Een (on)zalig plan, Marathon langs de Rotte

Ik hou wel van onzalige plannen. Onzalige plannen kunnen namelijk met een kleine ingreep in zalige plannen veranderen. Je hoeft alleen maar ‘on’ weg te halen. En voor de zomervakantie stond ik zelf nog wel in de ‘on’ stand als het ging om het lopen van een marathon.

Tsja, Rotterdam werd verschoven en uiteindelijk afgelast. Dat zorgde gelijk voor een dip in mijn hardloopmotivatie al bleef ik wel gestaag doorlopen.

Totdat Hanneke op Facebook een herinnering ophaalde aan haar eerste marathon. Enfin, zoals ik normaal gesproken mensen in ons Roparun-team luis, zo luisde ik nu mezelf erin. Een marathon in de achtertuin lopen. Waarom ook niet?

Met dit in het vooruitzicht had ik nog tijd voor twee langere duurlopen. Een naar Rotterdam (25km) die lekker ging en een naar Delft (28km) die resulteerde in veel geploeter. Gewoon op ‘karakter’ dan maar.

Geen al te gekke dingen vooraf maar wel wat stapelen. Je moet toch energie hebben. Ik had een aardige route bedacht. Vanaf de skiberg langs de Rotte en dan bij de A12 keren en aan de andere kant van de Rotte terug richting de roeibaan. Vanaf daar een rondje Zevenhuizerplas en via de Bergse Rechterrottekade richting Crooswijk. Rondje om de plas en terug via de Linkerrottekade naar de Skiberg. Dat klonk als een plan.

Vlak voor de start. Op de achtergrond Wilbert en Monique. Wilbert zou bijna 15 kilometer met ons meerennen. Monique zorgde voor de muziek op de fiets. Met een beetje fantasie leek het op de breaking 2 poging van Kipchoge. Enige wat ontbrak was zo’n kekke groene laser op de grond voor ons.

Daar gaan we. Op naar het tien kilometer punt vlakbij de camping. Nadat Wilbert en Monique koers zette naar huis haakte zwager Marco aan op de fiets. Niet veel later gevolgd door Claudia en Angela. We hadden een heus team om ons heen. Zeker omdat halverwege de hele familie van Hanneke klaar stond met nieuwe versnaperingen.

Vol goede moed langs de Rotte. Na een kilometer of 26 moest ik plassen én begon ik mijn benen te voelen. Dat is dan het begin van het einde want daarna was het sprokkelen van kilometers geblazen. Hanneke liep ijzersterk en die kwam me een paar keer ophalen. Bij mij begon de pijp, ondanks de gelletjes, leeg te raken.

Na het rondje om de Kralingse Plas, waar ik meer moest wandelen dan mij lief was, kwam de eindstreep in het zicht. Hanneke liep een enorm steady 3:48. Ik deed er een kwartier langer over. Niet mijn snelste marathon maar ik was niet ontevreden, plus dat het erg gezellig was. Dat is ook wat waard.

Babbeltruc

Een opmerkelijk, en eigenlijk ook wel triest bericht in de krant vandaag. Een babbeltruc bleek geen babbeltruc geweest te zijn. Al valt daar natuurlijk wel over te discussiëren. Want een dame van 89, laten we allemaal hopen dat ze de 100 ruimschoots haalt, een nieuw energiecontract aansmeren voelt toch wel een beetje als een babbeltruc. Of zou ze echt een slimme meter willen?

Ongewild moest ik terugdenken aan de tijd, Sandra en ik woonden net samen, dat er nog een verzekeringsmannetje bij ons langs kwam. Die kerel wist het altijd zo te brengen dat we met een onverzekerd gevoel achterbleven, en wij een paar weken later braaf een krabbel onder een nieuwe polis plaatsten.

Vooral over levensverzekeringen was altijd wel wat te doen. Ik kreeg visoenen van een begrafenis in een kartonnen doos van de Gamma of een lijkverbranding ergens op een veldje achteraf. De Noordeindsevaart als de Ganges van Lansingerland.

Jaren later hield Sandra alle documentatie tegen het licht en toen bleek dat we zó over verzekerd waren dat een staatsbegrafenis van een Oost-Afrikaanse dictator nog zou verbleken bij hetgeen wij opgespaard zouden hebben als we hier mee door waren gegaan.

Stiekem hou ik wel een klein beetje van ‘leuke’ oplichters. Van die puisterige studenten die aan je deur komen met ‘zelfgebakken’ stroopwafels. Vier stuks voor slechts vijf euro, aan de man gebracht door types die een ei nog aan laten branden.

Of de ‘tourist police’ die in het buitenland vertellen dat de bezienswaardigheid waar jij op weg naar toe bent precies vandaag gesloten is, wat een pech! Maar hij, en zijn maat in die tuktuk daar, weten wel een alternatief.

Toen we in India waren kwamen we in een tempel iemand tegen, die na het horen van onze woonplaats, een oom had die in Rotterdam had gestudeerd.

En wát een toeval, die oom kwam er niet net alleen aan, hij had ook nog eens een souvenirwinkel. In het winkeltje hingen inderdaad foto’s van een Indiase man voor de Euromast en Zuidplein (!) maar die leek in de verste verte niet op hemzelf.

Onder de indruk van zijn ongeloofwaardige verhaal kochten we glimlachend, voor omgerekend 1 euro, een van zijn schilderijtjes. Hij blij en wij blij. Soms krijg je door een babbeltruc wél energie.

Advent

Uit de woonkamer komt een zucht die je doorgaans verwacht bij een bouwvakker nadat ie een ontzettend moeilijke én zware klus heeft geklaard. Buiten is het nog donker.

‘Zo,’ zegt Bastiaan ‘ik heb de adventskaars maar vast aangedaan. Dat scheelt vanavond weer.’

December is heus niet een al gezelligheid. Zelfs niet voor tieners met cadeaus in het vooruitzicht.

Pokéstop

Momenteel zitten we hier thuis midden in de tweede golf. Niet de tweede Corona-golf maar de tweede Pokémon-golf. De eerste was vier jaar geleden en toen was Kijkduin het epicentrum voor de jacht op de kleine digitale wezens. Maar na verloop van tijd maakten de Pokémon plaats voor Fortnite, Brawlstars en een miljoen afleveringen van Seven Deadly Sins. Zo plotsklaps als de interesse in Pokémon verdween, zo was ie begin van de zomer ineens weer terug.

In mijn jeugd had je dat met knikkeren. ’s Ochtends nam iemand, een door zijn moeder genaaid, zakje met knikkers mee naar school en na de grote pauze leek het erop alsof we nooit anders gedaan hadden. Iedere gebroken stoeptegel was een bruikbaar putje, al durfde ik nooit mijn mooiste bonken in te zetten. Dat vond ik zonde.

Tijdens deze tweede Pokémon golf zwerft Bastiaan met zijn maatjes door de wijken hier heen. Op zoek naar shiny-varianten of genoeg candy voor een volgende evolutie. Maar tijdens de eerste golf zat ie nog bij mij achterop op weg naar verre pokéstops. En na de zoveelste Pokéstop, eentje langs het fietspad achter ons huis, vond ik het wel genoeg geweest voor die zomerse dag in 2016. We fietsten terug en kwamen twee, in unisex kleding gehulde, echtparen tegen die een fietsroute aan het volgen waren.

De man, altijd weer de man, keek op zijn GPS naar de te volgen route. Bastiaan zag hem op een scherm kijken en riep vanaf het kinderzitje:

‘Je moet linksaf gaan, daar zit Weedle. En ik heb net hier Rattata proberen te vangen. Maar nu heb ik geen ballen meer. Die kunnen jullie bij de Windas halen trouwens.’

Ik heb zelden een paar argeloze fietsers zo verbaasd zien kijken.

 

Onderzeeër

Een klein berichtje in de krant van vandaag. Een politieke partij zou graag zien dat defensie twee nieuw te bouwen fregatten van de marine gaat vernoemen naar ‘Stoere Vrouwen’. Nu is de definitie van stoer een erg ruim begrip. Ik snap dat het vrouwen moeten zijn die voor Nederland iets betekend moeten hebben. Dus Sandra, mijn moeder en mijn eerste kleuterjuf die het gat in mijn hoofd vakkundig verbond nadat ik met mijn geitenwollen sokken was uitgegleden bij de lapjeskat zullen niet in aanmerking komen vrees ik.

De partij zou zelf de eerste vrouwelijke militair in de Nederlandse krijgsmacht een goed voorbeeld vinden of een verzetsheldin. Prima suggesties natuurlijk. Maar als je de jeugd een switch naar de krijgsmacht wil laten maken zou ik toch voor wat moderne namen gaan.

Lieke Martens omdat ze altijd raak schiet? Dafne Schippers omdat ze zo snel is? Een stealth-schip vernoemen naar Wendy van Dijk vanwege haar vele vermommingen? Het is nog best lastig om een goede naam te kiezen.

Maar na lang wikken en wegen ben ik eruit: de onderzeeboot, en dan vooral vanwege de vorm ervan, zou ik vernoemen naar Kim Holland. En voor een vliegdekschip, mochten we die ooit bouwen, dan is Famke Louise een goede keuze. Die ziet ze namelijk ook vliegen.

Chili

Het overhoren van Bastiaan zijn topografie is nog het meest dichtbij vakantie dat we dit jaar gaan komen. Bangkok wist hij uiteraard zo aan te wijzen maar ook bij de Amerikaanse steden moest ik zelfs even stiekem spieken.

Bij sommige plaatsen waren de ezelsbruggetjes makkelijk te vinden. Vooral landen en steden die elkaars aartsvijand zijn (Bagdad en Teheran) gaan er redelijk eenvoudig in bij een elfjarige. Vijanden is iets waar hij dagelijks mee bezig is in bepaalde spelletjes.

De Sahara ligt in een warm gebied en in Siberië is het koud. Als er ik over nadenk had ik daar wat met het woord beer kunnen doen. Maar dat was niet nodig.

Cairo en de Nijl waren eenvoudig, met dank aan de Pyramides en de drie Indiase steden was het ezelsbruggetje dat Mumbai aan de zee en dus een baai lag. Dat viel allemaal wel te onthouden.

De lastigste bleef toch echt Santiago te zijn. De Chileense hoofdstad wilde er maar niet in. En toen viel me op hoe langgerekt en dun Chili is, met een beetje fantasie lijkt het op een chilipeper. Vlak voordat Bastiaan naar school moest liet ik hem een peper zien die op het aanrecht lag.

Zonder aarzelen antwoorde Bastiaan Santiago. Ik heb alle vertrouwen in de toets van vanochtend.

Appel

Ik ben geboren in de Sterrenwijk, een architectonische flater uit de jaren ’70. In de periode dat ik er de folders van de Spar rondbracht voelde het altijd als herfst. De vele poortjes en poorten maken het ook een ietwat donker ogende wijk.

Enfin, de Sterrenwijk was tijdens de bouw al een trekpleister. Op foto’s van de plaatselijke krant zie je dat Prins Claus de eerste paal slaat van de plek waar ik mijn hele jeugd doorbracht. Het gekke is dat de wijk een hele verkeerde naam heeft gekregen want Saturnus, Venus en Jupiter zijn planeten. Ook Mars en Pollux zijn planeten en geen ster. Alleen Castor, waar ik geboren ben, is (natuurlijk niet toevallig) een ster.

Om het geheel te compenseren zijn de straten die de wijk ingaan wel vernoemd naar sterrenbeelden. Maar met de Orion-, Poolster- en Grote Beerstraat valt het nog steeds niet te rijmen dat dit niet gewoon de planetenbuurt heet in plaats van de Sterrenwijk.

Hoe ik hierbij kom? Laatst las ik dat iemand aan de Golden Delicioushof woonde. Nu weet ik dat in alsmaar uitdijende steden en dorpen het lastig is om nog originele straatnamen te verzinnen. Het is nu eenmaal een keer klaar met stationslanen en kerkstraten.

Maar om een wijk nou naar specifieke fruitsoorten te noemen? Ik durfde eigenlijk niet op Google-maps te kijken welke straten er nog meer waren in die wijk maar mijn nieuwsgierigheid overwon mijn angst en het was nog mooier dan ik dacht.

De wijk in kwestie bleek maar een ingang te hebben die de Boomgaard is genaamd. Ik zag straten met namen als Cox Orangehof, Elstarhof, Jonagoldhof en Goudreinethof en uiteraard de eerdergenoemde Golden Delicioushof. Mijn favoriete appel, de Granny Smith, stond er ook bij. En toen werd mijn aandacht getrokken door de Gieser Wildemanhof. Wat deed die peer tussen al die appels?

Als ze in deze wijk net zo consequent zijn als in de wijk waar ik geboren ben zal dit wel de perenwijk heten. Een peer die wel heel ver van de boom is gevallen.

fotocredits: Oud Berkel en Rodenrijs