Rondjes lopen

Eigenlijk is het rennen van een rondje redelijk zinloos. Je komt weer uit op de plek waar je vertrokken bent. Maar ja, dat is nu net de bedoeling. En als je wat anders wilt zien moet je de rondjes gewoon wat groter maken. Zoals zaterdag dus.

Tsja, en dan op maandag nog een kleiner rondje rondom de HSL. De kilometers vliegen (een soort van) voorbij.

Uitwaaien op zondag

Tsja, als je toch aan het trainen ben voor een klassieke afstand waarom dan niet de langste duurloop volbrengen op een manier die we tijdens onze rondjes rondom Lansingerland al een paar keer besproken hadden. Dat plan was om hardlopend naar Scheveningen te lopen en dan met de metro weer terug naar Berkel.

Deze zondag kwam perfect uit. De klok werd namelijk een uur terug gezet en zodoende was een starttijd van acht uur ook niet heel abnormaal. Uiteindelijk werden het 38 kilometers door een koud maar mooi landschap in Berkel en omgeving. De trapgevels in Delft en de drukte naar het strand van Scheveningen.

Het was vroeg.

Koeien en op de achtergrond Rotterdam.

Tussenstop in Delft.

Scheveningen.

De totale afstand en gemiddeld tempo. Dat is natuurlijk wel een vertekend beeld want door diverse fotomomenten, stoplichten en een incidentele plaspauze komt je hartslag weer in een normale zone terecht. Maar desalniettemin hebben we aardig doorgelopen.

Rutte was er niet. Tijd voor lunch én de metro terug naar Berkel. Het was een mooi rondje.

Buikloop, plakvoeten en schurende shirts. Rotterdam Marathon 2018

Op het 32 kilometerpunt, vlak nadat de gratis gels zijn uitgedeeld plakken mijn schoenen kilometers lang aan het asfalt. Op de rest van het parcours zie je links en rechts verpakkingen van energiegels liggen maar hier, waar ze uitgedeeld worden, is er geen ontkomen aan. En op dat moment had ik toch al het idee dat mijn schoenen aan het asfalt vastzaten, zo langszaam kwam ik vooruit. Maar laten we bij het begin beginnen.

Alsof de duvel er mee speelde. Het marathonweekend zou, niet voor de eerste keer, het eerste warme weekend van het jaar worden. En dat na wekenlang in de kou trainen. Maar ja, niemand dwong me en je moet het toch gewoon gaan lopen hé. Dat hele pleuriseind.

Op Centraal Station wenste ik Sandra veel succes met haar 10KM wedstrijd die om half tien van start zou gaan. Zelf liep ik het Groothandelsgebouw in op weg naar de etage die KPN had afgehuurd voor de collega’s om zich voor te bereiden op de diverse afstanden.

Omkleden, nog een keer naar de WC. Wat eten en weer naar de WC. De groepsfoto heb ik aan mij voorbij laten gaan. Het was al na negen uur en ik had met Marcel rond half tien bij station Beurs afgesproken. Een bonte stoet hardlopers liep door Aert van Nesstraat richting Coolsingel, de beroemdste straat van Rotterdam waar we allemaal naar uitkeken. Want hier ligt na 42195 meter de finish. 

In startvak 3 was het nog redelijk rustig. Rustig genoeg om vlak voor de start nog even een plas tegen het hek te maken. De dame op het balkon aan de Schiedamsedijk zat klaar met een camera in de aanslag. Hopelijk om een foto van Lee Towers te maken. Dezelfde Lee Towers die op zijn hoogst een zin of vier zelf zingt van de evergreen ‘you’ll never walk alone’.

Op de brug is het druk. Zo druk dat tempo maken niet kan en dat moet je ook echt uit je hoofd zetten. Op een kilometer of vijf moet je redelijk op je gemiddelde snelheid zitten. Maar ik merk dat ik het nu al zwaar heb. Het is warm en ondanks mijn luchtige kleding druppelt er na een kilometer of vijf al een zweetdruppel langs mijn hoofd. Op mijn horloge geeft mijn hartslag 170 aan. Veel te hoog. Mijn lichaam kan vandaag niet wennen aan het warme weer.

De vrijdag voor de marathon had ik al wat last van buikloop (ik zal jullie de details besparen) en lang hoopte ik dat het wel over zou gaan. Maar op zaterdagmiddag toch besloten om de boel te stoppen met een in Engeland gekochte variant van Norit. Waarvan ik nu trouwens zie dat deze vorig jaar september al verlopen was. Het middeltje deed zijn truc en of het nu daar aan lag of aan het warme weer. Ik kwam nooit lekker in mijn tempo.

Op zeven kilometer zag ik trainer Ard voor me lopen en die loopt zo gelijk als een Zwitsers uurwerk. Even overwoog ik om bij hem te blijven maar dat zou al te vroeg zijn om mijn ambities bij te stellen zei een stemmetje in mijn hoofd (mocht er een volgende keer komen, niet zo eigenwijs zijn en negeer dat stemmetje). Van Kees en Warren krijg ik water en een banaan en zo draaien we het havenspoorpad op.

Op vijftien kilometer geef ik aan Marcel aan dat hij zijn eigen wedstrijd moet gaan lopen. Ik krijg het juiste ritme maar niet te pakken. Als ik even bij een boom bij Ahoy plas word ik ingehaald door Ard. Ik had dus gewoon bij hem moeten aanhaken zo’n tien kilometer daarvoor. Als ik me na het plassen omdraai zie ik de stoet hardlopers aan me voorbij trekken. Letterlijk en figuurlijk want zo stilstaand maak je ook geen deel uit van de massa en voel ik me verreweg een hardloper. En dat heb ik wel in mijn twitter- en Facebookbio staan: ‘hardloper’.

Voor het eerst denk ik serieus aan uitstappen. Maar dat kan ik al die mensen die op me wachten en die me gesponsord hebben voor de Roparun niet aan doen.  Ik vervloek mezelf dat ik van te voren moest zeggen dat ik mee zou gaan doen. Had ik niet beter gewoon niks kunnen laten weten en dan om iets over twee uur in de middag een foto van een medaille kunnen posten. Als niemand weet dat je meedoet is uitstappen ook niet zo erg. Toch?

In de verte doemt het twintig kilometer bord op en zie ik Carin staan. Ik lach en steek mijn duim op maar het lachen vergaat ook mij als ik iets verderop Marcel zie staan. Zijn knie werkt niet mee. Ik stop en samen wandelen we naar het waterpunt. Even wat drinken en kijken of zijn knie het daarna weer wil gaan doen. Helaas blijkt dat niet zo te zijn.

Ik loop verder langs station Maashaven en ben hier al aan mijn tweede gel bezig. Te vroeg volgens mijn plan maar de gels geven me nu genoeg energie om van waterpost tot sponspost te lopen. Dat zal de resterende 17 kilometer mijn ‘tactiek’ worden. Het lijkt meer op overleven dan op hardlopen. Op de gemaakte foto’s van familie en bekenden ziet het er allemaal heel krampachtig uit. Het gekke is, een paar weken terug liep ik al kletsend met Monique een rondje van 17 kilometer met een gemiddelde snelheid van 12km/h. Ook de langere duurlopen gingen makkelijk. Geen centje pijn. En nu? De gemiddelde snelheid is afgenomen tot bijna 10km/h. Niet echt wat ik wilde, maar je moet je meerdere erkennen. Misschien ben ik wel niet voor marathons in de wieg gelegd.

Bij het dertig kilometerpunt zie ik mijn vader, mijn zus en Patrick en ik maak een praatje met ze. Even bijkomen en daarna weer op pad. In het bos staan Marco en Ties op me te wachten met een flesje water en de twee resterende gels. Tijdens mijn eerste marathon leek het bos wel een eeuwigheid te duren en vorig jaar hield ik me op de been met het berekenen van alle mogelijke scenario’s richting het kampioenschap van Feyenoord. En nu? Nu heb ik de resterende 10 kilometer opgedeeld in stukken van twee kilometer.

Bij 38 kilometer zie ik Thom en Jolien staan en bij hen drink ik even wat en maak een praatje. De resterende vier kilometers komen eraan. Mijn witte KPN-shirt vertoont ter hoogte van mijn tepels twee bloedvlekken. Ik had mijn tepels afgeplakt maar waarschijnlijk hebben die losgelaten tijdens een van de bekers water die ik over mijn hoofd heb gegooid. Het voelt wat pijnlijk aan. Op de mariniersweg schreeuwt de treingroep me naar voren en in de bocht richting de Coolsingel lijkt alles wel te ontploffen. Roel en Esther roepen wat en ik zwaai terug. Voor de zoveelste keer zeg ik tegen een ieder die het wil horen dat het vandaag zwaar is.

Op de Coolsingel loopt iedereen sneller, ook ik. Maar dat gaat voor de eindtijd niet uitmaken. Totaal niet in de buurt van wat ik had willen lopen maar dat interesseert me niets als ik mijn zus en zwager zie. Een stukje verderop staan Sandra en Bastiaan op dezelfde plek als de twee jaar ervoor. De eerste twee keer kwam ik lachend over de finish. Nu zal het een grimas zijn. Niet vanwege de tijd, door het warme weer lijken mensen zich wel te schamen voor hun langzamere eindtijd, maar vanwege het feit dat ik er meer van had verwacht. Wekenlang trainen in kou, regen en sneeuw en dan laat het weer, je darmen en je benen je in de steek. Eenmaal met de medaille in mijn hand ben ik supertrots, maar heb ik ook het gevoel dat ik voorlopig niet meer aan hardlopen moet denken.

De masseur in het Groothandelsgebouw merkt in een sappig Rotterdams accent  op dat mijn benen niet aanvoelen alsof ze net een marathon hebben gelopen. Ik vraag met een knipoog of hij twijfelt of ik niet ergens afgesneden heb. Hij gaat mee als masseur van Team KPN tijdens de Roparun en tijdens het masseren hebben we het over het volgende hardloop-evenement op de kalender. De mooie route en gebroken nachten. 

Na de massage bedank ik hem en tel in mijn hoofd de dagen af tot de Roparun. Lekker stukkie hardlopen, nu al zin an.

 

Laatste dagen

Weinig nieuws te melden eigenlijk. Ja, zondag is de marathon. Het voorzichtige stapelen kan beginnen. Ik heb nog een paar kleine pijntjes maar al een stuk minder dan de voorgaande dagen. Zenuwachtig? Nee, ik heb er gewoon heel veel zin in. Laat maar komen, die MR18.

Stapelen, schema’s en bietensap. Wat voor tijd ga ik lopen?

Vandaag zat er een speciale bijlage bij het Algemeen Dagblad over de Rotterdam Marathon. Er staat, met niet zoveel woorden maar toch, dat ik er met mijn eindtijd eigenlijk niet aan moet beginnen. En gelijk hebben ze 🙂

Ik ben een redelijk modale hardloper. Over de tien kilometer doe ik drie kwartier en een halve marathon loop ik doorgaans rond de 1:45 (soms iets sneller, soms iets langzamer). De marathon is andere koek. Dat bleek wel uit de twee voorgaande keren. De eerste keer had ik geen idee wat me te wachten stond en vorig jaar was het warm. De afgelopen vier maanden heb ik op deze website het wel en wee aangaande mijn trainingen bijgehouden. Ruim 800 kilometer in de voorbereiding. Van lange duurlopen op zondag tot intervallen doordeweeks.

Mijn schenen en voeten vertonen wat kleine pijntjes en deze week loop ik dan ook geen meter meer. Het is in de voorbereiding mooi geweest. Ik ga nu geen risico meer lopen. Maar als je wel risico wil lopen en van een gokje houdt dan kun je nu inzetten op mijn verwachte eindtijd. Voor vijf euro doe je mee. De winnaar wint de helft van de pot en de andere helft gaat naar de Roparun.

Kom maar op met die voorspellingen dan stuur ik jullie een tikkie. Momenteel zit er bijna 200 euro in de pot en verwachten de onderstaande mensen deze prestatie van mij.

Update: nu al meer dan 260 euro in de pot. Kom maar op met die tijden.

Jouri 0:19:08
Wilbert 2:06:00
Warren 3:40:45
Hanneke 3.44:28
Damian 3:44:30
Edwin 3.44.59
Marcel 3:45:40
Roselinda 3.46.13
Wil 3:47:58
Alex 3.48.12
Monique 3.48:28
Sandra 3:48:47
Anika 3.48.56
Marja 3:49:10
Jasper 3:49:45
Saskia 3:50:00
Inge 3.50.50
Arjan 3:51:00
Lars 3:51:22
Roel 3:52:00
Marjon 3:53:28
Walter 3:53:33
Natasja 3:54:28
Helena 3:55:10
Herman 3:55:40
Karin 3:56:30
Robin 3:56:39
Patrick 3:56:56
Miranda 3.57.19
Jolien 3:57:57
Margreet 3:58:29
Deborah 3:59:47
Judith 3:59:59
BB Darts 4:00:00
Annemieke 4.01.01
Rens 4:01:04
Pascal 4:01:45
Marco B 4:02:24
Jacco 4:03:27
Jolein 4:03:59
Bouchra 4:03:57
Rick 4.04:44
Astrid 4:05.06
Wout 4.06.56
Marco 4:08:21
Jessica 4.10.51
Thom 4:11:12
Han 4:12:07
Richard 4:12:57
Andre 4:15:04
Liesbeth 4:15:35
Linda 4:18:46
Kees 4.19.08

Lachen joh, met je peen- en uienmuil.

Snel-weg van het fietspad. Rondje hardlopen in Engeland

Een uitnodiging voor een bruiloft in Engeland. Daar hoefden we niet lang over na te denken. Bastiaan mocht ook mee dus dat was een ideaal beginpunt voor een weekendje aan de overkant van de Noordzee. Maar ja, die langste duurloop op weg naar de marathon hé. Hoe daar nu mee om te gaan?

Het eerste plan was om een extra fiets mee te nemen voor Jeroen (niet ik, een andere Jeroen) en dat hij mij vanaf de boot fietsend zou begeleiden. Een soort van Roparun-idee. De weersverwachtingen gaven echter een dusdanig beeld aan dat er in Essex al van code oranje werd gesproken. Nu ligt dat hele land op zijn gat zodra er maar een sneeuwvlokje valt, maar toch. Dat kon ik hem niet aandoen. Zeker niet omdat het ook nog eens een duurloop op langzamer tempo zou gaan worden. Tegen de tijd dat we in Colchester zouden zijn zou hij al bevroren zijn.

Het alternatieve plan was dat ik gewoon met de auto mee zou rijden en gewoon zou ontbijten in de Wetherspoons. Geen vet Engels ontbijt maar een dubbele portie pannenkoeken en een schaaltje porridge. Even wat energie tot me nemen voor de ruim dertig kilometer.

Ongeveer 1000kcal.

Op weg naar het hotel had ik al een weg gezien met een mooi fietspad ernaast. Of in ieder geval een stoep. En die weg besloot ik te nemen. In principe 17 kilometer lang de ene kant op en dan 17 kilometer weer terug. Wellicht saai maar écht verdwalen en dan ineens op 50 kilometer uitkomen is nou ook weer niet een optie.

Onbewust was de eerste kilometer een goede generale voor de marathon. De weg liep hier vrij steil omhoog het centrum van Colchester in en daarna ging ik op weg. Langs pubs, kerkjes en huizen. De fietspaden waren redelijk en af en toe kwam ik een andere hardloper tegen. De wind stond in mijn rug dus dat zou betekenen dat ik terug volle bak sneeuw in mijn snuit zou krijgen. Maar zover was het nog niet. 

Na een kilometer of tien hield het fietspad ineens op. Nou ja, het kwam gewoon uit op de A12 naar Londen. Dat was mij iets te gortig en mopperend liep ik weer terug. Bij een kruising kon ik ook naar een dorpje naar rechts en de weg boog in de verte weer richting Colchester af. Althans, dat dacht ik. Uiteindelijk stond er bijna 26 kilometer op de teller toen ik, na over wat bospaden en merkwaardig aangelegde fietspaden en stoepen gerend te hebben, weer in Colchester was. Ik besloot nog 4 kilometer een kant op te rennen zodat ik met de terugweg erbij nog vier kilometer extra zou hebben. Dan zou ik totaal op 34 kilometer uitkomen. 

Fietspaden hielden ineens op. Stoepen zaten vol gaten en heel soms moest ik gewoon even de openbare weg op. Hoe al die Engelse hardlopers dat volhouden is mij een raadsel maar aan de trajecten op Strava zag ik later dat ze op precies dezelfde weggetjes als mij liepen. Nee, in Nederland hebben wij niets te klagen. Nou ja, dat we niet zulke toffe pubs hebben. Maar dat is dan weer niet zo goed voor de conditie 🙂

Je ken ze maar hebben leggen.

 

 

De laatste weken

Of ik in vorm ben? Geen idee maar de 29 kilometer van afgelopen zondag gingen me vrij aardig af. Geen al te gekke pijntjes tijdens de lange duurloop (ff afkloppen) en doordeweeks gaan de versnellingen ook nog steeds wel aardig. Dit weekend staat de langste duurloop tot nu toe op het programma. Als die ook goed gaat dan heb ik er alle vertrouwen in (en anders ook wel trouwens).

Terug in bedrijf

Tsja, ik had ook ‘back in business’ kunnen schrijven maar we zijn een Nederlandse website hé. Vorige week kwam er hardlopend niet veel van. Echt griep had ik niet maar om nou te zeggen dat ik me topfit voelde. Nou nee.

De woensdagtraining kwam door de bekerwedstrijd in De Kuip sowieso te vervallen maar ik kon het echt niet opbrengen om zelf te gaan lopen. Mijn benen waren te moe, mijn hoofd te snotterig en het was snijdend koud. Tijdens het weekendje weg in Drenthe liep ik op zaterdag een rondje van negen kilometer met Sandra en Sandra. 

Op zondag zouden de Kieviten 28 Kilometer gaan lopen met een eventuele uitschieter boven de 30. Ik had via afstandmeten een mooie route uitgestippeld en Chenna en Luca gingen op zondagochtend op de fiets mee. Het lopen zelf viel me niet mee. Dan merk je dat je toch nog niet honderd procent bent. Na een kilometer of 23 was ik er eerlijk gezegd wel klaar mee en uiteindelijk stonden er 27 op de teller. 

Woensdag liep ik in de ochtend een rondje samen met Mo. Plan was om er vijftien te lopen maar uiteindelijk werden het er zeventien in een zeer mooi tempo. En uiteraard langs een molen. Dat is bijna verplicht.