Door de achtertuin, halve marathon Oostland

88 dagen na mijn oogoperatie stond ik weer eens aan de start van een hardloopwedstrijd. Ja, ik heb ook de halve marathon van Angkor Wat gelopen maar dat was meer overleven dan hardlopen. Bij de start in Pijnacker had ik al weer wat trainingen in de benen maar een erg goed gevoel had ik er nog niet bij.

De afspraak met Wilbert was om rond de 5min/km te gaan lopen en dan te kijken waar het schip zou stranden (lees: het moment waar ik geen puf meer zou hebben maar dat zei ik niet hardop). Mark en Monique waren ook wel in voor dit plan en zodoende bleven we bij elkaar toen het startschot geklonken had.

Vorig jaar was ik haas voor Angela en waren de eerste kilometers me niet echt bijgebleven. De eerste kilometers gingen vlotjes. Pijnacker uit, stukje polderweg en toen richting de Zilvergracht waar Claudia met de camera in de aanslag stond te wachten. Bij het eerste waterpunt even wandelend drinken zodat je niks morst en hup, weer verder.

Wat me (ons) wel opviel was door hoeveel mensen we in het begin ingehaald leken te worden. Vaak zijn er redelijk wat mensen die hun eigen snelheid niet goed kunnen schatten in het begin maar die haal je later wel weer in. Voor mijn gevoel hebben wij zelf niet veel mensen meer ingehaald de rest van de race.

In Berkel ging de route weer door het centrum heen maar dat hadden ze net zo goed niet hoeven doen. Er stond bijna geen mens te kijken. Langs het skatepark en daar volgde een onaangename verrassing. Door de samenloop voor hoop werden we de dijk achter de Windas opgestuurd. Best een vervelend klein klimmetje.

In het park stond de Witte Keniaan ons aan te moedigen en ving in een glimp van mijn huis op. Het hoekje om op het fietspad richting Bastiaan zijn school (die gekke lus van vorig jaar was gelukkig uit het parcours gehaald) en toen op de planetenweg het bord zien waarop de 10KM tijd stond. Ongeveer 48 minuten dus we lagen prima op koers.

Vlak voor de drankpost een gelletje genomen en weggespoeld met het water dat aangeboden werd. Vanaf hier zouden we de Groenzoom ingaan. Het mooiste, maar voor een lokale loper wel erg bekende, deel moest nog komen. De Groenzoom met schelpenpaadjes en bruggetjes. De kilometers vlogen iets minder hard voorbij dan in het eerste deel en op dit moment ging ik ouderwets aftellen en rekenen. Nog 6 kilometer te gaan met 1:12 op mijn horloge. Als we zo door zouden blijven lopen dan werd de missie ‘onder de 5 minuten de km’ ruimschoots gehaald.

Mark deed in de Groenzoom het meeste kopwerk, die liep zo steady als een klok. Ik merkte zelf dat ik beter aan mijn ‘normale’ halve marathon gewoontes vast had kunnen houden van een gelletje op zeven en op veertien kilometer. Nu kreeg ik de laatste kilometers wel wat honger. Maar al met al lag de gemiddelde snelheid nog steeds onder de 12km/h dus een mooie tijd onder de 1:45 zat er wel in vandaag.

In Pijnacker de laatste straatjes door, de bocht om en de streep over waar al behoorlijk veel Kieviten stonden. Er werd erg hard gelopen door de mannen en vrouwen.  Als ik meer had kunnen trainen (lees, dat gedoe aan mijn oog niet had gehad) had een PR er vandaag wel ingezeten, de omstandigheden waren goed. Maar met een overall 153e plaats en een 37e in mijn leeftijdscategorie was ik meer dan tevreden.

Mersea Island scooterrally 2019

Omdat Bastiaan nog niet naar school hoefde een keer met de auto gegaan zodat hij meekon. Prima culinaire roadtrip met Engelse ontbijtjes, bier en fungames. En uiteraard ook scooters, alleen niet de onze.

Vanuit Duinkerken naar Engeland. Dat is vaker gebeurd in de geschiedenis.

Scooters op Mersea.

Bescheiden ontbijtje.

Na de Brexit hebben ze niks meer. Brown Sauce, hun laatste trots, komt ook gewoon uit Nederland.

Fungames. Een boel schijtlolligheid waar wij altijd aan meewerken.

Bier and banana-race. Niet goed.

Bastiaan helpt met het verstoppen van het bier.

Op pad.

Fosters parent.

En weer terug.

Reservoir Dogs.

De krijtrotsen van Dover.

Geen klaagmuur

Een club met het woord ‘beer’ in de naam. Maar is het dan het Engelse woord voor bier of het Nederlandse beer. Enfin, we dronken een biertje en verkochten de huid nog niet voordat de beer over twee wedstrijden geschoten is.

Het was een lekker potje voetbal. Lekker aanvallen, verdedigen van Lé en de goals van Lé-Roy. Volgende week afmaken of consolideren of weet ik wat, maar gewoon de poulefase halen dus.

Stadion.

Handjeklap. Klus voorlopig geklaard.

Nieuw seizoen, zelfde ellende

Door omstandigheden (vakantie vooral) had ik alleen een deel van Feyenoord-Sparta gezien via een haperende stream in Cambodja. Tijdens alle andere wedstrijden lag ik te slapen of was ik onderweg. Afgelopen zondag tegen Utrecht was dus de eerste wedstrijd die ik met eigen ogen (waarvan een geopereerd) zag. En dat viel me niet mee. In meerdere opzichten deed me dit aan eind jaren ’80 denken. Een terecht cynisch publiek, spelers die niet beter kunnen en zelfs spelers die na 70 minuten met kramp lopen.

Het seizoen is pas drie wedstrijden oud maar dit gaat echt helemaal niks worden. En dan is mijn echte camera ook nog eens kapot. Jullie zullen het met de foto’s van mijn IPhone moeten doen.

Aangetrouwde oma van Kees (94) voor het eerst naar De Kuip. Hoogtepunt van de dag.

Daar zijn we weer. Dit keer kwam 16:45 me wel goed uit.

0-1 achter en niet veel aanknopingspunten dat het wel eens goed zou gaan komen.

1-1 en maximaal haalbaar. Mogen onze hand dichtknijpen dat al die krampgevallen ons uiteindelijk de das niet omdeden.

Skyline.

3 uit 3. De Coolsingel is nog ver weg.

Seven-Eleven

Het bericht dat Amerikaanse investeerders geïnteresseerd zouden zijn in een deel van de aandelen van Feyenoord bereikte mij in Bangkok. In de straten van de Thaise hoofdstad was het drukkend warm. Zo warm dat een bezoekje aan een van de vierduizend Seven-eleven supermarkten die de stad rijk is, en waar het binnen ijskoud is, een welkome afwisseling is voor een net gearriveerde toerist.

In het straatbeeld van Bangkok verliest Boeddha steeds meer terrein aan smartphone, shoppingmalls en Starbucks. Per bezoek neemt het gevoel dat het mystieke Azië hier aan het afbrokkelen is toe.

Zou het imago van Feyenoord ook afbrokkelen met de Amerikaanse investeerders? Een cultclub met een stadion dat weliswaar hoog op de bezoeklijstjes staat bij echte voetbalfans maar waar het achterstallig onderhoud steeds meer aan het daglicht komt.

Wordt die cultclub, die overigens zelden kampioen wordt, een speeltje van miljonairs die meer willen bepalen dan ons lief is? Van Droomparken naar de Big American Dream? Van krantenjongens naar miljonairs?

Maar wat als we daardoor wel goed voetbal krijgen te zien en prijzen gaan winnen? De gedachte alleen al voelde als het verkopen van mijn ziel aan de duivel. Maar ook ik zou wel eens een normale, rustige voorbereiding mee willen maken. Of een seizoen waarin Feyenoord eindelijk een einde maakt aan de ‘slapende reus’ en gewoon een wakkere reus wordt die krachtig gaat heersen in de vaderlandse competitie. Waar titels geen incidenten meer zijn. Eindelijk een keer al die verwachtingen waarmaken.

Verscholen naast een van de Seven-Elevens was de ingang naar een Boeddhistische tempel. De zware geur van wierook kwam me tegemoet. Een meisje met een smartphone bracht een offer aan haar god.

Vooruitgang en traditie hoeven elkaar niet te bijten bedacht ik me. Dan neem ik een Starbucks in De Kuip wel op de koop toe.

Angkor Wat halve marathon

Zo, dat was even (nou ja, even) afzien vandaag. Sinds de Roparun en de oogoperatie slechts een paar keer kunnen rennen. En dat ga je voelen hoor. Zeker als het 29 graden is en de luchtvochtigheid boven de 80%.

De start was om 5:30 en de wekker stond om 4:00 uur. Energiedrank, wat zoetigheid en op pad met Jan en Gerard.

Voor een donker Angkor Wat was het een kabaal van jewelste. Lopers uit alle windstreken. En ook veel deelnemers uit de buurlanden. Zo werd ik bij het ophalen van het startnummer geïnterviewd door de Vietnamese televisie. Ik gaf een prognose van 2 uur á 2 uur 10 af. Dat leek me reeel gezien mijn vorm en de omstandigheden.

De eerste vier kilometer gingen prima. Rustig tempo aangehouden en water gepakt bij de drinkpost. Op zes kilometer een velletje omdat ik me niet echt sterk voelde. Daarna eigenlijk van waterpost naar waterpost gerend (om de 2km) en zelfs af en toe gestopt voor een foto. Winnen ging ik toch niet en ik wilde mijn hartslag onder de 170 houden. Niet te gek doen hé.

Op een gegeven moment kwam de nummer 1 van de hele marathon voorbij en die liep stevig door. Na het samenkomen van de 21 (en 42) met de 10 kilometer wedstrijd kwam je vooral wandelaars tegen die de 10km aan het lopen waren.

Op de klok stond 2:13 maar omdat ik niet direct weg was zal het wel een minuutje sneller zijn. Mijn ‘slechtste’ halve marathon ooit. Maar soms moet je gewoon genieten.