Lansingerlandrun. Niet het beste idee ooit

Tsja, de overtocht tijdens de 17e peenvogeltrip was nogal onstuimig te noemen. Dus heel veel slaap had ik niet gekregen in de nacht van zaterdag op zondag. En vrijdagavond bleef ik toch weer nét iets te lang plakken op de dansvloer. En dan weet u wel hoe laat het is.

Omdat ik te laat terug zou zijn voor de 30km bij De Kieviten was een goed alternatief de Lansingerland-run. Normaal sta ik niet enorm te trappelen om een wedstrijd door de eigen achtertuin (De Groenzoom) te lopen maar voor de Oostland heb ik ook al twee keer een uitzondering gemaakt. Het voordeel om dit stuk in wedstrijdverband te rennen zorgt er namelijk wel voor dat je niet op 2/3 van de afstand gaat stoppen. Lopen is lopen als je ervoor betaald hebt.

Op de fiets naar de start komen was met deze wind al een beproeving. Ik heb niet gekeken maar volgens mij was mijn hartslag toen al hoog. Bij het ophalen van het startnummer kwam ik al wat oude (Jeroen) en nieuwe (Saskia) mede-Roparunners tegen. Net zoals een handvol Kieviten en RRC’ers.

Na de start gingen we vrij snel de Groenzoom in. En daar vielen alle lopers ten prooi aan de wind. De lopers aan de halve Marathon en de 30km gingen tegelijk van start en zodoende was het best druk op het eerste stuk. Ik had van te voren al besloten om er een duurloop van te maken maar met die wind was het toch nog hard werken voor een ‘rustige’ duurloop. Zeker de stukken dat je wind tegenhad waren vervelend. Gelukkig draaide het parcours zo nu en dan en dan had je de wind weer in je rug.

Pas na 20 kilometer werd het echt zwaar. Wellicht kwam het doordat je de halve marathonlopers rechtdoor zag lopen en wij rechtsaf moesten. Op die dijk daalde het tempo tot 6min/km. Ik stond af en toe stil voor mijn gevoel.

Na de Ackerdijkse plassen waren de laatste 3 kilometers zowat een rechte streep naar de finish. Met de wind in je rug. En zodoende kon ik nog net op een gemiddelde van 5:29/km komen. Een mooie tijd voor een duurloop.

 

 

Op de valreep een PR. Halve Marathon Linschoten

Normaal ben ik niet zo uitgesproken als het om doelstellingen gaat. Maar de weken voor Linschoten had ik wel het idee dat ik een keer onder de 1:40 zou moeten kunnen lopen. Op basis van mijn tien en vijftien-kilometer tijden zou dat ook wel moeten kunnen maar theorie en praktijk op de halve marathon liepen nogal uiteen.

Ik kon naar Linschoten meerijden met Hanneke en behalve gezellig waren we er ook lekker op tijd. Beetje relaxen en babbelen met andere lopers van Kieviten en RRC. Naarmate de start dichterbij kwam werd het drukker en drukker in de sporthal. De aanwezigen waren grofweg in drie groepen te verdelen. De wat klassiekere hardlopers die met hun eigen ding bezig waren (de oude knoesten), de normale lopers en de instagrammers. Er werden massa’s selfies en groepsfoto’s gemaakt, al dan niet in dezelfde hardloopshirts. 

Daarover gesproken. Net zoals ‘vroeger’ bij concerten lijkt de regel: hoe obscuurder het shirt en/of de loop waaraan meegedaan werd (afstanden tellen!), des te meer respect diegene probeert af te dwingen. Het is hetzelfde als sommige mensen op reis hebben. Dat ze je vertellen dat wanneer je die ene sjamaan in dat ene afgelegen dorpje niet bezocht hebt je het echte land niet hebt gezien. Merkwaardig soort snobisme. 

Een paar minuten voor de start waren de startvakken al behoorlijk vol. We baanden ons een weg voorbij de 2:00 uur en 1:45 pacers want het plan was om op een tijd tussen 1:40 en 1:45 weg te gaan en dan kijken wat de dag ons zou brengen.

De smalle straatjes in Linschoten maakten dat je de eerste kilometers wat moeilijk op gang kwam. Al viel dat achteraf reuze mee. Na een kilometer of vier zei Hanneke dat ik maar mijn eigen ding moest gaan doen. Eigenlijk was ik van plan om na tien kilometer te kijken wat er in het vat zat maar ik voelde me goed dus ik besloot mijn plan aan te passen. Tot kilometer tien ergens rond de 4:45 – 4:50/km te lopen en daarna, mits mogelijk, te versnellen.

Mooi startnummer 🙂

In de eerste tien kilometer hield ik een kerel met het oranje kustmarathon-shirt van dit jaar als ‘pacer’ aan. Hij liep net een fractie sneller en daar kon ik me mooi aan optrekken als een stip ‘in de verte’. Uiteraard stapte ik niet af van het beproefde recept van een gelletje op 7 en 14 kilometer. Had ik ze echt nodig? Geen idee, maar never change a winning habit.

Na elf kilometer kwam de waterpost. Wandelend een bakje lauwe thee (lekker) opgedronken en toen was het tijd voor plan twee. En plan twee was: verder versnellen. De tweede vijf kilometer liep ik sneller dan de eerste en nu was het zaak om dat vol te houden. En dat ging redelijk goed. Het eerste deel van de race werd ik zelf ingehaald door snellere lopers. Nu het deelnemersveld redelijk uitgestrekt was en de lopers er al 12 kilometer op hadden zitten haalde ik zelf alleen nog maar lopers in. Lopers die het eerste deel te snel hadden gelopen.

En dat inhalen motiveerde, dat motiveerde zo erg dat ik iedere 5 kilometer een negatieve split liep (het tweede deel sneller dan het eerste). Zie hieronder. En toen wist ik dat een PR er wel in zou zitten. De vraag was echter of ik onder de 1:38 zou komen.

5 km punt : 24:09
10 km punt : 47:49 (23:40)
15 km punt : 1:10:51 (23:02)
20 km punt : 1:33:39 (22:48)
21,1 km : 1:37:55

De route zelf was best fraai, leuke dorpjes en ook nog redelijk wat toeschouwers her en der. Alleen het laatste stuk, een hele lange dijk was wat saai. Maar dat komt waarschijnlijk ook omdat je dan moe begint te worden. De laatste paar honderd meter gingen door een woonwijk en toen kwam de finish in zicht. Een finish die ik passeerde met op mijn horloge een tijd van 1:37:56 maar de organisatie haalde daar nog een seconde van af.

Missie geslaagd!

Warm en trots

Alsof de duvel er mee speelde. Na al dat trainen in de kou (voor de meeste deelnemers dan, niet voor deze mannen) was het zondag wederom warm. Te warm. Terwijl Bastiaan en ik op de Slinge op Sandra aan het wachten waren voelde je de warmte al.

Tussen de Kenianen en Sandra heel veel bekenden gezien. Sommigen zagen er goed uit qua tempo en fysiek. Bij anderen had ik het idee dat het nog wel erg zwaar voor ze ging worden. Iets wat je aan de finishtijden ook wel kon zien.

De power-up werd goed gebruikt. De lopers van boven de 30 maakten soms zelfs het Mario power-up geluidje.

Yes, daar is ze. Sandra had het zoals iedereen erg zwaar. Hierna moest ze nog ongeveer 6 kilometer. Zes kilometer waaronder dat saaie stuk bij de deur voor Ahoy waar ik vorig jaar afvroeg waar ik in vredesnaam mee bezig was. Maar Sandra bikkelde door, zoals we haar kennen. En na 21,6 kilometer kon ze wisselen met schoonzus Sandra. Na wat water, chocolade en chips was het tijd om richting Zuidplein te wandelen. Daar aten we een mihoen Singapore om vervolgens richting Coolsingel te gaan. Ondertussen liet de app van de Marathon weten wie er over de streep waren gekomen.

En Sandra mocht de laatste meters onder luid gejuich de Coolsingel over rennen. Goed gedaan ladies!

Lopen door polders en kassen

Dat waren weer wat kilometers afgelopen weekend. Op vrijdag liep ik met Hanneke een rondje óm de kassen van Berkel, Bergschenhoek en Bleiswijk heen. Op zaterdag liep ik een rondje door de kassen heen. 

Blijkbaar had ik me verkeerd ingeschreven want (en dat had ik zelf niet eens gezien) toen ik de top 5 van iedere afstand op internet zag stond ik ineens tussen de dames. Nu was zelfs daar geen podiumplaats voor mij weggelegd want ook de dames liepen keihard.

In vergelijking met vorig jaar was ik vier seconden langzamer maar ik heb niets te klagen na mijn zweepslag en de biertjes en hapjes rond de kerstdagen. 

Op zondag stond een lange duurloop op het programma. Gelukkig weer in Berkel en omgeving zodat ik op tijd uit kon stappen om naar Feyenoord te gaan, achteraf écht een goede keuze. Dus met in totaal 34 kilometer op de teller dit weekend (en een vierde plaats) kon ik alleen maar tevreden zijn.

Op weg naar de regenboog

1500 meter

Eigenlijk is het gewoon een klote-afstand. Je start altijd te snel en dan duurt het een eeuwigheid voordat je de eerste 500 meter hebt gelopen. Met een bonkend hart en hijgend als een molenpaard moet je dan nog een kilometer.

Bij 800 meter vraag je je af of dit écht leuk is en pas na 1100 meter krijg je er lol in. Nog 400 meter. Als de streep 1300 meter aangeeft probeer je te versnellen, iets waar je na de eerste paar honderd meter niet dacht dat je ertoe in staat zou zijn. En dan finish je in 5:35. Niet slecht voor een verzameling oude botten.

MR18, hoe sta ik ervoor?

Over 39 dagen sta ik, volgevreten aan pasta en pannenkoeken, aan de start van de Rotterdam Marathon. En aangezien we toch met cijfertjes bezig zijn een overzicht waar ik op dit moment sta. Op zondag 10 december ploegde ik door de sneeuw richting Bergschenhoek om daarvandaan mee te kunnen rijden richting de Bruggenloop. Dezelfde sneeuw zorgde ervoor dat ik, als een soort pinguin, weer rechtsomkeert kon maken voordat ik in Bergschenhoek was aangekomen. Het evenement ging niet door als zag ik dat pas na drie kwartier wandelen. 

Gezien mijn vorm (en blessure aan mijn scheenbeen) was ik niet in staat geweest om ook maar enigszins in de buurt van mijn tijd uit 2016 te komen. In 2016 was de Bruggenloop een soort openbaring voor me. Dat ik in staat was om 15 kilometer lang 4:30/km vol te houden had ik tot die tijd niet verwacht. 

Op social media kwamen op de besneeuwde zondag foto’s voorbij van andere lopers die de vijftien kilometer glibberend en wel voor hun eigen rekening namen. Zelf kroop ik met mijn dekbed op de bank voor een middagje Netflix, Feyenoord was immers ook nog eens afgelast en ik was steenkoud terug gekomen. 

Een week later werd er wel weer gelopen. In Bleiswijk stonden bijna honderd Kieviten klaar voor de eerste marathontraining. Wat eerder dan andere marathongroepen werd er afgetrapt voor zestien weken lang hardlopen richting de bekendste marathon van Nederland.

Vanaf die zondag in december liep ik tot nu toe 460 kilometer hard. In vergelijking met andere lopers zijn dat veel kilometers al zie ik ook bij genoeg andere mensen dat ze er al meer kilometers op hebben zitten (leuk hé, dat Strava). Ieder heeft zijn eigen voorbereiding, en zijn eigen doel. Of er deze week nog gelopen gaat worden waag ik te betwijfelen. De vorige weken waren Sandra en Bastiaan ziek en lang leek ik de dans te ontspringen. Maar de laatste twee dagen heb ik rubberen benen. Het griepmonster probeert ook mij te pakken te krijgen. En dan kun je beter maar even pas op de plaats maken. Hardlopen met griepverschijnselen is niet aan te raden.

Maar ik heb nog negenendertig dagen dus. En dan kan ik me beter nu niet echt topfit voelen dan op zondag 8 april. Vooralsnog is mijn doel om binnen de vier uur te finishen. Ik ben van plan om weg te gaan op een gemiddelde snelheid van  5:15-5:19/km wat een eindtijd van 3:45 zou moeten opleveren. Maar realistischer is om ergens tussen de drie uur vijftig en vier uur binnen te komen. Zo’n snelle loper ben ik nou ook weer niet. En ik waag te betwijfelen of ik dat over negenendertig dagen wel opeens ben. 

De Rotte, hoeveel voetstappen heb ik daar inmiddels wel niet liggen?

Groep B, afgelopen zondag zonder dames. Het ging vooral over voetbal.

Rondje(s) Rotte

Afgelopen zondag stond de langste duurloop tot nu op het programma. Dertig kilometer verdeeld over zes rondes langs de Rotte. Met veel teamleden was het nog een soort van gezellig ook 😉

Nee, zonder gekheid. Zulke lange stukken in mijn eentje rennen daar ben ik niet voor in de wieg gelegd. Dát afzien komt wel op 8 april.