K

Op de lange zijde van de Alkmaarderhout ontvouwden de AZ-supporters een spandoek met de tekst ‘geen woorden, maar tranen’. Bedoeld om Feyenoord-speler Alfred Schreuder een hart onder de riem te steken na het verlies van zijn zesjarige dochter aan kanker.

Tijdens de minuut stilte keek iedereen uit onze groep achterom naar Sander die niet lang daarvoor zijn vrouw was verloren aan dezelfde ziekte. Ik keek met een brok in mijn keel naar Sandra. Die een paar jaar ervoor het geluk had dat deze ziekte bij haar wél te genezen viel.

Met de chemo nog in haar lijf stapten we in het vliegtuig naar Turijn om Feyenoord te zien verliezen. Ook werden er nauwelijks thuis- en uitwedstrijden overgeslagen. En iedere keer gingen de spreekkoren met ‘K’ erin die ik om me heen hoorde door merg en been.

Nog geen half uur na de indrukwekkende minuut stilte in Alkmaar vlogen de verwensingen met deze ziekte erin als bijvoeglijk naamwoord alweer in de rondte. Volwassen kerels die deze ziekte gebruikten als krachtterm als er op het veld iets gebeurde wat hen niet beviel.

Ik vroeg en vraag me dan altijd af hoe dat in die gezinnen aan de ontbijttafel gaat. Wordt er dan ook om de K-boter gevraagd als het te lang duurt voordat deze aangegeven wordt?

Noem me vooral een moraalridder maar ik ben in ieder geval geen hypocriet die na een applaus voor een knuffelregen ten gunste van zieke kinderen daarna vrolijk verder gaat met schelden in een stadion.

Afgelopen zondag verloor Feyenoord kansloos in Sittard. En geloof me, na bijna 900 wedstrijden bijgewoond te hebben weet ik hoe het voelt om je zondag zo verpest te zien worden. Vanuit het uitvak klonk dat ze moesten werken voor hun K-geld.

Berghuis vond daar terecht wat van. Maar de algemene opinie op twitter was dat hij zijn bek dicht moest houden omdat hij meer dan een miljoen per jaar vangt en dat sommige supporters per seizoen honderden, zo niet duizenden euro’s per jaar kwijt zijn om Feyenoord te volgen. Dus hij moest zich niet zo aanstellen om die paar K’s uit het uitvak.

Toen wist ik het zeker. Tegen domheid is niets opgewassen. Maar een beetje fatsoen opbrengen heeft gewoon met opvoeding te maken.

Hier aan de kust, de Zeeuwse kust. Verslag Kustmarathon 2019

Van mijn hardloopharem kreeg ik voor mijn verjaardag een hamer. Met aan die hamer een kaartje waarop stond dat ze me ingeschreven hadden voor de kustmarathon. Een marathon waarvan de slogan ‘de zwaarste van Nederland’ is (iets wat ze de dagen voor de race continu benadrukken in hun Facebook-posts waardoor je jezelf nog meer zorgen gaat maken).

Gelukkig hoefde ik hem niet alleen te lopen (dat zou niet zo aardig zijn) maar ging Monique ook de uitdaging aan. Naast Mo liep ik ook mijn pr op de tisvoorniks-marathon (ik afzien, zij dansend en springend naar 3:38) dus een goede haas gegarandeerd. Die tisvoorniks-marathon was in november wanneer het koeler is en ik het fijner vind om hard te lopen. De warmte vind ik niks.

Na mijn oogoperatie liep ik gewoon mijn rondjes bij de kieviten, drie halve marathons waaronder eentje in de beklemmende hitte van Cambodja en recent de Airborne-trail van 28km. Geen tijd om te twijfelen of dat genoeg was. Nou ja, ik twijfelde wel maar Sandra zei dat het voldoende was. En zoals altijd heeft je vrouw gelijk. Dus redelijk relaxed naar het weekend toegeleefd. Wel wat gestapeld maar niet overdreven veel. Op vrijdag een pastamaaltijd met spinazie en voor de rest zoete meuk. 

Zaterdagochtend bestond het ontbijt uit pannenkoeken en een halve liter drank waarin extra koolhydraten aan waren toegevoegd. En voor de rest vooral veel drinken. Heel veel drinken. Van AA-Drink tot water. Nadeel is wel dat je grote vriendjes met het toilet wordt.

Wilbert bracht ons weg naar de start in Burgh-Haamstede en daar was de start op een pleintje waar we wel eens met een rotonde-weekend verbleven. Gelukkig was ik incognito met pet. We stonden redelijk vooraan en na een minuut stilte voor de dit jaar overleden organisator van de kustmarathon mochten we weg. Er hing een goede sfeer bij de start. Geconcentreerde lopers en vrolijke toeschouwers. Waar je normaal bij wedstrijden nog wel eens over de ‘runfluencers’ struikelt waren ze hier nergens te vinden. De Kustmarathon is serious business. 

De eerste kilometers gingen lekker. Van te voren wisten we al dat je na km 20 zo’n 10km het strand op ging en dat leek mij het zwaarst. Dus het eerste stuk liepen we gemiddeld 5:15/km totdat we achter de 3:45 pacergroep terecht kwamen. Dat was wat ambitieus voor de hele marathon maar tot aan het strand was dat een prima tempo. Deze pacers liepen iets te hard maar waarschijnlijk deden ze dat om wat slack over te houden wanneer ze het strand op moesten. 

\

Foto ‘geleend’ van FoVid (mooie foto’s van de Kustmarathon op deze site).

Om de vijf kilometer waren er drinkposten maar ook op andere plekken stonden mensen snoep en eten uit te delen en waar publiek kón staan stond er ook publiek. Iedereen kreeg veel aanmoedigingen en je merkte ook wel dat het een echt Zeeuws ding is, veel aanmoedigingen voor de lokale lopers.

Na de Deltawerken was het tijd voor het strand, en dat viel me reuze mee. Eenmaal aan de waterlijn (weer Bløf) kon je redelijk doorlopen. Ze hadden voor het eerst (hoorden we) legplanken neergelegd waardoor je het mulle zand kon overslaan. Het strand direct naast het water was vrij hard en daar konden we prima doorlopen. Alleen wel op een iets ander tempo. Er waren wel veel van die golfbrekers bestaande uit houten palen waar de meest afgetrainde hardloper nét doorheen pasten. Ik vond die palen wel een welkome afwisseling want daar kon je telkens heel even wandelen voordat je weer verder moest.

Ook op het strand verzorging en veel praatjes met ervaren kustmarathonners die zeiden dat de omstandigheden met dat harde zand ideaal waren. Ik wilde hem best geloven maar na km 26 begon ik het al wat zwaarder te krijgen. Gelletje erin en doorlopen. Voor ons liep een tijdje een gast die zijn waterflesje in zijn bilnaad bewaarde. Die had geen geld voor een drankgordel. Op het strand werden we ingehaald door bekenden Lars van de RRC en Maarten van De Kieviten. 

Na ongeveer 10 kilometer strand kwamen de duinen. En ja, toen was het knokken voor iedere kilometer in mijn geval. Dankzij de motivatiespeeches van Mo hobbelden we heuvelaf gewoon door, maar die heuvels op. Manmanman. Erg veel duintrappen die ik niet meer omhoog kon rennen (of misschien heb ik dat nooit gekund, ik merkte dat mijn hartslag echt skyhigh ging na die trappen). En dat duurde tot kilometer veertig zo. De duinen en het uitzicht en het publiek maakten het echt wel heel mooi hoor. Nog steeds overal mensen en overal aanmoedigingen. 

lalala-duinen.

Nu waren we niet ‘op een tijd’ weg gegaan maar het is hardlopers-eigen om toch te gaan rekenen na een brede boulevard en het passeren van een Sherman-tank bij Westkapelle werden we het strand weer opgejaagd. Het waren maar twee kilometer maar deze waren best zwaar maar een welkome afwisseling na de duinen. 

Na de twee kilometer strand kwam de laatste trap en daarna de laatste kilometer nog proberen aan te zetten om onder de vier uur uit te komen. En dat lukte met 3:58:58 precies. Na een high-five met de burgervader van Zoutelande, het in ontvangst nemen van medaille en marathonshirt zat deze perfect geregelde marathon er weer op. Mijn vijfde marathon was een mooie marathon, maar wel een zware. Bijna net zo zwaar als 4 uur lang ‘Zoutelande’ op repeat horen.

Ze konden de Po(r)t(o) op….memorabele avond in De Kuip

Jaja, ik heb nog steeds geen camera gekocht. Vandaar een setje foto’s geschoten met de telefoon. Manmanman, wát een avond. Strijden, knokken en juichen.

[cliché-modus aan]De Kuip trilde op haar grondvesten.[/cliché-modus aan]

Half zeven en er staan nog behoorlijke rijen voor de poorten. 18:55 is een onhandig tijdstip, zeker als de hele stad ook nog eens vaststaat. Gelukkig was ik op de scooter.

Voor de aftrap nog wat lege plekken maar gaandeweg het eerste kwartier kwam het stadion toch goed vol. Buiten De Kuip erg veel Porto-fans op de been. In Belgie, Duitsland en Luxemburg heb je vrij grote gemeenschappen.

1-0 gek-ken-huis

2-0, de man voor me kan het niet geloven.

Gracht

Exact 30 jaar geleden stond een boos Legioen al na drie wedstrijden op het veld na een 0-2 achterstand tegen Fortuna Sittard. De boodschap: weg met het bestuur. In dertig jaar tijd is er weinig veranderd.
 
In Rotterdam is er namelijk een voetbalclub waarbij alle operationele bestuurders dezelfde voornaam hebben, namelijk Ad. Het meest frappante is dat beide heren ook nog eens dezelfde achternaam hebben, namelijk Interim. Dat bestuurslid Troost de tijdelijke technisch directeur Troost moet beoordelen en directeur a.i. Koevermans de krabbel onder het functioneringsgesprek van commercieel manager Koevermans mag zetten is helemaal niet raar. Hoogstens bijzonder.
 

Maar het spookt overal in en rondom De Kuip. Noem me een namaaksupporter maar het lukte me gisteren niet om in De Kuip te zijn bij een thuiswedstrijd. Dat gebeurt minder vaak dan een zonsverduistering dus dat is best uniek.

 

Op Fox zag ik een tobbend Feyenoord. Spelend zonder spits en met spelers op de tribune die nog geen drie wedstrijden in de week aankunnen. Langs de kant stond een man, die nooit aangesteld had moeten worden, druk te gebaren.
 
Op basis van wat is Stam eigenlijk aangetrokken? Een redelijk succesvol seizoen bij Reading? (waar het een seizoen later compleet mislukte) Of op drie gewonnen wedstrijden op rij met PEC Zwolle? Feit is dat Stam bij het jeugdelftal van onze aartsrivaal nauwelijks presteerde met een paar spelers die nu bij Barcelona en Juventus spelen. Maar ja, als Stam eruit vliegt krijgen we met Dirk Kuyt te maken als trainer. Ook nog geen geweldenaar. mAaR WeL eEn EcHtE FeYeNoOrDeR!!!
 
Op voorspraak van Stam haalde Feyenoord Liam Kelly, een speler die in de voorbereiding erg goed was in het ‘onder de bal doorlopen’. Er kwam geen tweede spits terwijl Jorgensen nog breekbaarder is dan ongekookte spaghetti. En ik geloof nooit dat een speler als Ié op basis van een flink aantal wedstrijden gescout is.
 
Karsdorp deed de afgelopen wedstrijden ongeveer alles fout wat er fout kan gaan en zijn vervanger Geertruida was gisteren niet veel beter. En dan Senesi. Ik las ergens dat hij nog maar een contract voor een seizoen had bij zijn huidige club én dat die club ook nog eens in grote geldzorgen verkeert. Hoe kun je daar dan in vredesnaam zeven miljoen voor betalen?
 
Wil Feyenoord ook meedoen wat ze in Amsterdam en Eindhoven doen? Dure Zuid-Amerikanen halen om voor veel geld te verkopen? Dat is op zich een prima idee. Maar Feyenoord moet helemaal geen zeven miljoen aan een speler uitgeven. Laat staan aan een centrale verdediger.
En zo kunnen we nog wel even doorgaan.
 
Na het kampioenschap werd het in de CL verdiende geld geïnvesteerd in het nieuwe jeugdcomplex. Als dat de pijler is waar je je als club op gaat richten is daar niets mis mee. Maar zonder elftal in de keukenkampioen-divisie en de ervaring die dat meebrengt voor die gasten is de sprong naar het eerste elftal gewoon te groot.
 
Feyenoord deed een ‘Leicester’ in 2017, zoveel was een seizoen later al duidelijk. Maar op het bestuurlijke en technische vlak (en dan heb ik die hele stadiondiscussie nog niet eens genoemd) is het een grotere puinhoop dan ooit tevoren.
 
Het geluk voor Adje en Adje is dat anno 2019 de gracht tussen speelveld en tribune best breed en diep is. Het is een wonder dat die gracht nog niet vol staat door alle laatste druppels die menig emmer hebben doen overstromen de laatste jaren.
 
Wat doet Pim Verbeek eigenlijk tegenwoordig?
 

HarTlooprun

Nummer 59 alweer van de Rotterdam Running Crew waarvan meer dan de helft als ‘Leader of the pack’. Het weer beloofde niet veel goeds en waarschijnlijk was de opkomst hoger geweest als het droog was maar het was een gezellige run. Voordeel van wat kleinere runs is dat je ook af en toe een praatje kan maken met de deelnemers en er zijn altijd nog mensen die voor het eerst meegaan. Het was een mooie avond.

Oogappel, update rechteroog

Ongeveer 100 dagen na mijn oogoperatie had ik vandaag wederom een controle. Een belangrijke want hoeveel zicht heb ik nog met mijn rechteroog. Met twee ogen zie ik redelijk goed en kon ik zelfs autorijden (iets wat ik voorheen helemaal niet kon dus dat is een pré) maar met mijn rechteroog alleen was het na de operatie toch wel een stuk minder.?

Eerst had ik een hele riedel aan korte onderzoeken. Een oogdrukmeting, een oogmeting en twee scans om o.a. de dikte van het hoornvlies en de oogzenuwen te bepalen. Daarna volgde het gesprek met de chirurg die mij ook geopereerd had.?

Het ziet er allemaal positief uit. Laten we beginnen met de sterkte. Met bril is mijn rechteroog nu 40%. Dus dat wordt tijd voor een nieuwe bril maar dat was sowieso al het plan. Na ongeveer drie maanden na de operatie zijn de stofwolken voldoende gezakt voor oogmeting bij de opticien. Met nieuwe bril komt het rechteroog op 70% tot maximaal 90% uit. Goed nieuws dus. Jullie kunnen straks weer met een gerust hart bij mij in de auto stappen (alvast excuses voor de mensen die de afgelopen periode al met me meegereden zijn) ?

Dan de vlek/vis in mijn oog. Ja, die was nog best aanwezig vond ook de chirurg. Ik heb er niet zo heel veel last van behalve als ik lang achter een computerscherm zit of als de temperatuur snel wisselt zoals laatst op reis in Cambodja als je van een airco-omgeving naar buiten stapte. Met de vlek/vis moet ik gewoon leren leven. Die wordt ooit wel wat lichter. ?

Dan de oogdruk/zenuw. Ook daar positief nieuws. Door de oogdruk kan de oogzenuw langzaam maar zeker bekneld kunnen raken en dat zou gezichtsverlies als gevolg hebben. Vooralsnog geven de waardes, mede door het dagelijkse druppelen, en de gemaakte scan geen reden tot paniek. Dat moet ik wel in de gaten houden en dus blijven druppelen. Omdat ik dat zelf lastig kan heb ik een druppelbril gekocht. Dat klinkt vies maar dat is het niet. Nu druppelt Sandra mij iedere dag (dat maakt het verhaal niet beter besef ik). ?

En dan het laatste punt. Mijn linkeroog. Het glasvocht is daar nog oké maar ook hier zou het kunnen gebeuren dat er een scheurtje in het netvlies gaat ontstaan met de jaren. Dat is gewoon een kwestie van in de gaten houden. Als ik sterren ga zien moet ik me melden in het ziekenhuis. Nou, dat is een makkelijke vuistregel want op het veld van De Kuip zijn geen sterren te bekennen.

Rottemerenloop

Het doel was het hazen van Claudia op de halve marathon. En dat verliep erg goed. Tot zestien kilometer liepen we nog onder de 5:20/km maar daarna liep het tempo een klein beetje omhoog. Al met al onder de 1:54 weten te finishen in haar eerste halve marathon dus dat is gewoon een erg goed debuut.

Team Haas.

Number of de omgedraaide beast.

Mooie route langs de Rotte.

De bling

Airborne Trail

Na 18 kilometer stond ik stil in een weiland met uitzicht op de spoorbrug Oosterbeek. Zelfs zonder al teveel fantasie leek hij van een afstand wel op de John Frost-brug maar die lag toch echt nog 10 kilometer lopen verder.

Later zag ik op Strava dat mijn hartslag van gemiddeld 145 ineens een sprong maakte naar 170. Vanuit de beschutte bossen het warme weiland in vond mijn lichaam niet echt lekker. En ik kreeg nog honger ook. Na een gelletje en een stukje wandelen bleek dat de rest van de RRC ploeg een stukje verderop stond te wachten zodat ik weer aan kon haken. Dat loopt toch een stuk lekkerder dan helemaal alleen in je eentje.

RRC represent.

De eerste 18 kilometer brachten ons vanuit Papendal, onder het tunneltje bij Wolfheze (waar in 1944 de jeeps maar nét doorheen konden) via de bossen en heide richting Oosterbeek. Na 9 kilometer was er bij het Airborne museum in Park Hartenstein een waterpost tussen het opgestelde wapentuig. Operatie Market Garden was tactisch gezien niet de beste zet destijds en dat hebben de geallieerden geweten ook.

Park Hartenstein

Vlak na het park lette ik niet goed op en klapte mijn enkel dubbel (dubbel enkel), gelukkig heb ik behalve een dramatische looptechniek ook nog eens flexibele enkels dus ik kon gewoon verder. Al voelde ik het dit keer wel. Een paar kilometer later vroegen twee trailers voor ons zich hardop af of niet alleen vrouwen zoveel konden praten. Met het clubje RRC’ers babbelden we ons een weg door de bossen en heuveltjes. Je kan dan wel lopend herdenken, 28 kilometer onze mond houden zit er niet in. 

De oude kerk in Oosterbeek heeft bij het terugtrekken over de Rijn een centrale rol 
gespeeld. Tot op het allerlaatste moment hebben de Britten hier standgehouden om de evacuatie overtocht over de Rijn mogelijk te maken.

Monument bij de Oude Kerk.

Heuveltje af richting de spoorbrug bij Oosterbeek (in de verte). Een stukje verderop stond ik dus stil.

Eenmaal aangekomen bij het Airborne War Cemetery kon ik even op krachten komen, de kamelenzak bijvullen en vooral veel zoutjes eten. Ik ben sowieso geen trailer en ik vond al die heuveltjes best pittig. En als ‘asfaltloper’ bleef ik de hele tijd op mijn horloge kijken voor de tussentijd. Wat nergens op slaat natuurlijk. Maar echt ‘genieten’ zoals ik mensen af en toe hoorde zeggen kon ik niet.

Misschien niet de plek voor een selfie, maar alles met respect.

Slechts 25 geworden. 

Nadat we op de begraafplaats nog een (klein) stukje verkeerd liepen werd koers gezet richting de finish aan de voet van de John Frost-brug. Het laatste stukje door een woonwijk waar we nog de nodige aanmoedigingen kregen. En toen kwam hij in zicht, de brug waar de Britten zich op stuk beten tijdens operatie Market Garden. Een medaille was onze beloning. Een stuk beter dan wat de Engelsen 75 jaar geleden te wachten stond.

Regen

Het wachten was op de gelijkmaker want aan de kant waar in de twaalfde minuut het knuffels regende, regende het nu eigen doelpunten. Typisch Feyenoord om aan een wedstrijd waarin vijf Feyenoorders een doelpunt maakten slechts 1 punt over te houden.

Een wedstrijd eerder, tegen Utrecht, stapte ik op de metro bij station Stadhuis. Op een steenworp afstand van de plek waar Feyenoord doorgaans haar prijzen viert was ik uiteraard niet de enige Feyenoorder op weg naar huis. De stemming was gelaten, of beter gezegd in mineur. Wederom een verloren seizoen, slechts na een handvol wedstrijden gespeeld te hebben. Het Legioen heeft voor minder op het veld gestaan.

In supermarkten en files heb ik altijd het geluk in de verkeerde rij te staan. De staatsloterij heb ik ook nog nooit gewonnen en toen ik nog op school zat was ik altijd diegene die betrapt werd terwijl de hele klas hetzelfde deed. Kortom, het is niet verwonderlijk dat ik me tot Feyenoord aangetrokken voel.

De club zelf heeft het namelijk ook. Winnen we een keer een Europese prijs (met veel potentiele internationals in de basis) kwalificeert Oranje zich sinds jaren niet voor een eindtoernooi. Bij lotingen voor de Europacup treffen we altijd clubs op het pieken van hun kunnen (en die daarna niets meer presteren) en onze beste spelers verkopen we voor bedragen waar onze concurrentie tribuneklanten voor verkoopt. Als ergens anders de zon schijnt dan regent het in De Kuip.

Mede daarom had ik ook niets verwacht van de voorrondes in de Europaleague. Trencin lag me nog iets te vers in het geheugen. Maar wonder boven wonder waren het twee erg leuke wedstrijden in De Kuip.

Toen ook Willem II en Ado aan de zegekar werden gebonden was het chagrijn tijdelijk verdwenen uit De Kuip. Na de knuffelregen kwam zonneschijn.