Vaseline, Piraten en grafhonden. Roparun 2018

Op de Haringvlietbrug daalt het besef pas echt in, ik ben bijna aan het einde van mijn laatste shift. Nog een paar keer 1000 meter hardlopen en dan tikken we team B af die, samen met een aantal teamleden van de ondersteuning, de laatste vierendertig kilometer gaan lopen van Numansdorp naar Rotterdam. Dat is een schitterende etappe want je komt door de feestende dorpen in de Hoeksche Waard én je loopt Rotterdam in, het Ro-gedeelte van de RoParun. De 65 kilometer hardlopen zitten erop. 

Maar het verhaal begint in Parijs, het Pa-gedeelte van de Roparun. Nou ja, eigenlijk begint het verhaal veel en veel eerder. Op 8 november van het vorige jaar om precies te zijn. Op die datum gaven we in de WhatsApp-groep van de 2017 editie aan dat we in 2018 weer zouden gaan. Wat volgde wat een stortvloed aan apps in die groep die tot op dit moment nog niet gestopt is. Van serieuze zaken tot complete onzin. Het opzoeken van het allereerste bericht in die groep leverde me zojuist mijn tweede Roparun-blessure op, een blaar op mijn vinger van het swipen. De andere is een blaar op mijn kleine teen door een compressiekous die net niet goed zat.

De foto op de heuvel.

Na 8 november gingen we los. We zochten en kregen sponsoren, er werd een logo ontworpen. We collecteerden, deden sponsorlopen en er werd gegeten in restaurants. Er werd gegokt op marathontijden, deden zelf de voorbereiding voor het eten tijdens de Roparun. Op socialmedia bestookte ik familie en kennissen tot op de rand van het toelaatbare met de vraag of ze mij, maar dus eigenlijk de Roparun, wilden steunen.

En toen was het zaterdagmiddag 19 mei rond de klok van halfdrie. Unaniem was besloten dat Peter mocht starten. De blijdschap van het horen dat hij mee kon als loper was al onbetaalbaar, laat staan de blijdschap toen hij hoorde dat hij mocht starten. Als er iemand een gunfactor heeft dan is het die ouwe reus wel.

Het draaien van “you’ll never walk alone” is mooi voor onze start maar maakt het ook wat zwaar. Het hele team staat in tranen af te tellen. Links Peter in het start-vak van de lopers en rechts Monique, Brigitte en Carin op de fiets. Na het aftellen gaan ze van start. Met zijn grote lijf torent Peter boven de andere lopers uit, de dames volgen hem pijlsnel op de fiets.

De vrijdagavond op het startterrein was gezellig, zo gezellig dat ik uit voorzorg om tien uur mijn slaapzak opzocht. Het bier in de feesttent vloeide rijkelijk en met een kater starten leek me niet echt bevorderlijk. Een willekeurige voorbijganger had nooit verwacht dat wij, dat zooitje ongeregeld, een dag later aan een tocht van 532 kilometer hardlopen zouden gaan beginnen. En toch was dat wat we gingen doen.

Tijdens de BBQ deden Angela en Monique een verkleed-act als stewardessen waarbij ze o.a. slippers en oogmaskers uitdeelden die heel handig van pas kwamen het hele weekend. Daarna volgde de introductie van een nieuw lijflied over vaseline. Een nummer dat niemand meer uit zijn systeem kreeg de rest van het weekend.

Polonaise

Om de hoek van de supermarkt Paristanbul mocht de lopers bus van Menno en Tristan weer ondersteuning bieden. Als vierde loper wachtte ik samen met Angela tot de rest terugkwam van het eerste stuk run-bike-run en waar ik eindelijk zelf een stuk mocht gaan hardlopen. Vorig jaar ging het met vier lopers op de fiets faliekant mis met de route. Vandaar dat Carin als navigator mee ging tijdens het eerste gedeelte. Het volgen van zo’n fiets-Garmin is geen kinnesinne.

De eerste etappe was 34 kilometer lang en opgedeeld in stukken van 1500 meter hardlopen. Met een fietser voor je en een fietser achter je loop je naar het volgende punt waar het busje klaarstaat om de volgende loper het asfalt op te spuwen.

De nacht op het startterrein was koud geweest maar deze zaterdag is het behoorlijk warm. De weer-apps geven 19 graden aan maar het voelt veel warmer. Ik passeer de bushalte waar ik tijdens mijn allereerste Roparun stond te wachten. Na 34 kilometer staat lopersbus B te wachten met Marcel, Nikki, Dennis, Harrie, Ward, Peter en Oppie. Nu kunnen zij ook eindelijk op pad. Vanaf Mortefontaine naar Villers-sur-Coudon. Via de groeps-app lieten ze weten dat ze een stop-and-go hadden gekregen maar daar blijkt niets van waar te zijn. Wat volgt is een confetti-gevecht tussen beide busjes. De toon is gezet.

In Villers-sur-Coudon, een typisch Frans dorpje met een kerk een boerderij en een gesloten Tabac hebben de heren en dame van de ondersteuning inmiddels een basiskamp opgebouwd op een grasveld voor de tennisclub. Af en toe komen Fransen kijken wat er nu aan de hand is maar over het algemeen zijn de dorpjes slaperig zoals altijd. Net zo slaperig als team A dat probeert om maximale rust te pakken voordat we weer aan de gang moeten.

Mediamannetje

Het eten van Andrew valt in de smaak bij het hongerige team A. Walter en Claudia maken de spieren los bij de lopers en fietsers. We hebben maar een paar uur de tijd op dit basiskamp voordat we weer aan de slag moeten.

Als team B op 1 uur afstand van het basiskamp is worden iedereen gewekt. Ik trek mijn spullen aan voor de nachtetappe en vraag aan Pascal, die de vrachtwagen met eten en drinken bestuurt om wat te drinken. Het is nog licht maar na acht uur moet iedereen zijn lichtvestje aan. Als het kamp is opgeruimd lopen we langzaam maar zeker naar de hoek van de straat om team B op te vangen en voor de wissel.

Brigitte was gefinisht en dus ben ik aan de beurt om te beginnen met lopen. Vijftienhonderd meter en dan mag Peter de bus uit. Daarna Monique dan Brigitte en dan ik weer. Een kilometerslange versie van tikkertje. Ondertussen kletsend met Angela en Carin die ons de wegwijzen en beschermen. Het wordt snel donker en op een gegeven moment zie je alleen nog maar de rode lampjes van de andere teams en de knipperende lichtjes van de windmolens.

Witte sokken, maar geen badslippers.

Voor de herkenbaarheid van onze bus heeft Harrie een groene lamp in de vorm van een cricketbat gemaakt. Het groene schijnsel in de donkere Franse nacht werkt letterlijk als baken in de verte. Het komt ook de snelheid van de wissels ten goede want van een afstand lijken in het donker alle busjes op elkaar. En van een afstand lijken alle fietsers en lopers op elkaar.

Bij een drempel in een van de donkere Franse dorpjes maak ik bijna een buikschuiver. Deze drempel had voor mijn gevoel de hoogte van een van de verdedigingswerken langs de Franse kust ten tijde van D-Day. In de verte blaft er een hond en voor de rest is het stil. Heel erg stil.

Bij Douilly tikken we team B af. Zij gaan lopend op pad naar Bertry en wij met het busje. Binnen no-time ligt het hele busje te slapen. We zijn op weg naar het dorpje waar de rookworst en chocoladebroodjes tijdens mijn allereerste Roparun een prettige verrassing was. De Hemaworst in Bertry is een begrip geworden.

Ons kamp staat op dezelfde plek als vorig jaar. De tenten uit de wind en zodoende is deze nacht iets aangenamer dan de koude nacht op het startterrein. Een nacht die voor ons gevoel dagen geleden was. Er wordt ontbeten met tosti’s en koppen thee én met een gaatje voor de Hemaworst natuurlijk. Dansend halen we team B binnen en weer mag ik de etappe starten. Van Bertry in Frankrijk naar Thulin in Belgie, 60 kilometer verderop.

Veel van deze route herken ik van het jaar dat ik samen met Menno reed voor team Gers. De dorpjes, de pleinen en de kerken. Bij een van de kerken zien we een Fransman met een krant en stokbroden voorbijlopen. En daar hadden we zin in. Niet in de krant maar in vers brood. Als ik na mijn stuk van 1500 meter weer instap hebben Mo en Menno een alpinopet op en ruikt de bus naar vers brood. De plaatselijke Boulanger is met een bezoekje vereerd.

Richting Thulin begint het langzaam maar zeker warmer te worden en in de bus wordt flink wat water gedronken. En natuurlijk smurfensap. We leven op zaken waar suiker in zit. Bananen, wit brood en repen waarop staat dat ze natuurlijk zijn maar waar een hoeveelheid suiker inzit waar je een week op kunt leven.

Een kleine juichkreet klinkt als we de grens passeren. In Quiévrain verkopen de winkels alleen maar drank en sigaretten zoals ieder ander grensdorpje in lang vervlogen tijden. Het is nog een paar kilometer naar Thulin, het dorpje waar Menno ons vorig jaar met een bliksembezoek vereerde. Nu zit hij zelf achter het stuur en ik durf mijn hand erom te verwedden dat hij volgend jaar zijn loopschoenen aan heeft.

Een keer een fatsoenlijke hardloopfoto.

Het kamp in Thulin doet vertrouwd aan. Hier sliep ik vorig jaar op een stretcher in de buitenlucht vlak naast het moment ter nagedachtenis van de gevallenen in de eerste wereldoorlog. Een oorlog die nooit ver weg is in Noord-Frankrijk en België. Langs veel van de wegen waar we over lopen zijn begraafplaatsen of groeien er klaprozen. Voor de Britten het symbool van deze oorlog.

Team B gaat de warmte in en wij rijden naar Borchtlombeek waar we weten dat de familie van Angela en Monique daar zal zijn. Wat we niet weten is dat Rachelle, Leonie en Marcel er ook zijn. Het wordt een gezellige boel voor de gesloten supermarkt in dit dorpje onder de rook van Brussel.

Onze tijdelijke overburen vragen wat we hier komen doen en even later staat de politie naast ons kamp. Wat we hier aan het doen zijn. De overburen konden we geruststellen met een portie heerlijk eten van Andrew. De agenten zijn iets meer volhardend. Tot een paar keer toe controleren we of we hier wel goed staan. De route komt hier toch langs? Waarom weet de politie dan van niets?

Na het eten is het rusten geblazen, slapen gaat niet lukken met deze hitte. Team B krijgt het na de waterkoude nacht wéér voor hun kiezen. De bus die naast onze kamp stopt is van RTV Lansingerland. De zender die ons volgt en waar Peter als razende reporter materiaal voor aanlevert. Als hij weer eens midden in de nacht live in de uitzending mag komen krijgt de presentator er geen speld tussen. Er volgt een minutenlange monoloog over de Roparun.

Basiskamp in Borchtlombeek.

De mannen van RTV Lansingerland vragen wie de eerstvolgende loper is en wederom ben ik dat. Ik krijg een microfoon opgespeld en deze 1500 meter rijden ze voor ons met de camera en het verzoek of ik even schuin naast Carin wil lopen om in beeld te komen. Nu heb ik me wel opgeworpen als socialmedia-slettenbak met aandacht trekkerige neigingen van een fitgirl maar dat betekent niet dat ik per se op de voorgrond hoef te treden. Maar ze wilden de eerste loper interviewen en dat ben ik toevallig.

De bus met cameraman rijdt iets te hard waardoor mijn horloge aangeeft dat ik 4:12 per kilometer loop. Dat is een iets te stevig tempo om fatsoenlijk te kunnen praten. Dit gedeelte is een run-bike-run en de wagen van RTV Lansingerland trekt de aandacht van de organisatiewagen. Zij mogen hier wel rijden maar de open deuren waaruit gefilmd werd vond de organisatie geen goed idee. Bij de volgende wissel geven we de zender en microfoon terug en wij gaan verder met onze etappe. In het verrassend mooie Dendermonde keken we onze ogen uit en kregen we cake en drinken.

Dit is etappe 7 en we zijn onderweg naar Temse maar dit is ook de route naar Zele. En in Zele is het een gekkenhuis. Vorig jaar was het thema Schotland en toen liepen Dennis, Andrew en Peter in kilt op het plein. Dit jaar besloten we het grootser aan te pakken. Toen we wisten dat het thema in 2018 piraten was ontstond er volop lol op de groepsapp. Het ene na het andere gekochte pak kwam voorbij.

Het verbaasde me hoeveel teams niets afweten van Zele en de thema’s. Die razen dan als een stelletje saaie pieten door het dorp heen terwijl je er daar juist een feestje van moet maken. Alle 22 man van ons team ging in piratenkledij en met fakkels door het dorp heen. Jochem, Bouchra en Lars waren allemaal naar Zele gekomen. Aangevuld met de vrienden van die middag was het een hele bonte stoet. Via het spandoek dat we bij ons hadden deden we een groet aan Zele. De batterij was weer opgeladen voor de rest van de tocht. Nog 16 kilometer te gaan tot de wissel. De duisternis viel nu echt in en in de straten na Zele stonden veel mensen op straat met een drankje in hun handen. We liepen high-fives uitdelend verder.

Shine bright like a diamond.

De zestien kilometer naar Temse voelden zwaar. Op een parkeerplaats werd er gewisseld en konden wij naar Halsteren rijden waar Walter het zwembad voor ons geregeld had. In het zwembad was het behaaglijk warm en kon ik het zweet van de voorgaande dagen van mij af spoelen. Het moment dat mijn oren de stretcher raakte was ik weg. Ik heb zelden zolang geslapen tijdens een voorgaande Roparun.

Als team B in de buurt is moeten we nog haasten om te kunnen wisselen. Dit gedeelte is een run-bike-run met alleen de lopers in actie. Bijna 45 kilometer naar de rotonde tussen Numansdorp en Klaaswaal. We hebben besloten om kilometers te gaan rennen. Op mijn horloge hou ik bij wanneer we een kilometer weg zijn en dus van loper moeten wisselen. We kregen aardbeien, drinken en zelfgemaakte cake. In Willemstad haalt de KMA ons in. Die zijn twaalf uur later dan ons gestart en op zo’n 40 kilometer van de finish halen ze ons met een bloedvaart in.

Dat vertoon van snelheid inspireert eerst Monique en daarna Brigitte hetzelfde te doen. We knallen door Willemstad heen. Aan de overkant ligt Numansdorp maar daarvoor moet je eerste de Haringvlietbrug over. En daarmee begon ik dit verhaal. We zijn op weg naar de laatste wissel en worden het laatste stuk vergezeld door Henk van ’t Halve Maatje die ons op de racefiets tegemoetkwam. Peter wordt geïnterviewd door RTV Lansingerland die dat dit keer keurig door de zijdeur doen.

Het zit erop. 

Vorig jaar was het op dit punt dat we er een sprintwedstrijd van gingen maken. Toen fietsten we daarna nog de etappe mee. Nu weten we dat het hierna klaar is. Een raar gevoel maar we hebben veel gegeven.  Vorig jaar mocht het hele team nog mee van de organisatie maar dat is nu beperkt tot 10 mensen. Ik had mijn plek al afgestaan omdat ik de rest van het team, die nog veel meer arbeid moeten verzetten dan de lopers, het ook gun.

Maar nu in Numansdorp had ik ook niet meer het gevoel dat ik ruim 34 kilometer fietsen fysiek had getrokken. We tikken af en gaan op weg naar Wings in Rotterdam. Op de A15 kwamen we erachter dat de benzinemeter in de bus van Ward het niet doet. Daar stonden we dan op de vluchtstrook. Gelukkig kwam Walter na een half uur met een jerrycan diesel onze kant op want de politiewagen achter ons begon zijn geduld met ons te verliezen. Hoe hij het doet weet ik niet maar Walter is nooit iets teveel. Vorig jaar stond hij slapend te masseren en dit jaar is de glimlach op zijn gezicht gebeiteld. Net zoals zijn onafscheidelijke zonnebril.

Vanuit Wings vertrekken we richting Rotterdam-zuid. De finish is bij de Willemsbrug op het Noordereiland. Familie en vrienden lopen met ons mee als de rest van ons team gearriveerd is. Mijn ouders, zus en Patrick zijn er ook bij. Met het spandoek met sponsors in onze handen lopen we de brug over. Ik kijk naar de mensen die ik er dit jaar mede ingeluisd heb en zie tranen bij Angela en een lach van oor tot oor bij Martin.

Team 335, wat een helden.

Via de overblaak komen we aan op de Binnenrotte. Feestend, lachend en huilend lopen we het plein op. Ik zie Sandra en Bastiaan en knuffel ze allebei. De Roparun vergt ook veel van je naasten. Het is niet zomaar een stukje lopen. Ik til Bastiaan op en neem hem net zoals de voorgaande jaren mee de finish over. 48 uur na ons vertrek staan we nu op het podium voor de foto.

Na een paar biertjes in Barclays stap ik ietwat rozig in de metro naar huis. Door mijn hardloopkloffie en medaille zien de medepassagiers wel wat ik gedaan heb. De man tegenover me heeft lovende woorden over voor de prestatie. Ik ben ook trots op mezelf maar nog meer op het team want zonder het team zou dit allemaal niet mogelijk geweest zijn.

Vanuit de  grond van mijn hart dank ik Peter, Ward, Tristan, Monique, Claudia, Brigitte, Carin, Marcel, Angela, Richard, Harrie, Oppie, Dennis, Walter, Warren, Pascal, Andrew, Martin, Smulbeer en uiteraard Nikki en Menno. En dikke liefde voor Sandra en Bastiaan die de afgelopen maanden met al dat Roparun-gedoe hebben moeten dealen.  

Je doet het niet voor de medaille maar toch ben je trots als je hem krijgt.

 

Buikloop, plakvoeten en schurende shirts. Rotterdam Marathon 2018

Op het 32 kilometerpunt, vlak nadat de gratis gels zijn uitgedeeld plakken mijn schoenen kilometers lang aan het asfalt. Op de rest van het parcours zie je links en rechts verpakkingen van energiegels liggen maar hier, waar ze uitgedeeld worden, is er geen ontkomen aan. En op dat moment had ik toch al het idee dat mijn schoenen aan het asfalt vastzaten, zo langszaam kwam ik vooruit. Maar laten we bij het begin beginnen.

Alsof de duvel er mee speelde. Het marathonweekend zou, niet voor de eerste keer, het eerste warme weekend van het jaar worden. En dat na wekenlang in de kou trainen. Maar ja, niemand dwong me en je moet het toch gewoon gaan lopen hé. Dat hele pleuriseind.

Op Centraal Station wenste ik Sandra veel succes met haar 10KM wedstrijd die om half tien van start zou gaan. Zelf liep ik het Groothandelsgebouw in op weg naar de etage die KPN had afgehuurd voor de collega’s om zich voor te bereiden op de diverse afstanden.

Omkleden, nog een keer naar de WC. Wat eten en weer naar de WC. De groepsfoto heb ik aan mij voorbij laten gaan. Het was al na negen uur en ik had met Marcel rond half tien bij station Beurs afgesproken. Een bonte stoet hardlopers liep door Aert van Nesstraat richting Coolsingel, de beroemdste straat van Rotterdam waar we allemaal naar uitkeken. Want hier ligt na 42195 meter de finish. 

In startvak 3 was het nog redelijk rustig. Rustig genoeg om vlak voor de start nog even een plas tegen het hek te maken. De dame op het balkon aan de Schiedamsedijk zat klaar met een camera in de aanslag. Hopelijk om een foto van Lee Towers te maken. Dezelfde Lee Towers die op zijn hoogst een zin of vier zelf zingt van de evergreen ‘you’ll never walk alone’.

Op de brug is het druk. Zo druk dat tempo maken niet kan en dat moet je ook echt uit je hoofd zetten. Op een kilometer of vijf moet je redelijk op je gemiddelde snelheid zitten. Maar ik merk dat ik het nu al zwaar heb. Het is warm en ondanks mijn luchtige kleding druppelt er na een kilometer of vijf al een zweetdruppel langs mijn hoofd. Op mijn horloge geeft mijn hartslag 170 aan. Veel te hoog. Mijn lichaam kan vandaag niet wennen aan het warme weer.

De vrijdag voor de marathon had ik al wat last van buikloop (ik zal jullie de details besparen) en lang hoopte ik dat het wel over zou gaan. Maar op zaterdagmiddag toch besloten om de boel te stoppen met een in Engeland gekochte variant van Norit. Waarvan ik nu trouwens zie dat deze vorig jaar september al verlopen was. Het middeltje deed zijn truc en of het nu daar aan lag of aan het warme weer. Ik kwam nooit lekker in mijn tempo.

Op zeven kilometer zag ik trainer Ard voor me lopen en die loopt zo gelijk als een Zwitsers uurwerk. Even overwoog ik om bij hem te blijven maar dat zou al te vroeg zijn om mijn ambities bij te stellen zei een stemmetje in mijn hoofd (mocht er een volgende keer komen, niet zo eigenwijs zijn en negeer dat stemmetje). Van Kees en Warren krijg ik water en een banaan en zo draaien we het havenspoorpad op.

Op vijftien kilometer geef ik aan Marcel aan dat hij zijn eigen wedstrijd moet gaan lopen. Ik krijg het juiste ritme maar niet te pakken. Als ik even bij een boom bij Ahoy plas word ik ingehaald door Ard. Ik had dus gewoon bij hem moeten aanhaken zo’n tien kilometer daarvoor. Als ik me na het plassen omdraai zie ik de stoet hardlopers aan me voorbij trekken. Letterlijk en figuurlijk want zo stilstaand maak je ook geen deel uit van de massa en voel ik me verreweg een hardloper. En dat heb ik wel in mijn twitter- en Facebookbio staan: ‘hardloper’.

Voor het eerst denk ik serieus aan uitstappen. Maar dat kan ik al die mensen die op me wachten en die me gesponsord hebben voor de Roparun niet aan doen.  Ik vervloek mezelf dat ik van te voren moest zeggen dat ik mee zou gaan doen. Had ik niet beter gewoon niks kunnen laten weten en dan om iets over twee uur in de middag een foto van een medaille kunnen posten. Als niemand weet dat je meedoet is uitstappen ook niet zo erg. Toch?

In de verte doemt het twintig kilometer bord op en zie ik Carin staan. Ik lach en steek mijn duim op maar het lachen vergaat ook mij als ik iets verderop Marcel zie staan. Zijn knie werkt niet mee. Ik stop en samen wandelen we naar het waterpunt. Even wat drinken en kijken of zijn knie het daarna weer wil gaan doen. Helaas blijkt dat niet zo te zijn.

Ik loop verder langs station Maashaven en ben hier al aan mijn tweede gel bezig. Te vroeg volgens mijn plan maar de gels geven me nu genoeg energie om van waterpost tot sponspost te lopen. Dat zal de resterende 17 kilometer mijn ‘tactiek’ worden. Het lijkt meer op overleven dan op hardlopen. Op de gemaakte foto’s van familie en bekenden ziet het er allemaal heel krampachtig uit. Het gekke is, een paar weken terug liep ik al kletsend met Monique een rondje van 17 kilometer met een gemiddelde snelheid van 12km/h. Ook de langere duurlopen gingen makkelijk. Geen centje pijn. En nu? De gemiddelde snelheid is afgenomen tot bijna 10km/h. Niet echt wat ik wilde, maar je moet je meerdere erkennen. Misschien ben ik wel niet voor marathons in de wieg gelegd.

Bij het dertig kilometerpunt zie ik mijn vader, mijn zus en Patrick en ik maak een praatje met ze. Even bijkomen en daarna weer op pad. In het bos staan Marco en Ties op me te wachten met een flesje water en de twee resterende gels. Tijdens mijn eerste marathon leek het bos wel een eeuwigheid te duren en vorig jaar hield ik me op de been met het berekenen van alle mogelijke scenario’s richting het kampioenschap van Feyenoord. En nu? Nu heb ik de resterende 10 kilometer opgedeeld in stukken van twee kilometer.

Bij 38 kilometer zie ik Thom en Jolien staan en bij hen drink ik even wat en maak een praatje. De resterende vier kilometers komen eraan. Mijn witte KPN-shirt vertoont ter hoogte van mijn tepels twee bloedvlekken. Ik had mijn tepels afgeplakt maar waarschijnlijk hebben die losgelaten tijdens een van de bekers water die ik over mijn hoofd heb gegooid. Het voelt wat pijnlijk aan. Op de mariniersweg schreeuwt de treingroep me naar voren en in de bocht richting de Coolsingel lijkt alles wel te ontploffen. Roel en Esther roepen wat en ik zwaai terug. Voor de zoveelste keer zeg ik tegen een ieder die het wil horen dat het vandaag zwaar is.

Op de Coolsingel loopt iedereen sneller, ook ik. Maar dat gaat voor de eindtijd niet uitmaken. Totaal niet in de buurt van wat ik had willen lopen maar dat interesseert me niets als ik mijn zus en zwager zie. Een stukje verderop staan Sandra en Bastiaan op dezelfde plek als de twee jaar ervoor. De eerste twee keer kwam ik lachend over de finish. Nu zal het een grimas zijn. Niet vanwege de tijd, door het warme weer lijken mensen zich wel te schamen voor hun langzamere eindtijd, maar vanwege het feit dat ik er meer van had verwacht. Wekenlang trainen in kou, regen en sneeuw en dan laat het weer, je darmen en je benen je in de steek. Eenmaal met de medaille in mijn hand ben ik supertrots, maar heb ik ook het gevoel dat ik voorlopig niet meer aan hardlopen moet denken.

De masseur in het Groothandelsgebouw merkt in een sappig Rotterdams accent  op dat mijn benen niet aanvoelen alsof ze net een marathon hebben gelopen. Ik vraag met een knipoog of hij twijfelt of ik niet ergens afgesneden heb. Hij gaat mee als masseur van Team KPN tijdens de Roparun en tijdens het masseren hebben we het over het volgende hardloop-evenement op de kalender. De mooie route en gebroken nachten. 

Na de massage bedank ik hem en tel in mijn hoofd de dagen af tot de Roparun. Lekker stukkie hardlopen, nu al zin an.

 

Laatste dagen

Weinig nieuws te melden eigenlijk. Ja, zondag is de marathon. Het voorzichtige stapelen kan beginnen. Ik heb nog een paar kleine pijntjes maar al een stuk minder dan de voorgaande dagen. Zenuwachtig? Nee, ik heb er gewoon heel veel zin in. Laat maar komen, die MR18.

Stapelen, schema’s en bietensap. Wat voor tijd ga ik lopen?

Vandaag zat er een speciale bijlage bij het Algemeen Dagblad over de Rotterdam Marathon. Er staat, met niet zoveel woorden maar toch, dat ik er met mijn eindtijd eigenlijk niet aan moet beginnen. En gelijk hebben ze 🙂

Ik ben een redelijk modale hardloper. Over de tien kilometer doe ik drie kwartier en een halve marathon loop ik doorgaans rond de 1:45 (soms iets sneller, soms iets langzamer). De marathon is andere koek. Dat bleek wel uit de twee voorgaande keren. De eerste keer had ik geen idee wat me te wachten stond en vorig jaar was het warm. De afgelopen vier maanden heb ik op deze website het wel en wee aangaande mijn trainingen bijgehouden. Ruim 800 kilometer in de voorbereiding. Van lange duurlopen op zondag tot intervallen doordeweeks.

Mijn schenen en voeten vertonen wat kleine pijntjes en deze week loop ik dan ook geen meter meer. Het is in de voorbereiding mooi geweest. Ik ga nu geen risico meer lopen. Maar als je wel risico wil lopen en van een gokje houdt dan kun je nu inzetten op mijn verwachte eindtijd. Voor vijf euro doe je mee. De winnaar wint de helft van de pot en de andere helft gaat naar de Roparun.

Kom maar op met die voorspellingen dan stuur ik jullie een tikkie. Momenteel zit er bijna 200 euro in de pot en verwachten de onderstaande mensen deze prestatie van mij.

Update: nu al meer dan 260 euro in de pot. Kom maar op met die tijden.

Jouri 0:19:08
Wilbert 2:06:00
Warren 3:40:45
Hanneke 3.44:28
Damian 3:44:30
Edwin 3.44.59
Marcel 3:45:40
Roselinda 3.46.13
Wil 3:47:58
Alex 3.48.12
Monique 3.48:28
Sandra 3:48:47
Anika 3.48.56
Marja 3:49:10
Jasper 3:49:45
Saskia 3:50:00
Inge 3.50.50
Arjan 3:51:00
Lars 3:51:22
Roel 3:52:00
Marjon 3:53:28
Walter 3:53:33
Natasja 3:54:28
Helena 3:55:10
Herman 3:55:40
Karin 3:56:30
Robin 3:56:39
Patrick 3:56:56
Miranda 3.57.19
Jolien 3:57:57
Margreet 3:58:29
Deborah 3:59:47
Judith 3:59:59
BB Darts 4:00:00
Annemieke 4.01.01
Rens 4:01:04
Pascal 4:01:45
Marco B 4:02:24
Jacco 4:03:27
Jolein 4:03:59
Bouchra 4:03:57
Rick 4.04:44
Astrid 4:05.06
Wout 4.06.56
Marco 4:08:21
Jessica 4.10.51
Thom 4:11:12
Han 4:12:07
Richard 4:12:57
Andre 4:15:04
Liesbeth 4:15:35
Linda 4:18:46
Kees 4.19.08

Lachen joh, met je peen- en uienmuil.

Hockeyrun

Op het terrein aan de Hazelaarweg stond er een bonte verzameling hardlopers op het sein te wachten dat er vertrokken zou worden voor respectievelijk 9, 6 en 3 kilometer hardlopen in de omgeving van het clubgebouw. Na een korte speech van de voorzitter, Diederik genaamd (uiteraard) en een kleine uitleg van de avond kon er gestart worden. Maar niet voor de mededeling dat we op 25 april bij de politie gaan hardlopen.

De 9 kilometer vertrok als eerste richting Hillegersberg, vanouds een wijk waarin hockey de nummer 1 sport is. Langs de wijk 110 morgen richting het Schiebroeksepark, domein van veel hondenliefhebbers. Voor hardlopers is dit bos normaal gesproken iets te donker deze tijd van het jaar. Maar op de oproep op de Facebook-pagina van de RRC om (hoofd)lampjes mee te nemen werd massaal gehoor geven. Een lange slinger lampjes bewoog tussen de bomen door. Van een afstand moet het een mooi gezicht geweest zijn.

Op het fietspad naast de Doenkade hebben de weerselementen doorgaans vrij spel maar na weken van kou was het op deze woensdagavond prima te doen. Bij alle tempogroepen waren hier en daar zweetdruppels te bespeuren. Een teken dat het tempo er goed in zat.

Een bocht naar rechts leidde de groepen het park weer in met in de verte de lichtmasten van de hockeyvelden priemend door de bomen. Lichtmasten die de hardlopers, als motten richting een gloeilamp, aantrekt. Want in de kantine wacht de echte beloning: een biertje in het clubhuis van hockeyclub Rotterdam.

Snel-weg van het fietspad. Rondje hardlopen in Engeland

Een uitnodiging voor een bruiloft in Engeland. Daar hoefden we niet lang over na te denken. Bastiaan mocht ook mee dus dat was een ideaal beginpunt voor een weekendje aan de overkant van de Noordzee. Maar ja, die langste duurloop op weg naar de marathon hé. Hoe daar nu mee om te gaan?

Het eerste plan was om een extra fiets mee te nemen voor Jeroen (niet ik, een andere Jeroen) en dat hij mij vanaf de boot fietsend zou begeleiden. Een soort van Roparun-idee. De weersverwachtingen gaven echter een dusdanig beeld aan dat er in Essex al van code oranje werd gesproken. Nu ligt dat hele land op zijn gat zodra er maar een sneeuwvlokje valt, maar toch. Dat kon ik hem niet aandoen. Zeker niet omdat het ook nog eens een duurloop op langzamer tempo zou gaan worden. Tegen de tijd dat we in Colchester zouden zijn zou hij al bevroren zijn.

Het alternatieve plan was dat ik gewoon met de auto mee zou rijden en gewoon zou ontbijten in de Wetherspoons. Geen vet Engels ontbijt maar een dubbele portie pannenkoeken en een schaaltje porridge. Even wat energie tot me nemen voor de ruim dertig kilometer.

Ongeveer 1000kcal.

Op weg naar het hotel had ik al een weg gezien met een mooi fietspad ernaast. Of in ieder geval een stoep. En die weg besloot ik te nemen. In principe 17 kilometer lang de ene kant op en dan 17 kilometer weer terug. Wellicht saai maar écht verdwalen en dan ineens op 50 kilometer uitkomen is nou ook weer niet een optie.

Onbewust was de eerste kilometer een goede generale voor de marathon. De weg liep hier vrij steil omhoog het centrum van Colchester in en daarna ging ik op weg. Langs pubs, kerkjes en huizen. De fietspaden waren redelijk en af en toe kwam ik een andere hardloper tegen. De wind stond in mijn rug dus dat zou betekenen dat ik terug volle bak sneeuw in mijn snuit zou krijgen. Maar zover was het nog niet. 

Na een kilometer of tien hield het fietspad ineens op. Nou ja, het kwam gewoon uit op de A12 naar Londen. Dat was mij iets te gortig en mopperend liep ik weer terug. Bij een kruising kon ik ook naar een dorpje naar rechts en de weg boog in de verte weer richting Colchester af. Althans, dat dacht ik. Uiteindelijk stond er bijna 26 kilometer op de teller toen ik, na over wat bospaden en merkwaardig aangelegde fietspaden en stoepen gerend te hebben, weer in Colchester was. Ik besloot nog 4 kilometer een kant op te rennen zodat ik met de terugweg erbij nog vier kilometer extra zou hebben. Dan zou ik totaal op 34 kilometer uitkomen. 

Fietspaden hielden ineens op. Stoepen zaten vol gaten en heel soms moest ik gewoon even de openbare weg op. Hoe al die Engelse hardlopers dat volhouden is mij een raadsel maar aan de trajecten op Strava zag ik later dat ze op precies dezelfde weggetjes als mij liepen. Nee, in Nederland hebben wij niets te klagen. Nou ja, dat we niet zulke toffe pubs hebben. Maar dat is dan weer niet zo goed voor de conditie 🙂

Je ken ze maar hebben leggen.

 

 

De laatste weken

Of ik in vorm ben? Geen idee maar de 29 kilometer van afgelopen zondag gingen me vrij aardig af. Geen al te gekke pijntjes tijdens de lange duurloop (ff afkloppen) en doordeweeks gaan de versnellingen ook nog steeds wel aardig. Dit weekend staat de langste duurloop tot nu toe op het programma. Als die ook goed gaat dan heb ik er alle vertrouwen in (en anders ook wel trouwens).