Varaan

In mijn vrijwel onbezorgde jeugd waren er een paar zekerheden in het leven en een daarvan was dat Pollux en Castor elkaar naar het leven stonden. We hebben het hier over de straten Pollux en Castor, al zijn het niet echt straten te noemen.

De Sterrenwijk, waarvan Prins Claus eind oktober 1971 de ‘voorste paal’ sloeg, is nog steeds een doolhof voor postbodes en krantenbezorgers. Ik ben er geboren en mijn ouders wonen er nog steeds.
 
Geheel in lijn met wereldsteden als New York en Londen heeft ook de Sterrenwijk een centraal park. Tegenwoordig het Sterrenpark genoemd maar wij noemden het gewoon het park. De blikvanger van het park was ‘de Berg’. Een bult die met de jaren lager lijkt te worden. Met mijn vriendjes bracht ik er uren en uren door en als er sneeuw lag, en de winters waren destijds véél strenger, was ‘de Berg’ het Berkelse equivalent van de Mont Blanc.
 
Het park het toneel voor de jaarlijkse sneeuwballen-gevechten tussen de protestanten van de Prins Maurits school en, de goederikken in dit verhaal, de katholieken van De Poolster. De troubles in Belfast verbleekten bij zoveel sektarisch geweld.
 
Een paar jaar terug moest ik van Bastiaan aan mijn ouders opbiechten dat ik een blauw speelgoedpistool was kwijtgeraakt in de bosjes bij ‘de Berg’, iets wat ik schoorvoetend deed. Niet alle jeugdzondes hoeven in de openbaarheid.
 
 
Sinds een paar dagen is het park uit mijn jeugd echter wereldnieuws. Er schijnt zich een varaan op te houden die laatst een hond heeft gebeten (ik kon als hardloper weinig sympathie voor de hond opbrengen want doorgaans vallen ze me altijd aan). Het park is met hekken afgezet en zelfs het jeugdjournaal kwam langs voor een item.
 
Ik hoop om twee redenen dat ze die varaan snel pakken. Ten eerste is die Varaan hard bezig mij te verslaan als bekendste inwoner van Berkel en Rodenrijs en dat moet snel de kop ingedrukt worden, en ten tweede hoop ik dat ze tijdens de speurtocht naar dit levensgevaarlijke reptiel op een lang verloren item stuiten: mijn blauwe speelgoedpistool.
 
Ik zal dan eindelijk verlost worden van mijn status als sloddervos. Een vrij ongevaarlijk dier waarvoor het jeugdjournaal zeker niet uitrukt.

UT Arad revisited

Terwijl ze in Amsterdam de zoveelste landstitel vierden (tegen de paar echte Ajacieden die ik ken zeg ik, als een boer met kiespijn, gefeliciteerd) droop Feyenoord weer eens af na een kansloze nederlaag tegen een laagvlieger. Het was UT Arad all over again.

Het past in een patroon dat ik in de vijfendertig jaar dat ik in De Kuip kom iedere keer weer terugkomt. Het was Rapid Wien, Teplice, Trencin en de meest recente oorwassing tegen Wolfsberger AC in een notendop. Ook in Nederland kun je de potentiële valkuilen zo uittekenen. Het is een 1-3 voorsprong verspelen bij Heerenveen en een nederlaag bij Sparta in het meest recente kampioensjaar.

Vlak na het laatste fluitsignaal liep ik langs De Kuip. Van afstand en met afstand het mooiste stadion van Nederland maar als je dichtbij komt zie je het zichtbare verval. Alle zaken die ik schitterend vind bij oude stadions in Engeland: verschoten borden bij de ingang, overgeverfde roestplekken en vlaggen vol rafels. Bij mijn eigen club vind ik het wat minder sympathiek ogen.

Op Twitter woedt een digitale stammenstrijd tussen voor- en tegenstanders van een nieuw stadion. Zoals er eigenlijk overal een digitale strijd van wordt gemaakt. Oppert iemand dat AZ verder is dan Feyenoord dan staat iedereen op zijn achterste benen. PSV een financiële injectie? Waar blijven de, nog nooit gesignaleerde, havenbaronnen van ons dan?

Toen Dick Advocaat in een persconferentie liet weten wellicht op te willen stappen en daarna toch weer niet besefte ik me eens te meer wat een kleinzielige club en supporters we soms toch ook zijn. Het is het, bij gebrek aan nieuw succes, eindeloos herhalen van de goal van Kindvall. Het 010-020 gedoe. Het teren op een zeldzame overwinning op onze aartsrivaal die inmiddels twee dubbels verder is.

Voor de mensen die de rest van de competitie en play-offs wél willen uitzitten heb ik een tip: doe het niet. De kans dat we uiteindelijk verliezen van Sparta is levensgroot. En dat past eigenlijk wel weer helemaal in het beeld van Feyenoord.

Musical

Een lange tijd geleden, in een sterrenstelsel hier heel ver vandaan zat ik ook in de laatste klas van de Poolster, net zoals Bastiaan nu. Het was zelfs zolang geleden dat we nog spraken van klassen in plaats van groepen.

Aan de zesde klas kleven mooie herinneringen: het kamp, de eindcito, briefjes doorgeven waarop stond wie op wie was én de eindmusical. Het was 1985 en het gevaar van de bom was enigszins geweken maar er diende een volgend doemscenario op: zure regen en milieuvervuiling.

In de musical ‘het koffertje van meneer van Dalen’ speelde mijn buurjongen John de hoofdrol. Terecht want samen met mijn nicht Sandra en ik maakten we tweewekelijks onnavolgbare toneelstukken tijdens de uitlaatklep. Ik speelde de rol van kroonprins, ook niet mis.

Gelukkig is Bastiaan al op kamp geweest, is de eerste Cito in groep 8 achter de rug en verliefdheden worden denk ik per Whatsapp verstuurd.

Maar na al dat thuisscholing, je hoort mij niet klagen want ik heb na zijn vierde jaar niet zoveel tijd met Bastiaan door kunnen brengen en door die online lessen krijg je nog meer mee wat ze doen en hoe de verschillende kinderen in de klas zijn, hoop ik wel dat de musical door kan gaan en dat ze snel weer naar school mogen.

Mijn filmcarrière beleefde zijn Waterloo op het toneel van de poolster. Niet gek want wie laat een 12 jarige nou dit zingen?

“Af en toe denk ik aan vroeger
aan de goede oude tijd
heel het land was toen één bloemenparadijs.
Af en toe denk ik aan vroeger
en dan denk ik met wat spijt
aan de duizend rode rozen voor ’t paleis.”