Buikloop, plakvoeten en schurende shirts. Rotterdam Marathon 2018

Op het 32 kilometerpunt, vlak nadat de gratis gels zijn uitgedeeld plakken mijn schoenen kilometers lang aan het asfalt. Op de rest van het parcours zie je links en rechts verpakkingen van energiegels liggen maar hier, waar ze uitgedeeld worden, is er geen ontkomen aan. En op dat moment had ik toch al het idee dat mijn schoenen aan het asfalt vastzaten, zo langszaam kwam ik vooruit. Maar laten we bij het begin beginnen.

Alsof de duvel er mee speelde. Het marathonweekend zou, niet voor de eerste keer, het eerste warme weekend van het jaar worden. En dat na wekenlang in de kou trainen. Maar ja, niemand dwong me en je moet het toch gewoon gaan lopen hé. Dat hele pleuriseind.

Op Centraal Station wenste ik Sandra veel succes met haar 10KM wedstrijd die om half tien van start zou gaan. Zelf liep ik het Groothandelsgebouw in op weg naar de etage die KPN had afgehuurd voor de collega’s om zich voor te bereiden op de diverse afstanden.

Omkleden, nog een keer naar de WC. Wat eten en weer naar de WC. De groepsfoto heb ik aan mij voorbij laten gaan. Het was al na negen uur en ik had met Marcel rond half tien bij station Beurs afgesproken. Een bonte stoet hardlopers liep door Aert van Nesstraat richting Coolsingel, de beroemdste straat van Rotterdam waar we allemaal naar uitkeken. Want hier ligt na 42195 meter de finish. 

In startvak 3 was het nog redelijk rustig. Rustig genoeg om vlak voor de start nog even een plas tegen het hek te maken. De dame op het balkon aan de Schiedamsedijk zat klaar met een camera in de aanslag. Hopelijk om een foto van Lee Towers te maken. Dezelfde Lee Towers die op zijn hoogst een zin of vier zelf zingt van de evergreen ‘you’ll never walk alone’.

Op de brug is het druk. Zo druk dat tempo maken niet kan en dat moet je ook echt uit je hoofd zetten. Op een kilometer of vijf moet je redelijk op je gemiddelde snelheid zitten. Maar ik merk dat ik het nu al zwaar heb. Het is warm en ondanks mijn luchtige kleding druppelt er na een kilometer of vijf al een zweetdruppel langs mijn hoofd. Op mijn horloge geeft mijn hartslag 170 aan. Veel te hoog. Mijn lichaam kan vandaag niet wennen aan het warme weer.

De vrijdag voor de marathon had ik al wat last van buikloop (ik zal jullie de details besparen) en lang hoopte ik dat het wel over zou gaan. Maar op zaterdagmiddag toch besloten om de boel te stoppen met een in Engeland gekochte variant van Norit. Waarvan ik nu trouwens zie dat deze vorig jaar september al verlopen was. Het middeltje deed zijn truc en of het nu daar aan lag of aan het warme weer. Ik kwam nooit lekker in mijn tempo.

Op zeven kilometer zag ik trainer Ard voor me lopen en die loopt zo gelijk als een Zwitsers uurwerk. Even overwoog ik om bij hem te blijven maar dat zou al te vroeg zijn om mijn ambities bij te stellen zei een stemmetje in mijn hoofd (mocht er een volgende keer komen, niet zo eigenwijs zijn en negeer dat stemmetje). Van Kees en Warren krijg ik water en een banaan en zo draaien we het havenspoorpad op.

Op vijftien kilometer geef ik aan Marcel aan dat hij zijn eigen wedstrijd moet gaan lopen. Ik krijg het juiste ritme maar niet te pakken. Als ik even bij een boom bij Ahoy plas word ik ingehaald door Ard. Ik had dus gewoon bij hem moeten aanhaken zo’n tien kilometer daarvoor. Als ik me na het plassen omdraai zie ik de stoet hardlopers aan me voorbij trekken. Letterlijk en figuurlijk want zo stilstaand maak je ook geen deel uit van de massa en voel ik me verreweg een hardloper. En dat heb ik wel in mijn twitter- en Facebookbio staan: ‘hardloper’.

Voor het eerst denk ik serieus aan uitstappen. Maar dat kan ik al die mensen die op me wachten en die me gesponsord hebben voor de Roparun niet aan doen.  Ik vervloek mezelf dat ik van te voren moest zeggen dat ik mee zou gaan doen. Had ik niet beter gewoon niks kunnen laten weten en dan om iets over twee uur in de middag een foto van een medaille kunnen posten. Als niemand weet dat je meedoet is uitstappen ook niet zo erg. Toch?

In de verte doemt het twintig kilometer bord op en zie ik Carin staan. Ik lach en steek mijn duim op maar het lachen vergaat ook mij als ik iets verderop Marcel zie staan. Zijn knie werkt niet mee. Ik stop en samen wandelen we naar het waterpunt. Even wat drinken en kijken of zijn knie het daarna weer wil gaan doen. Helaas blijkt dat niet zo te zijn.

Ik loop verder langs station Maashaven en ben hier al aan mijn tweede gel bezig. Te vroeg volgens mijn plan maar de gels geven me nu genoeg energie om van waterpost tot sponspost te lopen. Dat zal de resterende 17 kilometer mijn ‘tactiek’ worden. Het lijkt meer op overleven dan op hardlopen. Op de gemaakte foto’s van familie en bekenden ziet het er allemaal heel krampachtig uit. Het gekke is, een paar weken terug liep ik al kletsend met Monique een rondje van 17 kilometer met een gemiddelde snelheid van 12km/h. Ook de langere duurlopen gingen makkelijk. Geen centje pijn. En nu? De gemiddelde snelheid is afgenomen tot bijna 10km/h. Niet echt wat ik wilde, maar je moet je meerdere erkennen. Misschien ben ik wel niet voor marathons in de wieg gelegd.

Bij het dertig kilometerpunt zie ik mijn vader, mijn zus en Patrick en ik maak een praatje met ze. Even bijkomen en daarna weer op pad. In het bos staan Marco en Ties op me te wachten met een flesje water en de twee resterende gels. Tijdens mijn eerste marathon leek het bos wel een eeuwigheid te duren en vorig jaar hield ik me op de been met het berekenen van alle mogelijke scenario’s richting het kampioenschap van Feyenoord. En nu? Nu heb ik de resterende 10 kilometer opgedeeld in stukken van twee kilometer.

Bij 38 kilometer zie ik Thom en Jolien staan en bij hen drink ik even wat en maak een praatje. De resterende vier kilometers komen eraan. Mijn witte KPN-shirt vertoont ter hoogte van mijn tepels twee bloedvlekken. Ik had mijn tepels afgeplakt maar waarschijnlijk hebben die losgelaten tijdens een van de bekers water die ik over mijn hoofd heb gegooid. Het voelt wat pijnlijk aan. Op de mariniersweg schreeuwt de treingroep me naar voren en in de bocht richting de Coolsingel lijkt alles wel te ontploffen. Roel en Esther roepen wat en ik zwaai terug. Voor de zoveelste keer zeg ik tegen een ieder die het wil horen dat het vandaag zwaar is.

Op de Coolsingel loopt iedereen sneller, ook ik. Maar dat gaat voor de eindtijd niet uitmaken. Totaal niet in de buurt van wat ik had willen lopen maar dat interesseert me niets als ik mijn zus en zwager zie. Een stukje verderop staan Sandra en Bastiaan op dezelfde plek als de twee jaar ervoor. De eerste twee keer kwam ik lachend over de finish. Nu zal het een grimas zijn. Niet vanwege de tijd, door het warme weer lijken mensen zich wel te schamen voor hun langzamere eindtijd, maar vanwege het feit dat ik er meer van had verwacht. Wekenlang trainen in kou, regen en sneeuw en dan laat het weer, je darmen en je benen je in de steek. Eenmaal met de medaille in mijn hand ben ik supertrots, maar heb ik ook het gevoel dat ik voorlopig niet meer aan hardlopen moet denken.

De masseur in het Groothandelsgebouw merkt in een sappig Rotterdams accent  op dat mijn benen niet aanvoelen alsof ze net een marathon hebben gelopen. Ik vraag met een knipoog of hij twijfelt of ik niet ergens afgesneden heb. Hij gaat mee als masseur van Team KPN tijdens de Roparun en tijdens het masseren hebben we het over het volgende hardloop-evenement op de kalender. De mooie route en gebroken nachten. 

Na de massage bedank ik hem en tel in mijn hoofd de dagen af tot de Roparun. Lekker stukkie hardlopen, nu al zin an.

 

2 comments

  1. Mooi stukkie weer.
    Mijn eerste gel pakte ik al bij 4 km.
    Ik had minder stevig ontbeten dan anders en voelde dat ik t beter eerder kon pakken.
    Totaal 8 Stuks op en wat gel blocks. En keukenzout in m n waterflesjes opgelost !
    Met 3 x water per post.
    Tot woensdag.

Jouw reactie hier!