Ontdek je plekje, hardlopend.

Ik kwam zondag tijdens rondje hardlopen langs Huys Vermuyden. Motto van die familie was ‘niet zonder Arbyt’ en toen ging er een lichtje branden. Dat had ik eerder gezien. En wel in de kathedraal van Ely in Engeland


In een van de glas-in-lood ramen deze Nederlandse tekst. Dat zit zo. Cornelis Vermuyden was een Zeeuws waterbouwkundige die de Nederlandse waterbouwtechnieken introduceerde in Engeland en een aanvang maakte met de droogmaking van het veengebied The Fens in East Anglia. Hij werd hiervoor in de adelstand verheven.

Het motto van Vermuydens familie, “Niet Zonder Arbyt”, dat voorkomt op een huis van Vermuyden in Fen Drayton, leeft voort als het officiële motto van het districtsbestuur van South Cambridgeshire, het enige Nederlandstalige motto in de Britse civiele heraldiek. Het werd tevens het devies van een onderdeel van de Royal Air Force dat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog was gelegerd en vaak over Nederland vloog. Daaraan herinnert een glas-in-loodraam in de kathedraal van Ely, waarin het motto weer terugkeert.

Hier aan de kust, de Zeeuwse kust. Verslag Kustmarathon 2019

Van mijn hardloopharem kreeg ik voor mijn verjaardag een hamer. Met aan die hamer een kaartje waarop stond dat ze me ingeschreven hadden voor de kustmarathon. Een marathon waarvan de slogan ‘de zwaarste van Nederland’ is (iets wat ze de dagen voor de race continu benadrukken in hun Facebook-posts waardoor je jezelf nog meer zorgen gaat maken).

Gelukkig hoefde ik hem niet alleen te lopen (dat zou niet zo aardig zijn) maar ging Monique ook de uitdaging aan. Naast Mo liep ik ook mijn pr op de tisvoorniks-marathon (ik afzien, zij dansend en springend naar 3:38) dus een goede haas gegarandeerd. Die tisvoorniks-marathon was in november wanneer het koeler is en ik het fijner vind om hard te lopen. De warmte vind ik niks.

Na mijn oogoperatie liep ik gewoon mijn rondjes bij de kieviten, drie halve marathons waaronder eentje in de beklemmende hitte van Cambodja en recent de Airborne-trail van 28km. Geen tijd om te twijfelen of dat genoeg was. Nou ja, ik twijfelde wel maar Sandra zei dat het voldoende was. En zoals altijd heeft je vrouw gelijk. Dus redelijk relaxed naar het weekend toegeleefd. Wel wat gestapeld maar niet overdreven veel. Op vrijdag een pastamaaltijd met spinazie en voor de rest zoete meuk. 

Zaterdagochtend bestond het ontbijt uit pannenkoeken en een halve liter drank waarin extra koolhydraten aan waren toegevoegd. En voor de rest vooral veel drinken. Heel veel drinken. Van AA-Drink tot water. Nadeel is wel dat je grote vriendjes met het toilet wordt.

Wilbert bracht ons weg naar de start in Burgh-Haamstede en daar was de start op een pleintje waar we wel eens met een rotonde-weekend verbleven. Gelukkig was ik incognito met pet. We stonden redelijk vooraan en na een minuut stilte voor de dit jaar overleden organisator van de kustmarathon mochten we weg. Er hing een goede sfeer bij de start. Geconcentreerde lopers en vrolijke toeschouwers. Waar je normaal bij wedstrijden nog wel eens over de ‘runfluencers’ struikelt waren ze hier nergens te vinden. De Kustmarathon is serious business. 

De eerste kilometers gingen lekker. Van te voren wisten we al dat je na km 20 zo’n 10km het strand op ging en dat leek mij het zwaarst. Dus het eerste stuk liepen we gemiddeld 5:15/km totdat we achter de 3:45 pacergroep terecht kwamen. Dat was wat ambitieus voor de hele marathon maar tot aan het strand was dat een prima tempo. Deze pacers liepen iets te hard maar waarschijnlijk deden ze dat om wat slack over te houden wanneer ze het strand op moesten. 

\

Foto ‘geleend’ van FoVid (mooie foto’s van de Kustmarathon op deze site).

Om de vijf kilometer waren er drinkposten maar ook op andere plekken stonden mensen snoep en eten uit te delen en waar publiek kón staan stond er ook publiek. Iedereen kreeg veel aanmoedigingen en je merkte ook wel dat het een echt Zeeuws ding is, veel aanmoedigingen voor de lokale lopers.

Na de Deltawerken was het tijd voor het strand, en dat viel me reuze mee. Eenmaal aan de waterlijn (weer Bløf) kon je redelijk doorlopen. Ze hadden voor het eerst (hoorden we) legplanken neergelegd waardoor je het mulle zand kon overslaan. Het strand direct naast het water was vrij hard en daar konden we prima doorlopen. Alleen wel op een iets ander tempo. Er waren wel veel van die golfbrekers bestaande uit houten palen waar de meest afgetrainde hardloper nét doorheen pasten. Ik vond die palen wel een welkome afwisseling want daar kon je telkens heel even wandelen voordat je weer verder moest.

Ook op het strand verzorging en veel praatjes met ervaren kustmarathonners die zeiden dat de omstandigheden met dat harde zand ideaal waren. Ik wilde hem best geloven maar na km 26 begon ik het al wat zwaarder te krijgen. Gelletje erin en doorlopen. Voor ons liep een tijdje een gast die zijn waterflesje in zijn bilnaad bewaarde. Die had geen geld voor een drankgordel. Op het strand werden we ingehaald door bekenden Lars van de RRC en Maarten van De Kieviten. 

Na ongeveer 10 kilometer strand kwamen de duinen. En ja, toen was het knokken voor iedere kilometer in mijn geval. Dankzij de motivatiespeeches van Mo hobbelden we heuvelaf gewoon door, maar die heuvels op. Manmanman. Erg veel duintrappen die ik niet meer omhoog kon rennen (of misschien heb ik dat nooit gekund, ik merkte dat mijn hartslag echt skyhigh ging na die trappen). En dat duurde tot kilometer veertig zo. De duinen en het uitzicht en het publiek maakten het echt wel heel mooi hoor. Nog steeds overal mensen en overal aanmoedigingen. 

lalala-duinen.

Nu waren we niet ‘op een tijd’ weg gegaan maar het is hardlopers-eigen om toch te gaan rekenen na een brede boulevard en het passeren van een Sherman-tank bij Westkapelle werden we het strand weer opgejaagd. Het waren maar twee kilometer maar deze waren best zwaar maar een welkome afwisseling na de duinen. 

Na de twee kilometer strand kwam de laatste trap en daarna de laatste kilometer nog proberen aan te zetten om onder de vier uur uit te komen. En dat lukte met 3:58:58 precies. Na een high-five met de burgervader van Zoutelande, het in ontvangst nemen van medaille en marathonshirt zat deze perfect geregelde marathon er weer op. Mijn vijfde marathon was een mooie marathon, maar wel een zware. Bijna net zo zwaar als 4 uur lang ‘Zoutelande’ op repeat horen.

HarTlooprun

Nummer 59 alweer van de Rotterdam Running Crew waarvan meer dan de helft als ‘Leader of the pack’. Het weer beloofde niet veel goeds en waarschijnlijk was de opkomst hoger geweest als het droog was maar het was een gezellige run. Voordeel van wat kleinere runs is dat je ook af en toe een praatje kan maken met de deelnemers en er zijn altijd nog mensen die voor het eerst meegaan. Het was een mooie avond.

Rottemerenloop

Het doel was het hazen van Claudia op de halve marathon. En dat verliep erg goed. Tot zestien kilometer liepen we nog onder de 5:20/km maar daarna liep het tempo een klein beetje omhoog. Al met al onder de 1:54 weten te finishen in haar eerste halve marathon dus dat is gewoon een erg goed debuut.

Team Haas.

Number of de omgedraaide beast.

Mooie route langs de Rotte.

De bling

Airborne Trail

Na 18 kilometer stond ik stil in een weiland met uitzicht op de spoorbrug Oosterbeek. Zelfs zonder al teveel fantasie leek hij van een afstand wel op de John Frost-brug maar die lag toch echt nog 10 kilometer lopen verder.

Later zag ik op Strava dat mijn hartslag van gemiddeld 145 ineens een sprong maakte naar 170. Vanuit de beschutte bossen het warme weiland in vond mijn lichaam niet echt lekker. En ik kreeg nog honger ook. Na een gelletje en een stukje wandelen bleek dat de rest van de RRC ploeg een stukje verderop stond te wachten zodat ik weer aan kon haken. Dat loopt toch een stuk lekkerder dan helemaal alleen in je eentje.

RRC represent.

De eerste 18 kilometer brachten ons vanuit Papendal, onder het tunneltje bij Wolfheze (waar in 1944 de jeeps maar nét doorheen konden) via de bossen en heide richting Oosterbeek. Na 9 kilometer was er bij het Airborne museum in Park Hartenstein een waterpost tussen het opgestelde wapentuig. Operatie Market Garden was tactisch gezien niet de beste zet destijds en dat hebben de geallieerden geweten ook.

Park Hartenstein

Vlak na het park lette ik niet goed op en klapte mijn enkel dubbel (dubbel enkel), gelukkig heb ik behalve een dramatische looptechniek ook nog eens flexibele enkels dus ik kon gewoon verder. Al voelde ik het dit keer wel. Een paar kilometer later vroegen twee trailers voor ons zich hardop af of niet alleen vrouwen zoveel konden praten. Met het clubje RRC’ers babbelden we ons een weg door de bossen en heuveltjes. Je kan dan wel lopend herdenken, 28 kilometer onze mond houden zit er niet in. 

De oude kerk in Oosterbeek heeft bij het terugtrekken over de Rijn een centrale rol 
gespeeld. Tot op het allerlaatste moment hebben de Britten hier standgehouden om de evacuatie overtocht over de Rijn mogelijk te maken.

Monument bij de Oude Kerk.

Heuveltje af richting de spoorbrug bij Oosterbeek (in de verte). Een stukje verderop stond ik dus stil.

Eenmaal aangekomen bij het Airborne War Cemetery kon ik even op krachten komen, de kamelenzak bijvullen en vooral veel zoutjes eten. Ik ben sowieso geen trailer en ik vond al die heuveltjes best pittig. En als ‘asfaltloper’ bleef ik de hele tijd op mijn horloge kijken voor de tussentijd. Wat nergens op slaat natuurlijk. Maar echt ‘genieten’ zoals ik mensen af en toe hoorde zeggen kon ik niet.

Misschien niet de plek voor een selfie, maar alles met respect.

Slechts 25 geworden. 

Nadat we op de begraafplaats nog een (klein) stukje verkeerd liepen werd koers gezet richting de finish aan de voet van de John Frost-brug. Het laatste stukje door een woonwijk waar we nog de nodige aanmoedigingen kregen. En toen kwam hij in zicht, de brug waar de Britten zich op stuk beten tijdens operatie Market Garden. Een medaille was onze beloning. Een stuk beter dan wat de Engelsen 75 jaar geleden te wachten stond.

Door de achtertuin, halve marathon Oostland

88 dagen na mijn oogoperatie stond ik weer eens aan de start van een hardloopwedstrijd. Ja, ik heb ook de halve marathon van Angkor Wat gelopen maar dat was meer overleven dan hardlopen. Bij de start in Pijnacker had ik al weer wat trainingen in de benen maar een erg goed gevoel had ik er nog niet bij.

De afspraak met Wilbert was om rond de 5min/km te gaan lopen en dan te kijken waar het schip zou stranden (lees: het moment waar ik geen puf meer zou hebben maar dat zei ik niet hardop). Mark en Monique waren ook wel in voor dit plan en zodoende bleven we bij elkaar toen het startschot geklonken had.

Vorig jaar was ik haas voor Angela en waren de eerste kilometers me niet echt bijgebleven. De eerste kilometers gingen vlotjes. Pijnacker uit, stukje polderweg en toen richting de Zilvergracht waar Claudia met de camera in de aanslag stond te wachten. Bij het eerste waterpunt even wandelend drinken zodat je niks morst en hup, weer verder.

Wat me (ons) wel opviel was door hoeveel mensen we in het begin ingehaald leken te worden. Vaak zijn er redelijk wat mensen die hun eigen snelheid niet goed kunnen schatten in het begin maar die haal je later wel weer in. Voor mijn gevoel hebben wij zelf niet veel mensen meer ingehaald de rest van de race.

In Berkel ging de route weer door het centrum heen maar dat hadden ze net zo goed niet hoeven doen. Er stond bijna geen mens te kijken. Langs het skatepark en daar volgde een onaangename verrassing. Door de samenloop voor hoop werden we de dijk achter de Windas opgestuurd. Best een vervelend klein klimmetje.

In het park stond de Witte Keniaan ons aan te moedigen en ving in een glimp van mijn huis op. Het hoekje om op het fietspad richting Bastiaan zijn school (die gekke lus van vorig jaar was gelukkig uit het parcours gehaald) en toen op de planetenweg het bord zien waarop de 10KM tijd stond. Ongeveer 48 minuten dus we lagen prima op koers.

Vlak voor de drankpost een gelletje genomen en weggespoeld met het water dat aangeboden werd. Vanaf hier zouden we de Groenzoom ingaan. Het mooiste, maar voor een lokale loper wel erg bekende, deel moest nog komen. De Groenzoom met schelpenpaadjes en bruggetjes. De kilometers vlogen iets minder hard voorbij dan in het eerste deel en op dit moment ging ik ouderwets aftellen en rekenen. Nog 6 kilometer te gaan met 1:12 op mijn horloge. Als we zo door zouden blijven lopen dan werd de missie ‘onder de 5 minuten de km’ ruimschoots gehaald.

Mark deed in de Groenzoom het meeste kopwerk, die liep zo steady als een klok. Ik merkte zelf dat ik beter aan mijn ‘normale’ halve marathon gewoontes vast had kunnen houden van een gelletje op zeven en op veertien kilometer. Nu kreeg ik de laatste kilometers wel wat honger. Maar al met al lag de gemiddelde snelheid nog steeds onder de 12km/h dus een mooie tijd onder de 1:45 zat er wel in vandaag.

In Pijnacker de laatste straatjes door, de bocht om en de streep over waar al behoorlijk veel Kieviten stonden. Er werd erg hard gelopen door de mannen en vrouwen.  Als ik meer had kunnen trainen (lees, dat gedoe aan mijn oog niet had gehad) had een PR er vandaag wel ingezeten, de omstandigheden waren goed. Maar met een overall 153e plaats en een 37e in mijn leeftijdscategorie was ik meer dan tevreden.

Angkor Wat halve marathon

Zo, dat was even (nou ja, even) afzien vandaag. Sinds de Roparun en de oogoperatie slechts een paar keer kunnen rennen. En dat ga je voelen hoor. Zeker als het 29 graden is en de luchtvochtigheid boven de 80%.

De start was om 5:30 en de wekker stond om 4:00 uur. Energiedrank, wat zoetigheid en op pad met Jan en Gerard.

Voor een donker Angkor Wat was het een kabaal van jewelste. Lopers uit alle windstreken. En ook veel deelnemers uit de buurlanden. Zo werd ik bij het ophalen van het startnummer geïnterviewd door de Vietnamese televisie. Ik gaf een prognose van 2 uur á 2 uur 10 af. Dat leek me reeel gezien mijn vorm en de omstandigheden.

De eerste vier kilometer gingen prima. Rustig tempo aangehouden en water gepakt bij de drinkpost. Op zes kilometer een velletje omdat ik me niet echt sterk voelde. Daarna eigenlijk van waterpost naar waterpost gerend (om de 2km) en zelfs af en toe gestopt voor een foto. Winnen ging ik toch niet en ik wilde mijn hartslag onder de 170 houden. Niet te gek doen hé.

Op een gegeven moment kwam de nummer 1 van de hele marathon voorbij en die liep stevig door. Na het samenkomen van de 21 (en 42) met de 10 kilometer wedstrijd kwam je vooral wandelaars tegen die de 10km aan het lopen waren.

Op de klok stond 2:13 maar omdat ik niet direct weg was zal het wel een minuutje sneller zijn. Mijn ‘slechtste’ halve marathon ooit. Maar soms moet je gewoon genieten.