Chaos

Chaos wordt in de Griekse mythologie voorgesteld als een bodemloze leegte waar alles eindeloos valt. Niet naar beneden, want er is geen enkele oriëntatie mogelijk, maar alle kanten op.

Alle kanten op. Een beetje zoals het veldspel én beleid van Feyenoord de laatste decennia. Als we eens een prijs pakken wordt er zelden op voortgeborduurd. Zo was de UEFA-Cup winst in 2002 geen opmaat naar een blijvende positie in de Europese subtop en maakte de recente titel ons niet tot een vaste gast als om het structureel meedoen om het kampioenschap gaat.

Het zijn incidenten op de groene mat tegen een decor van roddel, achterklap en intriges. Van trainers die klagen over het niet legen van prullenbakken tot bestuurders die elkaar via de bevriende lijntjes met de pers zwart proberen te maken.

De recente resultaten onder Dick Advocaat verbloemen veel. Maar grootste deel van Het Legioen is het gekonkel op de burelen van het Maasgebouw al jaren meer dan zat. De recente sprong op de ranglijst heeft de druk, als het om het voetballende gedeelte gaat, eraf gehaald. De spelers zijn even uit de wind gehaald.

Maar aan de Olympiaweg waait het niet, er is eerder sprake van een tornado. Verhalen over investeerders, de rol van de VVF. Commissarissen die niet op hun positie terug mogen komen. Gouden aandelen, een algemeen directeur die niemand wilde en een ex-punker die aan alle touwtjes trekt.

Waar Vitesse (waar het ook nooit rustig is) weleens gekscherend FC Hollywood aan de Rijn wordt genoemd kunnen we Feyenoord gerust FC Chaos aan de Maas noemen.

In de Griekse mythologie spreekt men van een chaoskampf als er een duidelijke strijd is tussen het goede en het kwade. Maar wie er goed is en wie er kwaad valt in Rotterdam nauwelijks meer te herleiden. Chaos troef.

Het Maasgebouw in aanbouw.

Het kan raar lopen. Verslag NN Halve Marathon Egmond.

Waarom ik eigenlijk aan een massa-evenement met pendelbussen en verschillende startwaves mee ging doen? Het was een goede vraag van Sandra. Ik hou meer van kleinere wedstrijden die of dichtbij zijn of ‘uniek’ zijn zoals de Kustmarathon of de tisvoorniks-marathon.

Uniek is de Halve van Egmond zeker. Een winterklassieker waarvan gezegd wordt dat je hem een keer gelopen moet hebben. Nu had ik die aandrang niet zo maar ik kon een startnummer overnemen en Brigitte en Monique zouden ook gaan omdat ze als haas zouden fungeren. In mijn eentje zou ik namelijk nooit naar Egmond zijn gegaan maar met meerderen is het toch wel een soort van gezellig. Ik had het startnummer van Maarten overgenomen en zou normaal gesproken in de startwave om 12:54 zitten.

Om iets voor negen uur vertrokken we uit Bergschenhoek om precies om tien uur de auto in Heiloo neer te zetten. Vanaf daar reden de pendelbussen naar de sporthal in Egmond aan Zee. Omdat de dames pacer waren moesten zij zich melden in een hotel vlak bij start en finish. Ik stelde me bij de hoofdpacer voor als de chauffeur en het was voor een keer geen probleem om mijn spullen in de ruimte van de pacers achter te laten.

Toen het gesprek op ‘pacing’ kwam vroeg de hoofdpacer of ik ook interesse had om in de toekomst een keer te pacen. Die toekomst kwam sneller dan verwacht. Ze kwamen een poppetje tekort op de 1:50 en voordat ik er erg in had was mijn antwoord ‘ja hoor’. Nu heeft spontaan ja zeggen op vragen me veel moois gebracht maar een halve marathon pacen waarvan je het parcours niet kent én iedereen zegt dat ie zwaar is is natuurlijk andere koek.

Recent liep ik nog de halve van Linschoten in 1:37:55 en de laatste paar jaar schommelen mijn halve marathontijden tussen de 1:40 en 1:45. Maar dan ga je niet zeven kilometer over strand. Met windkracht 7 in je bek. Maar zover was het nog niet. Ik kreeg een mooi pakje van het NN pacing team en een vlag op mijn rug. De eerder gemaakte foto, met mijn eigen kleding aan, kon weer overgenomen worden.

Foto 1. In eigen kleding.

Foto 2. Zoek de verschillen.

Enfin, ik werd gekoppeld aan Carst en dat klikte meteen. Hij was een ervaren pacer en ik ben van nature niet overdreven bang aangelegd. Maar je moet het wél nog even doen. Dat gevoel bekroop me wel toen ik het startvak inliep. Op weg naar het startvak (en in het startvak zelf) voel je dat er vele ogen naar je staren. Er zijn legio lopers die op jouw vertrouwen om zo strak als een snaar te lopen. Je kunt namelijk niet té hard van start gaan. Maar ook langzaam starten en in de laatste fase versnellen is niet iets waar veel lopers op wachten (of kunnen).

In het startvak kwamen diverse lopers informeren wat voor tempo we zouden gaan lopen en Carst verzekerde de mensen dat we 5:13/km zouden gaan lopen. En daar was geen woord van gelogen. Vanaf het startschot was het tempo direct goed. Na 400 meter draai je het strand al op en daar viel me weer op hoe weinig mensen hun eigen snelheid goed lijken in te schatten want na een paar kilometer haalden we al diverse startnummers in uit eerdere startvakken. Met als gevolg dat we soms links en rechts andere lopers in moesten halen om op 5:13/km te blijven. Als je aan de rechterkant inhaalde merkte je pas echt hoe sterk de tegenwind was.

Ik was eerlijk gezegd wel blij dat het strand er na ruim zeven kilometer weer op zat. Bij de kustmarathon waren de duinen ná het strand killing. Nu kon ik eindelijk op adem komen en kreeg ik langzamerhand weer wat praatjes. In de duinen, en later het bos, vlogen de kilometers voorbij. Af en toe gingen we iets te hard maar dat voelde mijn mede-pacer feilloos aan en namen we een beetje gas terug.

Mijn oorspronkelijke doel van de dag was om iets sneller te gaan lopen (1:45 ofzo) maar ik moet eerlijk bekennen dat Egmond me best zwaar viel qua benen. Het is (denk ik) ook de druk van het echt moeten presteren. Er staat een tijd op je vlaggetje en daar wil je aan voldoen. Op de bloedweg leek een wagen van de reddingsbrigade nog bijna roet in het eten te gooien voor onze <1:50 maar ook daar konden we uiteindelijk prima langskomen.

In Egmond zelf greep de lokale jeugd de halve marathon aan om langs de kant bier te drinken en in de walm van vette snacks te gaan staan. Vooral van dat laatste word ik meestal niet echt vrolijk. Op de Laan op Zuid en in Crooswijk heb je ook altijd van die fijne geuren waar je maag van omdraait tijdens de Marathon van Rotterdam.

Tijdens de laatste paar honderd meters werden we door veel lopers ingehaald die er nog een eindsprint uit wisten te persen. Ik vond het zelf wel een mooie route. Het deed me bij tijd en wijle wel denken aan de kustmarathon. Beetje strand, beetje duinen en enthousiast publiek.

De medaille was ook wel een fraaie. Twee weken terug had ik niet het idee dat ik Egmond ooit zou gaan lopen en nu kwam ik als pacer in 1:49:45 over de finish. Met vijftien seconden marge aan de goede kant van de streep een mooie prestatie. Ik geef eerlijk toe dat dit vlakke tempo door mijn mede-pacer kwam. Als ik zelf had gelopen dan had ik het strand wat laten vieren en in de duinen (mits mogelijk) gas gegeven. Nu liepen we zo steady als een klok.

Ik zag eerlijk gezegd weinig mensen die in het begin met ons meeliepen. Ik denk dat windkracht zeven bij veel mensen hun ambities heeft weggeblazen. En ik? Ik was voornamelijk gezandstraald 🙂

Op de finishfoto zie je mijn gebrekkige hardlooptechniek weer in optima forma. Ik kan raar lopen, maar niet zo raar als deze dag verliep.

Een mannetje met een vlaggetje. Geef zo’n kerel een beetje macht en ze gedragen zich gelijk anders 😉

 

 

Terug uit Italie

Het waren weer een paar mooie dagen in Alleghe.

Bij het ijshockey kon je een puck kopen die op het ijs gegooid moest worden. Diegene het dichtst bij de middenstip won een prijs. Volgens mij een seizoenskaart dus al hadden we die gewonnen dan had het erg onpraktisch geweest.

Sandra kwam op de berg poolshoogte nemen van onze ski-activiteit.

Rondje rennen om het meer.

‘pasta-ijs’.

H.G.P.J.O. 2019. Oftewel. Het Grote Peenvogel Jaaroverzicht van 2019.

2019 was voor mij ‘het jaar van het Oog’. Het bekendste oog is het oog van Ra (of Horus) uit het oude Egypte. Op de voet gevolgd door het oog van Sauron. En daarna, in mijn kennissenkring, mijn oog. Want daar was wel wat om te doen dit jaar. Het feit dat ik dit gewoon kan typen verklapt een goede afloop. Maar zover zijn we nog niet. We beginnen een jaaroverzicht, zelfs op deze weblog, gewoon in januari.

Op nieuwjaarsdag stonden we op een Italiaanse berg. Een midweek in de Dolomieten was het uitstekende begin van het nieuwe jaar. Volledig verslag staat hier.

Nauwelijks thuis en de volgende trip stond alweer op het programma. Een bezoek aan Londen voor de wedstrijd Crystral Palace vs Grimsby Town (klik hier). Na de zweepslag van begin december kon ik voorzichtig weer wat hardloop-kilometers maken.

Ondanks een tekort aan trainingskilometers kon ik wel collega Laura hazen naar een tijd van 1:54. Ik was er blij mee en zij ook.

Tsja, en toen was er eind januari een zeer mooie Klassieker. Een voor de eeuwigheid.

Maar een week later was alles weer voor niks geweest. In de laatste minuut onderuit bij ‘kleine broer’ Excelsior. Feyenoord be like….

Zelfs inschrijven als vrouw hielp me niet om op het podium te komen bij de kassenloop.

Dagje naar Delft.

Verjaardag van Willem.

Maar vooral veel, heel veel hardlopen.

Tijdens het familieweekend in maart werd er in de buurt ook nog gevoetbald. Daar moesten we heen. (klik)

En Bastiaan nam Yaro mee voor zijn debuut in De Kuip.

Het was wat schrikken tijdens de voorjaarstrip. Klik hier.

In april moedigden Bastiaan en ik Sandra aan die samen met schoonzus Sandra de duo-marathon liep. Superknap.

Met de afdeling Cambodja dronken we een pils en bezochten we Feyenoord vs Az.

Oorlogsgraven in Nijmegen.

En toen was het tijd voor de jaarlijkse trip naar Kreta.

Afscheid van een legende in De Kuip.

Portretfoto’s voor honkbalplaatjes.

Juni stond in het teken van de Roparun. Een hele mooie wederom, maar wel een waar ik sterretjes zag.

En toen lag ik ineens in het ziekenhuis. Ineens ja, want ik had geen oplader én schone onderbroek bij me. Enfin. Het verhaal hoe en wat staat hier.

Uiteindelijk kreeg ik groen licht om op vakantie te gaan. Gelukkig maar want we hadden er veel zin in.

Een vakantie door Thailand, Vietnam en uiteraard Cambodja. Alle foto’s kun je hier vinden.

In Cambodja deed ik nog mee aan de halve marathon van Angkor Wat. En dat viel me niet mee. De warmte én het gebrek aan trainingskilometers lieten zich gelden. Maar ik werd wel mooi geinterviewd voor de Vietnamese televisie 🙂

Sandra haalde veel geld op voor een school in de buurt van Jan en werd daarvoor beloond met eeuwige dank en een boek.

Het was veel te warm om te trainen. Maar met de kustmarathon in het vooruitzicht moest dat toch gebeuren.

Bastiaan kon een keer mee naar Mersea Island en liet zich met de fungames van zijn beste kant zien.

De hardloopvorm begon terug te komen tijdens de halve marathon van Oostland. Keurig sub 1:45 gelopen.

En toen kwam de kustmarathon. Als cadeau gekregen van de hardloop-harem. Een mooie sub4 op, zeker het laatste stuk, een zwaar parcours.

Herfstvakantie.

Wedstrijd van Feyenoord in Zwitserland. Klik hier.

En toen hadden we, patsboem, gewoon een tiener in huis.

En november was de maand van redelijk veel wedstrijden én vuurwerk.

En een weekendje weg in schitterend Limburg.

En heul veul hardlopen.

En met de familie een weekendje naar Texel. Nederland is schitterend.

Waar ik meedeed aan een cross. Eens kijken waar we staan richting de halve van Linschoten.

Met Jan en Gaz nog een potje in Belgie kijken.

En in De Kuip de jaarlijkse overwinning op PSV bijwonen.

En ik liep tijdens de halve marathon van Linschoten een dik P.R. met 1:37:55. Hardloopdoelen in 2019 werden wel behaald zo.

En op tweede kerstdag waren Sandra en ik alweer vijfentwintig jaar bij elkaar. Op naar 2020.

Op de valreep een PR. Halve Marathon Linschoten

Normaal ben ik niet zo uitgesproken als het om doelstellingen gaat. Maar de weken voor Linschoten had ik wel het idee dat ik een keer onder de 1:40 zou moeten kunnen lopen. Op basis van mijn tien en vijftien-kilometer tijden zou dat ook wel moeten kunnen maar theorie en praktijk op de halve marathon liepen nogal uiteen.

Ik kon naar Linschoten meerijden met Hanneke en behalve gezellig waren we er ook lekker op tijd. Beetje relaxen en babbelen met andere lopers van Kieviten en RRC. Naarmate de start dichterbij kwam werd het drukker en drukker in de sporthal. De aanwezigen waren grofweg in drie groepen te verdelen. De wat klassiekere hardlopers die met hun eigen ding bezig waren (de oude knoesten), de normale lopers en de instagrammers. Er werden massa’s selfies en groepsfoto’s gemaakt, al dan niet in dezelfde hardloopshirts. 

Daarover gesproken. Net zoals ‘vroeger’ bij concerten lijkt de regel: hoe obscuurder het shirt en/of de loop waaraan meegedaan werd (afstanden tellen!), des te meer respect diegene probeert af te dwingen. Het is hetzelfde als sommige mensen op reis hebben. Dat ze je vertellen dat wanneer je die ene sjamaan in dat ene afgelegen dorpje niet bezocht hebt je het echte land niet hebt gezien. Merkwaardig soort snobisme. 

Een paar minuten voor de start waren de startvakken al behoorlijk vol. We baanden ons een weg voorbij de 2:00 uur en 1:45 pacers want het plan was om op een tijd tussen 1:40 en 1:45 weg te gaan en dan kijken wat de dag ons zou brengen.

De smalle straatjes in Linschoten maakten dat je de eerste kilometers wat moeilijk op gang kwam. Al viel dat achteraf reuze mee. Na een kilometer of vier zei Hanneke dat ik maar mijn eigen ding moest gaan doen. Eigenlijk was ik van plan om na tien kilometer te kijken wat er in het vat zat maar ik voelde me goed dus ik besloot mijn plan aan te passen. Tot kilometer tien ergens rond de 4:45 – 4:50/km te lopen en daarna, mits mogelijk, te versnellen.

Mooi startnummer 🙂

In de eerste tien kilometer hield ik een kerel met het oranje kustmarathon-shirt van dit jaar als ‘pacer’ aan. Hij liep net een fractie sneller en daar kon ik me mooi aan optrekken als een stip ‘in de verte’. Uiteraard stapte ik niet af van het beproefde recept van een gelletje op 7 en 14 kilometer. Had ik ze echt nodig? Geen idee, maar never change a winning habit.

Na elf kilometer kwam de waterpost. Wandelend een bakje lauwe thee (lekker) opgedronken en toen was het tijd voor plan twee. En plan twee was: verder versnellen. De tweede vijf kilometer liep ik sneller dan de eerste en nu was het zaak om dat vol te houden. En dat ging redelijk goed. Het eerste deel van de race werd ik zelf ingehaald door snellere lopers. Nu het deelnemersveld redelijk uitgestrekt was en de lopers er al 12 kilometer op hadden zitten haalde ik zelf alleen nog maar lopers in. Lopers die het eerste deel te snel hadden gelopen.

En dat inhalen motiveerde, dat motiveerde zo erg dat ik iedere 5 kilometer een negatieve split liep (het tweede deel sneller dan het eerste). Zie hieronder. En toen wist ik dat een PR er wel in zou zitten. De vraag was echter of ik onder de 1:38 zou komen.

5 km punt : 24:09
10 km punt : 47:49 (23:40)
15 km punt : 1:10:51 (23:02)
20 km punt : 1:33:39 (22:48)
21,1 km : 1:37:55

De route zelf was best fraai, leuke dorpjes en ook nog redelijk wat toeschouwers her en der. Alleen het laatste stuk, een hele lange dijk was wat saai. Maar dat komt waarschijnlijk ook omdat je dan moe begint te worden. De laatste paar honderd meter gingen door een woonwijk en toen kwam de finish in zicht. Een finish die ik passeerde met op mijn horloge een tijd van 1:37:56 maar de organisatie haalde daar nog een seconde van af.

Missie geslaagd!

Zulte Waregem vs Sint Truiden

Waregem (Bel.). 14 december 2019. Zulte Waregem – Sint Truiden 5-1. Jupiler Pro League.

Een stukje rijden voor een stadion waar we nog niet geweest waren.

Versnaperingen voor Kees en Jan.

Het was er niet echt druk. In het stadion zelf passen ruim 12.000 man.

Qua tribunes is het een allegaartje. De hoofdtribune stond ook op de nominatie om verbouwd te worden.

Het stadion dankt zijn naam aan het wereldkampioenschap wielrennen op de weg in 1957. De renners reden via de grote brug over de Waregemse vijvers het stadion binnen. Rik Van Steenbergen reed er als eerste over de aankomstlijn en kreeg er de regenboogtrui.

Het was al vrij snel raak.

Brothers in arms.

Capo-geneuzel.

Het uitvak.

De uitblinker van vandaag was een Mexicaan die deze vrije trap binnenramt. In de kruising.

Zie maar.

En Omar Govea scoort weer. Scouts, letten jullie op?

Een oude bekende uit Nederland (de Fauw) scoort de 4-1.

Mannen weten waarom. Hahaha.

Een eenvoudige overwinning.

 

 

Feyenoord vs PSV, same old story

In al die jaren dat ik naar De Kuip ga voor Feyenoord tegen PSV heb ik de Eindhovenaren slechts een handvol keren zien winnen in onze Rotterdamse tempel. Zelfs de elftallen bij supersterren als Ronaldo en Romario wonnen zelden in Rotterdam.

Mede daarom stapte ik vol goede moed op de fiets richting De Kuip.

De elektrische fiets weliswaar. Ik had die ochtend ook al ruim 22 kilometer hardgelopen. We moeten niet overdrijven.

Binnen drie kwartier bij De Kuip.

Het voorplein op wedstrijddagen. Hartje.

Afscheid van Vilhena

Vette T op zijn pet.

We gaan bijna beginnen.

Een gejuich uit duizend kelen.

Feyenoord in de verdrukking. Het eerste kwartier was niet echt goed.

Nog geen gebroken been bij de trainer van PSV.

En plotsklaps de 1-0.

En vlak daarna high-fivende spelers. Feyenoord krijgt een strafschop.

Aanleggen.

En raak.

Buikschuivers.

Zij kijken tevreden toe.

Feyenoord gaf vaak goed rugdekking en Geertruida speelde een prima pot.

Penalty om niks. Maar ja, hij gaat lekker op de stip. Een boel gejank van PSV’ers.

Berghuis weet zelf ook wel waar ie hem gaat schieten hoor.

Huppetee. Drie tegen nul.

Even socialisen met de boys.

‘He’s getting sacked in the morning!’

Hij heeft de eindstand een soort van op zijn rug want PSV scoorde nog een fraaie goal. Zonde want Vermeer had een clean sheet verdiend.

90 minuten en bijna klaar. Mooie pot. Slecht voetbal en toch winnen.