Pelargonium

Bastiaan zijn plant lijkt dood te gaan. En het is onze schuld, iets teveel pokon gegeven en nu hangt ie op half zeven.

Wat moet een negenjarige met een pelargonium? Het is een schooloverstijgende uitdaging voor groep 6’ers. Wie zijn geranium (het is familie van elkaar) het hoogst weet te kweken mag bij de burgemeester langs komen.

“Op een natuurlijke manier, dus niet in de kas van opa Wil!” kregen we direct te horen.

Nu probeer ik Bastiaan zijn verwachtingen zo nu en dan te temperen want bij iedere puzzel, prijsvraag of ingezonden mop ziet hij zichzelf al als winnaar op het bordes staan. Maar na tien keer zeggen dat het leven niet altijd eerlijk verloopt voelde ik mezelf stokoud. Plus dat ik dat soort teksten te pas en te onpas terug krijg. Er zit een limiet op het gebruik van levenswijsheden.

De plant staat tijdelijk in de inloopkast, een plek waar hij nooit komt. Alleen bestaat nu het gevaar dat hij, juist vandaag, die kant op gaat. Zodoende loop ik nu heen en weer voor de deur van de inloopkast als een guard voor het Engelse paleis. Het voelt een beetje als het verstoppen van een cadeau voor het sinterklaasfeest. 

Hopelijk trekt de plant zijn overdosis aan pokon en staat ie er morgen fris bij. Anders zit er niets anders op dan stiekem een nieuwe kopen.

En dan toch even in de kas van opa Wil.

Grutto

Gierend van het lachen komen Bastiaan en zijn beste maat het schoolgebouw uit. Als we het plein af zijn vraag ik waar ze zo hard om moeten lachen en ze antwoorden met een paar vogelgeluiden en bewegingen waar Michael Jackson jaloers op zou zijn.

In de klas hebben ze op tv gezien hoe gruttomannetjes de gruttovrouwtjes het hof maken en dat zorgde voor de nodige hilariteit in groep 6.

Maar de grutto’s vragen het tenminste nog leggen de heren mij uit. Bij de aflevering met herten was daar geen sprake van en zag je zelfs de ‘dingdong’ van de bok én, zeggen ze besmuikt, ook het ‘seksen’. Ze krijgen er allebei rode wangen van. De hele terugweg demonstreren ze op paaltjes en hekjes een ‘hert’.

Vlakbij huis gaan beide heren richting hun zelfgebouwde hut. Ik wens ze succes met de hindes en krijg als antwoord dat ze grutto’s zijn.

Die vrágen het tenminste.

Koekje

Op de band bij de kassa lagen twee diepvriespizza’s en een pak yokidrink. Het avondeten voor de man achter mij en zijn twee dochters. Het meisje achter de kassa vroeg of ze een koekje mochten.

Ik zei dat het van mij wel mocht maar dat het niet mijn dochters waren, en ik wilde niet op mijn geweten hebben dat ze straks geen pizza meer zouden eten.

Ik vroeg ik me af wanneer caissières stoppen met vragen wanneer je nog een koekje mag als klein kind zijnde. Toen Bastiaan nog heel klein was nam ik hem uiteraard mee met boodschappen doen. Hij kreeg een koekje bij de jumbo, een krentenbol bij de bakker en een plakje worst bij de slager. Al het eten dat je net voor zijn lunch had gekocht was in een klap nutteloos geworden. Meneer had eenmaal thuis geen trek meer.

De keren dat Bastiaan nu nog meegaat krijgt hij geen koekje meer van de caissière. Wel verzamelplaatjes van mensen die ze niet willen, maar geen koekjes. In plaats daarvan eten we tegenwoordig alle blokjes kaas op die op de toonbank liggen. Scheelt weer een diepvriespizza als lunch.

Fortnite

“En, spelen er eigenlijk ook meisjes in je klas Fortnite?”

Zoals altijd loopt Bastiaan iets achter me op weg naar school. Zijn handen zijn gestoken in de zakken van zijn korte broek en hij heeft net honderduit over skins en geweren uit Fortnite verteld.

“Ja. Eentje. Daar heb ik laatst tegen gespeeld. Maar omdat ze het nog niet zo goed kon vroeg ze of ik niet al teveel mijn best wilde doen. En toen heb ik op de iPad alle knoppen maar omgedraaid zodat het moeilijker voor mij werd. Als ik dacht te springen dook ik, en andersom.”

We grinniken allebei om deze actie en ik vertel hem dat het goed bedacht én heel aardig van hem was. Even lijkt het erop dat hij de uitkomst van het spelletje wil verzwijgen. Zou hij door zijn hoffelijkheid verloren hebben? Dan doet hij dat nooit meer.

Maar vlak voor het zebrapad klinkt het een halve meter achter me:

“Maar ja, toen won ik alsnog.”

Gelukkig maar 😉

Roken

Op de terugweg van de honkbaltraining horen we Eric Clapton over cocaïne zingen. Bastiaan vind het maar een raar liedje want het gaat over drugs, en die zijn slecht zegt hij. Net zoals roken.

“Als je gaat roken ben je verliefd op de dood, alleen duurt het even voordat je haar ontmoet.”

Tegen zoveel wijsheid viel weinig in te brengen. Als de antirooklobby belt mogen ze deze slogan zo hebben.

Liew

Ons campertje had een mooi plekje gekregen op de camping in Frankrijk. In de schaduw en vlakbij de douches en toiletten. Geen overbodige luxe als je met een peuter van anderhalf op vakantie bent.

Het trapje voor het toiletgebouw werd Bastiaan zijn hangplek. Iedere campinggast die naar het toilet of douche wilde kreeg persoonlijke begeleiding het gebouwtje in. Heel even overwogen we om een schoteltje naast hem te zetten. Dan zou hij in mum van tijd ons verblijf op de camping terugverdiend hebben.

Heel soms moesten we hem even uit het badhuis halen als hij in zijn enthousiasme tot in de douchecabine meeliep. Binnen twee dagen tijd kende de hele camping het kleine blonde mannetje dat liever op de trap bivakkeerde dan te dobberen in het zwembad.

De Franse kampeerders bleken erg chauvinistisch te zijn qua autokeuze. Naast iedere caravan stond een peugeot te blinken in de zon. Als Bastiaan aan de hand van zijn moeder weer eens zijn inspectieronde over de camping liep stond hij bij iedere Peugeot stil, wees op het logo en zei ‘liew’ gevolgd door een ‘wroaar’, je hoorde zo waar hij was.

Na twee weken zon, pastis en lekker eten was het tijd om naar huis te gaan. Ons Volkswagen campertje stuurde ik over de Franse snelwegen richting Nederland. Op de achterbank leek Bastiaan te slapen in zijn maxicosi.

Of we al in de buurt van Lille waren wilde Sandra weten. Vanaf de achterbank klonk een harde grom ‘Wroaaaaaaaaar!’

Avondvierdaagse

Voor me liep een man die een onnavolgbaar verhaal vertelde tegen zijn dochter over brandende kabouterhuisjes, en dat met iedere stap die ze richting de finish nam er meer water beschikbaar zou zijn voor het blussen ervan.

De finish van de derde etappe van de avondvierdaagse lag nog geen tweehonderd meter verder maar de tranen die het meisje huilde leken mij voldoende om een heel kabouterdorp te blussen.

Je ziet ze vaker, ouders die op luide toon ‘en plein public’ hun kind terecht wijzen of van opvoedkundige tips proberen te voorzien. Meestal schiet mijn irritatiemeter gelijk in het rood van zulke mensen. Maar dat kan ook aan mij liggen. Ik kwam gisteren niet verder dan ‘als je nou een beetje door eet van die appel dan kunnen we zo nog een ijsje halen’. Nee, verwacht van mijn hand geen boek vol pedagogische wijsheden.

Bastiaan en zijn maatje klommen op heuvels, rolden door vers gemaaid gras en hadden de neiging om iedere keer voor je voeten te gaan lopen als je nét een beetje door kon lopen. Vaders hadden hun kantoorkloffie ingeruild voor een korte broek en de moeders liepen zonder uitzondering in zomerjurkjes waarbij de conclusie getrokken kan worden dat horizontale streepjes nog steeds in zijn. Bij een van de moeders bungelde een rugzak met daarop een eenhoorn en de naam van haar dochter. Een vijf-letterige naam met vier klinkers waarvan ik met de beste wil van de wereld niet kon raden hoe dit uit te spreken viel.

Op het terrein van de finish viel Bastiaan zijn appel ‘per ongeluk’ op de grond. Ik wilde op luide toon een angstaanjagend verhaal gaan vertellen over brandende kabouterhuisjes maar ik hield me in.

Het ijsje na afloop smaakte erg lekker. En als je het hoorntje op zijn kop hield was het net een puntmuts.

Strepsil

Bastiaan: “Hoe laat is het?”

Ik: “Iets voor half negen. Hoezo?”

Bastiaan: “Nou, ik heb nog steeds pijn in mijn keel en hierop staat dat je ze na 20:20 niet meer in mag nemen.”

Schaap

Buiten wijst het kwik 2 graden onder nul aan. Bastiaan trekt zijn laarzen aan en zijn dikste jas die vies mag worden. Bij boerderij Schieveen is de kans dat je vies wordt namelijk erg groot. Je mag er in de stallen de koeien, geiten, kippen en schapen te eten geven.

“Kom doe je ook je muts op. Het wordt echt enorm koud buiten.”

“Nee, dat vind ik zielig voor de schapen. Misschien is mijn muts wel gemaakt van hun wol.”

Typisch Bastiaan, de confrontatie uit de weg gaan en een groot hart voor dieren. Als ik zeg dat niemand daar over gaat mekkeren schiet hij in de lach en trekt zijn muts over zijn oren. Op het witte label dat uitsteekt staan de wasvoorschriften.

100% katoen.

Flitsen

De meeste activiteiten waar ouders bij betrokken worden op school vinden zelden op mijn vrije maandag plaats. Vandaar dat ik blij was dat ik bij de kleuters een aantal keren voor gympapa heb kunnen spelen (verhaal hier).

Vanaf groep drie wordt er op dinsdag en donderdag gegymd. Rond hun zesde jaar worden die gasten ook wel geacht zichzelf fatsoenlijk aan te kunnen kleden. Iets wat de eerste maanden niet altijd gebeurde. Niet zelden kwam Bastiaan met ‘binnenstebuiten’-sokken of een ‘binnenstebuiten’-onderbroek thuis. Een keer had hij zelfs zijn t-shirt verkeerd om aan. Toen ik vroeg of hij dacht dat het plaatje op zijn rug hoorde te zitten keek hij me schaapachtig aan en ging hij weer verder met buitenspelen.

Sinds groep 4 is mijn hulp wel weer nodig. Op de maandagochtenden, vlak na de tweede bel, help ik mee met flitsen. Dat heeft niets te maken met het bekeuren van ouders die te hard wegrijden van de parkeerplaats bij school (iets wat ook wel eens gebeurt), maar met het uitbreiden (en correct uitspreken) van hun woordenschat.

Een woord verschijnt een korte periode in beeld en dan moet het kind in kwestie het woord herhalen. In het begin zijn het woorden van één lettergreep en het wordt hoe langer hoe moeilijker. Als je het snel doet dan zie je in die minuut dezelfde rijtjes woorden voorbijkomen wat de snelheid en het zelfvertrouwen van de kinderen dan weer ten goede komt. Bastiaan hoeft eigenlijk niet geflitst te worden maar ik gebruik hem altijd als proefkonijn (en stiekem om te kijken hoe hij ervoor staat. Iedere ouder is hetzelfde, geloof me).

Bij een klein aantal andere kinderen is het wel nodig en ik doe het graag. Vaak hakkelen ze bij woorden met klemtonen (klém-tónen) of woorden die zó oud zijn dat zelfs ik ze de laatste twintig jaar niet in het openbaar uit heb horen spreken. Van de week keek een kereltje met een vraagteken boven zijn hoofd naar me toen het woord gulden voorbij kwam.  “Laat maar”, zei ik en we flitsten weer vrolijk verder. Bij het woord naakt moeten ze allemaal giechelen.

Een van de volgende woorden die voorbij kwam was ‘Hazen’ en dat werd door het mannetje consequent opgelezen als ‘Hazes’. Ik wist gelijk waar de muzikale voorkeur van zijn ouders lag.

Als we bij drie en vier lettergrepen komen verwacht ik nu eigenlijk in navolging van Hazes wel ‘rijm-woor-den-boek’ en ‘si-ga-ret-ten’. Bij het naar buiten lopen van de school had ik gelijk trek in ‘Hei-ne-ken’ want ‘bier’ is maar 1 lettergreep en dat is natuurlijk veel te makkelijk.