Thailand en Cambodja 2017

Het was alweer vijf jaar geleden dat we in Azië waren en we wilden dolgraag weer bij Jan en Phary op bezoek in Battambang. Dus vlak na onze vakantie in Italië in 2016 boekten we drie tickets naar Bangkok en begon het uitstippelen van een deel van de trip.

Een deel inderdaad want Jan en Phary besloten ons mee te nemen op een mooie roadtrip door plaatsen in Cambodja waar we nog niet eerder geweest waren. Hieronder de foto’s.

Na het landen in Bangkok mocht Bastiaan in de cockpit kijken. Zijn blik zegt genoeg. #jongensdroom.

In Bangkok was het druk, zoals het altijd druk in Bangkok is. Een ding viel me wel op. Je hoefde minder te soebatten over taxi en tuk-tuk prijzen en er heerste toch wel een bedrukte sfeer. Of het kwam vanwege het overlijden van de koning of het feit dat het het begin van de Vassa (de monniken blijven vanaf dit moment drie maanden op 1 plaats) weet ik niet. Maar het viel me wel op.

Ons hotel, beetje vergane glorie maar omdat we hier in 2003 ook al eens verbleven (en het een prima uitvalsbasis is) wilden we ‘for old time’s sake’ er weer een keer slapen. Voordeel van dit hotel is dat het direct aan een khlong (rivier) is gelegen. Dus je kunt veel bestemmingen bereiken met de Saen Seap-boten.

Die schermen links zitten er niet voor niets. De boten gaan keihard en het opspattende water ruikt niet echt heel lekker.

 Wat Ratchanadda met rechts zichtbaar Loha Prasat, een toren van 26 meter hoog, bestaande uit 37 metalen punten, wat staat voor de 37 deugden in de richting van de verlichting.

Na Wat Ratchanadda liepen we een stukje verder om Golden Mount (Wat Saket) te gaan bekijken.

344 treden omhoog en vele tientallen bellen later waren we boven.

Vanaf de top uitzicht over de stad. En in de verte Wat Arun.

Dat in de steigers stond.

Ziet er toch een stuk minder uit zo.

Aan de overkant van Wat Arun ligt Wat Pho. De tempel van de liggende Boeddha.

En de tempel van de voetmassages.

De eerste van vele massages deze vakantie. Ook Bastiaan ging gewoon mee.

Lopend tussen de chedi’s.

Rustende kat op een van de vele chedi’s.

Bij Wat Pho zijn vele gouden Boeddha’s te bewonderen.

Op het vliegveld word je nu al verwelkomt met de woorden dat Boeddha-hoofden niet gekocht moeten worden als souvernir en dat je ook geen tattoo’s van Boeddha moet nemen als toerist. Die borden kwamen we nog een flink aantal keer langs de snelweg tegen. Maar op de marktjes kon je uiteraard Boeddha’s in alle vormen en maten kopen. Zo is het ook wel weer.

Sandra is blij. Eindelijk mango met kleefrijst.

Jeroen was wat minder blij. Geen biertje bij het eten.

Dan maar voor een bananen-rotee. Een heerlijke pannenkoek.

En in Chinatown was het een gekkenhuis zoals altijd.

 

Naar het thaiboxen.

Er werd meegeleefd.

Popcorn, uiteraard popcorn.

Mannen op pad.

Met de trein naar Pak Chong. Om vandaar door te gaan naar Khao Yai national park.

Vertraging.

Die tijd had ik kunnen benutten om naar de kapper te gaan op het perron.

Tweede klas. Met ventilator én airco. Die was best nodig.

Eenmaal in Pak Chong is er geen tijd om te luieren. Direct de natuur in!

Slangetje.

Klooster met tempelgrot. Een grot vol met vleermuizen.

En wie heeft daar nu geen zin in?

Spin op Bastiaan zijn hand. Van dit soort hebben de makers van Harry Potter ‘Aragog’ afgekeken.

Plafond vol met vleermuizen.

Verder op pad richting iets meer vleermuizen.

Achter de gids en mama aan.

Natuurselfie.

Vleermuizen, duizenden en duizenden vleermuizen.

Ze bleven maar komen.

Een miljoenpoot.

En na al die dieren was het tijd voor eten. En een Singha want het verbod op alcohol was voorbij.

De entree deed eerder vermoeden dat we in Oostenrijk waren.

Sokken tegen bloedzuigers.

Schitterende vergezichten in Khao Yai National Park.

The great Hornbill.

Slangetje.

Great Hornbill.

Spinnetje.

Aap.

En dan eindelijk in het wild. Een olifant.

Chang!

Waterval.

En wie staat daar om de hoek.

Dezelfde olifant weliswaar. Maar uitbundig begroet door Bastiaan.

Wandeling door de jungle.

Nog meer apen.

Hoge bomen….

…krijgen bezoek van Bastiaan.

Het national park.

Soort van hoes van The Prodigy, alleen dan met een schorpioen.

Redelijk ongevaarlijk beest.

En na een dag park worden we uitgeleide gedaan door een stel wilde apen. Letterlijk.

Na een taxirit van drie uur bij de grens met Cambodja aangekomen. Daar is het vaak een gekkenhuis maar omdat Jan aan de andere kant ons op kwam halen konden we alle taxi-chauffeurs met een legitiem antwoord op andere toeristen afsturen.

In Battambang werd Bastiaan zo onthaald. Superleuk.

Ook hier een massage genomen.

En een biertje bij Madison.

En wat te eten natuurlijk.

Durian te koop.

Tuktuk’s. Blijer qua vervoer kun je Bastiaan niet maken.

 

Fantastisch eten bij Battambang Resort.

En na een paar dagen Battambang gingen we op weg richting de eerste stop. Kampong Cham.

En dan kom je langs Skuon, ook wel bekend als spider-city. Hier staan gefrituurde vogelspinnen op het menu. En ook een vogelspin op Bastiaan zijn been. Zonder giftanden hoor.

De dames wachten op klandizie.

Kampong Cham gezien vanaf onze hotelkamer.

Uit eten in de skybar.

Kampong Cham by night.

Een van de vele kloosters op het platteland.

Eenvoudige huisjes.

Plaatselijke jeugd schoot met een katapult vogels uit de boom. Om te eten uiteraard.

Wat zit er in het nest? Let ook op de jongen rechts met de gevangen vogels en zijn hakbijl.

Rondje op het eiland Koh Pen.

Met paardenkar.

Wat Hanchey waar ze hielden van megagrote sculpturen van o.a. fruit. Maar er stond ook een dino.

Fruit is gezond voor je.

Monniken.

Monniken kijken uit over de Mekong.

En wij een dag later in Kratie ook. Wij hadden lunch in dit restaurant aan de Mekong. Twee weken later zag ik op internet voorbij komen dat het hele restaurant in de Mekong was verdwenen.

Easy living.

Lunch.

Onze boot voor het Dolfijnen spotten.

 

Uitzicht op het restaurant dat twee weken later dus verdwenen was.

Na een stukje varen zijn ze daar dan eindelijk. De dolfijnen.

Nog meer toeristen op jacht naar dolfijnen.

Via het platteland richting Kampong Thom om de dag daarna naar Siem Reap te gaan.

Je komt van alles tegen onderweg. Eenden bijvoorbeeld.

“kunnen we er eentje meenemen voor thuis?”

In Siem Reap tijd voor bier en eten. Bij de Soupdragen waar we in 2006 ook al eens waren. Dit jaar hebben we Angkor Wat niet bezocht omdat Sandra en Bastiaan zich niet zo lekker voelden.

Vismassage.

In het regenseizoen kan het regenen. Best hard regenen.

Siem Reap was behoorlijk verandert sinds mijn laatste bezoek. Schreeuwerige tuk-tuk’s met soundsystems verkochten goedkope drank op straat. In de pub kon je elkaar niet eens verstaan. En op de nachtmarkt werd van alles en nog wat aangeboden door van alles en nog wat (snappie?).

Terug in Battambang.

En terug op het resort. Tijd om het circus een keer te bezoeken.

En dat was superleuk. Echt een aanrader.

En uiteraard een bezoekje aan de bambootrain. Battambang’s rollercoaster.

Er wordt momenteel hard gewerkt om weer echte treinen door Battambang te laten rijden. Dan is het waarschijnlijk echt gedaan met de bambootrain. Of ze verzinnen een nieuwe lokatie. Alles kan in Cambodja.

 

Dit klooster werd door de rode khmer gebruikt als gevangenis en martelplek. Iets verderop lagen de ‘killing fields’. Op die plek staat een gedenkteken.

Gruwelijk gezicht.

Dit vind ik het mooie aan Cambodja (en Azie), overal wordt wel iets verkocht.

Wat Ek Phnom.

Het is geen Angkor Wat maar je kunt hier nog naar hartelust op de tempels klauteren.

En als je 7 bent (en 44) dan doe je dat graag.

Terug op het schitterende resort brachten wij de laatste dagen luierend door.

 

En etend bij de vele restaurantjes langs de weg in Battambang. Dankzij Phary want zij weet ze allemaal te vinden.

En toen gingen we met twee lange taxi-ritten terug naar Bangkok.

Om onze laatste centen uit te geven op de weekendmarkt. Hier kun je echt alles kopen.

Deze krukjes ga ik importeren.

Tijd voor een ijsje.

En de laatste foto uit onze hotelkamer. Het was weer een schitterende trip.