Het mooie aan ex-kleuters, hij gaat na de zomer naar groep 3 en wenst geen kleuter meer genoemd te worden, is dat feiten en fictie erg makkelijk in 1 verhaal zijn te proppen.
Op weg naar de supermarkt fietst Bastiaan een klein stukje voor me, ondertussen hele verhalen vertellend over hoe hij in de nacht, als wij slapen, uit zijn bed klimt en hele avonturen meemaakt. Over piraten, Star Wars, dinosauriërs en aapmensen. Het bezoek aan Museon vorige week heeft wel wat losgemaakt bij hem.

Net zo makkelijk schakelt hij terug naar de realiteit. Over dingen die hij laatst heeft gezien of geleerd op school. In de supermarkt pakt hij een kokosnoot en begint over een ‘holbewoond eiland’ te zingen. Als ik in de lach schiet en zeg dat het een onbewoond eiland is vraagt hij of we dáár naar toe op vakantie kunnen. Mijn antwoord dat het dan geen onbewoond eiland zou zijn wordt weggewuifd.

Bij het verlaten van de supermarkt, met uiteraard een kokosnoot in de boodschappentas, staat een straatkrantverkoper. De straatkrantverkoper waarover Bastiaan te weten is gekomen dat hij uit zijn land gevlucht is voor een oorlog.

‘Hoe is die meneer hier gekomen?’ vraagt hij net hard genoeg zodat iedereen het kan horen. ‘Met het vliegtuig? Of met de bus? Of met een raket misschien?’ Ik geef als antwoord dat hij wellicht met een boot is gekomen en daarna met de bus naar Nederland.

‘O ja’ zegt hij. ‘De splashbus, dat kan natuurlijk ook’.

21072015

Door Jeroen

Jouw reactie hier!