Fontein

Behalve als er wat te vieren valt is de Hofpleinvijver eigenlijk maar een hinderlijk obstakel in het centrum van Rotterdam. Je staat er, met welk vervoersmiddel dan ook, altijd te lang te wachten voor een stoplicht. En als je dan eenmaal mag rijden moet je ook nog eens oppassen voor een naderende tram.  

Slechts eens in de zoveel jaar verandert deze betonnen vijver, op een steenworp afstand van het stadhuis, in een poel van vreugde. Het is dé plek om een door Feyenoord gewonnen trofee te vieren. En dat we direct van stadhuis naar Hofplein kunnen wandelen hebben we aan de Duitsers te danken. De fontein, aan de stad geschonken in 1939, zou eigenlijk op de plaats van het Droogleever Fortuynplein komen, maar werd tien jaar na de Tweede Wereldoorlog op het Hofplein geplaatst.

De spelers zelf houden het meestal bij een bad-scene in het stadion. Met grote flessen drank en een dobberende KNVB-beker naast hen wordt de ene na de andere hulptrainer in het bad geduwd tot grote hilariteit van de heren voetballers.

En dat maakt deze foto, genomen tijdens het trainingskamp in Oostenrijk (eigenlijk hebben we de plek van het Hofplein dus aan een Oostenrijker te danken) zo mooi. De heren voetballers zitten naast elkaar in een alpenbeekje om af te koelen na een harde training, Wim Hof zou er jaloers op zijn.

Nog een wedstrijdje of dertig en dan zitten ze er weer zo bij. Met de schaal als tastbaar bewijs voor het harde werk in de Alpen.

Als ik de gemeente Rotterdam was zou ik alvast beginnen met het voorverwarmen van de Hofpleinvijver, anders is het water zo koud eind april.

Fotocredits Mikos Gouka op Twitter

Randstad-Relay, follow the leaders

Zelfs ik word er weleens ingeluisd. Captain Erwin had een team ingeschreven voor de RandstadRelay en naar goed gebruik zei ik daar gewoon ja op. Dat is mijn beste lifehack, zeg gewoon (bijna) overal ja op. Het zal je veel moois brengen.

En zodoende bevond ik mezelf afgelopen zaterdagochtend erg vroeg in het Oosterpark. Niet het Oosterpark waar ik op een mooie tweede pinksterdag in 1993 mijn Feyenoord kampioen zag worden maar het Oosterpark in Amsterdam. Het idee achter de RandstadRelay was namelijk om vanuit Amsterdam naar Rotterdam te rennen in estafette-vorm. Of om in hun eigen woorden te spreken: van 020 naar 010. Zelf ben ik wel een beetje klaar met dat kengetal-gedoe, maar als het losgekoppeld is van het voetbal kan ik er iets beter tegen. 

Op weg naar Amsterdam met de trein.

Hotel Generator, de startlocatie.

De eerste kilometers door Amsterdam

Het startterrein was in het Oosterpark waar de eerste loper een rondje deed alvorens de lopers op de fiets aan zouden sluiten. Het werd dus een hele lange run-bike-run zoals we die vanuit de Roparun kennen. Loper 1 loopt 1500 meter, Loper 2 geeft de fiets aan Loper 1 en loopt ook 1500 meter. Daarna is Loper 3 aan de beurt, enzovoort. Enzoverder. De lengte per beurt mocht je als team zelf invullen. We zagen teams die om de 5 kilometer wisselden maar wij hielden het bij de, in de Roparun, gangbare 1500 meter.

De eer om te starten was voor Edwin, daarna liep Ingeborg en als derde was ik aan de beurt. Het eerste gedeelte was door de stad richting het Olympisch stadion en hier zag je gelijk wat deze RandstadRelay zo mooi maakte: iedereen moest namelijk zelf zijn route terugvinden. Dus waar wij rechtsaf gingen daar liepen andere teams rechtdoor om vervolgens dat team ergens anders weer in te halen. 

Vanuit Amsterdam ging de koers richting Amstelveen waar we onder het geluid van de aankomende en vertrekkende vliegtuigen van Schiphol de polders in gingen op weg naar Uithoorn. Via De Kwakel, Vrouwenakker en Papenveer kwamen we in Jens Toornstra-Capital oftewel Ter Aar. Op dat moment deden we haasje over met twee teams uit Amsterdam en de loopclub van Ingeborg. En een team van twee dames die zich afvroegen of wij wel konden navigeren. Spoiler alert, mwoah niet echt.

Na Alphen aan den Rijn kwam Boskoop en toen moesten we een beslissing maken. Zouden we richting Waddinxveen gaan wat het oorspronkelijke plan was of kozen we toch voor de Rotte? We kozen, ook vanwege de bekende omgeving, voor de Rotte. Net voorbij Bleiswijk lieten we de twee eerdergenoemde teams redelijk ver achter ons. Tegen het team uit Amsterdam zeiden we nog dat ze het beste ons konden volgen, het was immers onze ‘hometurf’.

Een uitspraak waar we bij de finish om uitgelachen werden want hoe ze het gedaan hebben weet ik niet maar bij het stoplicht bij de Gordelweg stonden ze gewoon weer voor ons. Ook bleek dat er teams waren die bijna 7 kilometer minder hadden gelopen. En er waren teams die na 4 uur alweer in Rotterdam waren. Je hebt altijd baas boven baas. 

Eenmaal op het vertrouwde Noordplein smaakte het Duitse(!) biertje heel goed. Een tafel verder zat het team uit Amsterdam. Het leek potverdorie wel the summer of love. Maar dan wel op hardloopschoenen.

Jaja, jullie waren eerder 🙂

Proost

O

Onze route, zeg het maar. Waar hebben we het laten liggen? Waarschijnlijk de keuze om niet door Waddinxveen te gaan.

 

Druk oog

Gisteren plaatste ik deze foto in mijn stories op instagram. Instagram is een soort parallel universum waar iedereen met allerhande hashtags probeert te laten zien dat zij wél een uitbundig en sportief leven leiden.

Enfin, zelfs tussen de instagrammers waren een aantal mensen met een echt kloppend hart die zich afvroegen wat er aan de hand was. Nou ja, niet veel behalve dat mijn oogdruk te hoog was en daar moest wat aangedaan worden.

Met een laser werd er een gat in mijn iris geschoten en dat zouden ze beter kunnen doen. Geef de patiënt het masker van Darth Vader op bijvoorbeeld en laat een virtuele X-Wing de lasers afvuren. Dat maakt het proces een stuk leuker.

De behandeling was geslaagd want de waarde van de druk had een ander cijfer gekregen. Toen ik vroeg waar het dan in gemeten werd (bar? Psi?) moest de dame mij het antwoord schuldig blijven. Dat was wel jammer want ik ben te lui om op Google te kijken wat het wel is. Al kan je dat bij weekend miljonairs nog wel eens duur komen te staan (ik weet het inmiddels, bij de meting van de oogdruk wordt de waarde opgegeven in mmHg.)

Bijkomend voordeel was ook dat je verreweg de Benjamin van de wachtkamer bent bij dit soort ingrepen. Dus als een jonge hond sprong ik de weide weer in. Klaar om een hippe insta-foto te maken. We hebben het er maar (oog)druk mee.

Meninkjes

Wandelend is het van Ahoy naar De Kuip drie kilometer. Langs winkelcentrum Zuidplein en dan de hele Strevelsweg uitlopen totdat je op de Breeweg vanzelf de lichtmasten in het vizier krijgt.
De afstand tussen deze twee Rotterdamse iconen is in kilometers uitgedrukt niet groot, tijdens het Songfestival leken het wel twee parallelle werelden te zijn. Maar toch was er een gemene deler tussen de harde voetbalwereld en het bonte gezelschap artiesten: meningen.

Waar de commentatoren het bij het songfestival voornamelijk over randzaken hebben, het zingen houdt doorgaans niet over, daar gaat het bij voetbal over alle hoofd-, rand- en bijzaken. Alles moet geduid worden en hoe smeuïger de mening hoe groter de kans is dat de kranten het overnemen.

Is Arne Slot wel de juiste man? Moet Berghuis blijven? Wat is Senesi waard? Waarom leidt Feyenoord zelden een spits op? Hoe zit het met het stadionplan? Had deze selectie niet hoger moeten eindigen?
Talkshows, kranten en podcasts worden vol geschreven en vol gesproken over Feyenoord. Op Twitter doet iedereen nog een extra duit in het zakje erbij en zo kun je jezelf als Feyenoorder 24 uur per dag voeden met nieuws over en rondom de club. Het is nooit saai, zei de kraai.

Over een paar weken kijkt een groot deel van de voetbalwereld naar het Europees Kampioenschap. De meeste Feyenoorders houden hun vizier echter gericht op De Kuip. Wie komt er? Wie blijft er en zijn de eerste trainingen openbaar te bezoeken? Wat voor kleur heeft het uitshirt en hoe zien de wittebroodsweken van Feyenoord en Arne Slot eruit?

Waar er in Ahoy de afgelopen dagen meer dan eens een valse noot werd gezongen dromen we een paar kilometer verderop van een soeverein Feyenoord dat de concurrentie een toontje lager laat zingen.

De eerste vier wedstrijden douze points please.

UT Arad revisited

Terwijl ze in Amsterdam de zoveelste landstitel vierden (tegen de paar echte Ajacieden die ik ken zeg ik, als een boer met kiespijn, gefeliciteerd) droop Feyenoord weer eens af na een kansloze nederlaag tegen een laagvlieger. Het was UT Arad all over again.

Het past in een patroon dat ik in de vijfendertig jaar dat ik in De Kuip kom iedere keer weer terugkomt. Het was Rapid Wien, Teplice, Trencin en de meest recente oorwassing tegen Wolfsberger AC in een notendop. Ook in Nederland kun je de potentiële valkuilen zo uittekenen. Het is een 1-3 voorsprong verspelen bij Heerenveen en een nederlaag bij Sparta in het meest recente kampioensjaar.

Vlak na het laatste fluitsignaal liep ik langs De Kuip. Van afstand en met afstand het mooiste stadion van Nederland maar als je dichtbij komt zie je het zichtbare verval. Alle zaken die ik schitterend vind bij oude stadions in Engeland: verschoten borden bij de ingang, overgeverfde roestplekken en vlaggen vol rafels. Bij mijn eigen club vind ik het wat minder sympathiek ogen.

Op Twitter woedt een digitale stammenstrijd tussen voor- en tegenstanders van een nieuw stadion. Zoals er eigenlijk overal een digitale strijd van wordt gemaakt. Oppert iemand dat AZ verder is dan Feyenoord dan staat iedereen op zijn achterste benen. PSV een financiële injectie? Waar blijven de, nog nooit gesignaleerde, havenbaronnen van ons dan?

Toen Dick Advocaat in een persconferentie liet weten wellicht op te willen stappen en daarna toch weer niet besefte ik me eens te meer wat een kleinzielige club en supporters we soms toch ook zijn. Het is het, bij gebrek aan nieuw succes, eindeloos herhalen van de goal van Kindvall. Het 010-020 gedoe. Het teren op een zeldzame overwinning op onze aartsrivaal die inmiddels twee dubbels verder is.

Voor de mensen die de rest van de competitie en play-offs wél willen uitzitten heb ik een tip: doe het niet. De kans dat we uiteindelijk verliezen van Sparta is levensgroot. En dat past eigenlijk wel weer helemaal in het beeld van Feyenoord.

Spitsuur

De eerste spits die ik in het mooie rood en wit zag spelen was John Eriksen. De Deen Eriksen, die dat seizoen 22 keer scoorde, verloor prompt de eerste wedstrijd waar ik bij was. We schrijven het najaar van 1985 en het is de periode dat alle spitsen langs de ‘Ove Kindvall-meetlat’ werden gelegd. Slechts vijftien jaar eerder, in zwart-wit televisietijdperk, zorgde de Zweed dat Feyenoord Europa’s beste was.

Daarna werd het qua prestaties én qua spitsen alleen maar minder. De Ove-index werd allesbepalend voor de voorhoedespelers van Feyenoord. In de film All Stars maakten ze er een spelletje van om zoveel mogelijk mislukte Feyenoord-aanvallers op te noemen. Pijnlijk genoeg had ik ze bijna allemaal gezien.

Mark Farrington, Stanislav Griga, Jhon van Beukering, Ali Boussaboun, Mariano Bombarda, Lars Elstrup en Angelos Charisteas. Ik zag ze allemaal ploeteren in het rood en wit. Ik word nog geregeld badend in het zweet wakker als ik denk aan alle gemiste kansen van Colin Kazim-Richards in een verloren Klassieker. Zoveel onkunde in zo’n mooi shirt.

Spitsen worden allang niet meer langs de ‘Ove Kindvall-meetlat’ gelegd. Daarvoor hebben we ook zat geweldige spitsen gehad na de symphatieke Zweed: Peter Houtman, Julio Cruz, Pierre van Hooijdonk, Henke Larsson, Dirk Kuijt en József Kiprich zullen nooit in een film genoemd worden als mislukte spits. David Connoly en Mike Obiku behoren tot het canon der Feyenoord-helden door doelpunten die iedereen zich kan herinneren.

Over het huidige spitsentrio is veel te doen. Nicolai Jörgensen is een held door zijn goals in het kampioensjaar. Vier jaar later rest niet meer dan een zielig hoopje ellende vol blessureleed. En Róbert Bozeník moet vooral wachten tot Arne Slot het roer overneemt voor wat speeltijd.

En Lucas Pratto dan? Die zal de boeken ingaan als de slechtste spits die ik nooit zag spelen.