebook ligt onder vuur. Gebruikers voelen zich bedot door Mark Zuckerberg en co. Door middel van algoritmes bepaalden zij wat wij als gebruikers te zien kregen. De term nepnieuws was nooit ver weg in de media.

Als Zuckerberg zijn thermometer in Rotterdam en de Rotterdammers zou steken dan zouden zijn algoritmes bij het voorjaar van 2017 denken dat er nepnieuws gepropageerd wordt. Jarenlange negativiteit heeft ineens plaatsgemaakt voor teksten vol hoop en hunkering.

In april 2017 telde ik de dagen, en vooral de wedstrijden, af. Nu, een jaar later, schuif ik plichtmatig de DVD van het vorige seizoen af en toe in de dvd-speler. De beelden van het kampioenschap als medicijn om de kater van dit seizoen tegen te gaan.

Natuurlijk, Feyenoord kan de beker nog winnen. En dat is in Nederland gewoon een hoofdprijs, ondanks wat iedereen ook zegt. Maar de realiteit is dat we er dit seizoen met zijn allen veel meer van hadden verwacht. Hopelijk herinnert Facebook me er in april 2019 aan dat we de beker gewonnen hebben.

Zo niet dan mag Zuckerberg van mij best sponsor worden van onze mooie club. Hij hoeft dat blauwe logo met die F maar een klein beetje aan te passen in rood en wit.

Verkiezingen

Precies een jaar geleden hing er hoop in de lucht in Rotterdam. Gerenommeerde internationale kranten staken de loftrompet over de Maasstad. Huizenprijzen stegen sneller dan de koers van Bitcoins en als je écht wilde uitgaan dan moest je in Rotterdam zijn. Er broeide iets, sluimerend als een veenbrand onder de oppervlakte.

Een veenbrand die op zondag 14 mei veranderde in een vreugdevuur. Op die middag kwam alles bij elkaar: van wildvreemde mensen die samen dansten in de Hofplein vijver tot uitpuilende kroegen. Van blank tot zwart en van Hillegersberg tot de Tarwewijk. Iedereen vierde feest en voor veel mensen voelde het aan als bevrijdingsdag. Rotterdam was die dag een.

Vandaag zijn de gemeenteraadsverkiezingen en de verbondenheid van 14 mei 2017 lijkt in Rotterdam verder weg dan ooit. Politieke partijen spelen slinks de verschillen tussen mensen uit langs de rand van inkomen en afkomst. Verschillen die er op die mooie zondag in mei er niet toe deden. Analoog aan politieke partijen is Sparta de partij die vecht voor haar laatste kans. Een laatste kans om niet weer weg te glijden in de peilingen. Excelsior gedraagt zich met het elan van een politieke nieuwkomer. Presteren naar de bescheiden middelen en met sympathie van het volk.

En Feyenoord dan? Feyenoord is de mastodont die maar niet lijkt te willen veranderen. Een incidenteel succes zorgde niet voor de gewenste koerswijziging, topsportklimaat zoals u wilt. Aan de stadionweg rommelt het weer eens ouderwets. We zijn nu bijna aan het einde van het seizoen. Een seizoen waarvan ik, en velen met mij, veel meer van had verwacht. Natuurlijk, Feyenoord kan de beker nog winnen en dat is gewoon een hoofdprijs. Maar chagrijn heerst weer rondom de club. Feyenoord-city verdeelt Het Legioen en het spel van de stadionclub is grote delen van de competitie niet om aan te zien geweest. Toevalsvoetbal, wachtend op een bevlieging van Berghuis en sinds kort Van Persie. Een deel van Het Legioen is ook klaar met Giovanni, iets wat je een jaar geleden niet had durven bedenken.

Als vanavond de stemmen zijn geteld en de gevreesde tweedeling een feit is rest de Rotterdamse politiek maar een ding: Maak Giovanni burgemeester van onze prachtige stad. Hij is immers de laatste man die een collectieve glimlach op het gelaat van alle Rotterdammers wist te krijgen. En misschien is die leider van die kleine politieke partij uit Kralingen wel een optie om de mastodont weer de juiste koers te geven. Een dubbelslag.

Haai

Zo snel als pijlstaartroggen vliegen de kinderen uit groep 5b richting de ruimte waar een echte haaienexpert zijn verhaal gaat doen in Sealife.

Of het klopt dat een haai een keer een cruiseschip heeft opgegeten wil een jongen uit Bastiaan zijn klas weten.

Blijkbaar is dit een urban legend onder achtjarigen want de haaienman reageert enigszins geprikkeld, dit is zo te zien niet de eerste keer dat hem die vraag gesteld wordt.

Met een tekening maakt hij duidelijk dat het fysiek onmogelijk is. De volgende vraag gaat over haaientanden en dan is het de beurt aan een meisje.

‘Ik heb gehoord dat een haai een cruiseschip….’

De haaienman kapt de vraag af en gaat verder naar de volgende vraagsteller.

‘Een megalodon. Zou die een cruise….’

Sneller dan dat Jaws zijn tegenstander verorbert was de sessie klaar.

Strepsil

Bastiaan: “Hoe laat is het?”

Ik: “Iets voor half negen. Hoezo?”

Bastiaan: “Nou, ik heb nog steeds pijn in mijn keel en hierop staat dat je ze na 20:20 niet meer in mag nemen.”