Haas tijdens Dekkerloop

Dat was een prima loop afgelopen zondag. Zonnetje, prima parcours en goed verzorgd met drie waterpunten op de halve marathon. Het voordeel van het spelen van haas is dat je totaal zonder tijdsdruk loopt en wat meer kan genieten. Met een hartslag die gemiddeld op 155bpm uit kwam was het met recht een goede duurloop. Pas de laatste kilometers, toen we langs mijn kantoor liepen, kreeg ik het pas koud in mijn korte broek. Had dat met kantoor te maken 😉

Enfin, met een tijd van 1:54 was het een prima trainingsloop op deze manier. Leuk was ook dat Sandra en Sandra ook liepen. Dus het was een gezellig familie-uitje.

Klaar voor de…..

De eerste kilometers na de tisvoorniks-marathon zijn een feit. Dankzij de zweepslag die ik op 1-12 opliep stond ik looptechnisch stil. Vanochtend vroeg 5 rustige kilometers gelopen op de trimbaan. Geen last tijdens het lopen. Nu afwachten wat de reactie is.

….Whiplash….

Nee, dit stukje gaat niet over het gelijknamige nummer van het debuutalbum van Metallica [ouwe-lullenmodus]toen ze nog echt goed waren dus [/ouwe-lullenmodus]. Nee, het gaat over mijn eigen zweepslag. Geen slaapkamergeheimen in het SM-circuit maar gewoon een ouderwetse spierscheuring. 

Hoe het gebeurde? Nou, wel tijdens een hardloopwedstrijd maar niet als hardloper. Ik hielp afgelopen zaterdag tijdens de Sint Nicolaasloop bij de Kieviten. Toen alle inschrijvingen verwerkt waren en er nog geen uitslagen ingevoerd konden worden had ik alle tijd om naar de finishers te kijken. En omdat er veel bekenden aan deze wedstrijd meededen leek het me wel leuk om eens fatsoenlijke foto’s van ze te maken. Ik liep naar mijn auto, pakte mijn camera en draaide me om zodat ik naar de finish kon lopen. En toen stond ik ineens stil. Een scherpe pijn in mijn kuit. Wandelen ging moeizaam en was erg pijnlijk.

Gelukkig waren er fysio’s aanwezig om de binnengekomen hardlopers te behandelen. En daar lag ik dan. In mijn gewone kloffie op de behandeltafel terwijl de ene na de andere loper binnenkwam druppelen. De eerste conclusie was dat ik een zweepslag had opgelopen. Een conclusie die een dag later door mijn echte fysio bevestigt werd. En daar ben ik twee tot zes weken zoet mee.

Het vreemde is dat ik uiteraard wel baal, natuurlijk baal ik. Maar ik zou het veel erger gevonden hebben als mijn doel de marathon van Rotterdam geweest zou zijn want daar moet je nu wel voor beginnen met trainen. Nu heb ik mijn PR op de klassieke afstand een week hiervoor al gelopen en dat zorgt voor iets rustgevends. Ik heb, behalve de Roparun met Pinksteren, nog geen écht doel voor me liggen en dus ben ik slechts semi-geirriteerd over mijn niet-lopen-te-lopen de komende we(e)k(en). 

Mijn startnummer voor de Bruggenloop was ik dezelfde avond nog kwijt en mijn volgende wedstrijd (de Dekkerloop eind januari) komt denk ik niet in gevaar. Eerst maar eens herstellen. En wat het eerste nummer gaat worden dat ik ga luisteren als ik weer kan rennen? Dat behoeft geen uitleg.

Adrenaline starts to flow
You’re thrashing all around
Acting like a maniac
Whiplash

 

 

Verslag tis voor niks marathon, over kramp in je kuit en een kaasschaaf

‘Dit doe ik echt nooit meer!’, zei ik op zondagmiddag 8 april van dit jaar. Na 42 kilometers hardlopen door Rotterdam. Ik was er toen na 17 kilometer al helemaal klaar mee. Te moe, te warm. Misschien teveel gelopen in de voorbereiding, te bekend parcours, geen zin. Het was dat ik geen OV chipkaart bij me had anders had ik zo op de metro gestapt. De rest van de afstand had ik toen in mijn hoofd in stukken gedeeld. Nog 5 kilometer tot een waterpost, nog 7 tot het bos. Enzovoort, enzovoort. Nu ben ik geen geweldige hardloper maar de tijd die ik in april liep stond in geen verhouding tot de tijden op halve marathons en 15-kilometer wedstrijden. De enige conclusie die ik kon trekken was dat ik geen marathonloper was.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Monique, die een véél (heel veel) betere hardloopster is dan ondergetekende, kwam op het idee om een marathon te gaan lopen wanneer het kouder weer was en waarbij we ons niet gek zouden laten maken door schema’s en druk van buitenaf. Want hoe je het wendt of keert, als mensen weten dat je een marathon gaat lopen dan komen de verwachtingen. Hoe goedbedoeld ook. En presteren onder druk is net als plassen in een druk toiletblok met alleen maar urinoirs, je kan het of je kan het niet.

Lang hebben we het nog verborgen kunnen houden wat de plannen waren maar de oplettende gebruikers op Strava zagen een toename in het aantal kilometers. En dan ook nog eens afstanden die niet iedereen voor de lol gaat lopen op een winderige zondagochtend in Lansingerland. En toen kwamen er vragen. Waarvoor ik aan het trainen was. Met het antwoord ‘voor niks’ heb ik niemand voorgelogen want de marathon waar we voor gekozen hadden was de ‘tisvoorniks’ marathon.

Mijn startnummer waarmee ik in de prijzen viel.

Een gratis marathon maar wel met alle faciliteiten. Er kunnen maximaal 1200 man aan meedoen van wandelaars tot hardlopers over verschillende afstanden (6, 10, 15, 21, 30 en 42,5), dus voor elk wat wils. De wandelaars voor de langste afstand waren al op pad toen wij uit Bergschenhoek vertrokken. En na anderhalf uur stonden we voor het wijkcentrum waar de startnummers opgehaald kunnen worden en de sporthal waar je jezelf om kon kleden en je tas in bewaring kon geven. Ook qua ‘stapelen’ heb ik het normaal gedaan. Op zaterdagavond een pasta-maaltijd, veel water drinken en een ontbijt van pannenkoeken en AA-Drink. Niet te gek maar wel voldoende om geen honger te krijgen onderweg.

Om iets voor tien uur liepen Monique, Angela en ik richting de startboog en om exact 10 uur klonk het startschot. Angela liep de halve marathon en de eerste twee kilometer liep zij hetzelfde parcours net zoals de lopers aan de 30 kilometer. Na een kilometer of twee sloegen wij rechtsaf een bospad op en toen kwamen we sporadisch nog plukjes lopers tegen die de hele marathon zouden gaan lopen (er deden ongeveer 140 man mee aan de hele). Het parcours bestond uit mountainbike-paden, heide, bospaden en kleine stukjes ruiterpad. En heel, heel soms een klein stukje asfalt. Nu zijn wij geen trailers dus het asfalt voelde iedere keer vertrouwd aan. Het viel mij op hoeveel mensen zich warm hadden aangekleed. Slechts een enkeling liep in een korte broek, en zo koud was het nu ook weer niet.

 

Klaar voor de start

Deze pijlen moesten we volgen.

De eerste helft liepen we vrij stevig door. Dat wil zeggen: Monique liep stevig door en ik volgde haar braaf. We hadden genoeg adem over voor gesprekken dus toen ik op 21 kilometer zag dat we precies 1:45 hadden gelopen beloofde dat veel goeds voor de tweede helft. Af en toe haakte er een loper bij ons aan of haakten wij bij andere lopers aan. Iedereen liep er voor zichzelf maar was wel in voor een gesprekje. Zodoende vlogen de kilometers voorbij. Op een gegeven moment kwamen we lopers tegen die andere afstanden liepen en die hadden de marathonlopers blijkbaar in de gaten gehouden. Zodoende klonk het steeds vaker ‘eerste vrouw, eerste vrouw’ als Mo voorbij kwam. Iets waar ze volgens mij zelf amper notitie van nam of misschien hoorde ze het niet door de salsamuziek uit haar telefoon 😉

Het waren veel van dit soort paden, maar ook ruiterpaden en mountainbike-parcours.

Bij de drankposten kon je thee, water en koek krijgen maar je kon ook je eigen drinken afgeven voor de start en dat werd dan klaargezet voor je. Echt super geregeld. Na de drankpost op 31 kilometer begon ik het wel zwaarder te krijgen. Direct erna kwam een parcours voor mountainbikers met heel veel kleine heuveltjes en dat was op dat moment killing. Vanaf dat moment ging ik weer ouderwets rekenen hoe lang het nog zou duren voordat ik binnen was en op dat moment was het feit dat ik een haas had mijn redding. Gewoon door blijven lopen en niet in de verleiding komen te stoppen.

Maar dat was buiten mijn linkerkuit gerekend. Op 36 kilometer schoot het erin en na een hele kleine stop ging het wel weer al liep, voor mijn gevoel, de snelheid wel terug. Achteraf bleek dat reuze mee te vallen volgens Strava. Voor de laatste keer gingen we over de snelweg heen en ook dat bruggetje was niet zo fijn meer op dat moment. In het laatste stukje bos kwamen we de bordjes tegen met hoeveel kilometer het was en mijn horloge gaf aan dat ik wel eens onder de 3:40 zou kunnen finishen. Over de stoepen langs een paar grote flats en een grasveld richting het winkelcentrum kwamen we in 3:38:28 binnen. Voor Mo een mooie trainingsloop en voor mij een dik P.R.

Angela had haar halve binnen de twee uur gelopen en zij zat gedoucht en gemasseerd relaxed op ons te wachten. Bij het ophalen van de tassen stond blijkbaar de tweede vrouw naast ons die zich direct in begon te dekken voor haar tijd. Het was haar zesde marathon in twee maanden ofzoiets. En dat terwijl ze ook gewoon gefeliciteerd had kunnen zeggen. De eerste vrouw kreeg toch geen prijs.

Behalve een P.R. had ik overigens wél een prijs. Bij de tombola won ik een set kaasmessen. Symbolisch voor deze dag. Voor Monique was deze loop ‘kaassie’ en ik schaafde een heel stuk van mijn P.R. af. Missie geslaagd dus. Het was niet voor niks.

Het was niet voor niks 🙂

Bos en hei

Weekendje weg met de vrienden van de Rotonde. 

Rondje hardlopen door Nationaal Park Maasheide. Schitterende omgeving waar je ongemerkt zo twintig kilometer hardloopt.

Omgeving van het huisje.

A horse with no name, althans ik heb het hem niet gevraagd.

Kapelletje, nog steeds in gebruik, midden in het bos.

Ook Sandra genoot van de mooie omgeving.

Rondjes lopen

Eigenlijk is het rennen van een rondje redelijk zinloos. Je komt weer uit op de plek waar je vertrokken bent. Maar ja, dat is nu net de bedoeling. En als je wat anders wilt zien moet je de rondjes gewoon wat groter maken. Zoals zaterdag dus.

Tsja, en dan op maandag nog een kleiner rondje rondom de HSL. De kilometers vliegen (een soort van) voorbij.

Uitwaaien op zondag

Tsja, als je toch aan het trainen ben voor een klassieke afstand waarom dan niet de langste duurloop volbrengen op een manier die we tijdens onze rondjes rondom Lansingerland al een paar keer besproken hadden. Dat plan was om hardlopend naar Scheveningen te lopen en dan met de metro weer terug naar Berkel.

Deze zondag kwam perfect uit. De klok werd namelijk een uur terug gezet en zodoende was een starttijd van acht uur ook niet heel abnormaal. Uiteindelijk werden het 38 kilometers door een koud maar mooi landschap in Berkel en omgeving. De trapgevels in Delft en de drukte naar het strand van Scheveningen.

Het was vroeg.

Koeien en op de achtergrond Rotterdam.

Tussenstop in Delft.

Scheveningen.

De totale afstand en gemiddeld tempo. Dat is natuurlijk wel een vertekend beeld want door diverse fotomomenten, stoplichten en een incidentele plaspauze komt je hartslag weer in een normale zone terecht. Maar desalniettemin hebben we aardig doorgelopen.

Rutte was er niet. Tijd voor lunch én de metro terug naar Berkel. Het was een mooi rondje.

Rondje Rotterdam (en een dag later de Groenzoom)

Kilometers maken, zo luidt het devies. Zaterdag bracht ik Bastiaan weg in de stad voor een workshop bij Coolblue. Daarvandaan liep ik de eerste kilometers het marathonparcours maar boog af richting de Maastunnel om vervolgens via de Veerhaven, Boompjes en Maasboulevard bij Kralingen uit te komen. Vanaf daar een lange rechte weg richting Berkel. 25 kilometer schoon aan de haak.

Pitstop bij de Maastunnel.

En via de stad weer terug naar huis.

Een dag later een herstelrondje van 15 kilometers met de ladies.

Bergse Plasloop, niet het slimste idee ooit.

Is het verstandig om na twee korte nachten slaap en een flink aantal lekkere pints in twee dagen tijd hard te gaan lopen? Bier zit vol koolhydraten en dat zijn weer suikers. Maar vooral het gebrek aan goede slaap nekte me in het tweede deel van de Bergse Plasloop.

De eerste zes a zeven kilometer liep ik op met De Witte Keniaan in een tempo dat mijn PR op de 15 kilometer wel eens zou kunnen benaderen (gemiddeld 4:30/km) maar dat was gewoon teveel van het goede. Ik liet haar gaan en liep mijn eigen race maar moest al snel even een kleine sanitaire stop maken. En dat was het begin van het einde. Het was warm, ik had dorst en heb zelfs twee keer even gewandeld om fatsoenlijk te kunnen drinken. Uiteindelijk kwam ik, nadat ik wat bekenden die meededen aan de tien kilometer-wedstrijd had ingehaald, toch nog in een redelijk fatsoenlijke tijd binnengekomen. De foto is, zoals te verwachten viel, in scene gezet. Al moest ik na afloop wel even in het koele gras zitten om bij te komen.

De oplettende kijkerT ziet een startnummer van de tien kilometer. Nee, ik had met niet vergist maar om laten schrijven. Stom natuurlijk, tien kilometer was ver zat 😉