De vierde keer Rotterdam

In het startvak naast met staat een lantaarnpaal. Niet eentje waar je in een dronken bui tegenaan gaat pissen maar een levende lantaarnpaal. Althans, de lantaarnpaal bestaat nu nog uit drie delen: een loper, de paal die hij zometeen via een soort bretels om zijn lichaam doet en het onderstel. Later lees ik in de krant dat het gevaarte zo’n 27 kilo weegt en dat de loper in kwestie er ingeluisd is door zijn maten. Hij zal dit jaar de Rotterdamse marathon als lantaarnpaal gaan volbrengen.

Ik vond hem grappig.

Zelfs zonder de 27 kilo weet ik dat de marathon zwaar gaat worden. Het is gewoonweg een afstand waar je niet mee moet spotten. De meeste twijfels zitten (behalve een gebrek aan een goede looptechniek) bij mij aan het gebrek aan 30+’ers richting mijn zevende marathon. Lange afstanden lopen in warm weer is simpelweg niet mijn ding en toen de 35 kilometer testloop op het programma stond was ik op pad voor de Roparun. Ik zal het met een flink aantal 20+’ers en twee keer dertig moeten doen. 

Wandelend naar KPN in de ochtend. Anderhalf uur later stond het hier vol met mensen.

Een voordeel is echter wel dat ik mijn beste twee marathons in het najaar liep. De kustmarathon, een van de zwaarste marathons in Nederland, in 2019 in een tijd van 3:58:58. En mijn PR op de tisvoorniks-marathon in 3:38:28. Het koelere weer ligt mij beter ondanks dat de marathons toch wel dicht op de grote vakantie liggen, een vakantie waar er gewoon genoten moet worden en ik de biertjes niet laat staan. Van te voren liet ik al doorschemeren dat ik ergens rond de 3:45 door wilde komen. Dat leek me wel realistisch. 

Op de Schiedamsedijk was het wachten tot de laatste tonen van het ‘you’ll never walk alone’ wegstierven en de eerste lopers weggeschoten werden voor hun 42,195 kilometer richting de finish op de Coolsingel. Ikzelf stond in starwave twee dus moest nog even wachten op mijn start maar om 10:07 was het zover. Rustig de Erasmusbrug over en oppassen dat er niemand op je hak loopt.

Het grootste deel van de route speelt zich af op Rotterdam-Zuid: langs De Kuip richting het 10 kilometerpunt en dan via IJsselmonde naar het Havenspoorpad waar de sponspost bemand werd door vrijwilligers van de Kieviten een welkome verfrissing bood. Op kilometer zes had ik nog even snel een bosje opgezocht om een liter of wat aan gedronken water en isotone sportdrank te lozen.

Op naar het keerpunt op de Slinge en het 20 kilometerpunt als je Ahoy net gepasseerd bent. Aan de laan op Zuid lijkt geen einde te komen voordat je voor de tweede keer de Erasmusburg mag bedwingen. Op dat moment had ik mijn race in blokken van 5 kilometer opgedeeld. Per 5 kilometer even bij de waterpost stoppen, wandelend wat drinken en weer verder. Op deze manier kon de hartslag ook weer even zakken. Na de Erasmusbrug komt het gemene tunneltje bij de Blaak waar de kubuswoningen in de verte aangeven dat je het 30 kilometerpunt gaat naderen. Een mooi punt omdat je dan wel redelijk kan inschatten hoe lang je er over gaat doen. 

Het is ook het punt waar je de lopers aan de andere kant ziet lopen die al bijna klaar zijn. In het bos wordt het voor iedereen bikkelen. Ik hield het tot kilometer 33 vol maar toen kreeg ik een steek in mijn zij en moest ik weer even piesen. En als je eenmaal stilgestaan hebt is het lastig om weer in het ritme te komen en begin je de pijntjes te voelen. De laatste tien kilometers gingen beduidend langzamer ondanks dat iedereen ‘JEROEN, KOM OP!!’ in je oor aan het schreeuwen was. 

Na het bos de kwam de drukte van de stad weer en dan eindelijk, eindelijk de Coolsingel op.  Een vuist in de lucht, een brede grijns en het stilzetten van het sporthorloge. Finishtijd 3:48:26 en dus tevredenheid bij mij. Met pap in de benen mijn medaille in ontvangst nemen en met koptelefoon op en luisterend naar Feyenoord wandelend terug richting het kantoor van KPN aan de andere kant van de Maas. Toen ik eenmaal klaar was met omkleden en een massage hoorde ik via Rijnmond dat Malacia de 2-3 scoorde. Een mooi eind van een mooie dag.

Mensen die er fris en fruitig uitzien na een marathon zijn niet, ik herhaal niet, te vertrouwen.

Roparun 2021, de triple of tri-pél met team Jatogniettan

Op een winderige zaterdagmiddag bevind ik mezelf op het parkeerterrein van de Limburgse omroep L1. Blijkbaar gebeurt er zelden iets in onze meest zuidelijke provincie want het gebouw maakt een uitgestorven indruk. Iets verderop zijn nog net de lichtmasten van de Geusselt zichtbaar. Een stadion waar ik mooie herinneringen aan koester vanwege een tropische dinsdagavond in 1993. Maar we zijn hier niet voor het voetbal, we zijn hier voor de Roparun.

Het A-gedeelte van ons team is iets na het middaguur vertrokken vanaf het Pinkpopterrein in Landgraaf. Dankzij alle Corona-maatregelen zat een normale editie met Pinksteren er, net als vorig jaar, niet in. Het feit dat het terrein waar we gestart zijn bekendheid dankt aan een festival dat doorgaans met pinksteren gehouden wordt is een mooie speling van het lot.

We streken na maanden van voorbereiding op vrijdagmiddag neer in een klein dorpje niet ver van Landgraaf vandaan. Op een camping waar de haan, maar vooral de kerkklok, ons behoorlijk uit de slaap hield. Daar hielp geen bier en BBQ tegenop. Het was er voor de rest zo donker en zo stil dat de meesten van ons het al rond 21:00 uur voor gezien hielden. We wisten wat ons te wachten stond: namelijk een rondje van ruim 300 kilometer door Limburg en Brabant heen.

Tegenover het parkeerterrein van L1 treffen we de laatste voorbereidingen voor ons vertrek. En als Menno, Brigitte en Richard in zicht komen is er de eerste wissel, nadat Saskia onder luid gejuich was gestart. Een korte high-five en boks en wij gaan op pad. Team B bestaat uit Pascal en Lisette als fietsers. Richard en Peter zijn de chauffeurs en Gert-Jan, Frank, Jan en ik lopen. In die volgorde. We hebben afgesproken om telkens 1500 meter per loper te rennen. Zodoende hebben de chauffeurs ongeveer 8 minuten de tijd om die 1500 meter te overbruggen en een plek te zoeken waar de bus mag staan. In de berm parkeren is verboden dus heel soms loop als loper iets meer, en minder vaak loop je iets minder. Maar de mannen achter het stuur werken samen als een klok en iedere 1500 meter is het busje binnen zicht. Pascal wijst de weg op de fiets en Lisette zorgt voor de veiligheid als achterste fietser en bedient de muziek en zorgt voor de gesprekken.

NEIN NEIN NEIN

We komen langs lelijke laagbouw op industrieterreinen maar ook door de prachtige Maasvallei. Door het vestingstadje Stevensweert waar in de weilanden de runderen ons aanstaren en we even verderop appels van de lokale bevolking krijgen. Bij Maasbracht steken we, als de avond valt, de Maas over. Aan de andere kant zien we de lichtjes van Wessem en hier krijg ik wel weer het Roparun-gevoel. De dansende lichtjes van de andere teams in de verte, busjes die je voorbij rijden en plaatsen waar ik nog nooit geweest ben.

In Grathem is een van de wisselpunten die we een paar maanden geleden al bezocht hebben. In een minutieus bijgehouden draaiboek van Menno (wat zouden we zonder hem moeten?) staat alles beschreven. Wanneer de lichtvesten aan moeten, welk eten we meenemen en waar we slapen. En het hele team weet: na Grathem gaan we in Geldrop slapen. Vlakbij het huis van Nikki haar vader die een frietkot, toiletten en douches voor ons heeft geregeld. We komen in een gespreid bedje terecht dankzij onze kwartiermakers, en onze masseurs houden ons op de been. Zonder hen geen Roparun. Alleen de regen kan ons humeur bederven. En regenen doet het, maar het humeur blijft opperbest. Voornamelijk omdat de voertaal in de bus van team B een soort koeterwaals Duits is geworden en de grappen niet van de lucht zijn.

Brabantse nachten zijn lang

Na een korte (nacht)rust worden we wakker gemaakt met de mededeling dat team A er bijna is. We hebben nog 40 minuten om ons om te kleden, nog even wat te eten en te drinken en op naar het wisselpunt. Daar gaat het bijna mis, maar bijna is niet helemaal. We tikken Dennis af en gaan de koude en natte nacht in. Iets na twaalf uur rennen we langs het Stratumseind in Eindhoven waar de kroegen net dichtgaan. Met het busje geparkeerd en de volgende loper klaar staan we naast een bushalte vol verbaasde en aangeschoten mensen die zich (terecht) afvragen wat we aan het doen zijn.

De Roparun was dit jaar een route met de klok mee (die namen wij) en een route tegen de klok in. Maar de eerste teams die we uit tegenovergestelde richting aan zagen komen zorgden toch voor wat verwarring. Je wilde ze bijna de andere kant op schreeuwen maar het klopte natuurlijk wel.

Na het plaatsje Gerwen kwam er een provinciale weg waar geen einde aan leek te komen. Langs boerderijen met blaffende honden en villa’s met gigantische oprijlanen. Het enige wat er nog aan ontbrak was een opname van Undercover langs de kant van de weg. We waren stiekem al aan het wachten op Ferry die in vet Brabants een liquidatie aan het uitvoeren was. Het was een lange etappe maar we waren van te voren al gewaarschuwd. Brabantse nachten zijn nu eenmaal lang.

In Sevenum was het wisselpunt. Op een dorpsplein voor de Aldi stond team A te stuiteren om weer weg te mogen gaan. Op pad voor een iets te lange etappe. Wij reden richting het stadion van VVV waar ze een Bertry-achtige sfeer wilden opwekken met rookworst en chocoladebroodjes. Door het weer kwam die sfeer er niet echt in. Maar de rookworst en een bakkie thee smaakten opperbest.

De volgende slaap en wisselplek was in Susteren. We hadden een mooi veld gevonden op het parkeerterrein van het station. Want je kunt eenvoudig weg niet overal je tenten opzetten. Met dichtslaande deuren, een aggregaat dat aangaat en gepraat van het team moet je simpelweg rekening houden met anderen. Maar mijn hemel, wat kwamen er een boel treinen langs station Susteren. Als je had gezegd dat we naast een rangeerterrein hadden geslapen had ik het ook geloofd. Maar niet miepen, we hebben zelf voor deze plek gekozen.

Landgraaf

Door de lengte van de etappe van team A hebben we meer dan genoeg tijd voor wat eten, slaap en massages. En als team A in zicht komt klinkt er gejuich en mogen wij op pad. Team A is klaar en kan (heel even) genieten van hun welverdiende rust. Wij zetten koers richting Landgraaf. Via Sittard, Munstergeleen en windraak waar ik een poging doe om Fons en Jeannette te spotten verder richting Brunssum. Vanaf daar is het de laatste 11 kilometer run-bike-run. We hebben twee extra fietsen mee dus er lopen twee lopers tegelijkertijd en de andere twee zitten op de fiets net zoals Pascal en Lisette die aan hun laatste kilometers in het zadel bezig zijn.

We passeren het gebouw van de NATO en daarna komt de Brunssummerheide die bij ons westerlingen vooral bekend staat om de zaak Nicky Verstappen. Er zitten een paar lelijke klimmetjes langs deze heide en we zijn blij dat we in Landgraaf zijn. Nog iets minder dan 2 kilometer en alle teams om ons heen ruiken de stal. Ineens gaat het hard. Buiten het Pinkpop-terrein zie ik Fons en Jeannette alsnog en na een high-five gaan we het terrein op en de finish over waar de rest van het team staat.

Fietsen aan de kant en daarna in de rij om feestvierend onder de symbolische finishboog door te gaan. De Roparunvogel en Nelli Cooman vieren het feestje mee. Een feestje dat in de feesttent op het terrein en daarna in een kroeg, waarvan de eigenaren eigenlijk om 7 uur dicht wilden, voortgezet werd. Het werd een avondje vol gezang, tripels, pizza’s en mistige hoofden de volgende ochtend.

Om in de stijl van Frank te blijven: Roparun 2021, wir haben es geschafft!!!

Eeuwige dank aan (in willekeurige volgorde) Pascal, Richard K, Richard S, Lisette, Jan, GertJan, Jeroen O,  Peter, Frank & Saskia, Warren, Leo, Astrid, Walter, Dennis, René, Bastiaan, Brigitte en uiteraard mijn partners in crime Menno en Nikki.

Alle donateuren bedankt en meer dan speciale dank aan Sandra en Bastiaan die weer moesten dealen met al dat Roparun-gedoe. Maar ja, ze waren wel een weekendje van me af 😉

 

Een (on)zalig plan, Marathon langs de Rotte

Ik hou wel van onzalige plannen. Onzalige plannen kunnen namelijk met een kleine ingreep in zalige plannen veranderen. Je hoeft alleen maar ‘on’ weg te halen. En voor de zomervakantie stond ik zelf nog wel in de ‘on’ stand als het ging om het lopen van een marathon.

Tsja, Rotterdam werd verschoven en uiteindelijk afgelast. Dat zorgde gelijk voor een dip in mijn hardloopmotivatie al bleef ik wel gestaag doorlopen.

Totdat Hanneke op Facebook een herinnering ophaalde aan haar eerste marathon. Enfin, zoals ik normaal gesproken mensen in ons Roparun-team luis, zo luisde ik nu mezelf erin. Een marathon in de achtertuin lopen. Waarom ook niet?

Met dit in het vooruitzicht had ik nog tijd voor twee langere duurlopen. Een naar Rotterdam (25km) die lekker ging en een naar Delft (28km) die resulteerde in veel geploeter. Gewoon op ‘karakter’ dan maar.

Geen al te gekke dingen vooraf maar wel wat stapelen. Je moet toch energie hebben. Ik had een aardige route bedacht. Vanaf de skiberg langs de Rotte en dan bij de A12 keren en aan de andere kant van de Rotte terug richting de roeibaan. Vanaf daar een rondje Zevenhuizerplas en via de Bergse Rechterrottekade richting Crooswijk. Rondje om de plas en terug via de Linkerrottekade naar de Skiberg. Dat klonk als een plan.

Vlak voor de start. Op de achtergrond Wilbert en Monique. Wilbert zou bijna 15 kilometer met ons meerennen. Monique zorgde voor de muziek op de fiets. Met een beetje fantasie leek het op de breaking 2 poging van Kipchoge. Enige wat ontbrak was zo’n kekke groene laser op de grond voor ons.

Daar gaan we. Op naar het tien kilometer punt vlakbij de camping. Nadat Wilbert en Monique koers zette naar huis haakte zwager Marco aan op de fiets. Niet veel later gevolgd door Claudia en Angela. We hadden een heus team om ons heen. Zeker omdat halverwege de hele familie van Hanneke klaar stond met nieuwe versnaperingen.

Vol goede moed langs de Rotte. Na een kilometer of 26 moest ik plassen én begon ik mijn benen te voelen. Dat is dan het begin van het einde want daarna was het sprokkelen van kilometers geblazen. Hanneke liep ijzersterk en die kwam me een paar keer ophalen. Bij mij begon de pijp, ondanks de gelletjes, leeg te raken.

Na het rondje om de Kralingse Plas, waar ik meer moest wandelen dan mij lief was, kwam de eindstreep in het zicht. Hanneke liep een enorm steady 3:48. Ik deed er een kwartier langer over. Niet mijn snelste marathon maar ik was niet ontevreden, plus dat het erg gezellig was. Dat is ook wat waard.

Koning van de Pluympot

Vorige week had ik weinig hardloopinspiratie en liep ik drie keer de Pluympot, een ronde van 3 kilometer. Op strava zag ik dat de Pluympot een zogenaamd segment was. En op segmenten staan ranglijsten.

Het record op de Pluympot lag op 12:10. Dat moest haalbaar zijn. Een paar dagen later liep ik er weer een rondje en toen stond ik tweede. Een idee was geboren, dat kroontje moest ik hebben. Dus op zaterdagmiddag liep ik een kilometer in, deed wat oefeningen en zette mijn horloge aan. De eerste km ging onder de 4 minuten en daarna kom je in het bos waar de GPS niet optimaal is.

Rond de 2km gaf ik mezelf 10 tellen rust in wandeltempo want de biertjes van vrijdag begonnen te tellen. Maar het kroontje was van mij. Best scherp weggezet.

Streep door de plannen

Met nog vier weken te gaan stond de marathon-voorbereidingsteller op ruim 700 kilometer aan training. Daarin zaten twee halve marathons als wedstrijd en een 30 kilometerwedstrijd die ik op duurlooptempo liep. Ik begon/was redelijk in vorm (te raken). Of het voldoende geweest was om mijn 3:38 uit de boeken te lopen zal voorlopig nog wel een raadsel blijven.

De NN Marathon van Rotterdam is uitgesteld tot nader orde en alternatieven zijn er niet echt voor de hand. En als ze er al waren dan gaan deze vast ook van de kalender af. Zijn al die trainingen dan voor niks geweest? Nee, natuurlijk niet. Je loopt voor jezelf en het is een makkelijke manier om fit te blijven. En de Roparun komt er ook nog aan. 

Vandaag liep ik mijn eerste ‘na de afgelasting’ loop. Ik moest, o ironie, mijn schoenen ophalen die ik voor de marathon had besteld. Met deze patta’s zou ik op 5 april gaan lopen. Ik kon er de humor wel van inzien. We gaan gestaag door.

Lansingerlandrun. Niet het beste idee ooit

Tsja, de overtocht tijdens de 17e peenvogeltrip was nogal onstuimig te noemen. Dus heel veel slaap had ik niet gekregen in de nacht van zaterdag op zondag. En vrijdagavond bleef ik toch weer nét iets te lang plakken op de dansvloer. En dan weet u wel hoe laat het is.

Omdat ik te laat terug zou zijn voor de 30km bij De Kieviten was een goed alternatief de Lansingerland-run. Normaal sta ik niet enorm te trappelen om een wedstrijd door de eigen achtertuin (De Groenzoom) te lopen maar voor de Oostland heb ik ook al twee keer een uitzondering gemaakt. Het voordeel om dit stuk in wedstrijdverband te rennen zorgt er namelijk wel voor dat je niet op 2/3 van de afstand gaat stoppen. Lopen is lopen als je ervoor betaald hebt.

Op de fiets naar de start komen was met deze wind al een beproeving. Ik heb niet gekeken maar volgens mij was mijn hartslag toen al hoog. Bij het ophalen van het startnummer kwam ik al wat oude (Jeroen) en nieuwe (Saskia) mede-Roparunners tegen. Net zoals een handvol Kieviten en RRC’ers.

Na de start gingen we vrij snel de Groenzoom in. En daar vielen alle lopers ten prooi aan de wind. De lopers aan de halve Marathon en de 30km gingen tegelijk van start en zodoende was het best druk op het eerste stuk. Ik had van te voren al besloten om er een duurloop van te maken maar met die wind was het toch nog hard werken voor een ‘rustige’ duurloop. Zeker de stukken dat je wind tegenhad waren vervelend. Gelukkig draaide het parcours zo nu en dan en dan had je de wind weer in je rug.

Pas na 20 kilometer werd het echt zwaar. Wellicht kwam het doordat je de halve marathonlopers rechtdoor zag lopen en wij rechtsaf moesten. Op die dijk daalde het tempo tot 6min/km. Ik stond af en toe stil voor mijn gevoel.

Na de Ackerdijkse plassen waren de laatste 3 kilometers zowat een rechte streep naar de finish. Met de wind in je rug. En zodoende kon ik nog net op een gemiddelde van 5:29/km komen. Een mooie tijd voor een duurloop.