Bos en hei

Weekendje weg met de vrienden van de Rotonde. 

Rondje hardlopen door Nationaal Park Maasheide. Schitterende omgeving waar je ongemerkt zo twintig kilometer hardloopt.

Omgeving van het huisje.

A horse with no name, althans ik heb het hem niet gevraagd.

Kapelletje, nog steeds in gebruik, midden in het bos.

Ook Sandra genoot van de mooie omgeving.

Rondjes lopen

Eigenlijk is het rennen van een rondje redelijk zinloos. Je komt weer uit op de plek waar je vertrokken bent. Maar ja, dat is nu net de bedoeling. En als je wat anders wilt zien moet je de rondjes gewoon wat groter maken. Zoals zaterdag dus.

Tsja, en dan op maandag nog een kleiner rondje rondom de HSL. De kilometers vliegen (een soort van) voorbij.

Uitwaaien op zondag

Tsja, als je toch aan het trainen ben voor een klassieke afstand waarom dan niet de langste duurloop volbrengen op een manier die we tijdens onze rondjes rondom Lansingerland al een paar keer besproken hadden. Dat plan was om hardlopend naar Scheveningen te lopen en dan met de metro weer terug naar Berkel.

Deze zondag kwam perfect uit. De klok werd namelijk een uur terug gezet en zodoende was een starttijd van acht uur ook niet heel abnormaal. Uiteindelijk werden het 38 kilometers door een koud maar mooi landschap in Berkel en omgeving. De trapgevels in Delft en de drukte naar het strand van Scheveningen.

Het was vroeg.

Koeien en op de achtergrond Rotterdam.

Tussenstop in Delft.

Scheveningen.

De totale afstand en gemiddeld tempo. Dat is natuurlijk wel een vertekend beeld want door diverse fotomomenten, stoplichten en een incidentele plaspauze komt je hartslag weer in een normale zone terecht. Maar desalniettemin hebben we aardig doorgelopen.

Rutte was er niet. Tijd voor lunch én de metro terug naar Berkel. Het was een mooi rondje.

Rondje Rotterdam (en een dag later de Groenzoom)

Kilometers maken, zo luidt het devies. Zaterdag bracht ik Bastiaan weg in de stad voor een workshop bij Coolblue. Daarvandaan liep ik de eerste kilometers het marathonparcours maar boog af richting de Maastunnel om vervolgens via de Veerhaven, Boompjes en Maasboulevard bij Kralingen uit te komen. Vanaf daar een lange rechte weg richting Berkel. 25 kilometer schoon aan de haak.

Pitstop bij de Maastunnel.

En via de stad weer terug naar huis.

Een dag later een herstelrondje van 15 kilometers met de ladies.

Bergse Plasloop, niet het slimste idee ooit.

Is het verstandig om na twee korte nachten slaap en een flink aantal lekkere pints in twee dagen tijd hard te gaan lopen? Bier zit vol koolhydraten en dat zijn weer suikers. Maar vooral het gebrek aan goede slaap nekte me in het tweede deel van de Bergse Plasloop.

De eerste zes a zeven kilometer liep ik op met De Witte Keniaan in een tempo dat mijn PR op de 15 kilometer wel eens zou kunnen benaderen (gemiddeld 4:30/km) maar dat was gewoon teveel van het goede. Ik liet haar gaan en liep mijn eigen race maar moest al snel even een kleine sanitaire stop maken. En dat was het begin van het einde. Het was warm, ik had dorst en heb zelfs twee keer even gewandeld om fatsoenlijk te kunnen drinken. Uiteindelijk kwam ik, nadat ik wat bekenden die meededen aan de tien kilometer-wedstrijd had ingehaald, toch nog in een redelijk fatsoenlijke tijd binnengekomen. De foto is, zoals te verwachten viel, in scene gezet. Al moest ik na afloop wel even in het koele gras zitten om bij te komen.

De oplettende kijkerT ziet een startnummer van de tien kilometer. Nee, ik had met niet vergist maar om laten schrijven. Stom natuurlijk, tien kilometer was ver zat 😉

Ambities, ambities.

Tsja, voor wat eigenlijk? Daar komen jullie nog wel een keer achter. Feit is dat het kilometeraantal per week langzaam maar zeker opgevoerd wordt. En dat levert, behalve wat kleine pijntjes die nooit helemaal weg zijn, ook mooie plaatjes op tijdens het hardlopen. 

De Rotte op zondagochtend.

De Groenzoom met op de achtergrond de skyline van Rotterdam. 

De Groenzoom. Schitterend stuk om hard te lopen.

Het loopt (badum-tss) op rolletjes.

2018 is vooralsnog een prima hardloopjaar. Op de redelijk mislukte marathon na (wat is mislukken hé, als je wel gewoon over de finish komt?) liep ik al mijn persoonlijke records aan flarden. Het meest tevreden ben ik nog wel over de halve marathon van afgelopen zondag omdat ik daar een keer echt goed kon doseren.

Had ik dat ook bij de vijf kilometer gedaan tijdens de midzomeravondloop (ik ging de eerste kilometer veel te snel) dan had er een tijd van onder de 21 minuten in kunnen zitten.

1500 meter 5:35
5 kilometer 21:04
10 kilometer 44:43
Halve marathon 1:41:17

Enfin, je moet nog wel wat te verbeteren hebben nietwaar? Mijn beste tijd op de 15 kilometer dateert van de Bruggenloop uit 2016 maar die liep ik toen echt snel. Dat zie ik me niet nog een keer doen. Als dat me lukt dan heb ik echt al mijn PR’s gebroken. Alleen die marathon hé……

Rottemerenloop, PR op de halve marathon.

Soms moet je jezelf aanpassen aan de omstandigheden. Voor de start vertelt iedereen een beetje aan elkaar wat ze van plan zijn te gaan lopen. Mijn antwoord was naar eer en geweten ‘een duurloopje’ en dat was ook echt de bedoeling. Maar na een eerste kilometer in een tempo dat voor een duurloop al iets te hoog was gingen de kilometertijden rap naar beneden. 

Voor de start, alle opties zijn nog open.

De andere dames waren we al snel kwijt en zodoende liepen Mo en ik alleen langs de Rotte en het liep wel lekker. Al kletsen kwamen we bij de eerste waterpost uit en toen waren er alweer acht kilometer verder. Acht kilometers die voorbij gevlogen waren. Acht werden er tien en tien werden er twaalf. En we liepen nog steeds vrij stevig door. De laatste twee kilometer (14 en 15) voor de Burgmanbrug liepen de tijden iets op. Door de warmte en wat tegenliggers die we tegenkwamen.

Eenmaal de brug over was het na het waterpunt (dat verklaart de 5:08 op km 16) een lange streep naar de finish. En daar ben ik nog wel het meest trots op; niet per se op het verbeteren van mijn PR maar voornamelijk dat ik de laatste vijf kilometer heb kunnen versnellen en daardoor een negatieve split heb kunnen lopen (dat je het tweede deel sneller loopt dan het eerste deel). 

Na 1:41:17 kwamen we over de finish. Niet eens volledig gesloopt, dus het stapelen met drie IPA’s op zaterdagavond heeft zijn vruchten afgeworpen. Maar nog meer het loslaten van een plan of ambitie en gewoon proberen lekker te lopen. 

Kermismarathon

Vorig jaar was het een van de grappigste hardloopevents waar ik aan mee deed. De start van de kermisweek in Roelofarendsveen wordt altijd vooraf gegaan door een heuse marathon. Vijftien rondjes van 2,8 kilometer die wij met een team van vier (maar sommige mensen alleen) liepen door een versierde woonwijk.

pompebledden zover het oog reikt.

Het thema dit jaar was klunen oftewel de Elfstedentocht. Sommige teams waren briljant verkleed met o.a. shirts met een foto van die schrijver erop of vier blondines die Heidi Kluun waren. Wij hielden het bij wintermutsen, dat was al warm zat. De bewoners van de wijk hadden flink uitgepakt door alles in Elfsteden-sfeer te versieren. En vanaf de start vloeide de drank bij de toeschouwers rijkelijk. 

Team Fluitekruid mét ijsmonster.

Wij kwamen in een keurige 4:09 over de finish. Onze mascotte was een soort van ijsmonster waar ze in Friesland ook flink van zouden schrikken. Ik had tijdens het lopen erg veel respect voor de mensen die op deze manier die hele 42,195 meter liepen. Vijftien keer ‘kruip-door-sluip-door’ door een woonwijk heen. Echt superknap (en er werd nog flink doorgelopen ook). Het was net als vorig jaar een supergezellig evenement. 

Een welverdiend biertje.