Randstad-Relay, follow the leaders

Zelfs ik word er weleens ingeluisd. Captain Erwin had een team ingeschreven voor de RandstadRelay en naar goed gebruik zei ik daar gewoon ja op. Dat is mijn beste lifehack, zeg gewoon (bijna) overal ja op. Het zal je veel moois brengen.

En zodoende bevond ik mezelf afgelopen zaterdagochtend erg vroeg in het Oosterpark. Niet het Oosterpark waar ik op een mooie tweede pinksterdag in 1993 mijn Feyenoord kampioen zag worden maar het Oosterpark in Amsterdam. Het idee achter de RandstadRelay was namelijk om vanuit Amsterdam naar Rotterdam te rennen in estafette-vorm. Of om in hun eigen woorden te spreken: van 020 naar 010. Zelf ben ik wel een beetje klaar met dat kengetal-gedoe, maar als het losgekoppeld is van het voetbal kan ik er iets beter tegen. 

Op weg naar Amsterdam met de trein.

Hotel Generator, de startlocatie.

De eerste kilometers door Amsterdam

Het startterrein was in het Oosterpark waar de eerste loper een rondje deed alvorens de lopers op de fiets aan zouden sluiten. Het werd dus een hele lange run-bike-run zoals we die vanuit de Roparun kennen. Loper 1 loopt 1500 meter, Loper 2 geeft de fiets aan Loper 1 en loopt ook 1500 meter. Daarna is Loper 3 aan de beurt, enzovoort. Enzoverder. De lengte per beurt mocht je als team zelf invullen. We zagen teams die om de 5 kilometer wisselden maar wij hielden het bij de, in de Roparun, gangbare 1500 meter.

De eer om te starten was voor Edwin, daarna liep Ingeborg en als derde was ik aan de beurt. Het eerste gedeelte was door de stad richting het Olympisch stadion en hier zag je gelijk wat deze RandstadRelay zo mooi maakte: iedereen moest namelijk zelf zijn route terugvinden. Dus waar wij rechtsaf gingen daar liepen andere teams rechtdoor om vervolgens dat team ergens anders weer in te halen. 

Vanuit Amsterdam ging de koers richting Amstelveen waar we onder het geluid van de aankomende en vertrekkende vliegtuigen van Schiphol de polders in gingen op weg naar Uithoorn. Via De Kwakel, Vrouwenakker en Papenveer kwamen we in Jens Toornstra-Capital oftewel Ter Aar. Op dat moment deden we haasje over met twee teams uit Amsterdam en de loopclub van Ingeborg. En een team van twee dames die zich afvroegen of wij wel konden navigeren. Spoiler alert, mwoah niet echt.

Na Alphen aan den Rijn kwam Boskoop en toen moesten we een beslissing maken. Zouden we richting Waddinxveen gaan wat het oorspronkelijke plan was of kozen we toch voor de Rotte? We kozen, ook vanwege de bekende omgeving, voor de Rotte. Net voorbij Bleiswijk lieten we de twee eerdergenoemde teams redelijk ver achter ons. Tegen het team uit Amsterdam zeiden we nog dat ze het beste ons konden volgen, het was immers onze ‘hometurf’.

Een uitspraak waar we bij de finish om uitgelachen werden want hoe ze het gedaan hebben weet ik niet maar bij het stoplicht bij de Gordelweg stonden ze gewoon weer voor ons. Ook bleek dat er teams waren die bijna 7 kilometer minder hadden gelopen. En er waren teams die na 4 uur alweer in Rotterdam waren. Je hebt altijd baas boven baas. 

Eenmaal op het vertrouwde Noordplein smaakte het Duitse(!) biertje heel goed. Een tafel verder zat het team uit Amsterdam. Het leek potverdorie wel the summer of love. Maar dan wel op hardloopschoenen.

Jaja, jullie waren eerder 🙂

Proost

O

Onze route, zeg het maar. Waar hebben we het laten liggen? Waarschijnlijk de keuze om niet door Waddinxveen te gaan.

 

Vertical Festive, een verslagje

Vooropgesteld, ik ben géén berggeit. Trailen is leuk maar ik ben vooralsnog toch nog meer een asfaltloper. Toch leek het me leuk om mee te doen aan de Vertical Festive van Mudsweattrails, een uitdaging waar je virtueel een berg beklimt. Je kon kiezen uit de Mount Everest 8848 hoogtemeters (hierna aan te duiden met de gangbare term D+), de Mont Blanc (4809 D+) of de Ben Nevis van 1345 D+. Ik koos voor de berg in Schotland want voor 1345 D+ moet je toch nog bijna 45 keer de Rotterdamse Alp op.

Dag 1.

Op kerstavond mocht je van start en dat deed ik met flink wat rondjes in het park achter mijn huis. Het heuveltje en de trap bij de HSL. Aan dat trappenlopen hield ik wel een kleine spierpijn over. De eerste tien kilometer waren gemaakt met 280 D+. Niet echt efficient dus.

Dag 2.

Op tweede kerstdag was het druk op de Rotterdamse Alp (a.k.a. de skiberg) met andere deelnemers. Het is de hoogste berg hier in de buurt en dus uitstekend om aan je hoogtemeters te werken. Zo nu en dan beklim ik de berg een paar keer voor de lol maar nu moest er serieus werk van gemaakt worden.

De graszijde was aardig stuk gelopen door andere deelnemers.

Het iets langere pad naar boven. 

Na 16 kilometer en ruim 800 D+ was het tijd voor kerstkransjes. 

Dag 3.

Er moesten nog 250 D+ gemaakt worden. Nu had ik weer voor die vermaledijde trappetjes kunnen kiezen natuurlijk, maar de berg is meer fotogeniek. Dus hup, op weg naar de Alp 010 waar andere deelnemers in etappes (of zelfs in 1 keer!) de Mont Blanc en zelfs de Mount Everest (270 x die berg op) aan het beklimmen waren. 

Op het uitkijkpunt stond dan ook de nodige proviand van de deelnemers. En veel verbaasde wandelaars die zich afvroegen waarom al die mensen heen en weer aan het stoempen waren op die heuvels. 

Paar keer de skiberg op en af en richting de uitkijktoren voor de laatste paar hoogtemeters. De Ben Nevis is bedwongen. 

In de verte lacht Rotterdam me toe.

Een (on)zalig plan, Marathon langs de Rotte

Ik hou wel van onzalige plannen. Onzalige plannen kunnen namelijk met een kleine ingreep in zalige plannen veranderen. Je hoeft alleen maar ‘on’ weg te halen. En voor de zomervakantie stond ik zelf nog wel in de ‘on’ stand als het ging om het lopen van een marathon.

Tsja, Rotterdam werd verschoven en uiteindelijk afgelast. Dat zorgde gelijk voor een dip in mijn hardloopmotivatie al bleef ik wel gestaag doorlopen.

Totdat Hanneke op Facebook een herinnering ophaalde aan haar eerste marathon. Enfin, zoals ik normaal gesproken mensen in ons Roparun-team luis, zo luisde ik nu mezelf erin. Een marathon in de achtertuin lopen. Waarom ook niet?

Met dit in het vooruitzicht had ik nog tijd voor twee langere duurlopen. Een naar Rotterdam (25km) die lekker ging en een naar Delft (28km) die resulteerde in veel geploeter. Gewoon op ‘karakter’ dan maar.

Geen al te gekke dingen vooraf maar wel wat stapelen. Je moet toch energie hebben. Ik had een aardige route bedacht. Vanaf de skiberg langs de Rotte en dan bij de A12 keren en aan de andere kant van de Rotte terug richting de roeibaan. Vanaf daar een rondje Zevenhuizerplas en via de Bergse Rechterrottekade richting Crooswijk. Rondje om de plas en terug via de Linkerrottekade naar de Skiberg. Dat klonk als een plan.

Vlak voor de start. Op de achtergrond Wilbert en Monique. Wilbert zou bijna 15 kilometer met ons meerennen. Monique zorgde voor de muziek op de fiets. Met een beetje fantasie leek het op de breaking 2 poging van Kipchoge. Enige wat ontbrak was zo’n kekke groene laser op de grond voor ons.

Daar gaan we. Op naar het tien kilometer punt vlakbij de camping. Nadat Wilbert en Monique koers zette naar huis haakte zwager Marco aan op de fiets. Niet veel later gevolgd door Claudia en Angela. We hadden een heus team om ons heen. Zeker omdat halverwege de hele familie van Hanneke klaar stond met nieuwe versnaperingen.

Vol goede moed langs de Rotte. Na een kilometer of 26 moest ik plassen én begon ik mijn benen te voelen. Dat is dan het begin van het einde want daarna was het sprokkelen van kilometers geblazen. Hanneke liep ijzersterk en die kwam me een paar keer ophalen. Bij mij begon de pijp, ondanks de gelletjes, leeg te raken.

Na het rondje om de Kralingse Plas, waar ik meer moest wandelen dan mij lief was, kwam de eindstreep in het zicht. Hanneke liep een enorm steady 3:48. Ik deed er een kwartier langer over. Niet mijn snelste marathon maar ik was niet ontevreden, plus dat het erg gezellig was. Dat is ook wat waard.

Langs de Rotte

De honkbalwedstrijd leverde dit keer geen winst op. Na de wedstrijd rende ik van Capelle terug naar huis.

Vlakbij Capelle Schollevaar zat een Aalscholver (aka Schollevaar). Het leven kan zo simpel zijn.

Langs de Rotte.

De Rotte op een zondagmiddag. Hoe mooi.

Coopertest

Gisteren stond er een Coopertest op het programma. Overdag werd er een kies bij me getrokken dus ik was wel benieuwd hoeveel last ik daar van zou hebben. Dat viel achteraf behoorlijk mee. Bij de start van het rondje staat een bord met wat je moet lopen per leeftijdscategorie. Ook die rare toevoeging van ‘ervaren lopers’ staat eronder en die tabel slaat nergens op, wat zijn ‘ervaren lopers’? In plaats van lopers zou daar atleten moeten staan.

Het bord in kwestie.

Volgens mijn horloge kwam ik tot 2860 meter. Volgens de paaltjes langs de kant zou dat ongeveer 100 meter verder moeten zijn. In de bossages werken GPS-horloges niet altijd even goed. Ik vermoed dat ik op een echte baan wel redelijk in de buurt van de 3000 meter zou moeten komen. Is weer een volgende uitdaging.

Superfit, jaja.

Koning van de Pluympot

Vorige week had ik weinig hardloopinspiratie en liep ik drie keer de Pluympot, een ronde van 3 kilometer. Op strava zag ik dat de Pluympot een zogenaamd segment was. En op segmenten staan ranglijsten.

Het record op de Pluympot lag op 12:10. Dat moest haalbaar zijn. Een paar dagen later liep ik er weer een rondje en toen stond ik tweede. Een idee was geboren, dat kroontje moest ik hebben. Dus op zaterdagmiddag liep ik een kilometer in, deed wat oefeningen en zette mijn horloge aan. De eerste km ging onder de 4 minuten en daarna kom je in het bos waar de GPS niet optimaal is.

Rond de 2km gaf ik mezelf 10 tellen rust in wandeltempo want de biertjes van vrijdag begonnen te tellen. Maar het kroontje was van mij. Best scherp weggezet.

Ghosttown-run

This town (town) is coming like a ghost town
All the clubs have been closed down
This place (town) is coming like a ghost town

Een verlaten Rotterdam op zondagochtend.

Al was het op zaterdagmiddag schijnbaar erg druk.

We hebben het nodig. Ik heb gebeld, er werd niet opgenomen.