Jens

Als de trainer het zou vragen zou hij ook als rechtsback of als keeper willen fungeren. En iedere zomer is het niet de vraag óf maar wanneer de nieuwe aankoop hem uit de basis zal houden. Maar er is een wetmatigheid in Rotterdam en dat is dat Jens Toornstra praktisch altijd terug in het elftal komt.

Voor hem gelukkig vaak op zijn geliefde middenveld want als rechtsbuiten kan hij in de ogen van veel supporters weinig goeds doen. Misschien was het de timing van het (nog niet door de club bevestigde) bericht, zo vlak na de verloren Klassieker. Een wedstrijd die alles verblindt. Plotsklaps waren de voorgaande 29, vaak erg amusante, wedstrijden dit seizoen vergeten. Van heroïsche potjes in Praag en Berlijn tot een dodelijk efficiënte topper in Eindhoven waar Toornstra twee keer doel trof. Alles was kut.

Net zoals heel Feyenoord speelde Toornstra zondag niet goed. Maar volgens de rechter, jury en beulen op internet was zijn grootste fout om daarna een dolletje te maken met Berghuis, een speler met wie hij vijf jaar in de kleedkamer heeft gezeten.

De tijden van Laseroms, de Wolf en Fraser bestaan niet meer en de meeste spelers zien elkaar buiten het veld ook vriendschappelijk. En ik vraag me af hoeveel aanstoot er genomen wordt als Toornstra met spelers van Den Haag of Utrecht op eenzelfde manier het veld afloopt, of wanneer Feyenoord zondag had gewonnen.

Dan ben je aanvoerder en geef je bijna 300 competitiewedstrijden alles voor de club en zeur je nooit als je weer eens op een andere positie in het veld staat. Maar dat ene lachje hé. Wij verdienen geen betere aanvoerder, onze aanvoerder verdient betere support.

Family Ties

Mijn jeugd werd gedomineerd door Amerikaanse tv-series met disfunctionele families. Daar vochten de families Ewing, Colby en Carrington elkaar de tent uit in de series Dallas en Dynastie. In Chicago zat Al Bundy op de bank te luieren terwijl zijn vrouw Peggy al zijn geld uitgaf. Ook bij de families in Family Ties en Who’s the Boss was er altijd wel iets aan de hand. Van een fijn familiegevoel was nergens sprake.

Datzelfde gevoel krijg ik altijd als men over de Feyenoord-familie spreekt. Behalve een liefde voor de club Feyenoord is er nergens harmonie. Dat bleek weer na de bekendmaking dat Mark Koevermans stopte als Algemeen Directeur. De eerste stofwolken waren nog niet neergedaald of het ging alweer over afkoopsommen, de angst voor een beslissing over het stadiondossier en een bericht dat de rest van het bestuur Koevermans toch wilde lozen. Het gedrag van de heren Van Bodegom en Moussault op de persconferentie versterkten het familiegevoel allerminst.

De pijlen voor een nieuwe Algemeen Directeur zijn nu gericht op de vrij onbekende Dennis Te Kloese. Werkzaam in Amerika, het moederland der televisieseries.

Een andere serie uit mijn jeugd was The A-Team. Om onbegrijpelijke redenen werden zij altijd opgesloten in een schuur vol lasapparaten, staal en landbouwvoertuigen om zich zo een weg naar buiten te kunnen vechten.

In Rotterdam hebben we minder Dallas en Dynastie nodig en meer van The A-Team om eindelijk eens schoon schip te maken in de wirwar van belangen, commissies en clubjes die onze club al tientallen jaren in een houdgreep houden.

Reikhalzend kijk ik uit naar een persconferentie waar de nieuwe directeur, gehuld in een wolk van sigarenrook, en na talloze hervormingen binnen de club gevoerd te hebben de aanwezige pers aankijkt en de legendarische woorden spreekt:

‘I love it when a plan comes together.’

De vierde keer Rotterdam

In het startvak naast met staat een lantaarnpaal. Niet eentje waar je in een dronken bui tegenaan gaat pissen maar een levende lantaarnpaal. Althans, de lantaarnpaal bestaat nu nog uit drie delen: een loper, de paal die hij zometeen via een soort bretels om zijn lichaam doet en het onderstel. Later lees ik in de krant dat het gevaarte zo’n 27 kilo weegt en dat de loper in kwestie er ingeluisd is door zijn maten. Hij zal dit jaar de Rotterdamse marathon als lantaarnpaal gaan volbrengen.

Ik vond hem grappig.

Zelfs zonder de 27 kilo weet ik dat de marathon zwaar gaat worden. Het is gewoonweg een afstand waar je niet mee moet spotten. De meeste twijfels zitten (behalve een gebrek aan een goede looptechniek) bij mij aan het gebrek aan 30+’ers richting mijn zevende marathon. Lange afstanden lopen in warm weer is simpelweg niet mijn ding en toen de 35 kilometer testloop op het programma stond was ik op pad voor de Roparun. Ik zal het met een flink aantal 20+’ers en twee keer dertig moeten doen. 

Wandelend naar KPN in de ochtend. Anderhalf uur later stond het hier vol met mensen.

Een voordeel is echter wel dat ik mijn beste twee marathons in het najaar liep. De kustmarathon, een van de zwaarste marathons in Nederland, in 2019 in een tijd van 3:58:58. En mijn PR op de tisvoorniks-marathon in 3:38:28. Het koelere weer ligt mij beter ondanks dat de marathons toch wel dicht op de grote vakantie liggen, een vakantie waar er gewoon genoten moet worden en ik de biertjes niet laat staan. Van te voren liet ik al doorschemeren dat ik ergens rond de 3:45 door wilde komen. Dat leek me wel realistisch. 

Op de Schiedamsedijk was het wachten tot de laatste tonen van het ‘you’ll never walk alone’ wegstierven en de eerste lopers weggeschoten werden voor hun 42,195 kilometer richting de finish op de Coolsingel. Ikzelf stond in starwave twee dus moest nog even wachten op mijn start maar om 10:07 was het zover. Rustig de Erasmusbrug over en oppassen dat er niemand op je hak loopt.

Het grootste deel van de route speelt zich af op Rotterdam-Zuid: langs De Kuip richting het 10 kilometerpunt en dan via IJsselmonde naar het Havenspoorpad waar de sponspost bemand werd door vrijwilligers van de Kieviten een welkome verfrissing bood. Op kilometer zes had ik nog even snel een bosje opgezocht om een liter of wat aan gedronken water en isotone sportdrank te lozen.

Op naar het keerpunt op de Slinge en het 20 kilometerpunt als je Ahoy net gepasseerd bent. Aan de laan op Zuid lijkt geen einde te komen voordat je voor de tweede keer de Erasmusburg mag bedwingen. Op dat moment had ik mijn race in blokken van 5 kilometer opgedeeld. Per 5 kilometer even bij de waterpost stoppen, wandelend wat drinken en weer verder. Op deze manier kon de hartslag ook weer even zakken. Na de Erasmusbrug komt het gemene tunneltje bij de Blaak waar de kubuswoningen in de verte aangeven dat je het 30 kilometerpunt gaat naderen. Een mooi punt omdat je dan wel redelijk kan inschatten hoe lang je er over gaat doen. 

Het is ook het punt waar je de lopers aan de andere kant ziet lopen die al bijna klaar zijn. In het bos wordt het voor iedereen bikkelen. Ik hield het tot kilometer 33 vol maar toen kreeg ik een steek in mijn zij en moest ik weer even piesen. En als je eenmaal stilgestaan hebt is het lastig om weer in het ritme te komen en begin je de pijntjes te voelen. De laatste tien kilometers gingen beduidend langzamer ondanks dat iedereen ‘JEROEN, KOM OP!!’ in je oor aan het schreeuwen was. 

Na het bos de kwam de drukte van de stad weer en dan eindelijk, eindelijk de Coolsingel op.  Een vuist in de lucht, een brede grijns en het stilzetten van het sporthorloge. Finishtijd 3:48:26 en dus tevredenheid bij mij. Met pap in de benen mijn medaille in ontvangst nemen en met koptelefoon op en luisterend naar Feyenoord wandelend terug richting het kantoor van KPN aan de andere kant van de Maas. Toen ik eenmaal klaar was met omkleden en een massage hoorde ik via Rijnmond dat Malacia de 2-3 scoorde. Een mooi eind van een mooie dag.

Mensen die er fris en fruitig uitzien na een marathon zijn niet, ik herhaal niet, te vertrouwen.

De Leeuw van Vlaanderen

Er zijn genoegen dagen dat ik niet aan Bart Goor denk. Sterker nog, alleen rond mijn eigen verjaardag denk ik heel soms aan Bart Goor. Dat zit zo, we zijn namelijk exact even oud. En iedere keer als 9 april in de buurt komt voel ik me schuldig, schuldig omdat ik een aandeel heb gehad in het vertrek van Bart Goor bij Feyenoord.

Het was een mooie oktoberdag in het onooglijke Noorse plaatsje Skien. Het rook er naar linoleum en er viel weinig te beleven. Voor ons niet, maar voor de spelers van Feyenoord nog minder. Wij gingen naar de kroeg en aten een shoarma bij een kerel die een half jaar in Lelystad had gewoond en nog wonderbaarlijk goed Nederlands sprak. Maar de spelers waren veroordeeld tot het hotel, hetzelfde hotel waarin wij verbleven en zodoende hadden we goed zicht op wat ze zoal deden rondom een Europese uitwedstrijd. Het antwoord laat zich raden. Niets.

Het was het tijdperk voor de smartphones en in de lobby van het hotel stond een computer waarop Salomon Kalou en Romeo Castelen een wedstrijd deden wie er meer zoekresultaten had op Google. De rest van de selectie zat in een andere ruimte te kaarten. Het hield, kortom, niet over.

Na een middag op het terras, het was voor Noorse begrippen vrij warm voor de tijd van het jaar, werd het zachtjes aan tijd om onze jassen in het hotel op te halen en richting stadion te gaan. In de lift troffen we Pascal Bosschaart en Bart Goor. Bosschaart kon nog wel lachen om onze verhalen maar mijn verhandeling over de leeuw van Vlaanderen kon op weinig bijval rekenen van mijn leeftijdsgenoot. Aan het gezicht van Bart Goor kon je zien dat hij baalde dat hij de trap niet genomen had.

Bart Goor hield het na 1 seizoen voor gezien bij Feyenoord. Officieel vanwege het matige aankoopbeleid voor het seizoen na onze ontmoeting in Noorwegen. Ik weet wel beter.

 

ps. Verslag staat hier http://www.peenvogel.nl/fotos-feyenoord-en-voetbaltrips/skien-2/