Seven-Eleven

Het bericht dat Amerikaanse investeerders geïnteresseerd zouden zijn in een deel van de aandelen van Feyenoord bereikte mij in Bangkok. In de straten van de Thaise hoofdstad was het drukkend warm. Zo warm dat een bezoekje aan een van de vierduizend Seven-eleven supermarkten die de stad rijk is, en waar het binnen ijskoud is, een welkome afwisseling is voor een net gearriveerde toerist.

In het straatbeeld van Bangkok verliest Boeddha steeds meer terrein aan smartphone, shoppingmalls en Starbucks. Per bezoek neemt het gevoel dat het mystieke Azië hier aan het afbrokkelen is toe.

Zou het imago van Feyenoord ook afbrokkelen met de Amerikaanse investeerders? Een cultclub met een stadion dat weliswaar hoog op de bezoeklijstjes staat bij echte voetbalfans maar waar het achterstallig onderhoud steeds meer aan het daglicht komt.

Wordt die cultclub, die overigens zelden kampioen wordt, een speeltje van miljonairs die meer willen bepalen dan ons lief is? Van Droomparken naar de Big American Dream? Van krantenjongens naar miljonairs?

Maar wat als we daardoor wel goed voetbal krijgen te zien en prijzen gaan winnen? De gedachte alleen al voelde als het verkopen van mijn ziel aan de duivel. Maar ook ik zou wel eens een normale, rustige voorbereiding mee willen maken. Of een seizoen waarin Feyenoord eindelijk een einde maakt aan de ‘slapende reus’ en gewoon een wakkere reus wordt die krachtig gaat heersen in de vaderlandse competitie. Waar titels geen incidenten meer zijn. Eindelijk een keer al die verwachtingen waarmaken.

Verscholen naast een van de Seven-Elevens was de ingang naar een Boeddhistische tempel. De zware geur van wierook kwam me tegemoet. Een meisje met een smartphone bracht een offer aan haar god.

Vooruitgang en traditie hoeven elkaar niet te bijten bedacht ik me. Dan neem ik een Starbucks in De Kuip wel op de koop toe.

Smartphone

Een ongeschreven wet luidt dat je, wanneer je een paar biertjes op hebt, je telefoon beter weg kunt leggen. Voor je het weet stuur je een iets te lollig berichtje naar je werkgever of plaats je een post op Facebook waar je een dag later met plaatsvervangende schaamte naar kijkt.

Hetzelfde geldt voor het schrijven van columns wanneer je nog midden in het chagrijn van het afgelopen seizoen zit. Ik schrijf deze column exact twee jaar nadat ik op de Coolsingel stond. Feyenoord was kampioen en had de weg naar boven gevonden.

De waarheid is dat we twee jaar later niets opgeschoten zijn. Persoonlijk vond ik het aankoopbeleid niet eens zo slecht. De betere spelers van de subtoppers werden gehaald (Larsson, Amrabat, Haps en St. Juste) en dat is gezien ons budget het maximale. Maar op het veld, waar het toch moet gebeuren, was het op een paar uitzonderingen na armoe troef.

Er ligt een niet geringe taak voor Jaap Stam om met de betere jeugdspelers zoals Kökcü en Burger en een paar gerichte aankopen een elftal neer te zetten dat minimaal derde kan worden. Minimaal derde hoor ik jullie denken? Zit hij dan toch aan het bier tijdens het schrijven van deze column?

Nee, in Rotterdam zijn we nogal snel geneigd om naar Ajax te kijken. Maar gezien de begroting en het achterland moeten we ons focussen op PSV. Die doen het met min of meer dezelfde middelen al jaren beter. Dat heet visie en daar ontbreekt het hier al jaren aan.

Over Jaap Stam gaat het gerucht dat hij tijdens de trainerscursus een apart programma mocht volgen omdat hij niet wist wat een spatiebalk was. Van hem hoef ik dan geen boze (dronken) whatsappjes te verwachten na een nederlaag. Jaap lijkt me namelijk niet iemand voor een smartphone.

Gloryhunters

Bijna twee jaar geleden ging ik na de feestelijkheden in De Kuip, via een tussenstop bij een maat, naar de lokale kroeg in mijn woonplaats.

Ik had niet zoveel zin om bij het Hofplein tussen een selfies-makende massa te staan die van hun leven nog nooit in De Kuip waren geweest. Noem me een voetbalsnob maar in dat geval voel ik mij inderdaad een betere supporter, een die er door weer en wind zit. Ik ken mezelf goed genoeg om me niet tussen de gloryhunters te willen begeven.

Laatst werd ik op weg naar De Kuip door een oudere man aangesproken dat ik mijn Feyenoord-shirt beter uit kon trekken. Op mijn vraag of je niet altijd voor je club hoort te zijn kreeg ik geen antwoord. In een matig seizoen heb je minder vrienden.

De afgelopen maanden werden we in het Rotterdamse doodgegooid met hoofdstedelijk succes. De columnisten van het van oudsher Rotterdamse AD gedroegen zich als fanboys en TV Rijnmond maakte op straat potsierlijke items als ‘juicht Rotterdam voor Ajax?’ Alsof het echt goed voor de vaderlandse competitie is als 1 team 90 miljoen ophaalt. Ongeveer de begroting van alle andere clubs bij elkaar. Nee, van mij hoefden ze uiteraard niet te winnen. En geloof me, dat is andersom ook zo.

Nu dacht ik alles wel gezien te hebben maar sinds gisteravond staan er talloze aftel-filmpjes op social media. Met vriendengroepen die op hun paasbest, en in sommige gevallen met een glas champagne in hun klauwen, aftellen naar het einde van de wedstrijd in de Arena. Hoe dat afliep weten we allemaal. Ik keek naar de umbrella academy op Netflix maar mijn telefoon trilde op een gegeven moment net zo hard als het doelnet achter Onana.

Die aftelfilmpjes zijn hilarisch en exemplarisch voor de tijd waarin we leven. Iedereen wil een graantje meepikken van succes. De mooiste is een filmpje waarbij een meisje ‘buiten de tijd’ schreeuwt. Alsof het hockey is.

Iedere club krijgt de supporters die het verdient. Hadden wij in mei 2017 een Hofplein vol, bij onze aartsrivaal kroop iedereen onder zijn steen vandaan.

Voor al die lui vond ik die 2-3 nog het allermooist. Al stappen zij net zo makkelijk over op het Nederlands hockeyteam, Max Verstappen of het songfestival. Daar bestaat een woord voor: Gloryhunters.

Champagne iemand?

Grutto

Gierend van het lachen komen Bastiaan en zijn beste maat het schoolgebouw uit. Als we het plein af zijn vraag ik waar ze zo hard om moeten lachen en ze antwoorden met een paar vogelgeluiden en bewegingen waar Michael Jackson jaloers op zou zijn.

In de klas hebben ze op tv gezien hoe gruttomannetjes de gruttovrouwtjes het hof maken en dat zorgde voor de nodige hilariteit in groep 6.

Maar de grutto’s vragen het tenminste nog leggen de heren mij uit. Bij de aflevering met herten was daar geen sprake van en zag je zelfs de ‘dingdong’ van de bok én, zeggen ze besmuikt, ook het ‘seksen’. Ze krijgen er allebei rode wangen van. De hele terugweg demonstreren ze op paaltjes en hekjes een ‘hert’.

Vlakbij huis gaan beide heren richting hun zelfgebouwde hut. Ik wens ze succes met de hindes en krijg als antwoord dat ze grutto’s zijn.

Die vrágen het tenminste.

Koekje

Op de band bij de kassa lagen twee diepvriespizza’s en een pak yokidrink. Het avondeten voor de man achter mij en zijn twee dochters. Het meisje achter de kassa vroeg of ze een koekje mochten.

Ik zei dat het van mij wel mocht maar dat het niet mijn dochters waren, en ik wilde niet op mijn geweten hebben dat ze straks geen pizza meer zouden eten.

Ik vroeg ik me af wanneer caissières stoppen met vragen wanneer je nog een koekje mag als klein kind zijnde. Toen Bastiaan nog heel klein was nam ik hem uiteraard mee met boodschappen doen. Hij kreeg een koekje bij de jumbo, een krentenbol bij de bakker en een plakje worst bij de slager. Al het eten dat je net voor zijn lunch had gekocht was in een klap nutteloos geworden. Meneer had eenmaal thuis geen trek meer.

De keren dat Bastiaan nu nog meegaat krijgt hij geen koekje meer van de caissière. Wel verzamelplaatjes van mensen die ze niet willen, maar geen koekjes. In plaats daarvan eten we tegenwoordig alle blokjes kaas op die op de toonbank liggen. Scheelt weer een diepvriespizza als lunch.

Multibal

Het gebeurde in een periode dat de redacteuren van ons clubblad mopperden over wéér een uitwedstrijd in de beker. Feyenoord moest in het seizoen ’78-’79 uit tegen Volendam. Bij een 1-1 stand aan De Dijk scoorde Jan van Deinsen namens Feyenoord. Vanuit het Feyenoord-vak was er een tweede bal in het veld gegooid waardoor de scheidsrechter niets anders kon doen dan het doelpunt af te keuren. De dader? Rooie Marck, de supporter die een groots afscheid in De Kuip kreeg toen zijn slopende ziekte de laatste fase was ingegaan.

Feyenoord verloor de wedstrijd in Volendam en werd zodoende al in de eerste ronde uitgeschakeld. De club werd gedupeerd door haar eigen fans en de prijzendroogte duurde wéér een seizoen langer.

Tijdens de recente wedstrijd tegen PSV liet Feyenoord een helft haar tanden zien op een manier zoals het Legioen het graag wil: jagend, storend en met het mes tussen de tanden. Maar toen de krachten in de tweede helft weg dreigden te vloeien was er meer nodig dan alleen het goede keeperswerk van Bijlow en de verdedigende acties van Sven van Beek en Jan Arie van der Heijden. Die hulp kwam er, en wel in de vorm van een tweede bal.

Na afloop van de wedstrijd klaagden de PSV’ers steen en been. Wie gooide die bal nu helemaal in het veld? Die supporter moest gestraft worden voor zoveel onsportiviteit.

Ik geloof niet heel erg in het bovennatuurlijke, maar ik vermoed dat ze de camerabeelden kunnen blijven bekijken zonder een dader te vinden. Die bal werd helemaal niet vanaf van vak Y gegooid maar kwam ergens van een wolk vandaan. Als goedmaker voor die ene bal in Volendam in 1978.

Tram

Vanuit de overvolle tram zag ik door de beslagen ramen dat het nog steeds miezerde. De keuze om met het openbaar vervoer richting De Kuip te gaan was ingegeven door deze miezerregen. Met de auto door de stad tijdens de spits is niet te doen. Veel zin in de reis met het ov én de wedstrijd had ik nog niet; een bekerpotje tegen Ado om kwart voor negen op donderdagavond. Een wedstrijd waar voor Feyenoord alles te verliezen valt in een verder toch al moeizaam seizoen.

Vanachter grote brillenglazen werd ik aangestaard door een jochie van een jaar of acht. Zijn iets oudere broer controleerde om de paar tellen of de tram nog op schema lag voor een aankomsttijd van 19:55. Uit de kleine gesprekjes die de ouders hadden kon ik concluderen dat dit de eerste wedstrijd in De Kuip voor beide jongens zou zijn. Toen de achtjarige mijn kant op keek stak ik mijn duim op en wenste hem veel plezier. De tram reed nog steeds op tijd concludeerde zijn broer.

Bij de drukke tramhalte verloor ik het gezin uit het oog en ik dacht aan mijn eerste wedstrijd in De Kuip. Aan de hand van mijn vader met een wee gevoel van spanning in mijn buik. Een gevoel dat door de honderden bezoeken daarna gewoon geworden is, en wanneer doordeweekse bekerpotjes als  een verplichting beginnen aan te voelen.

Tijdens de wedstrijd probeerde ik me voor te stellen hoe deze twee broertjes zich tijdens de wedstrijd gevoeld moeten hebben. Boos tijdens de 0-1 en juichend bij de hattrick van Jörgensen. Op de terugweg was de tram nog voller dan op de heenweg. Of hij op tijd reed weet ik niet maar een stukje verderop stonden twee jochies die er doodop uitzagen. Vol verhalen voor op het schoolplein de volgende dag. Dit worden Feyenoorders voor het leven.

Vaatwasser

Op feestjes is het de kunst op het juiste moment te vertrekken. Als je te lang blijft plakken heb je kans dat de gastvrouw en gastheer je aanwezigheid zat zijn en alvast beginnen met het inruimen van de vaatwasser. Een niet te missen teken dat ze eigenlijk naar bed willen. Ga je te vroeg weg, voordat het échte feest losbarst, dan heb je kans dat dit wel eens de laatste keer kan zijn dat ze je uitnodigen. Op party-poopers zit niemand te wachten.

Bij voetbaltrainers werkt het net zo, al zou ik het huidige seizoen van Feyenoord nou niet direct als een feestje willen omschrijven. Blijf je te lang zitten, zoals Arsène Wenger een jaar of honderd bij Arsenal deed, dan draait de positieve wind een keer om. Dan kun je nog zoveel prijzen gewonnen hebben, het krediet raakt een keer op. Stap je op na één succesvol seizoen dan ben je een geldwolf.

Op 14 mei 2017 waren het niet alleen de fans op de tribune die met tranen in hun ogen stonden. Kijk het interview met Gio maar eens na op YouTube en kleine kans dat je het zelf droog houdt. Hier stond geen trainer op het veld maar een supporter, een kind van de club. Het standbeeld was al bijna af.

Maar ik betrap me erop dat ik me nu begin te voelen als de gastheer die de vaatwasser in wil gaan ruimen. Het voetbal is niet om aan te zien, het wisselbeleid ronduit matig. En zelfs de meest optimistische Feyenoorder ziet een derde plaats als maximaal haalbaar (zelf moet ik dat nog maar eens zien).

Ik hoop voor ons, maar ook voor Gio, dat er in de winterstop een mooie club aan hem begint te trekken. Zijn oude club uit Glasgow, die ook niet al te florissant aan de competitie begonnen zijn, misschien. Want hoe matig we nu ook presteren, Gio verdient een uittocht via de voordeur. De vaatwasser moet nog maar heel even wachten.

VAR

In de hal van het oude Wembley stond het doel uit 1966. Via een knop kon je stemmen of de goal van Geoff Hurst wel of niet achter de doellijn was geweest. Alle buitenlandse toeristen stemden ‘nee’ en de Engelsen uiteraard ‘ja’, alsof de wereldtitel met terugwerkende kracht nog van ze afgepakt zou kunnen worden. De VAR was nog lichtjaren ver weg al heeft onderzoek van Sky Sports ‘bewezen’ dat het een terechte goal was. Maar ja, Sky is Engels hé.

Er is geen land ter wereld waar de pers een nationaal elftal zó op een voetstuk kan plaatsen om het even later weer zo hartstochtelijk neer te sabelen. Gisteren was het Engeland vs Colombia. Een wedstrijd waarbij je blij was dat er smartphones bestaan. Wat een beproeving was dit zeg, er leek geen einde aan te komen. 

Uiteraard was ik voor Engeland. Als zelfverklaard Anglofiel ben ik dol op het land en ik schat dat ik er zeker wel een keer of 60 geweest ben. De pubcultuur, de muziek, de subculturen die er ontstaan zijn (en daarmee ook hele kledingstijlen) en uiteraard het voetbal. Toen ik me voor voetbal ging interesseren was de enige Engelse wedstrijd die uitgezonden werd de FA Cupfinale. Dat grote stadion en het ‘abide with me’ dat massaal door alle toeschouwers gezongen werd. Naar dat voetballand moest ik heen.

In ongeveer alle sporten die ze verzonnen hebben zijn ze ingehaald door hun koloniën. Misschien was dat wel de reden dat in de hal van het oude Wembley er zo massaal op de ‘goal’ knop werd gedrukt. 1966 was de bevestiging dat Britannia de waves nog steeds beheersten.

Juist voor Engeland geldt dat de jacht mooier is dan de vangst want er is geen enkel land wat dramatischer kan verliezen dan die rare eilandbewoners. Wat dat aangaat was gisteravond een trendbreuk. Ze wonnen zowaar op penalties. En op het moment dat het marmer voor het beeld van Harry Kane al in bestelling staat zullen ze er wel uitvliegen tegen het matige Zweden.

Eind 2018 staat in de hal van het nieuwe Wembley een nagebouwde VAR-kamer met een wassen pop van Danny Makkelie. Met een knop kun je stemmen of de VAR het wel of niet bij het juiste einde had bij die goal van Sterling. Alle toeristen stemmen uiteraard nee. De Engelsen niet….

 

Avondvierdaagse

Voor me liep een man die een onnavolgbaar verhaal vertelde tegen zijn dochter over brandende kabouterhuisjes, en dat met iedere stap die ze richting de finish nam er meer water beschikbaar zou zijn voor het blussen ervan.

De finish van de derde etappe van de avondvierdaagse lag nog geen tweehonderd meter verder maar de tranen die het meisje huilde leken mij voldoende om een heel kabouterdorp te blussen.

Je ziet ze vaker, ouders die op luide toon ‘en plein public’ hun kind terecht wijzen of van opvoedkundige tips proberen te voorzien. Meestal schiet mijn irritatiemeter gelijk in het rood van zulke mensen. Maar dat kan ook aan mij liggen. Ik kwam gisteren niet verder dan ‘als je nou een beetje door eet van die appel dan kunnen we zo nog een ijsje halen’. Nee, verwacht van mijn hand geen boek vol pedagogische wijsheden.

Bastiaan en zijn maatje klommen op heuvels, rolden door vers gemaaid gras en hadden de neiging om iedere keer voor je voeten te gaan lopen als je nét een beetje door kon lopen. Vaders hadden hun kantoorkloffie ingeruild voor een korte broek en de moeders liepen zonder uitzondering in zomerjurkjes waarbij de conclusie getrokken kan worden dat horizontale streepjes nog steeds in zijn. Bij een van de moeders bungelde een rugzak met daarop een eenhoorn en de naam van haar dochter. Een vijf-letterige naam met vier klinkers waarvan ik met de beste wil van de wereld niet kon raden hoe dit uit te spreken viel.

Op het terrein van de finish viel Bastiaan zijn appel ‘per ongeluk’ op de grond. Ik wilde op luide toon een angstaanjagend verhaal gaan vertellen over brandende kabouterhuisjes maar ik hield me in.

Het ijsje na afloop smaakte erg lekker. En als je het hoorntje op zijn kop hield was het net een puntmuts.