Taxi

De avond viel over het centrum van Praag, een paar kilometer verderop liep een grote stoet Feyenoorders in colonne richting het Sinobo-stadion. Kees en ik besloten nog een biertje te nemen en de wandeltocht over te slaan, een kwestie van prioriteiten. Na de laatste slok zetten we koers richting het dichtstbijzijnde metrostation.

Direct om de hoek botsten we op een groep Feyenoordsupporters uit Leiden, ze waren met zijn zessen en een redelijke doorsnee van de supportersschare in de Tsjechische hoofdstad. Meer mannen dan vrouwen en naast een paar doorgewinterde uit-fans ook wat mensen die voor het eerst een Europese uitwedstrijd bijwoonden. Er werden wat grappen en grollen over en weer gemaakt en voor het wisten stemden we in om samen een taxi te delen. Met zijn achten toch net iets goedkoper.

Onze taxichauffeur stond druk te bellen met zijn vriend die, toen hij aan kwam rijden, duidelijk geen taxi bleek te zijn en ook bij onze auto verdween het taxibord in de kofferbak en weigerde de meter plotsklaps dienst. Ik waande me, ook door zijn rijgedrag, weer even in Azie.

De rit van een half uur werd uiteraard benut om samen met de Leidenaren het wel en wee van Feyenoord door te nemen. De chauffeur gebruikte, eenmaal aangekomen bij het stadion, een wisselkoers die vooral gunstig uitpakte voor hemzelf. Maar onze nieuwe vrienden stonden erop dat zij onze taxi zouden betalen en elkaar (en vooral Feyenoord) succes wensend namen we afscheid.

Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wie het waren en eigenlijk ook niet meer hoe ze eruit zagen. En dát is juist de kracht van Het Legioen, geen idee wie je buurman is in het stadion of wat voor werk hij doet maar wel samen Feyenoord naar een overwinning, of in dit geval gelijkspel, schreeuwen. Leidse kamerrrraden bedankt voor de rit en het puntje in Praag!

Family Ties

Mijn jeugd werd gedomineerd door Amerikaanse tv-series met disfunctionele families. Daar vochten de families Ewing, Colby en Carrington elkaar de tent uit in de series Dallas en Dynastie. In Chicago zat Al Bundy op de bank te luieren terwijl zijn vrouw Peggy al zijn geld uitgaf. Ook bij de families in Family Ties en Who’s the Boss was er altijd wel iets aan de hand. Van een fijn familiegevoel was nergens sprake.

Datzelfde gevoel krijg ik altijd als men over de Feyenoord-familie spreekt. Behalve een liefde voor de club Feyenoord is er nergens harmonie. Dat bleek weer na de bekendmaking dat Mark Koevermans stopte als Algemeen Directeur. De eerste stofwolken waren nog niet neergedaald of het ging alweer over afkoopsommen, de angst voor een beslissing over het stadiondossier en een bericht dat de rest van het bestuur Koevermans toch wilde lozen. Het gedrag van de heren Van Bodegom en Moussault op de persconferentie versterkten het familiegevoel allerminst.

De pijlen voor een nieuwe Algemeen Directeur zijn nu gericht op de vrij onbekende Dennis Te Kloese. Werkzaam in Amerika, het moederland der televisieseries.

Een andere serie uit mijn jeugd was The A-Team. Om onbegrijpelijke redenen werden zij altijd opgesloten in een schuur vol lasapparaten, staal en landbouwvoertuigen om zich zo een weg naar buiten te kunnen vechten.

In Rotterdam hebben we minder Dallas en Dynastie nodig en meer van The A-Team om eindelijk eens schoon schip te maken in de wirwar van belangen, commissies en clubjes die onze club al tientallen jaren in een houdgreep houden.

Reikhalzend kijk ik uit naar een persconferentie waar de nieuwe directeur, gehuld in een wolk van sigarenrook, en na talloze hervormingen binnen de club gevoerd te hebben de aanwezige pers aankijkt en de legendarische woorden spreekt:

‘I love it when a plan comes together.’

De vierde keer Rotterdam

In het startvak naast met staat een lantaarnpaal. Niet eentje waar je in een dronken bui tegenaan gaat pissen maar een levende lantaarnpaal. Althans, de lantaarnpaal bestaat nu nog uit drie delen: een loper, de paal die hij zometeen via een soort bretels om zijn lichaam doet en het onderstel. Later lees ik in de krant dat het gevaarte zo’n 27 kilo weegt en dat de loper in kwestie er ingeluisd is door zijn maten. Hij zal dit jaar de Rotterdamse marathon als lantaarnpaal gaan volbrengen.

Ik vond hem grappig.

Zelfs zonder de 27 kilo weet ik dat de marathon zwaar gaat worden. Het is gewoonweg een afstand waar je niet mee moet spotten. De meeste twijfels zitten (behalve een gebrek aan een goede looptechniek) bij mij aan het gebrek aan 30+’ers richting mijn zevende marathon. Lange afstanden lopen in warm weer is simpelweg niet mijn ding en toen de 35 kilometer testloop op het programma stond was ik op pad voor de Roparun. Ik zal het met een flink aantal 20+’ers en twee keer dertig moeten doen. 

Wandelend naar KPN in de ochtend. Anderhalf uur later stond het hier vol met mensen.

Een voordeel is echter wel dat ik mijn beste twee marathons in het najaar liep. De kustmarathon, een van de zwaarste marathons in Nederland, in 2019 in een tijd van 3:58:58. En mijn PR op de tisvoorniks-marathon in 3:38:28. Het koelere weer ligt mij beter ondanks dat de marathons toch wel dicht op de grote vakantie liggen, een vakantie waar er gewoon genoten moet worden en ik de biertjes niet laat staan. Van te voren liet ik al doorschemeren dat ik ergens rond de 3:45 door wilde komen. Dat leek me wel realistisch. 

Op de Schiedamsedijk was het wachten tot de laatste tonen van het ‘you’ll never walk alone’ wegstierven en de eerste lopers weggeschoten werden voor hun 42,195 kilometer richting de finish op de Coolsingel. Ikzelf stond in starwave twee dus moest nog even wachten op mijn start maar om 10:07 was het zover. Rustig de Erasmusbrug over en oppassen dat er niemand op je hak loopt.

Het grootste deel van de route speelt zich af op Rotterdam-Zuid: langs De Kuip richting het 10 kilometerpunt en dan via IJsselmonde naar het Havenspoorpad waar de sponspost bemand werd door vrijwilligers van de Kieviten een welkome verfrissing bood. Op kilometer zes had ik nog even snel een bosje opgezocht om een liter of wat aan gedronken water en isotone sportdrank te lozen.

Op naar het keerpunt op de Slinge en het 20 kilometerpunt als je Ahoy net gepasseerd bent. Aan de laan op Zuid lijkt geen einde te komen voordat je voor de tweede keer de Erasmusburg mag bedwingen. Op dat moment had ik mijn race in blokken van 5 kilometer opgedeeld. Per 5 kilometer even bij de waterpost stoppen, wandelend wat drinken en weer verder. Op deze manier kon de hartslag ook weer even zakken. Na de Erasmusbrug komt het gemene tunneltje bij de Blaak waar de kubuswoningen in de verte aangeven dat je het 30 kilometerpunt gaat naderen. Een mooi punt omdat je dan wel redelijk kan inschatten hoe lang je er over gaat doen. 

Het is ook het punt waar je de lopers aan de andere kant ziet lopen die al bijna klaar zijn. In het bos wordt het voor iedereen bikkelen. Ik hield het tot kilometer 33 vol maar toen kreeg ik een steek in mijn zij en moest ik weer even piesen. En als je eenmaal stilgestaan hebt is het lastig om weer in het ritme te komen en begin je de pijntjes te voelen. De laatste tien kilometers gingen beduidend langzamer ondanks dat iedereen ‘JEROEN, KOM OP!!’ in je oor aan het schreeuwen was. 

Na het bos de kwam de drukte van de stad weer en dan eindelijk, eindelijk de Coolsingel op.  Een vuist in de lucht, een brede grijns en het stilzetten van het sporthorloge. Finishtijd 3:48:26 en dus tevredenheid bij mij. Met pap in de benen mijn medaille in ontvangst nemen en met koptelefoon op en luisterend naar Feyenoord wandelend terug richting het kantoor van KPN aan de andere kant van de Maas. Toen ik eenmaal klaar was met omkleden en een massage hoorde ik via Rijnmond dat Malacia de 2-3 scoorde. Een mooi eind van een mooie dag.

Mensen die er fris en fruitig uitzien na een marathon zijn niet, ik herhaal niet, te vertrouwen.