Vietnam & Cambodja 2006

Na al 2 keer in Thailand geweest te zijn hebben we besloten dat we dit jaar naar twee landen in de naaste omgeving van Thailand te gaan. Het zijn mede door de goede verhalen van Jan Vietnam en Cambodja geworden.

Omdat we niet alleen wilden reizen maar ook nog vakantie vieren hebben we onze drie en een halve week Azie afgerond aan het strand van Hua Hin in Thailand.

Het commentaar bij de foto’s is zoals wij het beleefd hebben.

Ho Chi Minh City, Cu Chi tunnels en de Mekong Delta (Vietnam)

Op 1 januari vlogen we via Hong Kong naar Ho Chi Minh City (Saigon). Op het vliegveld was het een chaos van jewelste bij de bagageband. Alle koffers en tassen werden gewoon van de band afgegooid om ruimte te maken voor de spullen waar de mensen die het dichtst bij de band op stonden te wachten.

Het duurde even voordat ik mijn rugzak had want die lag niet echt zichtbaar in het midden. Hierdoor heb ik wel een lang gekoesterde wens om eens een keer over zo’n band heen te lopen tot uitvoer kunnen brengen. Niet lang nadat we in het centrum gearriveerd waren, zagen we de eerste uitingen van het communisme al duidelijk in het straatbeeld.

2 Militairen in een zijspan tegenover ons hotel.

Daar waar er nog niet zolang geleden voornamelijk fietsen in het straatbeeld van HCMC te zien waren, krioelen er tegenwoordige miljoenen brommers en scooters door elkaar heen. Tot niet zo lang geleden kostte een Honda Cub (de volkswagen kever onder de motorfietsen) zo’n 1000 dollar.

Een slimme zakenman is die dingen vanuit China gaan importeren en nu kosten ze ongeveer 200 dollar. Dus waar voorheen een heel gezin met 1 brommer deed, hebben nu alle leden van een gezin er eentje. Gevolg is dat de afgelopen jaren er 2 a 3 miljoen brommers alleen al in de hoofdstad bij gekomen zijn. En daar ze allemaal toeteren om duidelijk te maken wat ze gaan doen, is het een kakofonie van geluid.

Vietnamese vlag is duidelijk overal in het straatbeeld te zien.

De honden krijgen te eten, in plaats van opgegeten te worden.

Net zoals er voor veel gebouwen nog veel voertuigen uit de oorlog te zien zijn. Wat wij proefden bij een aantal mensen die betrokken waren bij rondleidingen door de vele oorlogsmusea is dat ze trots zijn dat zij de machtige U.S. of A. hebben verslagen.

Vietnamese vlag is duidelijk overal in het straatbeeld te zien.

Even de toerist uitgehangen en met een riksja ons langs allemaal tempels in de stad laten vervoeren. Je kan wel medelijden hebben met de man die twee Europeanen rond moet fietsen maar je moet niet vergeten dat de meeste Tuk-Tuk rijders ook zo begonnen zijn. Je moet toch ergens beginnen met geld verdienen.

Waar ze in Thailand en Cambodja het Theravada Boeddhisme aanhangen is het in Vietnam voornamelijk het Mahayana Boeddhisme wat de klok slaat. Deze vorm van Boeddhisme is wat ook de meeste Chinezen aanhangen en dat dit een ander soort Boeddhisme is, is duidelijk te merken.

Behalve Boeddhabeelden zijn er ook veel beelden te zien van Chinese krijgsheren en worden er geesten aanbeden. Je ziet ook op de tempels veel afbeeldingen met een swastika erin, wat een duidelijk symbool uit het Hindoesme is en later misbruikt door het fascistische regime van onze oosterburen. De tempels geurden van de wierook en stonden vol met offers.

Monniken gaan hier ook gekleed in het wit in plaats van de oranje pijen die je bij het Theravada Boeddhisme ziet.

Foto vanuit de riksja terwijl we een erg druk verkeersplein op fietsten. Omdat het meeste verkeer niet echt hard rijdt, valt het allemaal nog wel mee qua samengeknepen billen.

De machtige Saigon-rivier waar de stad haar oude naam aan te danken heeft. Na de verovering van Saigon op de Amerikanen en het zuidelijke leger werd de naam vrij snel veranderd in Ho Chi Minh City.

De volgende dag op pad om een bezoekje te brengen aan het Saigon Scooter Center. Er rijden nogal wat Vespa’s en Lambretta’s rond in HCMC. Omdat de meeste taxi’s je alleen maar van de ene bezienswaardigheid naar het andere hotel weten te brengen hebben we lang lopen zoeken. Dus halverwege was het tijd voor wat fruit.

Toen we deze Lambretta zagen staan, wisten we dat we er waren. De zaak wordt gerund door een Brit die de scooters, die in het verleden vanuit Europa naar Azi zijn gekomen, laat restaureren en ze nu weer verkoopt aan….Europeanen 🙂

Bij zijn winkel had hij ook een klein museum met modellen waarvan ik weet dat sommige mensen hier een moord voor zouden doen.

Hij liet ons ook nog even zijn werkplaats zien een stuk verderop. Daar stonden de te restaureren scooters in rijen opgesteld…..

Tsja, kwijlen maar……..

Hierna naar 1 van de oorlogsmusea geweest. De eigenaar van Scooter Center was zo aardig om ons een lift te geven.

Het museum heette eerst het ‘American War Crime’ museum. Toen de Amerikanen na het einde van het embargo begin jaren ’90 weer terugkwamen in Vietnam en een nieuwe ambassade openden, eisten ze dat de naam veranderd werd. En zo geschiedde.

Nederland erkende het nieuwe Vietnam wel op een heel bijzondere dag. 9 april 1973.

Tijd voor wat eten.

Door de Franse bezetting in het verleden zijn er behoorlijk wat Katholieken in Vietnam. En dus hebben ze ook hun eigen Notre Dame.

Oom Ho Chi Minh voor het stadhuis.

In een park bij ons hotel waren de inwoners druk bezig met een spel waarbij je een soort shuttle moet overschieten. Gezien de techniek die sommige van de dames en heren hadden ontwikkeld bij dit spel is het een wonder dat Vietnam zich niet voor het WK heeft geplaatst. Al zouden ze dezelfde trucs met een bal kunnen……..We hebben ook zo’n shuttle gekocht, we hebben alleen nog niet geoefend.

De volgende dag op weg naar de Cu Chi-tunnels. Op ongeveer 40 kilometer afstand van HCMC was dit een bolwerk van verzet in het zuiden. De Amerikanen hadden hun hoofdkwartier zelfs op de tunnels gebouwd zonder dat ze het wisten.

Een van de vele schuttersputten waarmee de VC de Amerikaanse soldaten konden verrassen.

Een van de vele vallen die de VC opgezet hadden om de Amerikanen te verwonden. Er waren veel valse tunnelingangen met dan dit soort kantelvallen met scherpe bamboespijlen op de bodem.

Een stille getuige van al het oorlogsgeweld. Wat de rondleiding extra morbide maakte was dat je de hele tijd geweerschoten hoorde. Vlak bij een centraal restaurantje kon je op een shooting-range voor wat dollars met M16’s en dergelijke geweren schieten. Dus op het moment dat jij rond die tunnels loopt, hoor je continu geweersalvo’s.

Gezien mijn latent aanwezige claustrofobie ben ik de tunnels dus niet in geweest. Ik zag het niet zitten om door de (weliswaar voor toeristen wat breder gemaakte) nauwe tunnels heen te klauteren.

Een dag later zijn we met een boot de Mekong-delta afgezakt. Via overnachtingen in Can Tho en Chau Doc zouden we een paar dagen later op de boot naar Cambodja stappen. Eerst hadden we een mooie tocht op de levensader van Vietnam.

Een stop bij een ‘fabriek’ waar ze rijstwafels maken. Alles uiteraard met de hand. En lekker!

Deze kleine bootjes werden vrijwel zonder uitzondering door vrouwen bestuurd.

Sandra fris uitgeslapen voor het kleine hotelletje in Can Tho. Vroeg opstaan om een boot naar de ‘floating market’ te nemen.

Ho Chi Minh ook hier present.

Op de stokken die op de boten staan is te zien welke waren deze boten verkopen. De grote boten dienen als groothandel. Hier kan jij als voorbijvarende niets kopen. De kleine bootjes die er tussendoor varen, fungeren dan weer als supermarkt.

Deze mensen leven dus op de boten. Vaak hebben ze wel een huis aan wal maar daar gaan ze een keer in de week naar toe.

Hier worden noodles gemaakt. Eerst wordt de rijst tot een soort pap gemaakt. Daarna worden er deze ‘pannenkoeken’ van gemaakt en die gaan later door een machine die er mooie dunne reepjes van maakt.

De kinderen langs de kant van de Mekong-rivier bleven maar zwaaien naar ons.

Visnetten.

Jeroen neemt de monkey-bridge over het water.

Rijstvelden zover als dat je kon kijken. Schitterende vergezichten.

Raadplaatje : Was zijn dit? Het antwoord : Wierook-stokjes. In een van de dorpjes was een wierook-fabriek gevestigd. Nou ja, fabriek. Het was ter grootte van onze hal en er werd ook nog in gewoond. De wierook lag gewoon langs de kant van de weg te drogen.

Bij het vallen van de avond bereiken we Chau Doc waar we nog 1 nachtje blijven slapen alvorens we de grens met Cambodja oversteken.

Met een roeiboot op weg naar een klein eiland in de Mekong.

Op een paal in dit dorp werd bijgehouden hoe hoog het water in welk jaar gekomen was op het moment dat de rivier buiten zijn oevers was getreden. 2005 viel dus reuze mee. Was maar een meter hoog.

Met de boot vanaf dit eiland op weg naar de grens.

De grenspost waar je Vietnam verlaat. Je moest hier lopend de grens over om even verderop in een andere boot over te stappen om naar de grenspost van Cambodja te varen.

Naar boven

Phnom Penh en Siem Reap (Cambodja)

Ondanks alle verhalen die in de reisgidsen staan, kun je dus wel een visum voor Cambodja kopen aan de grens waar je alleen met de boot kan komen. Het hele gebeuren was nogal koddig omdat de aanvraag via 4 personen ging die buiten aan een tafel zaten. De eerste schreef je gegevens over, de tweede zette de gegevens op het visum, de derde plakte het in het paspoort en de vierde regelde het geld. Daarna natuurlijk nog een keer in de rij voor de controle en de stempels……. Na een goed uur zaten we weer op de boot en onderweg naar de hoofdstad van Cambodja, Phnom Penh.

Omdat de fast ferry niet vaarde, waren we pas ’s avonds in Phnom Penh. Na onze spullen in het hotel te hebben gedropt, zijn we naar de Green Vespa bar gegaan voor een lekker Angkor biertje.

Volgende dag vroeg op pad want we hadden die dag een priv-gids. De tocht ging eerst naar het Koninklijk paleis. Niet zo mooi als in Bangkok maar ook veel pracht en praal.

Die Fransen hebben tijdens hun bezetting van Cambodja een huis van Napoleon geschonken en recht voor een paleisgebouw gezet. Wat een cultuurbarbaren !!!!!

Daarna zijn we naar de beruchte Tuol Sleng (S21) gevangenis geweest. Direct na het omverwerpen van de koning op 17 april 1975 werden alle bewoners van de stad verplicht te gaan werken op het platteland. Alle mensen die enig intellect hadden, werden vermoord. Zelfs het dragen van een bril was al voldoende om omgebracht te worden. In dit voormalig schoolgebouw werden mensen net zo lang gemarteld tot ze toegaven dat ze voor de CIA werkten (wat uiteraard niet zo was), waarna ze alsnog op de Killing Fields werden vermoord.

De fotoreportage in de oude cellen was indrukwekkend. Allemaal portretten van ‘veroordeelden’ en ook foto’s van de bevolking van Phnom Penh op het moment dat de troepen van de Rode Khmer op 17 april in de stad als bevrijders binnengehaald werden. Die mensen moesten eens weten wat ze te wachten stond. Een paar uur later werden de meeste van deze mensen namelijk afgevoerd naar het platteland om daar als boer te werk gesteld te worden.

De bloedspatten zitten in deze cel nog gewoon aan het plafond van het martelen……

In deze toren op de Killing Fields zitten allemaal schedels van slachtoffers van de rode Khmer. De meeste schedels vertonen geen kogelgaten want om kogels uit te sparen, werden de mensen doodgeslagen met de kolven van de geweren. Aan een speciale boom werden grote luidsprekers opgehangen om de bevolking in de naburige dorpen niets te laten merken van de slachting die altijd ’s nachts plaatsvonden.

Door de grond komen de kledingsstukken en de botten van de slachtoffers naar boven. Het is geen doen om het op te ruimen want er ligt te veel en daarnaast willen ze dat het bewaard blijft voor de geschiedenis. De grond is gewoon wit van de beenderen onder je voeten.

Daarna was het tijd om een plaatselijke markt te bezoeken.

Dit is Wat Phnom (Phnom betekent berg en Wat betekent tempel) waarnaar de stad vernoemd is. Mevrouw Penh heeft honderden jaren geleden deze tempel neergezet en om haar te eren heet de stad nu Phnom Penh.

’s Avonds kwamen we de andere Azi gangers (afdeling Hoekse waard) nog tegen…..Na dit etentje gingen zij op weg naar het strand in Sihanoukville.

Met een fast ferry (niet zichtbaar) gingen we de volgende ochtend vroeg naar Siem Reap. Ondanks alles deed deze ferry er ook nog ongeveer 5 uur over.

Op de wal in Siem Reap wemelde het van de taxi chauffeurs. Voor ons stond er al een chauffeur van een airconditioned mini bus klaar. Lekker luxe op zo’n moment.

De wegen in Cambodja zijn erg slecht maar in Siem Reap hadden ze er echt een zooitje van gemaakt omdat ze bezig waren met het riool.

Een dag later zijn we naar het tempelcomplex Angkor Wat gegaan, hoewel dit eigenlijk een verkeerde naam is want Angkor Wat is een van de vele tempels daar. Werkelijk schitterend om te zien. Angkor Wat staat in de Cambodjaanse vlag maar van alle tempels die we die dag gezien hebben, vonden we Bayon in het Angkor Thom tempel complex de allermooiste. Hier komen de foto’s van Jeroen de JapannerT.

Een trap naar een ander complex bij Angkor Thom en de foto daarboven het olifanten terras.

Deze poort gaf toegang via een pad door de jungle tot een tempel die gebruikt is voor Tomb Raider (de film). Het leverde Unesco 2 miljoen dollar op en Angelina Jolie een Cambodjaans adoptiekind.

Deze tempel is overwoekerd door bomen en vooral de wortels van de bomen gaan dwars door de dikke muren heen.

Toeristen !!!!!!!!!

Na het eten naar Angkor Wat.

Ook hier veel relifs van veldslagen van de Khmer. En vertellingen uit het Hindoesme. De tempels zijn allemaal gebouwd nog voor het Boeddhisme opkwam in deze regio.

De mannen kunnen hun handen niet thuis houden van deze afbeeldingen. De delen die het meest zijn aangeraakt zijn helemaal gepolijst door de vele aanrakingen 😉

Nog een tempel beklimmen voor een zicht over de hele omgeving en toen was het na uren ronddwalen wel voldoende. Het was in 1 woord schitterend.

Lekker visje op de markt gescoord. Eet smakelijk!

En daarna tijd voor een biertje en wat eten bij de Soup Dragon (op aanraden van Jan)

Na nog een dag in Siem Reap rondgehobbeld te hebben met een gehuurde auto op weg naar Poipet aan de Thaise grens. Deze weg was echt heel slecht en sommige bruggen stonden letterlijk op instorten.

Twee collega’s van Jeroen.

Bij Poipet lopend de grens met Thailand over. Daar met een Tuk-Tuk naar Aranyaprathet gegaan. Om een dag later de bus naar Bangkok te nemen. Bangkok en Hua Hin (Thailand) Zoals vermeld waren we al 2 keer in Thailand geweest.De eerste keer vooral in Bangkok en in het noorden geweest en vorig jaar in het zuiden in een National Park verbleven en op de eilanden Ko Samui, Ko Phangnan en Ko Tao.

Nu zijn we via Aranyaprathet naar Bangkok gegaan. Een paar dagen in het geweldige Bangkok gebleven en daarna op het strand in Hua Hin vooral geluierd, gelezen en Su-doku gespeeld 😉 Vanwege deze niet echt spannende activiteiten hebben we dus ook niet heel veel foto’s gemaakt.

In Bangkok is het nooit rustig. De taxi’s, tuk-tuk’s en al het andere verkeer vechten voor een plaatsje op de weg. De eerste keer in Bagkok vond ik het qua verkeer echt een gekkenhuis. Na een paar dagen Ho Chi Minh City met al die brommers en al dat getoeter viel het eigenlijk reuze mee in de ‘stad van de engelen’ zoals Bangkok ook heet.

Op zaterdag met de metro op weg naar weekendmarkt.

De markt was erg druk met enorm veel stands met de bekende namaak-spullen. Een paar Vans-schoenen voor 10 euro gekocht (en dat was waarschijnlijk nog 3 keer teveel)

Zwemmen! Eindelijk.

Bij Thai-scooter wat spulletjes kopen voor onze Scooters.

Waar zou je een (bestel) auto voor nodig hebben?

Nog een mooie Lambretta en een lelijk ding ernaast.

Buskaartje naar Hua Hin. Kost ongeveer 3 euro. Maar daar heb je wel een airconditioned bus voor en een gratis flesje water. Mag ook wel voor dat geld.

Uitzicht vanaf ons ligbed met een Singha-biertje in ons hand.

En het eten kwam gewoon voorbij. Maiskolfje iemand?

Bij het lokale klooster werden de geesten met vuurwerk verjaagd toen wij langsliepen.

Bij een Chinese tempel vlakbij de haven even lekker in de schaduw zitten want het was behoorlijk warm in Hua Hin.

Wat zie ik? Darth Vader ijsjes!!!! Als Star Wars adept moest ik die gewoon proeven.

Onze culinaire misserT. Het eten bij de Hot Pot. Gadverdamme wat was dat smerig. Het zal wel door onze menukeuze gekomen zijn maar het eten van zelf gekookte kool, vis dat nogal rubberachtig was en ei was niet echt geweldig te noemen. De Sukiyaki-saus en Singha’s waren nodig om het eten enigzins weg te krijgen.

Het eetplezier druipt er vanaf 😉

Nog bij een Brit langs geweest die Vespa’s verhuurd aan mensen die Thailand per Vespa willen gaan verkennen. Stonden een paar mooie scooters tussen.

Ons dagelijkse toetje in Hua Hin na het bezoek van een internet-cafe. De bananen-rotee’s. Het water loopt me in de mond als ik er weer aan denk.

Het laatste biertje aan het strand en de dag erna weer terug naar het koude Nederland.

One comment

Jouw reactie hier!