Normaal

Het was benauwd buiten de Geusselt, ín het stadion leek het echter wel een sauna. Achter het uitvak klonk het geblaf van politiehonden terwijl de Feyenoorders in het vak steeds dichter op elkaar gedrukt werden als gevolg van de vele valse kaarten die in omloop waren.

De wedstrijd zelf stond bol van de spanning. Zeker toen Roberto Lanckohr achter de bal ging staan om een strafschop te nemen. Typisch Feyenoord om alles te verkloten met de haven in zicht. Ed de Goeij dook de verkeerde kant op en de bal spatte uiteen op de paal. Feyenoord leefde nog.

Vlak na rust gebeurde er iets magisch voor mijn ogen: József Kiprich begon aan een slalom en staand op mijn tenen probeerde ik de hele actie te volgen. Met een slepende beweging passeerde József de keeper en zette Feyenoord op voorsprong. Euforisch van vreugde konden we de titel al bijna ruiken.

Een schril contrast met Kiprich’ zijn eerste kennismaking met Het Legioen. Boos van woede werden de spelers van de groene grasmat gejaagd na een 0-2 achterstand. Het was de eerste keer dat József in de basis stond bij Feyenoord en de Hongaar leek in niets op een profvoetballer.

De seizoenen erna groeide de Tovenaar van Tatabánya langzaam maar zeker uit tot een cultfiguur in het Nederlandse voetbal. Voornamelijk door een interview waarin hij aan de verslaggever vraagt wat ‘puffen’ betekent.

Zes dagen na Maastricht bevond ik me weer in een uitvak. In de hoek van het Oosterpark moest de bevestiging komen van hetgeen waar Rotterdam al dagen van in de ban was.

Uiteraard was Kiprich de maker van de bevrijdende (en schitterende) goal. Na afloop van de wedstrijd werd het veld, net zoals bij zijn debuut, weer bestormd. Ditmaal door een uitzinnige supportersschare. De ‘normaalste’ voetballer in dienst van Feyenoord was kampioen.

Joszef gaat op de schouders na zijn allerlaatste wedstrijd voor Feyenoord.

Shirt uit

Het was waterkoud in De Kuip op zondagmiddag zes december 1992. De meeste supporters zaten weggedoken in hun jas en zagen een tiental Feyenoorders ploeteren tegen Vitesse. En toen was daar ineens Mike Obiku die na zijn goal van pure vreugde zijn shirt uittrok. Het werd, naast een brede glimlach, het handelsmerk van de Nigeriaan.
De mooiste keer dat Obiku zijn shirt uittrok was uiteraard in het Olympische stadion. Nadat hij een redelijk kansloos Feyenoord in de sudden-death alsnog de winst op Ajax schonk.

Na Obiku zijn er nog een aantal Feyenoorders geweest die na een goal hun shirt uittrokken na een beslissend moment. Van Hooijdonk na zijn tweede goal in de UEFA-Cupfinale bijvoorbeeld.

Het invoeren van een gele kaart als strafmaatregel weerhield een keur aan Feyenoorders niet van een striptease na een goal

Toen Feyenoord in het eerste seizoen onder Koeman bezig was aan een opmars in de Eredivisie meende toenmalig publiekslieveling John Guidetti zijn shirt uit te trekken na zijn benutte penalty tegen RKC. Tot op de dag van vandaag ben ik ervan overtuigd dat dit ons dat seizoen de titel heeft gekost, Guidetti kreeg namelijk zijn tweede geel voor deze actie.

Dirk Kuijt trok ook zijn shirt uit na zijn hattrick in de kampioenswedstrijd tegen Heracles. De gele kaart kon hem niets schelen, het bleek de laatste wedstrijd in zijn lange carrière te zijn geweest. Iets wat hij natuurlijk al wist.

De laatste kaart was voor onze nieuwe vriend Bozenik na zijn goal tegen PEC Zwolle. Juichend liep hij ontbloot naar het verkeerde vak. Ik vermoed dat Advocaat, geen fan van frivoliteiten, hem wel verteld heeft dit niet nog een keer te doen.

Behalve als we in de beker Ajax treffen natuurlijk. Wie weet krijgt Bozenik dan ook een benzinepomp naar hem vernoemd.

Peenvogeltrip no.17 ‘a bumpy ride’

Heh? Hadden we niet al bij Peenvogeltrip #18 moeten zijn? Ja, dat klopt. Maar toen ik met het oog van Sauron lag te worstelen (en de weken erna) stond mijn hoofd niet echt naar het regelen van een najaarsreisje. Toen ik er wel weer zin in kreeg bleek de boot wel erg duur te zijn voor het gekozen weekend. Dus vandaar dat we ons vizier toen maar op het voorjaar van 2020 gericht hadden. Voor Peenvogeltrip #17.

Alle clubs in de betaalde divisies hebben we nu wel gehad en het nieuwe stadion van York is nog niet klaar dus moesten we op zoek naar een mooie bestemming. En Scarborough stond, mede doordat het aan zee ligt, hoog op mijn lijstje. Daar dacht de rest hetzelfde over. En zodoende stapten we, met storm Ciara in ons achterhoofd en storm Dennis als voorbode, op vrijdag op de boot.

Scarborough (Eng.) Zaterdag 15 februari 2020. Scarborough Athletic – Bamber Bridge 5-0. Bet Victor Northern Premier League.

Scarborough Athletic is een zogenaamde Phoenix-club. Een club die uit zijn as is herrezen. Scarborough Athletic Football Club (SAFC) werd opgericht op 25 juni 2007 na de liquidatie van Scarborough Football Club (SFC). Na de eerste tien seizoenen in het stadion van (redelijk naburige) Bridlington Town gespeeld te hebben, verhuisde de club in juli 2017 terug naar Scarborough. Eindelijk terug in de stad waar de club naar vernoemd werd.

Hun faillissement had voorkomen kunnen worden. Scarborough ging failliet met ‘slechts’ een schuldenlast van 2,5 miljoen pond. Ze wilden hun stadion (het McCain stadion) aan een woningontwikkelaar verkopen om te zorgden dat ze voldoende geld zouden hebben om de schulden af te betalen en een nieuw stadion te bouwen. Het gebied was echter alleen bestemd om ‘sportieve activiteiten’ en zodoende mocht het stadion niet verkocht worden en ging de club naar de haaien. Zodoende werd het 128-jarige bestaan van de club (uit 1879) beëindigd.

De originele club speelde sinds 1898 op het oude Athletic Ground. 90 jaar later werd het stadion vernoemd naar de sponsor McCain. Sindsdien had het de briljante bijnaam ‘the theatre of chips’. Het was een klein stadion dat af en toe ook voor Cricket, Honkbal en Rugby gebruikt werd.

Saillant detail is dat Rode Ster Belgrado er ooit een vriendschappelijke wedstrijd speelde tegen Scarborough en won met 4-2. Later dat seizoen won deze club de Europacup 1. Een van de laatste winnaars voordat de CL een voorgekauwde bende werd.

Nadat Scarborough failliet ging stond het stadion leeg. De ingangen zijn bewaard gebleven als herinnering. Maar de ooit gewijde grond voor de fans heeft de grootste vernedering ooit ondergaan. Op de plek waar ooit de middenstip lag staat nu een Lidl. De man in de pub wist me te vertellen dat geen enkele echte fan daar ooit zijn boodschappen zal gaan doen.

De pride of Hull.

Eerste biertje tegen de zenuwen. Daarna was het tijd voor de quiz.

 

Een vrij eerlijke loting.

Zweten op de quiz.

Anton knows….

De dansvloer blijft een fenomeen. Mijn dansvloerfoto’s zijn om redelijk voor de hand liggende redenen mislukt. Dat is achteraf maar goed ook.

Geen Engels ontbijt maar een bescheiden pastie. Omdat we meer trek in Indiaas hadden voor lunch.

eNgELanD LiGt NoG StEedS iN EuRoPA!

Zeker met druilerig weer zijn Engelse badplaatsen een pareltje van vergane glorie.

Krabben.

Tijd voor de eerste pint. Al viel die nog wat zwaar bij mij.

De schoonmaakster van de pub was het ook zat. Dat gedruppel.

Nog meer Scarborough.

Ik word wel blij van dit soort tafereeltjes.

Sandra probeert rijk te worden. Kees kijkt toe.

Een Thali voor lunch. Waarom ook niet.

It’s fun to stay at the…..

God save the Queen.

In The Valley Bar was het inmiddels lekker druk aan het worden. We mengden goed tussen de locals.

Pre-match pint(s).

Het Flamengo-land stadion. Plaats voor 3000 man. Er waren er 859.

De poort van het oude stadion.

Hoofdtribune met daarboven een bar. Drie keer raden waar veel van de mede-reizigers zaten.

De doelpunten vielen makkelijk deze dag.

Penalty en de 2-0.

De mannen staan tussen de harde kern.

Stadion met een kerk op de achtergrond. Ik hou daar wel van.

In de rust werden we nog even als eregasten onthaald. De voorzitter was blij met zijn Feyenoord-sjaal. Zijn rechterhand niet want die was voor Willem II.

De man naast Marco is de Willem II’er.

Superleuk gebaar wederom.

De kenners.

Het weer werd wel iets slechter. Storm Dennis kwam eraan. 

Maar als penalties simpel worden ingeschoten dan blijft het gewoon 5-0.

Aan boord was de band alvast begonnen te spelen. En omdat de kapitein ons waarschuwde voor een ‘bumpy ride’ kreeg uw verslaggever al Titanic-visioenen.

De laatste biertjes voordat we een stormachtige nacht tegemoet gingen.

Stilleven…tot de volgende Peenvogeltrip.

Lansingerlandrun. Niet het beste idee ooit

Tsja, de overtocht tijdens de 17e peenvogeltrip was nogal onstuimig te noemen. Dus heel veel slaap had ik niet gekregen in de nacht van zaterdag op zondag. En vrijdagavond bleef ik toch weer nét iets te lang plakken op de dansvloer. En dan weet u wel hoe laat het is.

Omdat ik te laat terug zou zijn voor de 30km bij De Kieviten was een goed alternatief de Lansingerland-run. Normaal sta ik niet enorm te trappelen om een wedstrijd door de eigen achtertuin (De Groenzoom) te lopen maar voor de Oostland heb ik ook al twee keer een uitzondering gemaakt. Het voordeel om dit stuk in wedstrijdverband te rennen zorgt er namelijk wel voor dat je niet op 2/3 van de afstand gaat stoppen. Lopen is lopen als je ervoor betaald hebt.

Op de fiets naar de start komen was met deze wind al een beproeving. Ik heb niet gekeken maar volgens mij was mijn hartslag toen al hoog. Bij het ophalen van het startnummer kwam ik al wat oude (Jeroen) en nieuwe (Saskia) mede-Roparunners tegen. Net zoals een handvol Kieviten en RRC’ers.

Na de start gingen we vrij snel de Groenzoom in. En daar vielen alle lopers ten prooi aan de wind. De lopers aan de halve Marathon en de 30km gingen tegelijk van start en zodoende was het best druk op het eerste stuk. Ik had van te voren al besloten om er een duurloop van te maken maar met die wind was het toch nog hard werken voor een ‘rustige’ duurloop. Zeker de stukken dat je wind tegenhad waren vervelend. Gelukkig draaide het parcours zo nu en dan en dan had je de wind weer in je rug.

Pas na 20 kilometer werd het echt zwaar. Wellicht kwam het doordat je de halve marathonlopers rechtdoor zag lopen en wij rechtsaf moesten. Op die dijk daalde het tempo tot 6min/km. Ik stond af en toe stil voor mijn gevoel.

Na de Ackerdijkse plassen waren de laatste 3 kilometers zowat een rechte streep naar de finish. Met de wind in je rug. En zodoende kon ik nog net op een gemiddelde van 5:29/km komen. Een mooie tijd voor een duurloop.

 

 

Feyenoord vs Emmen in de OzyaKuip

Soms is het gewoon ff mooi om door Rotterdam te wandelen. Vanaf station Rijnhaven via het Afrikaanderplein en de Beijerlandselaan richting Kuip.

Een behoorlijk vol stadion. Als er met passie gevoetbald wordt komt het publiek vanzelf.

De bank met Bozenik. Die zou later nog Blijenik worden.

Huddle met een van de uitblinkers van de laatste tijd, Bijlow, op de rug gezien.

Dat düürde niet lang voordat we konden jüichen. Doelpünt in De Küip.

Lekkere binnenkomerT.

En ook gewoon een vrije trap opeisen,

Bleek loos alarm.

Feyenoord drong nog wel aan maar in de tweede helft werd het toch wat link.

Bevrijdende 2-0 van Jorgensen.

Hem.

Die nieuwe kleurstelling vindt mijn camera niet zo fijn. Maar er staat dus 2-0.

En de man van de derde goal was Sinisterra.

Wissel. Jorgensen eraf en Bozenik erin. Een wissel die we de komende tijd vaker zullen zien.

Jammer dat Berghuis niet accuraat was.

Maar hij was toch een Blijenik.

Verslag Heart of Midlothian FC – Airdrieonians

Een aantal jaar was een niet zo’n vaste traditie om naar de derde ronde van de FA Cup te gaan. Dat is de mooiste ronde want dan stromen de topclubs in én vinden er altijd flink wat verrassingen plaats. Dit jaar kwam het eerste weekend van januari niet zo goed uit en zochten we naar een alternatief voor onze honger (en vooral) dorst naar cultuur en voetbal in (nu nog) Groot-Britannie.

Een mooi alternatief werd gevonden in de vierde ronde van de Schotse FA Cup. En ons oog viel op Edinburgh omdat mijn vrouw die er recent geweest was het een mooie stad vond. Hearts werd gekoppeld aan Airdrie en zo zetten wij koers richting de Schotse hoofdstad.

Daardoor waren we niet bij Feyenoord vs Heerenveen maar het toeval wilde dat je voor deze wedstrijd je seizoenkaart eenmalig kon doneren aan mensen die het minder breed hebben. Dat hebben wij dus gedaan en zodoende stapten we met een goed gevoel het vliegtuig in.

Edinburgh (Scho). 18 januari 2020. Heart of Midlothian FC – Airdrieonians FC 5-0. Schotse FA Cup.

Het lot zorgde ervoor dat we om 12:01 bij de Wetherspoons waren. Te laat voor een Schots ontbijt. Dan maar aan de fish and chips.

Buiten het stadion veel onofficiele merchandise te koop. Ik hou daar wel van.

De facade van de nieuwe hoofdtribune. 

5 minuten voor de aftrap was de social club leeg én de bar vol. Met lege glazen uiteraard.

Met bijna 15.000 toeschouwers zat het redelijk vol.

Uitvak was goed gevuld. Met wat Chelsea-vlaggen en veel gezang. Ze maakten behoorlijk wat herrie. 

Shirts van Airdrie waren fraai. Maar het marroon & white was voetballend de bovenliggende partij. Hearts staat onderaan in de Schotse Premier League. Airdrie staat derde in League One (niveau 3).

Het was al heel snel 1-0.

Drukte voor het doel van de bezoekers.

Het Schotse voetbal wordt al decennia gedomineerd door The Old Firm. De grootste successen van Hearts (opgericht in 1874) vonden dus ook in de vorige eeuw plaats. Al wonnen ze nog wel twee keer de Schotse beker in dit millennium (2006 en 2012).  Op 21 oktober 2004 speelde Hearts in De Kuip tegen Feyenoord. Door twee goals van Kuijt en 1 van Bart Goor (die exact even oud is als ik) won Feyenoord eenvoudig met 3-0. Dit was echter in de seizoenen dat je in de poulefase geen heen en weer wedstrijden had. Dus een bezoekje aan Tynecastle (met dus nog de oude hoofdtribune) werd ons toen door de UEFA door de neus geboord.

En terwijl de avond valt raast Hearts door. 

3-0 en over en uit.

Schotse Pie.

Met 5-0 bekert Hearts door.

Een pint in The Athletic Arms (waar nog veel meer Nederlanders bleken te zijn) en dan op naar ons hotel. De taxi-chauffeur bracht ons daarna naar het, volgens hem, beste Indiase restaurant van de stad. Was niets van gelogen.

Mijn diner bij de IndierT. Een vrij pittige curry.

Thali voor Patrick.

Op zondagochtend was het voor mij tijd om de hardloopschoenen aan te trekken. Een rondje door heuvelachting Edinburgh en toen kwam ik dit rugby-pareltje tegen. 

Op zondag wél een Schots ontbijtje. Met een apparaat dat er uitzag als een kaas-soufflé en uiteraard brown pudding.

Het Balmoral. Niet ons hotel.

The Royal Mile. Best wel een toeristenfuik.

Edinburgh Castle.

Toeristen.

William Wallace. Teleurstelling voor de Braveheart-fans want Sir William Wallace was niet zoals in de film wordt beweerd een soort boer van lage komaf. Hij was wel degelijk van adel. Na zijn gevangenneming werd hij werd opgehangen, gecastreerd, opengesneden en ontdaan van zijn ingewanden, welke met zijn geslachtsorgaan voor zijn ogen verbrand werden. Daarna werd het hart uit het lichaam gehaald. Tot slot werd hij onthoofd en gevierendeeld. Dit is een vraag die vaak in de fameuze Peenvogel-quizzen voorbij komt.

Robert The Bruce. Koning van Schotland van 1306 tot 1329. Onder zijn bewind werd Schotland onafhankelijk. Tegenwoordig had daar een referendum of tien voor nodig geweest. Maar Robert versloeg in de slag om Bannockburn in 1314 het veel grotere Engelse leger en redde hiermee Schotlands onafhankelijkheid. Daarna was het nog niet klaar en viel hij Engeland en Ierland binnen. In Ierland kon hij zijn broer Edward Bruce tot koning kronen in 1316.

Poort.

Veel toeristen die een mooie foto in de weg staan.

Deze pub heet the worlds end omdat dit de laatste pub was binnen de stadsmuren van Edinburgh. Daarna hield de (beschaafde) wereld op volgens de inwoners destijds.

Een eenhoorn.

Schitterende pub.

Beste actiefoto van het weekend. 

Het moest maar weer.

Mooie stad. Hier kom ik zeker nog een keer terug. 

Chaos

Chaos wordt in de Griekse mythologie voorgesteld als een bodemloze leegte waar alles eindeloos valt. Niet naar beneden, want er is geen enkele oriëntatie mogelijk, maar alle kanten op.

Alle kanten op. Een beetje zoals het veldspel én beleid van Feyenoord de laatste decennia. Als we eens een prijs pakken wordt er zelden op voortgeborduurd. Zo was de UEFA-Cup winst in 2002 geen opmaat naar een blijvende positie in de Europese subtop en maakte de recente titel ons niet tot een vaste gast als om het structureel meedoen om het kampioenschap gaat.

Het zijn incidenten op de groene mat tegen een decor van roddel, achterklap en intriges. Van trainers die klagen over het niet legen van prullenbakken tot bestuurders die elkaar via de bevriende lijntjes met de pers zwart proberen te maken.

De recente resultaten onder Dick Advocaat verbloemen veel. Maar grootste deel van Het Legioen is het gekonkel op de burelen van het Maasgebouw al jaren meer dan zat. De recente sprong op de ranglijst heeft de druk, als het om het voetballende gedeelte gaat, eraf gehaald. De spelers zijn even uit de wind gehaald.

Maar aan de Olympiaweg waait het niet, er is eerder sprake van een tornado. Verhalen over investeerders, de rol van de VVF. Commissarissen die niet op hun positie terug mogen komen. Gouden aandelen, een algemeen directeur die niemand wilde en een ex-punker die aan alle touwtjes trekt.

Waar Vitesse (waar het ook nooit rustig is) weleens gekscherend FC Hollywood aan de Rijn wordt genoemd kunnen we Feyenoord gerust FC Chaos aan de Maas noemen.

In de Griekse mythologie spreekt men van een chaoskampf als er een duidelijke strijd is tussen het goede en het kwade. Maar wie er goed is en wie er kwaad valt in Rotterdam nauwelijks meer te herleiden. Chaos troef.

Het Maasgebouw in aanbouw.

Het kan raar lopen. Verslag NN Halve Marathon Egmond.

Waarom ik eigenlijk aan een massa-evenement met pendelbussen en verschillende startwaves mee ging doen? Het was een goede vraag van Sandra. Ik hou meer van kleinere wedstrijden die of dichtbij zijn of ‘uniek’ zijn zoals de Kustmarathon of de tisvoorniks-marathon.

Uniek is de Halve van Egmond zeker. Een winterklassieker waarvan gezegd wordt dat je hem een keer gelopen moet hebben. Nu had ik die aandrang niet zo maar ik kon een startnummer overnemen en Brigitte en Monique zouden ook gaan omdat ze als haas zouden fungeren. In mijn eentje zou ik namelijk nooit naar Egmond zijn gegaan maar met meerderen is het toch wel een soort van gezellig. Ik had het startnummer van Maarten overgenomen en zou normaal gesproken in de startwave om 12:54 zitten.

Om iets voor negen uur vertrokken we uit Bergschenhoek om precies om tien uur de auto in Heiloo neer te zetten. Vanaf daar reden de pendelbussen naar de sporthal in Egmond aan Zee. Omdat de dames pacer waren moesten zij zich melden in een hotel vlak bij start en finish. Ik stelde me bij de hoofdpacer voor als de chauffeur en het was voor een keer geen probleem om mijn spullen in de ruimte van de pacers achter te laten.

Toen het gesprek op ‘pacing’ kwam vroeg de hoofdpacer of ik ook interesse had om in de toekomst een keer te pacen. Die toekomst kwam sneller dan verwacht. Ze kwamen een poppetje tekort op de 1:50 en voordat ik er erg in had was mijn antwoord ‘ja hoor’. Nu heeft spontaan ja zeggen op vragen me veel moois gebracht maar een halve marathon pacen waarvan je het parcours niet kent én iedereen zegt dat ie zwaar is is natuurlijk andere koek.

Recent liep ik nog de halve van Linschoten in 1:37:55 en de laatste paar jaar schommelen mijn halve marathontijden tussen de 1:40 en 1:45. Maar dan ga je niet zeven kilometer over strand. Met windkracht 7 in je bek. Maar zover was het nog niet. Ik kreeg een mooi pakje van het NN pacing team en een vlag op mijn rug. De eerder gemaakte foto, met mijn eigen kleding aan, kon weer overgenomen worden.

Foto 1. In eigen kleding.

Foto 2. Zoek de verschillen.

Enfin, ik werd gekoppeld aan Carst en dat klikte meteen. Hij was een ervaren pacer en ik ben van nature niet overdreven bang aangelegd. Maar je moet het wél nog even doen. Dat gevoel bekroop me wel toen ik het startvak inliep. Op weg naar het startvak (en in het startvak zelf) voel je dat er vele ogen naar je staren. Er zijn legio lopers die op jouw vertrouwen om zo strak als een snaar te lopen. Je kunt namelijk niet té hard van start gaan. Maar ook langzaam starten en in de laatste fase versnellen is niet iets waar veel lopers op wachten (of kunnen).

In het startvak kwamen diverse lopers informeren wat voor tempo we zouden gaan lopen en Carst verzekerde de mensen dat we 5:13/km zouden gaan lopen. En daar was geen woord van gelogen. Vanaf het startschot was het tempo direct goed. Na 400 meter draai je het strand al op en daar viel me weer op hoe weinig mensen hun eigen snelheid goed lijken in te schatten want na een paar kilometer haalden we al diverse startnummers in uit eerdere startvakken. Met als gevolg dat we soms links en rechts andere lopers in moesten halen om op 5:13/km te blijven. Als je aan de rechterkant inhaalde merkte je pas echt hoe sterk de tegenwind was.

Ik was eerlijk gezegd wel blij dat het strand er na ruim zeven kilometer weer op zat. Bij de kustmarathon waren de duinen ná het strand killing. Nu kon ik eindelijk op adem komen en kreeg ik langzamerhand weer wat praatjes. In de duinen, en later het bos, vlogen de kilometers voorbij. Af en toe gingen we iets te hard maar dat voelde mijn mede-pacer feilloos aan en namen we een beetje gas terug.

Mijn oorspronkelijke doel van de dag was om iets sneller te gaan lopen (1:45 ofzo) maar ik moet eerlijk bekennen dat Egmond me best zwaar viel qua benen. Het is (denk ik) ook de druk van het echt moeten presteren. Er staat een tijd op je vlaggetje en daar wil je aan voldoen. Op de bloedweg leek een wagen van de reddingsbrigade nog bijna roet in het eten te gooien voor onze <1:50 maar ook daar konden we uiteindelijk prima langskomen.

In Egmond zelf greep de lokale jeugd de halve marathon aan om langs de kant bier te drinken en in de walm van vette snacks te gaan staan. Vooral van dat laatste word ik meestal niet echt vrolijk. Op de Laan op Zuid en in Crooswijk heb je ook altijd van die fijne geuren waar je maag van omdraait tijdens de Marathon van Rotterdam.

Tijdens de laatste paar honderd meters werden we door veel lopers ingehaald die er nog een eindsprint uit wisten te persen. Ik vond het zelf wel een mooie route. Het deed me bij tijd en wijle wel denken aan de kustmarathon. Beetje strand, beetje duinen en enthousiast publiek.

De medaille was ook wel een fraaie. Twee weken terug had ik niet het idee dat ik Egmond ooit zou gaan lopen en nu kwam ik als pacer in 1:49:45 over de finish. Met vijftien seconden marge aan de goede kant van de streep een mooie prestatie. Ik geef eerlijk toe dat dit vlakke tempo door mijn mede-pacer kwam. Als ik zelf had gelopen dan had ik het strand wat laten vieren en in de duinen (mits mogelijk) gas gegeven. Nu liepen we zo steady als een klok.

Ik zag eerlijk gezegd weinig mensen die in het begin met ons meeliepen. Ik denk dat windkracht zeven bij veel mensen hun ambities heeft weggeblazen. En ik? Ik was voornamelijk gezandstraald 🙂

Op de finishfoto zie je mijn gebrekkige hardlooptechniek weer in optima forma. Ik kan raar lopen, maar niet zo raar als deze dag verliep.

Een mannetje met een vlaggetje. Geef zo’n kerel een beetje macht en ze gedragen zich gelijk anders 😉