Vissen

“Van der Gijp, daar komt je kans, laat de keeper nou eens vissen”

Toen Jaap Valkhoff begin jaren ‘60 de tekst neerpende, voor wat het beroemdste voetballied van Nederland zou worden, kon hij in de tekst niet om Feyenoords naoorlogse topscorer aller tijden heen. Met 177 goals in 233 competitiewedstrijden zou Cor van der Gijp tegenwoordig voor een astronomisch bedrag naar een buitenlandse topclub vertrekken. In plaats daarvan ging hij na zijn lange carrière in Rotterdam naar Blauw-Wit in Amsterdam.

In de versies die later opgenomen werden voelde het veranderen van juist dit ene zinnetje als heiligschennis. In 1992 klonk het nog: 

“Hé Gaston, daar komt je kans, laat de keeper nou eens vissen”.

Natuurlijk is Gaston Taument een held, de belichaming van de wederopstanding begin jaren ’90. Zijn rush en goal in De Klassieker staat iedereen nog bij. Dat Gaston, 45 goals in 204 wedstrijden, destijds in een wat opgepimpte versie van het clublied genoemd wordt daar kon ik wel mee leven.
Maar in een nog latere versie maken de tekstschrijvers het wel erg bont. Gaston Taument is aan de kant gezet ten faveure van Thomas Buffel. Prima speler hoor, ik vond het oprecht jammer dat hij bij Feyenoord vertrok. De tekst, die overigens nog steeds op een officiële website van Feyenoord te vinden is, is als volgt:

“Buffel kijk! Daar komt je kans, laat de keeper nou eens vissen”

Buffeltje liet keepers regelmatig vissen. Maar liefst 34 keer in 80 wedstrijden. Maar dat komt absoluut niet in de buurt van Cor van der Gijp zijn indrukwekkende aantal. Al moet gezegd worden dat Buffel een aanvallende middenvelder was en geen spits.

Nee, als het clublied dan zo nodig in een nieuw jasje gestoken moet worden dan zou ik voorstellen om er “Dirk Kuijt, daar komt je kans, laat de keeper nou eens vissen” van te maken. Dat bekt ook wel lekker. Met de nadruk op Dirrek.

Maar als dat niet gebeurt dan moeten ze in de lengte van de dagen de originele versie, het liefst met een kraakje in de single, voor aanvang van de wedstrijd draaien. Alleen al als eerbetoon aan spelers als Coen Moulijn en Beertje Kreijermaat. En aan Cor van der Gijp, die de vaderlandse keepers maar liefst 177 keer liet vissen. Een levende legende.

 

Gazza

Met eigen ogen heb ik hem nooit zien voetballen. Toen hij met Tottenham op bezoek was in De Kuip had Gazza een blessure en stond hij wel op het veld als een soort mascotte. Helpen deed het niet want de Spurs, met onder andere Gary Lineker en Gary Mabbutt, verloor van Feyenoord door een doelpunt van cultheld Kiprich.

Jaren later zag ik hem in Newcastle op het veld staan. Als ex-speler van Newcastle United en Rangers werd hij geëerd tijdens een toernooi waar beide clubs elkaar troffen. Op dat moment had Cascoigne al een leven vol drank, vechtpartijen en schandalen achter de rug. Heel Engeland huilde met Gazza mee na zijn gele kaart tijdens het duel met West-Duitsland tijdens het WK van Italië. Het lievelingetje van het Engelse publiek zou geschorst zijn bij een eventuele finale.

In de documentaire die over hem verscheen bleek Gazza erg verslavingsgevoelig te zijn. Of het nu ging om junkfood, gokken of cocaïne bij alles lag overmatig gebruik op de loer. Waar hij eerst de backpages van de tabloids vulde met zijn voetbalkwaliteiten stond hij steeds vaker op de frontpage. Met dit gedrag was het wachten op het onvermijdelijke bericht van zijn overlijden. Iemand die zo zelfdestructief is valt nauwelijks te stoppen.

In 2018 was ik hem eigenlijk een beetje uit het oog verloren. Totdat ik recent een retweet van zijn officiële twitteraccount @Paul_Gascoigne8 tegenkwam. Hij ziet er goed uit die Gazza, zijn gezicht is wat scherp en hard zoals je wel vaker bij ex-junkies ziet maar zijn humor is hij niet verloren. Hij gedraagt zich als die ene oude oom op verjaardagsfeestjes waarbij je met plaatsvervangende schaamte luistert naar zijn zoveelste dubbelzinnige mop. Maar stiekem moet je er wel om lachen. Precies zoals hij zich af en toe gedroeg op het veld.

In een tijdperk vol ideale schoonzonen op het veld en primadonna’s met tatoeages tot aan hun kruin is het mooi om te zien dat een ongeleid projectiel als Cascoigne weer terug is. Na zijn onnavolgbare acties op en buiten het veld doet hij nu hetzelfde op social media waarin hij zijn ex-teamgenoten met humor de maat neemt. De tranen van nu zijn van het lachen.

Wachten op de renaissance

De Romeinse historicus Tacitus schijnt over Holland het volgende gezegd te hebben: “Het terrein is woest, het klimaat ruw. Het leven en landschap somber. Hier kom je alleen als het je vaderland is.”

Als je veel van de zogenaamde kenners mag geloven, geldt dit ook voor onze eredivisie. Oranje heeft zich niet geplaatst voor het komende WK en de Nederlandse clubs spelen geen rol van betekenis in Europa. De laatste Nederlandse trainer in de Premier League vloog eergisteren de laan uit en bij de buitenlandse subtoppers houden onze internationals voornamelijk de bank warm. Nu de dagen korter worden en de blaadjes beginnen te vallen, is er alle reden om te somberen.

Of toch niet? Moeten we onze eredivisie met al haar fouten en onvoorspelbare uitslagen niet juist koesteren? In welke competitie ter wereld valt er pas na acht speelronden de eerste 0-0 te noteren? In welk land wordt de bekerhouder al in de eerste ronde door een amateurclub uitgeschakeld? Ja, De Klassieker was niet meer dan Wycombe tegen Barnet. Alleen zaten er 47.500 mensen op de tribune in plaats van een paar duizend. Overal waar je kijkt, trekken teams vol ten aanval, of dat nou verstandig is of niet. En als er al eens een bus geparkeerd wordt voor de goal is het steevast een ouwe DAF, nooit die Engelse dubbeldekker waar een toptrainer als Mourinho patent op heeft.

Een andere Romein zei: “Geef het volk brood en spelen” en dat is precies waar het om draait bij voetbal. We willen vermaakt worden, de duizenden fans die iedere week weer naar de stadions gaan. Qua voetbalniveau bevinden we ons nu in de Middeleeuwen, een periode die in het Engels veel beter de lading dekt: The dark ages.

Het Nederlandse voetballandschap mag dan qua successen en niveau somber zijn gekleurd – want het niveau is woest en de balbeheersing ruw – maar ik kom ik er graag, omdat het mijn vaderland is. Lang leve de eredivisie, op de tribunes wachten we geduldig op de Renaissance.

Hoofball

“I really loved total Football. Nieskens, Kroeiff and Vén Ennegem, can you tell our listeners what went wrong with Orenjé?”

De verslaggever van de lokale radio in North Ferriby kijkt me hoopvol aan. Even overweeg ik om een Beenhakkeriaanse zucht te laten vallen en te vragen of hij een ‘an hour to kill’ heeft. In plaats daarvan vertel ik een paar minuten tijd wat er mijns inziens allemaal mis is met het Nederlandse voetbal: kunstgras, talenten die te vroeg vertrekken naar het buitenland en de 67e aanstelling van Dick Advocaat als bondscoach. Ook het Zeister selectiebeleid, iets waar wij in Rotterdam vaak hoofdschuddend naar kijken (remember John Veltman?), geef ik een veeg uit de pan. Na nog wat vragen over ons bezoek aan juist deze club haast ik me naar de social bar, er stond nog een pint op me te wachten.

Van de wedstrijd op het zesde niveau van de Engelse voetbalpiramide verwacht ik niet al te veel. Meestal zijn dit soort potten keihard en wordt vooral de lange bal gehanteerd, de zogenaamde ‘hoofball’. Maar na de eerste minuten aftasten en een paar ‘hoofs’ ontspint zich een wedstrijd waarin de buitenspelers de achterlijn op zoeken en de middenvelders doorschuiven. Twee klassieke 4-3-3 formaties die, vergeef me de dooddoener, de Hollandse school hanteren. Na 80 minuten staat de thuisclub, die stijf onderaan staat, onterecht met 2-3 achter. In plaats van de ‘hoofball’ te hanteren blijven ze over de flanken aanvallen met als resultaat een fraaie gelijkmaker.

Eenmaal terug op de boot staat op de televisie Wit Rusland tegen Nederland aan. Er staan elf spelers in het Oranje op het veld waarvan ik de meeste niet zou herkennen als ze voor mijn neus zouden staan. De ploeterende tegenstander is gehuld in een soort van kersttrui en het stadion is verre van vol. De eerste bal die ik van achteruit gegeven zie worden is een lange trap naar voren.

Dát had ik moeten vertellen wat er mis is met het Nederlandse voetbal. We hebben die verdomde ‘hoofball’ van die Engelsen overgenomen. Total football leek halverwege op de Noordzee verder weg dan ooit.

Flitsen

De meeste activiteiten waar ouders bij betrokken worden op school vinden zelden op mijn vrije maandag plaats. Vandaar dat ik blij was dat ik bij de kleuters een aantal keren voor gympapa heb kunnen spelen (verhaal hier).

Vanaf groep drie wordt er op dinsdag en donderdag gegymd. Rond hun zesde jaar worden die gasten ook wel geacht zichzelf fatsoenlijk aan te kunnen kleden. Iets wat de eerste maanden niet altijd gebeurde. Niet zelden kwam Bastiaan met ‘binnenstebuiten’-sokken of een ‘binnenstebuiten’-onderbroek thuis. Een keer had hij zelfs zijn t-shirt verkeerd om aan. Toen ik vroeg of hij dacht dat het plaatje op zijn rug hoorde te zitten keek hij me schaapachtig aan en ging hij weer verder met buitenspelen.

Sinds groep 4 is mijn hulp wel weer nodig. Op de maandagochtenden, vlak na de tweede bel, help ik mee met flitsen. Dat heeft niets te maken met het bekeuren van ouders die te hard wegrijden van de parkeerplaats bij school (iets wat ook wel eens gebeurt), maar met het uitbreiden (en correct uitspreken) van hun woordenschat.

Een woord verschijnt een korte periode in beeld en dan moet het kind in kwestie het woord herhalen. In het begin zijn het woorden van één lettergreep en het wordt hoe langer hoe moeilijker. Als je het snel doet dan zie je in die minuut dezelfde rijtjes woorden voorbijkomen wat de snelheid en het zelfvertrouwen van de kinderen dan weer ten goede komt. Bastiaan hoeft eigenlijk niet geflitst te worden maar ik gebruik hem altijd als proefkonijn (en stiekem om te kijken hoe hij ervoor staat. Iedere ouder is hetzelfde, geloof me).

Bij een klein aantal andere kinderen is het wel nodig en ik doe het graag. Vaak hakkelen ze bij woorden met klemtonen (klém-tónen) of woorden die zó oud zijn dat zelfs ik ze de laatste twintig jaar niet in het openbaar uit heb horen spreken. Van de week keek een kereltje met een vraagteken boven zijn hoofd naar me toen het woord gulden voorbij kwam.  “Laat maar”, zei ik en we flitsten weer vrolijk verder. Bij het woord naakt moeten ze allemaal giechelen.

Een van de volgende woorden die voorbij kwam was ‘Hazen’ en dat werd door het mannetje consequent opgelezen als ‘Hazes’. Ik wist gelijk waar de muzikale voorkeur van zijn ouders lag.

Als we bij drie en vier lettergrepen komen verwacht ik nu eigenlijk in navolging van Hazes wel ‘rijm-woor-den-boek’ en ‘si-ga-ret-ten’. Bij het naar buiten lopen van de school had ik gelijk trek in ‘Hei-ne-ken’ want ‘bier’ is maar 1 lettergreep en dat is natuurlijk veel te makkelijk.

Kramerinho!

Er zijn een aantal spelers in de Eredivisie waarvan ik vermoed dat kritiek ze koud laat. Culthelden die hun eigen beperkingen kennen en dankbaar zijn dat ze op het veld staan in plaats van als supporter op de tribune. Voetballers als Nathan Rutjes en Tommy Beugelsdijk. En Michiel Kramer ook.

Veel Feyenoorders, waaronder ikzelf, zien hem (nu) niet zitten maar zijn rol in het kampioenschap van Feyenoord valt niet te onderschatten. Door twee treffers in extremis in zowel Nijmegen als in Utrecht bleef Feyenoord koploper, een positie die ze het hele vorige seizoen niet afgestaan hebben.

Op Instagram volg ik Kramer al een tijdje en vaak post hij grappige foto’s van zijn kinderen en zijn vrouw. Of een foto na de wedstrijden waar hij in actie kwam. Vooral de kleine video’s die bovenin verschijnen op Instagram gaven een inkijkje in zijn interesses. Met één hand aan het stuur filmen hoe hard hij rijdt door de omgeving van Rotterdam. En altijd even de camera richten op zijn radio. Op het display verschijnen dan artiesten waar ik nog nooit van gehoord heb al zegt dat niet al teveel. Af en toe zit Renato Tapia naast hem ritmisch met zijn hoofd te knikken met dezelfde slaperige blik waarmee hij op het veld staat.

Het viel me na de wedstrijd tegen PSV op dat hij al een paar dagen niets gepost had. En toen ik hem opzocht waren alle foto’s verdwenen. ‘Nog geen berichten’ staat er bij zijn account. Zou zelfs de stoicijnse Kramer gevoelig zijn voor de druk van buitenaf? Hij laat zich toch zeker niet opfokken door wat meningen op televisie, de krant of social media?

Kramer scoorde tot nu toe 18 doelpunten in 50 competitiewedstrijden voor Feyenoord. Dat zijn er twee keer zoveel als Mike Obiku, een man die vooral door 1 doelpunt wereldfaam in Rotterdam en omstreken verwierf. Vanaf deze plek roep ik Kramer op zijn instagram-account weer te activeren en op te leuken met een foto van een doelpunt. Te beginnen vanavond tegen zijn oude club.

Nummer 14 op Hill 16

Op het moment dat Berghuis een paar honderd kilometer verderop de 2-1 scoorde liep ik achter Hill16. De spirituele plaats van Croke Park, dat immense stadion in het noorden van Dublin. Door de mensenmassa rondom het stadion werkte whatsapp niet en de goal kreeg ik via een ouderwets sms’je binnen. De straten en pubs op weg naar Croke Park stroomden vol met fans van beide teams, die zij aan zij stonden te drinken op straat. De ‘garda’ hield een oogje in het zeil maar hoefde niet in actie te komen.

Waar je normaliter bij grote wedstrijden de spanning voelt als er twee grote supportersgroepen tegelijkertijd op straat zijn, voelde ik nu alleen de spanning van het bezoeken van dit legendarische stadion. En het bezoek aan mijn allereerste hurlingwedstrijd. Dat viel nog niet mee voor een voetbalsupporter als ondergetekende. Het spel ging razendsnel en nog voordat ik mijn ogen kon laten wennen aan de kleine bal, en de passes hoog door de lucht over meer dan 100 meter, stond het al 1-1.

Heel even moest ik aan zwerkbal denken, maar de fictieve sport uit Harry Potter vergelijken met hurling zou blasfemie zijn. Zelfs het maniakale kick and rush in de lagere Engelse divisies was hiermee vergeleken een sport voor slakken.

Het rood en wit van Cork was de bovenliggende partij op de tribunes. Het blauw en wit van Waterford was dat op het veld. Ik zag tackles, charges en beuken zonder dat er geklaagd werd bij de scheidsrechter. Het is de laatste tijd modieus om te zeggen dat er bij vrouwenvoetbal niet gezeurd wordt. Bij deze 30 amateurs op het heilige gras van Croke was dat nog veel minder. Bomen van kerels maakten hier de dienst uit en klopten het gras van hun schouders af na weer een aanslag op hun lichaam.

Toen de dreigende nederlaag bijna een feit was dropen de rood-witten van Cork, nauwelijks teleurgesteld, het vak af. Vlak voor me liep een jongen in een door mij verfoeid shirt met op zijn rug nummer 14.

Voor een moment wilde ik heel kinderachtig aan hem vragen of hij wist wat zijn club de avond ervoor had gedaan? En of hij wist dat Feyenoord degelijk was gestart én drie punten los stond? Maar zulk gedrag zou in deze setting, waar families en hele hordes tienermeisjes op de tribune zaten, aanvoelen als heiligschennis. Het was zo gemoedelijk en feestelijk rondom Croke Park en dat moest ik maar zo laten. Al had deze Ier waarschijnlijk geen idee waar ik het over zou hebben. Het kopen van zo’n shirt getuigd niet van echt veel kennis van wat cult is in voetbal. Dan had ie net zo goed een Barcelona of PSG shirt aan kunnen doen. Of Bayern.

Bij het teruglopen naar het hotel dacht ik aan alle grote en kleine rivaliteit in onze eigen eredivisie. Steden of provincies tegen elkaar. Derbies van het noorden of Kralingen tegen Spangen, en uiteraard De Klassieker. Soms heel lelijk maar ook net zo vaak heel mooi. Het gejen bij de koffieautomaat en de eeuwige discussies in de kroeg. Hele families die verdeeld zijn door clubvoorkeur.

Nummer 14 zag ik iets verderop de kroeg induiken tussen feestende fans van de tegenpartij in. Breed lachend bestelde hij een pint Guinness. De Eredivisie leek weer even verder weg dan ooit.

Bangkok Blues

“Hello sir, where a you from?” De taxichauffeur kijkt me glimlachend aan. Een groot contrast met de foto op zijn vergunning die op zijn dashboard prijkt. Daar staat de man, jaren jonger, een stuk serieuzer op de foto. Niet zelden heb ik het idee in Azië dat er gewoon op iemand anders zijn licentie gereden wordt. Only in Asia.

“Holland”, antwoord ik naar eer en geweten, mijn wieg stond immers onder de rook van Rotterdam en The Netherlands gebruikt geen weldenkend mens. “Ah Hol-land. Van Nistelrooy. Manchester United! Bergkamp. Arsenal. Very Good!” De bekende Thaise glimlach verschijnt op zijn gezicht. Het heeft geen nut om hem te vertellen dat beide spelers allang gestopt zijn, want de Thai zijn voetbalgek. Niet voor niets liep Everton jarenlang met Chang op de borst, een van de bekendste biermerken hier. En wat te denken van Leicester City? Hun voornaamste geldschieter is King Power, de uitbater van de grootste vliegvelden in dit Aziatische land.

Op de trainingspakken van Chelsea is de bekende stierenkop van Caraboa te bewonderen: een mierzoet energiedrankje waarvan Red Bull het recept heeft gestolen. “Ajaan Robbins! Robbins!” Heel even moet ik nadenken wat hij nou zegt. De airco in zijn taxi verlamde mijn hersenen. “Ajaan Robbins! Beijen munsjen!” Robben, onze laatste internationale ster. De enige speler die de eveneens in het oranje geklede – en overal zichtbare – monniken nog het bloed onder nagels zou kunnen doen krijgen met zijn spel.

Op het moment dat de chauffeur zijn taxi met ware doodsverachting het knettergekke verkeer van Bangkok instuurt, vraag ik me af over welke Nederlandse spelers hij over pakweg vijf jaar zou beginnen. Depay..? Die heeft zijn kans gehad in de Premier League. Karsdorp, Klaassen of Kongolo, de tot nu toe de grootste transfers deze zomer? Waarschijnlijk niet. Aanvallers beklijven meer in het internationale voetbal. Met één hand bezig op zijn telefoon en de andere aan het stuur, ontwijkt hij tuktuks en tientallen brommers. “Holland, Van Persie! Manchester! Arsenal. Good striker!”

“No, Van Persie Feyenoord!” is mijn antwoord. Er valt een stilte waarin blijkt dat de laatste transfergeruchten Bangkok nog niet hebben bereikt. De chauffeur kijkt me aan met een serieuze blik waardoor ik zeker weet dat hij diegene is die op de foto staat. Het gesprek slaat gelijk dood. De beste man vermoedt waarschijnlijk dat ik de zoveelste toerist ben die teveel Chang heeft gedronken op Khao San Road. De rest van de rit wordt er vooral gezwegen.

Zeep

“Waarom ligt er nu een vies uitziende zeep in de douche?”

Bastiaan trekt een vies gezicht bij het uitspreken van deze zin.

“En volgens mij ruikt hij ook nog eens niet lekker.”

Ik riposteer door te zeggen dat hij ook niet altijd naar bloemetjes ruikt, maar dat is aan dovemansoren gericht.

“Aha, ik weet het al. Je hebt die zeep vast bij het goede doel gekocht. Dat je weet hoe mensen in arme landen ruiken.”

Maar goed dat het schooljaar afgelopen is, die gasten worden veels te bijdehand.

Vogel

Bij de kleuters pakte Bastiaan, tot grote ontsteltenis van voornamelijk de meisjes in zijn klas, kikkers van het schoolplein op die hij daarna op een veilige plek losliet. De kikkers hielden zich namelijk niet aan de regels van het verkeersplein dat op de stenen getekend was. De kans dat zo’n groene vriend platgeskeltert werd was levensgroot.

Dode beesten spreken tot de verbeelding want toen ‘kikkie’, zijn ‘huiskikker’ voor ongeveer twee dagen, de geest gegeven had hebben we de natuur zijn werk laten doen. Twee weken lang zorgden vliegen en maden ervoor dat er uiteindelijk een prachtig schoon gevreten kikkerskelet over bleef. Uiteraard moest het skelet ook mee naar school. Ik heb maar niet gevraagd wat zijn klasgenoten (m/v) daar van vonden. Ik vermoed een flink aantal hoge gilletjes.

Vanochtend speelde poes Lotus de vermoorde onschuld. Waar ze normaliter continu voor je voeten loopt tijdens het ochtendritueel om met zijn allen op tijd naar werk en school te gaan, was ze in geen velden of wegen te bekennen. De reden daarvoor lag onder de perenboom met zijn pootjes omhoog.

Bij het zien van de dode vogel riep Bastiaan verrukt uit dat hij de snavel van de vogel wilde hebben. Die wilde hij graag mee naar school nemen. Om te voorkomen dat hij de komende jaren nooit meer op kinderfeestjes (vooral van meisjes) uitgenodigd zou gaan worden en groep 5 in een sociaal isolement zou doorbrengen heb ik hem dat dit keer verboden.

Van onder de keukentafel klonk tevreden gespin.