Koekje

Op de band bij de kassa lagen twee diepvriespizza’s en een pak yokidrink. Het avondeten voor de man achter mij en zijn twee dochters. Het meisje achter de kassa vroeg of ze een koekje mochten.

Ik zei dat het van mij wel mocht maar dat het niet mijn dochters waren, en ik wilde niet op mijn geweten hebben dat ze straks geen pizza meer zouden eten.

Ik vroeg ik me af wanneer caissières stoppen met vragen wanneer je nog een koekje mag als klein kind zijnde. Toen Bastiaan nog heel klein was nam ik hem uiteraard mee met boodschappen doen. Hij kreeg een koekje bij de jumbo, een krentenbol bij de bakker en een plakje worst bij de slager. Al het eten dat je net voor zijn lunch had gekocht was in een klap nutteloos geworden. Meneer had eenmaal thuis geen trek meer.

De keren dat Bastiaan nu nog meegaat krijgt hij geen koekje meer van de caissière. Wel verzamelplaatjes van mensen die ze niet willen, maar geen koekjes. In plaats daarvan eten we tegenwoordig alle blokjes kaas op die op de toonbank liggen. Scheelt weer een diepvriespizza als lunch.

Fortnite

“En, spelen er eigenlijk ook meisjes in je klas Fortnite?”

Zoals altijd loopt Bastiaan iets achter me op weg naar school. Zijn handen zijn gestoken in de zakken van zijn korte broek en hij heeft net honderduit over skins en geweren uit Fortnite verteld.

“Ja. Eentje. Daar heb ik laatst tegen gespeeld. Maar omdat ze het nog niet zo goed kon vroeg ze of ik niet al teveel mijn best wilde doen. En toen heb ik op de iPad alle knoppen maar omgedraaid zodat het moeilijker voor mij werd. Als ik dacht te springen dook ik, en andersom.”

We grinniken allebei om deze actie en ik vertel hem dat het goed bedacht én heel aardig van hem was. Even lijkt het erop dat hij de uitkomst van het spelletje wil verzwijgen. Zou hij door zijn hoffelijkheid verloren hebben? Dan doet hij dat nooit meer.

Maar vlak voor het zebrapad klinkt het een halve meter achter me:

“Maar ja, toen won ik alsnog.”

Gelukkig maar 😉

Roken

Op de terugweg van de honkbaltraining horen we Eric Clapton over cocaïne zingen. Bastiaan vind het maar een raar liedje want het gaat over drugs, en die zijn slecht zegt hij. Net zoals roken.

“Als je gaat roken ben je verliefd op de dood, alleen duurt het even voordat je haar ontmoet.”

Tegen zoveel wijsheid viel weinig in te brengen. Als de antirooklobby belt mogen ze deze slogan zo hebben.

Liew

Ons campertje had een mooi plekje gekregen op de camping in Frankrijk. In de schaduw en vlakbij de douches en toiletten. Geen overbodige luxe als je met een peuter van anderhalf op vakantie bent.

Het trapje voor het toiletgebouw werd Bastiaan zijn hangplek. Iedere campinggast die naar het toilet of douche wilde kreeg persoonlijke begeleiding het gebouwtje in. Heel even overwogen we om een schoteltje naast hem te zetten. Dan zou hij in mum van tijd ons verblijf op de camping terugverdiend hebben.

Heel soms moesten we hem even uit het badhuis halen als hij in zijn enthousiasme tot in de douchecabine meeliep. Binnen twee dagen tijd kende de hele camping het kleine blonde mannetje dat liever op de trap bivakkeerde dan te dobberen in het zwembad.

De Franse kampeerders bleken erg chauvinistisch te zijn qua autokeuze. Naast iedere caravan stond een peugeot te blinken in de zon. Als Bastiaan aan de hand van zijn moeder weer eens zijn inspectieronde over de camping liep stond hij bij iedere Peugeot stil, wees op het logo en zei ‘liew’ gevolgd door een ‘wroaar’, je hoorde zo waar hij was.

Na twee weken zon, pastis en lekker eten was het tijd om naar huis te gaan. Ons Volkswagen campertje stuurde ik over de Franse snelwegen richting Nederland. Op de achterbank leek Bastiaan te slapen in zijn maxicosi.

Of we al in de buurt van Lille waren wilde Sandra weten. Vanaf de achterbank klonk een harde grom ‘Wroaaaaaaaaar!’

Avondvierdaagse

Voor me liep een man die een onnavolgbaar verhaal vertelde tegen zijn dochter over brandende kabouterhuisjes, en dat met iedere stap die ze richting de finish nam er meer water beschikbaar zou zijn voor het blussen ervan.

De finish van de derde etappe van de avondvierdaagse lag nog geen tweehonderd meter verder maar de tranen die het meisje huilde leken mij voldoende om een heel kabouterdorp te blussen.

Je ziet ze vaker, ouders die op luide toon ‘en plein public’ hun kind terecht wijzen of van opvoedkundige tips proberen te voorzien. Meestal schiet mijn irritatiemeter gelijk in het rood van zulke mensen. Maar dat kan ook aan mij liggen. Ik kwam gisteren niet verder dan ‘als je nou een beetje door eet van die appel dan kunnen we zo nog een ijsje halen’. Nee, verwacht van mijn hand geen boek vol pedagogische wijsheden.

Bastiaan en zijn maatje klommen op heuvels, rolden door vers gemaaid gras en hadden de neiging om iedere keer voor je voeten te gaan lopen als je nét een beetje door kon lopen. Vaders hadden hun kantoorkloffie ingeruild voor een korte broek en de moeders liepen zonder uitzondering in zomerjurkjes waarbij de conclusie getrokken kan worden dat horizontale streepjes nog steeds in zijn. Bij een van de moeders bungelde een rugzak met daarop een eenhoorn en de naam van haar dochter. Een vijf-letterige naam met vier klinkers waarvan ik met de beste wil van de wereld niet kon raden hoe dit uit te spreken viel.

Op het terrein van de finish viel Bastiaan zijn appel ‘per ongeluk’ op de grond. Ik wilde op luide toon een angstaanjagend verhaal gaan vertellen over brandende kabouterhuisjes maar ik hield me in.

Het ijsje na afloop smaakte erg lekker. En als je het hoorntje op zijn kop hield was het net een puntmuts.

Strepsil

Bastiaan: “Hoe laat is het?”

Ik: “Iets voor half negen. Hoezo?”

Bastiaan: “Nou, ik heb nog steeds pijn in mijn keel en hierop staat dat je ze na 20:20 niet meer in mag nemen.”

Schaap

Buiten wijst het kwik 2 graden onder nul aan. Bastiaan trekt zijn laarzen aan en zijn dikste jas die vies mag worden. Bij boerderij Schieveen is de kans dat je vies wordt namelijk erg groot. Je mag er in de stallen de koeien, geiten, kippen en schapen te eten geven.

“Kom doe je ook je muts op. Het wordt echt enorm koud buiten.”

“Nee, dat vind ik zielig voor de schapen. Misschien is mijn muts wel gemaakt van hun wol.”

Typisch Bastiaan, de confrontatie uit de weg gaan en een groot hart voor dieren. Als ik zeg dat niemand daar over gaat mekkeren schiet hij in de lach en trekt zijn muts over zijn oren. Op het witte label dat uitsteekt staan de wasvoorschriften.

100% katoen.

Flitsen

De meeste activiteiten waar ouders bij betrokken worden op school vinden zelden op mijn vrije maandag plaats. Vandaar dat ik blij was dat ik bij de kleuters een aantal keren voor gympapa heb kunnen spelen (verhaal hier).

Vanaf groep drie wordt er op dinsdag en donderdag gegymd. Rond hun zesde jaar worden die gasten ook wel geacht zichzelf fatsoenlijk aan te kunnen kleden. Iets wat de eerste maanden niet altijd gebeurde. Niet zelden kwam Bastiaan met ‘binnenstebuiten’-sokken of een ‘binnenstebuiten’-onderbroek thuis. Een keer had hij zelfs zijn t-shirt verkeerd om aan. Toen ik vroeg of hij dacht dat het plaatje op zijn rug hoorde te zitten keek hij me schaapachtig aan en ging hij weer verder met buitenspelen.

Sinds groep 4 is mijn hulp wel weer nodig. Op de maandagochtenden, vlak na de tweede bel, help ik mee met flitsen. Dat heeft niets te maken met het bekeuren van ouders die te hard wegrijden van de parkeerplaats bij school (iets wat ook wel eens gebeurt), maar met het uitbreiden (en correct uitspreken) van hun woordenschat.

Een woord verschijnt een korte periode in beeld en dan moet het kind in kwestie het woord herhalen. In het begin zijn het woorden van één lettergreep en het wordt hoe langer hoe moeilijker. Als je het snel doet dan zie je in die minuut dezelfde rijtjes woorden voorbijkomen wat de snelheid en het zelfvertrouwen van de kinderen dan weer ten goede komt. Bastiaan hoeft eigenlijk niet geflitst te worden maar ik gebruik hem altijd als proefkonijn (en stiekem om te kijken hoe hij ervoor staat. Iedere ouder is hetzelfde, geloof me).

Bij een klein aantal andere kinderen is het wel nodig en ik doe het graag. Vaak hakkelen ze bij woorden met klemtonen (klém-tónen) of woorden die zó oud zijn dat zelfs ik ze de laatste twintig jaar niet in het openbaar uit heb horen spreken. Van de week keek een kereltje met een vraagteken boven zijn hoofd naar me toen het woord gulden voorbij kwam.  “Laat maar”, zei ik en we flitsten weer vrolijk verder. Bij het woord naakt moeten ze allemaal giechelen.

Een van de volgende woorden die voorbij kwam was ‘Hazen’ en dat werd door het mannetje consequent opgelezen als ‘Hazes’. Ik wist gelijk waar de muzikale voorkeur van zijn ouders lag.

Als we bij drie en vier lettergrepen komen verwacht ik nu eigenlijk in navolging van Hazes wel ‘rijm-woor-den-boek’ en ‘si-ga-ret-ten’. Bij het naar buiten lopen van de school had ik gelijk trek in ‘Hei-ne-ken’ want ‘bier’ is maar 1 lettergreep en dat is natuurlijk veel te makkelijk.

Romeinenplaatjes

“Je lijkt zelf wel een beetje op een jager-verzamelaar als het om dit soort dingen gaat”, Bastiaan kijkt op vanaf de IPad waar hij bezig is met het ontsnappen uit een digitale gevangenis.

Voor me liggen stapels ‘Oceaan-buddies’, een stickeractie van een van de grote supermarkten, om toch maar zoveel ouders met kinderen naar binnen te lokken. Na stickerboeken van Freek, ruimtevaartplaatjes, dino-plaatjes en voetbalplaatjes is dit het zoveelste boek dat straks volgestickert en wel in een kast terecht komt. En dan komt er zo weer een nieuw boek van Freek aan.

Om nog maar te zwijgen over de poppetjes gehad die je kon verzamelen: voor mijn gevoel zijn er een miljard smurfen, emoji’s en minions ons huis binnengesleept. Op de fruitschaal liggen nog twee moestuintjes te wachten om gepland te worden.

Enkele uitzonderingen daargelaten zijn het meestal de ouders of grootouders die zich drukker maken om een nog niet volledig boek, of een ontbrekende zegel voor een formule 1 wagen. Als die gasten net een beetje in de oceaan- modus zitten dient de nieuwe rage zich alweer aan. Het valt amper bij te houden.

“Jager-verzamelaars?, we zijn al bij de Romeinen hoor in groep 5b. Groep 5a moet daar nog aan beginnen. Geschiedenis is echt leuk papa.”

Heel even zie ik een gat in de markt. Het verzamelen van stickers van Romeinen. Mag ik van jou Commodus dan krijg je van mij Augustus? Ik zie de kinderen al in drommen staan bij de supermarkten. Met Julius Caesar als meest gewilde kaartje om te verzamelen.

Bastiaan toont me zijn nieuwste emoji van de Plus. Het is de drol-smiley en mijn idee verdwijnt als sneeuw voor de zon. Daar gaat die Caesar het nooit van winnen natuurlijk.

 

Klappertjes

Vroeger was niet alles beter, maar veel wel. Als wij niet op voet van oorlog leefden met de straat naast ons dan leefden we wel op voet van oorlog met elkaar. Soldaatje spelen was dagelijkse kost op het pleintje en de bosjes in de Sterrenwijk. Bij gebrek aan geweren gebruikten we takken. In de herfst konden we dennenappels gebruiken als handgranaten.

Toen ik voor mijn verjaardag (of de Sint, dat weet ik niet meer) een klappertjespistool kreeg, dat ik later weer kwijtraakte maar dat is een ander verhaal, was ik de koning te rijk. Van mijn zakgeld kocht ik bij de speelgoedwinkel klappertjes zodat onze oorlogstaferelen voor een kwartier lang echt als een slagveld klonken. Daarna waren de klappertjes op en riepen we gewoon ‘pang! pang!’

Na de soldaatjesperiode haalden we levensgevaarlijke stunts uit op net-niet crossfietsen en toen we er oud genoeg voor waren dronken we op vrijdagavond onze eerste biertjes in de soos. Je hoefde niet te laten zien hoe oud je was en het maakte niemand ook wat uit.

Tegenwoordig is alles overgereguleerd. Frisdrankautomaten worden uit de schoolkantines gehaald (wij hadden een automaat waar je voor een kwartje een cola-achtige substantie kreeg met voldoende suikers om een marathon op te lopen. Geen wonder dat we druk waren in de klas). Alles wat kind-zijn leuk maakt wordt in regeltjes gevangen.

Gisteren kwam Bastiaan thuis met een speelgoedgeweer, van zijn eigen zakgeld gekocht. En op de verpakking stonden klappertjes afgebeeld maar er zaten er geen bij. Om onze bloedeigen zoon ook de heerlijke zwavelgeur te gunnen na een schelle knal zijn Sandra en ik vandaag 5 verschillende winkels af geweest. Maar geen van deze winkels verkochten ze: te gevaarlijk, teveel herrie. Mensen schrikken ervan. Maar is dat niet juist de bedoeling?

Verbouwereerd van zoveel bemoeizucht ga ik Bastiaan na het eten leren hoe je van een PVC-buis en een handvol sterretjes een mooie rookbom kunt maken voordat ze al die jongens in doetjes willen veranderen. Dat zal ze leren!