Tuin verbouwe

Op dagen van weinig inspiratie, iets wat echte schrijvers een writersblock zouden noemen is daar altijd nog Twitter. Tussen alle Corona en rel-meningen maakte een tweet van Frank Stout deze druilerige woensdag in een keer goed.

Op de foto’s bij de tweet is een man in een oranje werk-jas te zien die bezig is met het aanleggen van een tuin. Ik moest twee keer kijken voordat ik in de gaten had dat de man in kwestie dezelfde man was die ook vijf keer een Oranje voetbalshirt aantrok om ons land te vertegenwoordigen.

In de huidige gekte vergeet je nog wel eens dat niet iedere voetballer multimiljonair wordt, zelfs niet als je de UEFA-Cup hebt gewonnen en vijf interlands hebt gespeeld. Tijdens zijn wereldgoal in de Arena, die door wijlen Hans van Vliet als een orgasme werd omschreven was ik op een camping in Frankrijk. De wereldomroep kwam pas uren na het laatste fluitsignaal met de mededeling dat Feyenoord had gewonnen en al die tijd zaten we in het ongewisse. Zijn vrije trap was de winnende goal geweest, stijf in de kruising.

Het andere bekende beeld van deze oud-aanvoerder was zijn zegetocht door een vrijwel lege Kuip na de winst op 8 mei 2002. In een grote, witte onderbroek liep hij met een fles bier én een vlag rondjes op het natte veld om een plas op te wekken. De dopingcontrole wachtte geduldig.

Vandaag zag ik dus dat hij tegenwoordig tuiniert en ik kan niet wachten op de reportage van FC Rijnmond aanstaande vrijdag. Mocht hij nog geen slogan hebben voor zijn bedrijf dan zou ik het volgende willen voorstellen:

Patrick Paauwe komt vakkundig uw tuin verbouwe!

Foto’s zijn van Rijnmond

Oog

Een van de eerste opmerkingen die ik kreeg nadat ik de diagnose ‘netvliesloslating’ had gekregen was dat ik nu tenminste niet meer met twee ogen naar Feyenoord hoefde te kijken. Daaraan moest ik denken toen de camera de net gewisselde Nicolai Jorgensen in beeld bracht tijdens de oorwassing tegen Az.

Met een hand voor zijn oog leek het erop alsof Jorgensen naar het speelveld keek zoals kleuters verstoppertje spelen. Wat je niet ziet gebeurt niet echt. Maar dat was buiten het oversteekmoeder-tenue van Az gerekend, dat viel niet te missen. 

Hopelijk zijn zijn oogklachten snel voorbij en zet hij de transfer naar Turkije, een land waar veel mensen juist voor oogcorrecties naar toe gaan, nog even uit zijn hoofd. Desnoods speelt hij aanstaande woensdag in Friesland met een bril op. Als hommage aan het belangrijkste doelpunt uit de clubgeschiedenis van Feyenoord.

Laat Nicolai nog maar even blijven want het gepruts van El Oso deed namelijk zeer aan allebei mijn ogen.

Musical

Een lange tijd geleden, in een sterrenstelsel hier heel ver vandaan zat ik ook in de laatste klas van de Poolster, net zoals Bastiaan nu. Het was zelfs zolang geleden dat we nog spraken van klassen in plaats van groepen.

Aan de zesde klas kleven mooie herinneringen: het kamp, de eindcito, briefjes doorgeven waarop stond wie op wie was én de eindmusical. Het was 1985 en het gevaar van de bom was enigszins geweken maar er diende een volgend doemscenario op: zure regen en milieuvervuiling.

In de musical ‘het koffertje van meneer van Dalen’ speelde mijn buurjongen John de hoofdrol. Terecht want samen met mijn nicht Sandra en ik maakten we tweewekelijks onnavolgbare toneelstukken tijdens de uitlaatklep. Ik speelde de rol van kroonprins, ook niet mis.

Gelukkig is Bastiaan al op kamp geweest, is de eerste Cito in groep 8 achter de rug en verliefdheden worden denk ik per Whatsapp verstuurd.

Maar na al dat thuisscholing, je hoort mij niet klagen want ik heb na zijn vierde jaar niet zoveel tijd met Bastiaan door kunnen brengen en door die online lessen krijg je nog meer mee wat ze doen en hoe de verschillende kinderen in de klas zijn, hoop ik wel dat de musical door kan gaan en dat ze snel weer naar school mogen.

Mijn filmcarrière beleefde zijn Waterloo op het toneel van de poolster. Niet gek want wie laat een 12 jarige nou dit zingen?

“Af en toe denk ik aan vroeger
aan de goede oude tijd
heel het land was toen één bloemenparadijs.
Af en toe denk ik aan vroeger
en dan denk ik met wat spijt
aan de duizend rode rozen voor ’t paleis.”

Bonk

‘Nou Facebook, we moeten het ergens over hebben.’ Dit soort teksten zie ik wel eens voorbij komen bij vloggers en bloggers. Meestal wordt er dan een onderwerp besproken waar niemand zich echt in kan herkennen behalve het hoofdpersoon zelf. Over afzakkende hardloopbroeken ofzo.

Maar nu moeten we het écht even ergens over hebben. Jaarlijks is er altijd veel lol om de namenlijst van de Sociale Verzekerings Bank https://www.svbkindernamen.nl/nl/kindernamen/ er zijn dan weer tientallen kinderen geboren met een naam die op dat moment populair was of er wordt geschaterd om de guitige kwinkslagen van de ouders. Die een kind de rest van hun leven de naam Bonk hebben meegegeven. Mochten er mensen meelezen die hun kind daadwerkelijk Bonk hebben genoemd: sorry not sorry.

Nee, het gaat om het uitsterven van de naam Jeroen. De piek van Jeroen’en lag halverwege de jaren ’70. Niet toevallig twee jaar nadat ik geboren ben. Om dat af te doen als toeval is wel erg goedkoop, we zijn geen sportjournalisten van de Telegraaf natuurlijk. Maar nu komt de naam niet eens meer voor bij nieuwgeboren jongens. De curve is afgevlakt op een manier waar ze bij de RIVM trots op zouden zijn.

Je ziet een vrij diepe daling in dit soort grafieken bij namen als Joran en Isis. Beide om redelijk duidelijke redenen. Maar waarom sterft mijn naam uit? Wat heb ik de mensheid ooit aangedaan? Misschien waren we gewoon met teveel, bijna alle Jeroen’en die ik ken worden met hun achternaam aangesproken om verwarring te voorkomen. Een klasgenoot vroeg me ooit, nadat we zeker drie jaar bij elkaar in de klas hadden gezeten, wat mijn achternaam eigenlijk was.

Jeroen betekent ‘met een heilige naam’ maar als het zo moet dan verander ik hem wel in Bonk. Ben ik gelijk hip genoeg voor een vlog. Over een afzakkende broek ofzo.

De lok van Pratto

Een half uurtje voordat Feyenoord in een lege Kuip zou aftrappen tegen Pec Zwolle schakelde ik over naar de zender die deze wedstrijd uit zou gaan zenden. Fox Sports was ESPN geworden zoals Filmnet ooit Canal+ werd.

Of ik het snel over ESPN ga hebben betwijfel ik. Mijn moeder heeft jarenlang de snackbar in de buurt steevast porterhouse genoemd terwijl er al minstens 5 andere eigenaren én namen de revue gepasseerd waren. Zelf noem ik de Jumbo ook nog best vaak de C1000. Blijkbaar houden we niet van veranderingen.

Na de wedstrijd in Eindhoven kwamen de commercials en ik hoopte een ding vurig: dat de reclames van Strato verleden tijd waren nu de rechten in de handen van ESPN waren gekomen. Het bleek ijdele hoop. Nog steeds schreeuwt een geblondeerde Duitser ons toe. Bij een wedstrijd van PSV kon ik het me nog wel voorstellen. Die hebben immers een half Bundesliga-elftal. Maar ook vlak voor de aftrap in Rotterdam kwam HP Baxxter weer schreeuwend mijn huiskamer binnen. Er zijn oorlogen voor minder begonnen.

De kreet ‘ALWAYS STRATO!’ galmde nog na in mijn hoofd toen onze nieuwe Argentijnse spits een voorzet vanaf de rechterkant kreeg. De bal werd redelijk eenvoudig weggekopt maar in de herhaling zag je wat de man van River Plate in gedachten had. Hij maakt een koppende beweging in het luchtledige waarbij zijn lok in slow motion als een banier in de wind waaide.

Ook in de tweede helft kreeg hij een meer dan behoorlijke kopkans die er eigenlijk wel in had gemoeten. Het was jammer dat deze bal geen doel trof want in mijn hoofd had ik een nieuwe yell al klaar.

ALWAYS PRATTO! PRATTO! PRATTO!

Nu nog die lok blonderen.

Ereburger

Jarenlang heb ik aan zendingswerk gedaan om Berkel op de kaart te krijgen. Mijn rood-witte vlag met mijn geboorte- en woonplaats erop nam ik mee naar uitwedstrijden door heel Europa.

Van een luidruchtig uitvak in Noorwegen waar het rook naar linoleum en we per SMS uit Nederland de vraag kregen of we alsjeblieft op konden houden met zingen (de microfoon stond recht voor het uitvak, dat leek de Noorse tv een leuk idee maar de liedjes over Sylvie werden door de tv-kijkers niet echt gewaardeerd) tot aan een volledig onder het traangas zittend doek in Nancy (de kat kwam ons thuis begroeten en liep niezend weg). 

Niet overal snapten ze wat Berkel nou was zoals bij deze hoofdstedelijke stewards met de topografische kennis van een bosui. Er kwam drie man sterk inclusief portofoons aan te pas om te bepalen of mijn vlag de Arena wel in mocht. Mijn voorstel om even op Google-maps te kijken werd niet gehonoreerd. 

En dan komt er zo’n stom virus en weet iedereen ineens waar Berkel ligt. Fraai is dat, zo word ik nooit ereburger

Beer en Konijn

De laatste tonen van de Sparta Marsch stierven weg op het koude Kasteel en met gevoel voor drama ving de cameraman de blik van Nicolai Jörgensen. De Deense spits hing verveeld tegen de dug-out aan zoals puberjongens in portieken hangen. Op het kunstgras maakte zijn concurrent zich op voor zijn eerste minuten in het shirt van Feyenoord.

Het ging de afgelopen dagen veel over Lucas Pratto, een man wiens reputatie tot bijkans mythische proporties werd opgeblazen. Alsof Feyenoord Christiano Ronaldo had gekocht in plaats van een Argentijnse bankzitter. Iedere journalist en columnist liet minimaal een keer per alinea zijn bijnaam vallen: El Oso, De Beer.

Pratto heeft qua uiterlijk nog het meeste weg van een hippe bierbrouwer uit Rotterdam-noord, of barrista op de Meent. Het zwart-rode shirt zat strak om zijn brede rug heen. De cijfers 2 en 4 wezen in een punt naar boven waardoor het leek of de materiaalman ze er scheef had opgedrukt.
El Oso had zich bij zijn debuut onsterfelijk kunnen maken door zijn eerste kans aan de andere kant van het aluminium te mikken. Maar voetbal is geen sprookje, al lijkt het door sommige bijnamen van spelers dat soms wel te zijn.

Na een minuut of zeventig werd El Oso moegestreden van het veld werd gehaald en zijn vervanger stond stoïcijns aan de zijlijn te wachten. De Deen, die zelf alles probeert om zijn kampioensvorm weer terug te vinden, staat niet echt bekend om het openbaar tonen van zijn gevoelens. Al leek zijn filmpje van het eerbetoon op de Erasmusbrug het tegendeel te bewijzen.

Toen Jörgensen in blessuretijd de bevrijdende 0-2 scoorde en zowaar écht blij leek te zijn bedacht ik me dat we helemaal geen bijnaam voor onze Deense spits hebben. Google leerde me dat ‘is’ het Deense woord voor ijs is en ‘kanin’ betekent konijn.

Dan klinkt El Oso toch net iets stoerder.

Berentattoo

Op 6 januari 2011, vandaag exact 10 jaar geleden maakte Krisztián Simon zijn debuut in het eerste van Feyenoord. Samen met Sergej Chizjnitsjenko (dat weten echt alleen deelnemers aan Feyenoord-quizzen) kreeg hij speelminuten tijdens een wedstrijd om de zilveren bal.

De Hongaar Simon mocht blijven en de Kazach Chizjnitsjenko niet. Een echt succes werd het verblijf van de Hongaar niet. Zoals zo vaak draaien tussentijdse transfers uit op een teleurstelling.

Op 12 januari 1993 was het koud op Kaalheide, berenkoud zou ik wel durven zeggen. Op de tribune achter het doel hadden de elementen vrij spel en dook ik nog iets verder weg in mijn jas.
Samen met het Diekmanstadion in Enschede was Kaalheide het meest Duitse stadion van de Eredivisie en de sintelbaan zorgde voor een grote afstand tussen ons en het doel.

Het doel waar de in de winterstop aangetrokken John van Loen de 0-2 scoorde. Geliefd werd hij nooit echt, die rooie uit Utrecht, maar hij maakte wel belangrijke goals op weg naar de titel van 1993.
Wat gaat het met de nieuwe spits Pratto worden? Wordt het een geval Ozyakup? Een Simon of een Van Loen?

‘De Beer’ beloofde ons al een tattoo bij een eventueel kampioenschap maar voorlopig hebben we meer behoefte aan goals dan aan grote woorden.

Zondag scoren op Het Kasteel, de plek waar Simon zijn debuut maakte zou al een eerste stap zijn. Als de grote man met baard ons de titel schenkt voorspel ik veel berentattoos in Rotterdam en omstreken.

Przewalskipaard

In de teams-meeting van groep 8 kwamen alle te leren woorden voorbij: vermaard, berucht, vedette en debuut.

Tussendoor ontspon zich er een discussie over het restaurant dat twee klasgenoten zouden gaan beginnen.

‘Maar ga je de hamburgers ook grillen?’

‘Wat is een vedette jongens?’

‘Wie is de bekendste inwoner van ons dorp? De meest vermaarde dus?’

‘Wat moet er nu op de puntjes bij de volgende opgave?’

Het aangepaste antwoord kwam van Bastiaan, die totaal niets om voetbal geeft: ‘vandaag maakte je je de debuut bij schijtclub. Wat ging er door je heen?’

Op de vraag wie de bekendste inwoner was kwam een van de kinderen met Dré Hazes op de
proppen. Een andere opperde terecht Justin Bijlow. Bij de volgende opdracht kwam het Przewalskipaard ter sprake.

Van een afstand vond ik het een prima leerochtendje zo.

Vertical Festive, een verslagje

Vooropgesteld, ik ben géén berggeit. Trailen is leuk maar ik ben vooralsnog toch nog meer een asfaltloper. Toch leek het me leuk om mee te doen aan de Vertical Festive van Mudsweattrails, een uitdaging waar je virtueel een berg beklimt. Je kon kiezen uit de Mount Everest 8848 hoogtemeters (hierna aan te duiden met de gangbare term D+), de Mont Blanc (4809 D+) of de Ben Nevis van 1345 D+. Ik koos voor de berg in Schotland want voor 1345 D+ moet je toch nog bijna 45 keer de Rotterdamse Alp op.

Dag 1.

Op kerstavond mocht je van start en dat deed ik met flink wat rondjes in het park achter mijn huis. Het heuveltje en de trap bij de HSL. Aan dat trappenlopen hield ik wel een kleine spierpijn over. De eerste tien kilometer waren gemaakt met 280 D+. Niet echt efficient dus.

Dag 2.

Op tweede kerstdag was het druk op de Rotterdamse Alp (a.k.a. de skiberg) met andere deelnemers. Het is de hoogste berg hier in de buurt en dus uitstekend om aan je hoogtemeters te werken. Zo nu en dan beklim ik de berg een paar keer voor de lol maar nu moest er serieus werk van gemaakt worden.

De graszijde was aardig stuk gelopen door andere deelnemers.

Het iets langere pad naar boven. 

Na 16 kilometer en ruim 800 D+ was het tijd voor kerstkransjes. 

Dag 3.

Er moesten nog 250 D+ gemaakt worden. Nu had ik weer voor die vermaledijde trappetjes kunnen kiezen natuurlijk, maar de berg is meer fotogeniek. Dus hup, op weg naar de Alp 010 waar andere deelnemers in etappes (of zelfs in 1 keer!) de Mont Blanc en zelfs de Mount Everest (270 x die berg op) aan het beklimmen waren. 

Op het uitkijkpunt stond dan ook de nodige proviand van de deelnemers. En veel verbaasde wandelaars die zich afvroegen waarom al die mensen heen en weer aan het stoempen waren op die heuvels. 

Paar keer de skiberg op en af en richting de uitkijktoren voor de laatste paar hoogtemeters. De Ben Nevis is bedwongen. 

In de verte lacht Rotterdam me toe.