Langs een kraan rennen

Mijn eerste rondje op mijn nieuwe zooltjes werden er gelijk 12 tijdens de besloten clubrun van de RRC. Een mooi parcours door Rotterdam heen. Het lopen voelde goed, eens kijken of we dit weekend de 15 kilometer aan kunnen tikken. Dan zit het qua afstand wel snor voor de Bruggenloop begin december.

 

Ik ben geen halve zool….

Zo, de laatste sessie bij de scheenbenendokter. Eentje waar ik niet meer gemarteld werd want mijn scheentjes doen geen pijn meer. Ik heb me wel een paar zolen aan laten meten. En dat zijn geen halve zolen kan ik je vertellen.

Op het eerste filmpje dat op de loopband gemaakt werd zag je mijn voet bij het landen gevaarlijk inzakken. Dat zag er best eng uit, je zou bijna stoppen met hardlopen. In het vandaag gemaakte filmpje (met aangepaste zolen) zie je mijn voet recht onder mijn onderbeen staan.

Nu mankeert er van alles en nog wat aan mijn looptechniek maar dit is echt een enorme verbetering. Ik ben blij dat ik op shinsplintstop ben gewezen. En nu blessurevrij blijven én een paar nieuwe schoenen richting de marathon kopen.

 

Ze ‘scheenen’ daar…..

Week drie, behandeling drie. Afgelopen dinsdag heb ik de tweede behandeling ondergaan en op woensdagavond trainde ik weer met de Kieviten mee. Wel met de B-groep om het gevaar van té snel te lopen te ontwijken.

Die training ging best goed al heb ik het grootste gedeelte van de training rustig aan in het achterveld gelopen. Na ongeveer een kilometer of tien begon ik wel weer wat te voelen. Mede als gevolg door de jumping-lunges die we bij de warming-up moesten doen. Een dag later voelde ik nog wel wat maar ik herstelde alweer sneller dan de week ervoor.

Op zondag liep ik ruim twaalf kilometer met mijn zondagse hardloopmatties en daar hetzelfde gevoel. Na een kilometer of tien voelde ik niet zozeer mijn scheenbeen als wel mijn dikke enkel. Op maandagochtend voelde mijn scheenbeen gewoon als normaal en dus kon ik gisteren meerennen met de voorbereiding van de volgende run van de Rotterdam Running Crew op de Erasmus universiteit.

En vandaag? Vandaag dus behandeling nummer drie. Nog steeds pijnlijk maar beter uit te houden dan de eerste keer. Het herstel is nu echt ingezet en volgende week de laatste behandeling. We kunnen voorzichtig alweer aan wat snelheid gaan denken.

Update scheenbeen

Echt lachen kon ik hier nog niet en dat kwam niet eens door de wanprestatie die Feyenoord leverde. Nee, daar had ik nog geen weet van toen ik voor de tweede keer ging hardlopen na mijn eerste behandeling tegen shinsplints. Op vrijdag liep ik weer 5 kilometer, rustig aan en met hoge pasfrequentie.

Zondag voelde mijn been al wat beter, zo goed dat ik een rondje van 10 kilometer heb gelopen langs de kassen achter mijn huis. Nog steeds in een laag tempo uiteraard. Op een schaal van een tot tien voelde de pijn aan als een ‘vier’, dus redelijk te behappen.

Vandaag ben ik voor de tweede keer bij Shinsplintstop geweest en dat was wel een openbaring. Op de video die hier gemaakt werd van mijn loophouding was duidelijk te zien dat ik hard aan de stabilisatie van mijn knieën moet werken. Lunges en andere oefeningen dus. En voor de rest nog meer core-oefeningen als ik nu al doe op de niet-loopdagen.

Volgende week sessie 3 en wellicht daarna ook kijken naar hardloopzooltjes omdat de schoenen met anti-pronatie niet alles lijken te compenseren. Goedkope sport hoor dat hardlopen, je hebt alleen maar schoenen nodig en de buitenlucht 😉

Still uit de video

 

Een scheenbeweging

Ja, dat deed best zeer. Die eerste behandeling om van mijn scheenbeenblessure af te komen. Via internet werd ik op Shinsplint Stop gewezen, die zouden me zo weer op de been helpen. Maar, werd er ook bijgezegd, het zou wel pijn gaan doen.

En ja, dat deed het ook. Maar gelukkig minder dan had ik verwacht. Nu schijnen shinsplints een blessure te zijn die voornamelijk bij hardlopende dames voorkomt (zegt Google hé, niet ik) en ik was door twee dames gewaarschuwd. Aangezien vrouwen erom bekend staan een veel hogere pijngrens te hebben was ik op het ergste voorbereid. Ik zette mij schrap en onderging mijn lot gelaten. Heel even sprongen de tranen in mijn ogen, dat geef ik eerlijk toe. En de dag erna was mijn been behoorlijk dik op die plek.

Maar het goede nieuws was dat ik wel gelijk mocht gaan hardlopen. Rustig aan, hogere pasfrequentie en niet al te ver. En ja, ook dat voelde ik wel. Maar de vijf kilometer voelde niet overdreven pijnlijk aan.

En nu drie dagen na de eerste behandeling voelt mijn been best goed. Ik doe braaf mijn ‘calf raises‘ op de trap en rek mijn voet ook regelmatig. Vanavond ga ik weer een voorzichtig rondje rennen. Niet te ver en niet te snel en dan zondag weer iets verder als het goed voelt. Volgende week dinsdag heb ik mijn tweede afspraak, ik zet me alvast schrap.

Pijnlijke schenen. Blessure nummer zoveel.

Tsja, de schooldokter had natuurlijk gelijk met zijn opmerking dat ik niet moest gaan hardlopen. Maar ja, het is best leuk én vooral het sociale gedeelte. Dat je af en toe een uitsloverige foto van jezelf kunt posten om je vervolgens rond te wentelen in complimentjes is ook meegenomen.

Alleen die blessures hé. Na last van mijn knieen, enkel en voet heb ik nu last van mijn scheenbeen. Die hadden we nog niet gehad op de ‘bingokaart der hardloopblessures.’

Nu is op internet zoeken naar aandoeningen niet geschikt voor mensen met een lichte vorm van hypochondrie. Die zien in een verkleurde teennagel nog wel een aanwijzing dat hun einde nadert. Maar na een tip van een medeloopster en mijn grote vriend Google durf ik wel de diagnose te stellen dat ik last heb van ‘tibialis anterior tendinopathie’ .

Deze blessure ontstaat meestal door herhaalde of langdurige activiteiten die de spier veel belasten. Dit komt typisch voor bij overmatig rennen: voornamelijk bergop of op oneffen ondergrond. En laat ik dat nu net afgelopen zondag gedaan hebben. Het is een mooi bergje hoor daar bij outdoor valley maar nu vervloek ik hem wel.

Waarschijnlijk was de blessure al sluimerend aanwezig want ik geloof nooit dat het van 1 keer die berg op rennen is gekomen. Enfin, we gaan maar eens kijken bij shinsplintstop want die schijnen je zo van deze blessure af te helpen. Ik hou jullie op de hoogte.

En ja, er zijn véél ergere dingen op de wereld. Dus ik klaag niet.

 

Bredase Singelloop 2017.

Het was maar goed dat Marcel en ik niet aan de rechterkant van de trap op station Breda liepen. Een kereltje achter ons dacht dat hij Tony Hawk was en een mislukte ‘ollie’ later denderde zijn skateboard over de trap naar beneden. Gelukkig werd er niemand geraakt maar dat was meer geluk dan wijsheid. Geblesseerd raken voor de start leek me, ondanks de verleidingen van het Bredase café-vertier, geen goed idee.

De Singelloop dus, 21 km door en om het centrum van Breda. Carin had zich ook voor deze wedstrijd ingeschreven en dat bracht het aantal Gers-roparunners uit het 2017 team op drie stuks. Bij het betreden van de Rabobank waar de kluisjes (waar anders? al had ik stiekem gehoopt op zo’n grote kluis als in ouderwetse boevenfilms) voor je spullen kon huren kreeg ik de tussenstand uit Alkmaar binnen. Net zoals bij de Bruggenloop van vorig jaar vertoonde de defensie van de Alkmaarders aardig wat gelijkenissen met de kaas die ze er iedere week in klederdracht doorheen lopen te rennen.

Met een gerust hart betraden wij het startvak af en toe de tussenstand in Alkmaar controlerend. Gezien de nieuwsgierige blikken op mijn telefoon bleken Marcel en ik niet de enige Feyenoorders in het startvak te zijn. Op mijn buik prijkte een rood startnummer. Een nummer voor het wedstrijdvak dus. Bij het inschrijven had ik me in plaats van voor de prestatieloop (wat is een prestatieloop nou helemaal?) voor de wedstrijd ingeschreven. Ik hoefde niets te overleggen en met een opgegeven tijd van 1:45 ben je nou niet echt een wedstrijdloper van formaat. Enfin, ik schoof gewoon in het blauwe startvak aan en om twee uur konden we op pad.

Het parcours was twee keer (bijna) hetzelfde rondje. Normaliter vind ik dat wel wat bezwaarlijk maar in Breda stond er op grote delen van het parcours behoorlijk wat publiek. In het echte centrum zelfs rijen dik. De biertap draaide overuren. Maar voordat het zover voor ons was moesten we eerst nog 21 kilometer hard lopen te rennen.

De eerste 12 kilometer liepen Marcel en ik een behoorlijk tempo maar toen kwam er bij mij de klad in. De laatste weken iets teveel biertjes gedronken en een paar langere trainingen gemist (Feyenoord speelde twee keer op woensdagavond) zorgden ervoor dat mijn benen wat zwaarder werden. Ik liet Marcel gaan en na een plaspauze kwam ik die een paar kilometer later weer tegen. Hij had ook wat last en de laatste kilometers hebben we samen gelopen, een PR uit ons hoofd gezet en op een normaal tempo de halve marathon uitgelopen. Bij Frank die langs het parcours stond informeerde ik wat de einduitslag in Alkmaar was geworden en tevreden liepen we verder.

Mijn horloge gaf 1:44:59 aan alleen de finishtijd volgens de site lag iets hoger. Na het in ontvangst nemen van de medaille en het omkleden in de hal van de Rabobank (ik hoop voor de werknemers daar dat de schoonmaakploeg gisteravond goed zijn best heeft gedaan want al die stinkende en zwetende hardlopers zullen een aardige geur hebben achtergelaten) was het tijd voor een biertje op de Grote Markt in Breda.

Bij het teruglopen naar het station brak een skateboarder bijna een paar botten bij een ogenschijnlijk simpel trucje. Als die lui nu echt geblesseerd willen raken dan kunnen ze beter gaan hardlopen. Dan heb je iedere maand wel wat. Met een medaille op zak bracht de trein ons in een mum van tijd weer terug in Rotterdam. Op naar de volgende loopwedstrijd, ver weg van skateboarders hoop ik.

Rondjes rennen

Van goudvissen wordt beweerd dat ze slechts een geheugen van een paar seconden hebben. Dat is vooral een leugentje om bestwil dat ouders gebruiken om te weerleggen dat het helemáál niet zielig is dat de vissen in zo’n kleine kom hun rondjes zwemmen. Iedere dag weer dezelfde rondjes….

Onze drie sluierstaartvissen (die overigens hele bekende namen hebben) hangen als een stel onderwaterhangjongeren in een hoek van het aquarium rond als ik de kamer binnenkom. Ze wachten niet op Cheeto’s en Red Bull, zoals echte hangjongeren in de schaduw van de supermarkt, maar op hun dagelijkse portie Tetra. Eerst krijgt de poes eten en daarna pas de vissen. Het is verbazingwekkend dat Poes Lotus haar honger nog niet gestild heeft met die drie zwemmende vissticks. Cartoons kloppen maar zelden en ik zal Freek Vonk eens benaderen om dit wonder der natuur te verklaren.

Wat dit met hardlopen te maken heeft? Er zaten precies 170 dagen tussen de finish van de marathon van Rotterdam en het moment dat de inschrijving voor de editie van 2018 open ging. En blijkbaar is 170 dagen precies voldoende om het geheugen van een hardloper te wissen. Alle pijn, al het afzien en alle blessures. Het trainen in de vrieskou op het moment dat je liever op de bank was blijven zitten en de misselijkheid van alle zoetigheden als je uiteindelijk over de finish bent. Al die ‘ontberingen’ heb je uit je geheugen gewist op het moment dat je jezelf inschrijft.

Iedereen die ook maar 1 hardloper tussen zijn Facebook-vrienden heeft kon eergisteren zijn lol op. Laat staan als je er meerdere tussen hebt zitten zoals ik. De ene na de andere inschrijving kwam voorbij in mijn tijdlijn en heel even leek er op dat niemand kon wachten tot het uiteindelijk 8 april 2018 is.

Maar voor het zover is zullen er veel, heel veel rondjes hardgelopen moeten worden. Wat dat aangaat lijken we toch wel een beetje op die goudvissen. Rondje na rondje over de fietspaden. Of dat zielig voor ons is? Och, 170 dagen na de marathon zijn we het toch allemaal weer vergeten.

Vredesloop 2017

De vredesloop was dit jaar op een zondag in plaats van een zaterdag. Gezien de wedstrijd van Feyenoord op zaterdagavond (dat verslag komt zodra ik wat genuanceerder ben over deze wanprestatie) kwam een start op zondag niet heel slecht uit.

Sandra had zich ingeschreven voor de vijf kilometer en ik voor de tien. In de twee voorgaande edities liep ik voor mijn doen vrij snel maar toch ging ik niet met de gedachte naar de editie van 2017 om een PR te lopen. Waarom niet?

Ik heb namelijk wat last van mijn peroneus brevis, dat klinkt als een Dinosaurier maar dat is toch echt een spier die wat pijntjes veroorzaakt aan de buitenkant van mijn voet. En aanstaande woensdag is het alweer een mooie run met de Rotterdam Running Crew met als toetje de halve marathon van Breda aanstaande zondag.

Sandra liep de vijf kilometer in een keurige tijd, maar omdat de vijf kilometer een minuut of tien te laat van start ging was het startvak al behoorlijk vol toen ik daar aansloot. Ik moest natuurlijk wel eerst weten hoe het bij haar was gegaan.

De start was dit keer op een andere plek, recht voor het Museon, en de plaatsing van de toiletten was op zijn zachts gezegd wat eigenaardig. De rij voor de Dixi’s stond pal voor de ingang van het startvak en de plaszuilen stonden recht in het zicht van iedereen die voorbij liep. Als je als man al last hebt dat je niet kunt plassen als er mensen in de buurt staan dan kon je hier je lol op.

Het grote voordeel van achterin een startvak staan is dat je lekker iedereen in kunt halen. Het nadeel is dan dat er nogal veel mensen je voor de voeten lopen. De eerste kilometer ging dan ook niet al te snel. Langzaam maar zeker kroop ik naar een gemiddelde van 4:40 per kilometer. Dat zou een eindtijd van rond de 47 minuten moeten opleveren. En dat was wel een beetje mijn doel. Het viel mij wederom op hoe warm gekleed sommige mensen aan de start staan. Ik zag lange tights, hardloopjacks, een kerel in een thermoshirt en talloze mensen in zwarte shirts met lange mouwen.

Het parcours was ook iets gewijzigd, na twee kilometer was er de eerste drankpost en daar waren al veel mensen aan het wandelen. Na vijf kilometer gaf mijn horloge ook vijf kilometer aan maar daarna begon er een verschil in de afstand op mijn horloge en de borden langs de kant te komen. Bij het bord 7 gaf mijn horloge 6,8 aan en dat verschil liep zelfs nog een beetje op. Eerst dacht ik nog dat het kwam door slechte GPS in de buurt van de bomenrij waar ik in de schaduw liep (het was best warm) maar bij de finish bleek dat niet zo te zijn. Mijn horloge (en de officiele tijd) gaf 45:33 aan maar met een gemiddelde snelheid van 4:40/km kan dat natuurlijk nooit.

Ik was niet de enige waarbij het parcours 200 tot 250 meter te kort was op zijn horloge. Dat vind ik wel een beetje raar eerlijk gezegd en een beetje slecht is het wel. Als je een tien kilometer wedstrijd organiseert moet het parcours ook echt tien zijn. Nu heb je een vertekend beeld. Een voordeel voor veel mensen is dat ze een PR gelopen hebben op deze manier.

Enfin, het was weer leuk de Vredesloop. Mooi weer en redelijk veel publiek. Dat is toch wel lekker om te lopen. En weer twee medailles erbij in Villa Peenvogel.

 

Eins, zwei..laufen!

Sinds ik er zelf werd ingeluisd voor de Roparun editie 2015 (leestip) ben ik er zelf ook redelijk goed in geworden: het erin luizen van mensen voor sportwedstrijden. Afgelopen Roparun luisde ik maar liefst vier mensen in dit avontuur (nog een leestip). Zoiets gaat niet ongestraft volgens de wetten van karma en dus werd ik er zelf ook weer eens ingeluisd. Of ik mee wilde doen aan de ‘der eins und einzige, supertolle schlager und blumenlauf’.

Als u denkt dat dit evenement bij onze Oosterburen plaatsvond dan heeft u het mis. In het pittoreske Roelofarendsveen, door de bewoners afgekort tot ‘De Veen’ (staat op Wikipedia en dan is het waar), vindt aan de vooravond van de kermis (waarover op Wikipedia staat dat het een drinkgelag is) een heuse marathon plaats. Er lopen 135 teams mee en ook een flink aantal individuele lopers die de 15 rondjes van ongeveer 2813 meter gaan lopen staan te rennen.

Enfin, Esther vroeg of ik in wilde vallen en ik zei geen nee. Het was een bijzondere aanblik op het startterrein, volgens mij heb ik zelden zoveel Nederlanders in Duitse kleding zien rond- en hardlopen. Van Dirndl-jurkjes (prima) via lederhosen (hmmmm) tot shirts van Die Mannschaft (wat??!!). Als bijna-RotterdammerT bood ik in mijn RRC-shirt (zwart, want dat kleedt af) wat tegenwicht. Want om nou in iets Duits lopen te staan te rennen dat gaat me net iets te ver.

Als eerste ging Wouter van start en die kwam na 12 minuten en 56 seconden alweer terug van zijn eerste rondje. En dat kon ik natuurlijk niet over mijn kant laten gaan, iets met apenrots en compensatiegedrag. De route was echt supertof, als eerste door het gebouw van de slager heen waar je de rookworst nog rook. Door de tuin van een huis en via een ponton door de kas heen. Van de kassenloop in Bleiswijk weet ik dat kassen vrij warm zijn om door hard te lopen en dit was geen uitzondering.

Eenmaal uit de kas hadden ze een brug verkleed als skihelling. Met wit tuinbouwplastic waande je je even op wintersport. Hup, door de volgende kas heen. Een zorgkas waar behalve mooie bloemen ook een geit op een tafel stond net zoals in De Efteling bij de wolf en de zeven geitjes (foto is bewijs).

Na de kas kwam je op een stuk weg dat vermomd was als Duitse snelweg. Met alle bekende bordjes van dien. Een flitspaal, iemand die een kip beet hield en Duitse schlagers. En bier, heel veel bier. Bij de eerste rondjes was het slecht weer en stonden er wel wat mensen langs de kant. Bij de laatste ronden stonden de party-tenten, die dienst deden als tijdelijke kroegen, barstensvol. Wat dat aangaat zijn alle dorpen hetzelfde, als er een excuus is om bier te drinken dan wordt dat ook niet nagelaten. En terecht.

Mijn eerste ronde liep ik in 12:33 (#compensatiegedrag) en daarna waren de dames aan de beurt. Ondanks flink wat ‘gedownplay’ van hun kant liepen ze ook alle rondes vrij constant. En zo gingen we ronde na ronde verder, door kassen en een tuincentrum. De winnaar van de individuele marathon deed er net iets meer dan 3 uur over. En als je beseft dat het een bochtig parcours is met smalle paadjes en heel veel verschillende soorten ondergrond is dat echt super knap.

De skiberg

Autobahn

Na de derde ronde begon ik wat last te krijgen van mijn peroneus te krijgen, dat klinkt als een Dinosaurier maar dat is een spier die in mijn voet eindigt. De dag voor de halve marathon van Dublin verstapte ik mezelf (en ik had pas 1 pint Guinnes op, dus daar kwam het niet van) en de laatste weken voel ik die spier tijdens het hardlopen. Een voordeel is wel dat ik hem dit keer na het hardlopen niet meer voelde en dat was de week ervoor nog wel zo. Er zit verbetering in.

De laatste ronde deden we met het hele team. De mannen hadden er vier rondjes op zitten (Ik liep de andere drie in, mocht u het willen weten, 13:04, 13:13 en 13:41. Niet dat ik het bijhield hoor #opscheppert) en de dames allebei drie. De laatste ronde was een ereronde over het parcours. Met een glas bier door de kas heen nadat we bij de slager een worst hadden gekregen waar zelfs Kim Holland rode konen van zou krijgen. De partytenten stonden nu echt overal vol en de lokale slijterijen hadden goede zaken gedaan. Met een broodje rookworst en een vers biertje sloten we deze supertolle marathon in 4:07 af.

Mocht ik er volgend jaar niet ingeluisd worden dan ga ik zelf eens op zoek naar drie loopmatties want dit was echt enorm grappig. Bedankt voor het erinluizen!

The Texas Cowboy Pferde Sattel Verkaufers

Zwart kleedt af.