Roparun 2021, de triple of tri-pél met team Jatogniettan

Op een winderige zaterdagmiddag bevind ik mezelf op het parkeerterrein van de Limburgse omroep L1. Blijkbaar gebeurt er zelden iets in onze meest zuidelijke provincie want het gebouw maakt een uitgestorven indruk. Iets verderop zijn nog net de lichtmasten van de Geusselt zichtbaar. Een stadion waar ik mooie herinneringen aan koester vanwege een tropische dinsdagavond in 1993. Maar we zijn hier niet voor het voetbal, we zijn hier voor de Roparun.

Het A-gedeelte van ons team is iets na het middaguur vertrokken vanaf het Pinkpopterrein in Landgraaf. Dankzij alle Corona-maatregelen zat een normale editie met Pinksteren er, net als vorig jaar, niet in. Het feit dat het terrein waar we gestart zijn bekendheid dankt aan een festival dat doorgaans met pinksteren gehouden wordt is een mooie speling van het lot.

We streken na maanden van voorbereiding op vrijdagmiddag neer in een klein dorpje niet ver van Landgraaf vandaan. Op een camping waar de haan, maar vooral de kerkklok, ons behoorlijk uit de slaap hield. Daar hielp geen bier en BBQ tegenop. Het was er voor de rest zo donker en zo stil dat de meesten van ons het al rond 21:00 uur voor gezien hielden. We wisten wat ons te wachten stond: namelijk een rondje van ruim 300 kilometer door Limburg en Brabant heen.

Tegenover het parkeerterrein van L1 treffen we de laatste voorbereidingen voor ons vertrek. En als Menno, Brigitte en Richard in zicht komen is er de eerste wissel, nadat Saskia onder luid gejuich was gestart. Een korte high-five en boks en wij gaan op pad. Team B bestaat uit Pascal en Lisette als fietsers. Richard en Peter zijn de chauffeurs en Gert-Jan, Frank, Jan en ik lopen. In die volgorde. We hebben afgesproken om telkens 1500 meter per loper te rennen. Zodoende hebben de chauffeurs ongeveer 8 minuten de tijd om die 1500 meter te overbruggen en een plek te zoeken waar de bus mag staan. In de berm parkeren is verboden dus heel soms loop als loper iets meer, en minder vaak loop je iets minder. Maar de mannen achter het stuur werken samen als een klok en iedere 1500 meter is het busje binnen zicht. Pascal wijst de weg op de fiets en Lisette zorgt voor de veiligheid als achterste fietser en bedient de muziek en zorgt voor de gesprekken.

NEIN NEIN NEIN

We komen langs lelijke laagbouw op industrieterreinen maar ook door de prachtige Maasvallei. Door het vestingstadje Stevensweert waar in de weilanden de runderen ons aanstaren en we even verderop appels van de lokale bevolking krijgen. Bij Maasbracht steken we, als de avond valt, de Maas over. Aan de andere kant zien we de lichtjes van Wessem en hier krijg ik wel weer het Roparun-gevoel. De dansende lichtjes van de andere teams in de verte, busjes die je voorbij rijden en plaatsen waar ik nog nooit geweest ben.

In Grathem is een van de wisselpunten die we een paar maanden geleden al bezocht hebben. In een minutieus bijgehouden draaiboek van Menno (wat zouden we zonder hem moeten?) staat alles beschreven. Wanneer de lichtvesten aan moeten, welk eten we meenemen en waar we slapen. En het hele team weet: na Grathem gaan we in Geldrop slapen. Vlakbij het huis van Nikki haar vader die een frietkot, toiletten en douches voor ons heeft geregeld. We komen in een gespreid bedje terecht dankzij onze kwartiermakers, en onze masseurs houden ons op de been. Zonder hen geen Roparun. Alleen de regen kan ons humeur bederven. En regenen doet het, maar het humeur blijft opperbest. Voornamelijk omdat de voertaal in de bus van team B een soort koeterwaals Duits is geworden en de grappen niet van de lucht zijn.

Brabantse nachten zijn lang

Na een korte (nacht)rust worden we wakker gemaakt met de mededeling dat team A er bijna is. We hebben nog 40 minuten om ons om te kleden, nog even wat te eten en te drinken en op naar het wisselpunt. Daar gaat het bijna mis, maar bijna is niet helemaal. We tikken Dennis af en gaan de koude en natte nacht in. Iets na twaalf uur rennen we langs het Stratumseind in Eindhoven waar de kroegen net dichtgaan. Met het busje geparkeerd en de volgende loper klaar staan we naast een bushalte vol verbaasde en aangeschoten mensen die zich (terecht) afvragen wat we aan het doen zijn.

De Roparun was dit jaar een route met de klok mee (die namen wij) en een route tegen de klok in. Maar de eerste teams die we uit tegenovergestelde richting aan zagen komen zorgden toch voor wat verwarring. Je wilde ze bijna de andere kant op schreeuwen maar het klopte natuurlijk wel.

Na het plaatsje Gerwen kwam er een provinciale weg waar geen einde aan leek te komen. Langs boerderijen met blaffende honden en villa’s met gigantische oprijlanen. Het enige wat er nog aan ontbrak was een opname van Undercover langs de kant van de weg. We waren stiekem al aan het wachten op Ferry die in vet Brabants een liquidatie aan het uitvoeren was. Het was een lange etappe maar we waren van te voren al gewaarschuwd. Brabantse nachten zijn nu eenmaal lang.

In Sevenum was het wisselpunt. Op een dorpsplein voor de Aldi stond team A te stuiteren om weer weg te mogen gaan. Op pad voor een iets te lange etappe. Wij reden richting het stadion van VVV waar ze een Bertry-achtige sfeer wilden opwekken met rookworst en chocoladebroodjes. Door het weer kwam die sfeer er niet echt in. Maar de rookworst en een bakkie thee smaakten opperbest.

De volgende slaap en wisselplek was in Susteren. We hadden een mooi veld gevonden op het parkeerterrein van het station. Want je kunt eenvoudig weg niet overal je tenten opzetten. Met dichtslaande deuren, een aggregaat dat aangaat en gepraat van het team moet je simpelweg rekening houden met anderen. Maar mijn hemel, wat kwamen er een boel treinen langs station Susteren. Als je had gezegd dat we naast een rangeerterrein hadden geslapen had ik het ook geloofd. Maar niet miepen, we hebben zelf voor deze plek gekozen.

Landgraaf

Door de lengte van de etappe van team A hebben we meer dan genoeg tijd voor wat eten, slaap en massages. En als team A in zicht komt klinkt er gejuich en mogen wij op pad. Team A is klaar en kan (heel even) genieten van hun welverdiende rust. Wij zetten koers richting Landgraaf. Via Sittard, Munstergeleen en windraak waar ik een poging doe om Fons en Jeannette te spotten verder richting Brunssum. Vanaf daar is het de laatste 11 kilometer run-bike-run. We hebben twee extra fietsen mee dus er lopen twee lopers tegelijkertijd en de andere twee zitten op de fiets net zoals Pascal en Lisette die aan hun laatste kilometers in het zadel bezig zijn.

We passeren het gebouw van de NATO en daarna komt de Brunssummerheide die bij ons westerlingen vooral bekend staat om de zaak Nicky Verstappen. Er zitten een paar lelijke klimmetjes langs deze heide en we zijn blij dat we in Landgraaf zijn. Nog iets minder dan 2 kilometer en alle teams om ons heen ruiken de stal. Ineens gaat het hard. Buiten het Pinkpop-terrein zie ik Fons en Jeannette alsnog en na een high-five gaan we het terrein op en de finish over waar de rest van het team staat.

Fietsen aan de kant en daarna in de rij om feestvierend onder de symbolische finishboog door te gaan. De Roparunvogel en Nelli Cooman vieren het feestje mee. Een feestje dat in de feesttent op het terrein en daarna in een kroeg, waarvan de eigenaren eigenlijk om 7 uur dicht wilden, voortgezet werd. Het werd een avondje vol gezang, tripels, pizza’s en mistige hoofden de volgende ochtend.

Om in de stijl van Frank te blijven: Roparun 2021, wir haben es geschafft!!!

Eeuwige dank aan (in willekeurige volgorde) Pascal, Richard K, Richard S, Lisette, Jan, GertJan, Jeroen O,  Peter, Frank & Saskia, Warren, Leo, Astrid, Walter, Dennis, René, Bastiaan, Brigitte en uiteraard mijn partners in crime Menno en Nikki.

Alle donateuren bedankt en meer dan speciale dank aan Sandra en Bastiaan die weer moesten dealen met al dat Roparun-gedoe. Maar ja, ze waren wel een weekendje van me af 😉

 

Wat rijmt er op Haringvlietbrug? Geen weg terug. Verslag Roparun 2019

Gelukkig veranderen sommige dingen nooit. Op de hoek van de Avenue des Entrepeneurs (mooie naam, de ondernemersstraat) zit nog steeds de supermarkt met de redelijk briljante naam ‘Paristanbul’. Hier stonden Menno en ik geparkeerd tijdens de 2016 editie van de Roparun om de lopers als chauffeurs te begeleiden.

Op dit punt heb je er ongeveer zeven kilometer op zitten vanaf de start. Zeven kilometer door een behoorlijke gribus-buurt met kebabzaken en vormeloze flats. En dan ineens ben je pats boem op het Franse platteland. Het enige dat aan een grote stad in de buurt herinnert is een behoorlijk grote elektriciteitscentrale midden in een weiland. De Roparun was nu echt aan de gang, want begonnen was hij al maanden eerder.

Net als vorig jaar waren Nikki, Menno en ik er snel uit. In 2019 zouden we gewoon weer mee gaan doen met de Roparun. Een berichtje in de Whatsapp-groep, die eigenlijk nooit stil is blijven staan na de finish in 2018, was de opmaat naar een nieuw avontuur. Zelfde naam, voor het grootste gedeelte dezelfde mensen.

De rolverdeling qua organisatie was wederom duidelijk: Menno de algehele coördinatie en planning, Nikki de financiën, teamcaptain en communicatie met de Roparun. Ik deed de PR naar buiten toe en ronselde nog wat mensen. Maanden aan voorbereiding gingen eraan vooraf. Sponsors zoeken, onze donateurs bedanken en een roadtrip naar Frankrijk om nieuwe pleisterplaatsen te ontdekken.

Daarna volgden lijstjes, lijstjes en nog meer lijstjes. Met als doel om zoveel mogelijk via sponsors te kunnen regelen. Boodschappen, busjes en nog veel en veel meer. We kookten met zijn allen onze maaltjes in de Stayokay en toen was het de donderdag voor Pinksteren. Als een militaire operatie werden de vrachtwagens gevuld met spullen die we nodig hadden tijdens de 532 kilometer van Parijs naar huis. Veldbedden, tenten en kookgerei. En heel veel eten en drinken. Heel veel.

Etappe 1. Parijs – Mortefontaine

In de bus op weg naar Parijs kregen we van Smulbeer allemaal een ansichtkaart met een persoonlijke boodschap erop. Een boodschap die bij eenieder binnen kwam getuige de vochtige ogen. Op dit specifieke moment werd het fundament van team A gelegd. Toen ik daarna van Nikki hoorde dat ik als loper mocht starten had ik zelfs geen praatjes meer. En dat voor de communicatieman.

Op het startterrein was het nogal onrustig. Niet alleen vanwege de storm maar ook doordat het hele team uit volle borst het door stewardess Angela geschreven lied meebrulde. De bak van de vrachtwagen, die tijdelijk als eetzaal dienstdeed, deinde vrolijk op en neer op de klanken van het jatogniettan-lied. En waar andere teams het (te) serieus aanpakken kozen wij voor de feesttent. Misschien wel het gevaarlijkste stuk van de Roparun want je moet wel nog 532 kilometer naar huis. En met een kater rennen is niks.

StartloperT

Op zaterdag zwaaiden we het eerste team uit en dat was toevallig team 149 waarmee ik mijn eerste Roparun-avontuur beleefde. Gelukkig kon ik Jacco nog net een handje geven voor hun start. Het was sowieso een soort van reünie want bij diverse andere teams liepen Kieviten, RRC’ers en andere bekenden. Om 13:36 was dan eindelijk de start. De start van hetgeen we al maanden naar toe leefden.

Om te mogen starten is mooi, echt mooi. De eerste meters liep ik naast een kerel die behoorlijke zijn turbo opentrok en die ik nadien nog een paar keer heb gezien. De eerste 1500 meter waren zo voorbij en toen was Oppie aan de beurt, daarna Angela en daarna ik weer. Haasje over, met Lisette voor ons op de fiets als navigator. Het eerste stuk is druk met stoplichten, stoepen en wandelaars en zodoende kom je pas echt in je ritme bij de supermarkt Paristanbul. Hier kon de derde fiets de bus in en was het tijd voor Saskia om te gaan lopen. De achterste fiets was vanaf nu voor Richard.

Aan Nikki en Smulbeer de taak om na 1500 meter een veilig plekje te zoeken om een nieuwe loper eruit te laten. Dat valt in het begin nog niet mee want er zijn zoveel teams onderweg. En langs de Franse weilanden barst het nou niet van de parkeerplaatsen. Wel van klaprozen en slaperige dorpjes. Dorpjes waar er zonder uitzondering in het centrum een monument staat ter nagedachtenis aan de gevallenen van de eerste wereldoorlog. En toen waren we bij Mortefontaine, een stop die we een jaar eerder ook deden.

Na 34 kilometer was het klaar en kon het popelende team B ook op pad met hun eerste etappe.

Etappe 2. Villers-sur-Coudon – Beauvois-En-Vermandois

Onze pleisterplaats was dezelfde als vorig jaar. Toen al een aangename verrassing qua locatie maar dit jaar waren er zelfs douches beschikbaar. Slapen in de buitenlucht, na een massage om de spanning van de kuiten wat weg te halen, zat er helaas niet in. Toen ik net op mijn Bert en Ernie wilde gaan liggen, kwam er een weerswaarschuwing. Bij ons regende het niet maar team B kreeg het op die etappe al voor hun kiezen. 

De afspraak is dat als het andere team op 12 kilometer afstand is iedereen die slaapt wakker gemaakt wordt. Zodoende heb je een uur de tijd om nog wat te eten en je nieuwe hardloopkloffie aan te trekken. Met lichtvest want het was inmiddels al acht uur geweest. De telefooncel waar ik vorig jaar een telefooncelfie nam was helaas verdwenen. Zelfs hier hebben ze mobiele dekking.

We bedankten de kwartiermakers voor de goede zorgen en met een cameraploeg van RTV Lansingerland in ons kielzog vingen we team B op. Die konden door naar de volgende stop. Wij liepen de zonsondergang tegemoet. En wat een mooie zonsondergang werd het. Het was nog lekker warm en de zon zakte langzaam achter de horizon, het platteland een oranje gloed gevend.

Het mooie van de Roparun is dat je met je fietsers gesprekken over van alles en nog wat hebt (dit keer veel geschiedenis), de bus instapt als je afgetikt bent om vervolgens 20 minuten weer verder te gaan waar je gebleven was. Op deze manier gingen de kilometers snel. Het leek op deze avond wel of iedereen in Frankrijk zich verstopt had in zijn huizen. Heel af en toe kwamen we langs een huis waar het licht wel aan brandde. Maar over het algemeen liepen we kilometer na kilometer dorp in en dorp uit zonder Fransen te zien.

Op een gegeven moment passeer je een bordje waarop de naam van het riviertje staat waar je overheen loopt. ‘la Somme’ staat er achteloos geschreven. Alsof de naam van dit riviertje niet symbool staat voor de meer dan een miljoen doden die er in 1916 op het slagveld vielen. In het donker zorgen de lichtvesten van alle teams voor een lang rood lint door een pikzwarte nacht. Dat zouden ze eens moeten filmen vanuit de lucht. De honden die ons in 2018 nog blaffend tegemoet renden bij iedere boerderij lagen nu blijkbaar te slapen. Ik heb ze nauwelijks gehoord.

Etappe 3. Saint-Python – Baudour

Het bericht dat team B op 12 kilometer afstand was kwam tegelijk met het starten van het aggregaat. Bij het wakker worden bleek dat we op het dorpsplein naast het team van de Gouden Griffel stonden. Vorig jaar kwamen we door dit dorpje heen en kochten we bij de Boulanger (die op dit tijdstip op pinksterzondag al open was) vers brood en taartjes. Alsof we nog niet genoeg zoetigheid bij ons hadden. Het was mijn beurt om te gaan lopen en de spieren hadden wat moeite met de eerste kilometers.

Deze etappe zou ons richting België brengen en op een gegeven moment deden we haasje over met een in het geel gestoken team. De loper in kwestie bleek Robin te kennen. Twee shifts later had ik er weer een deelnemer aan een peenvogeltrip bij. Tijdens het lopen en rijden zie je op iedere plek langs de weg teams staan die daar hun kampement hebben opgebouwd. Sommigen met tenten, anderen met campers en er zijn ook teams met bussen en vrachtwagens. Af en toe zie je deelnemers in de buitenlucht slapen in een stoel, en her en der hangen de handdoeken aan een waslijntje tussen twee busjes te drogen. De Roparun is overal.

De bakker in Saint-Python hadden we overgeslagen maar Saskia had al een dreigement geuit dat als ze geen tartelette citron te eten zou krijgen er wat zou zwaaien. Bij de eerste bakker die wel open was lagen er drie in de vitrine en niet veel later in bus 335. Voor de fietsers hadden we ook nog wat vers stokbrood gekocht en vooral het verbaasde gezicht van Lisette toen ze ineens een stokbrood in haar mandje kreeg was schitterend.

Escarmain, Capelle, Ruesmes en ineens staat daar Quiévrechain op de borden. Dat is bijna België wist ik van de vorige keren. Kwam het door de muziek die Lisette draaide? De gesprekken met Richard? Of de grappen en grollen met de rest van het busje dat deze etappe zo snel ging? Aan de andere kant van de grens ligt Quievrain en dan zijn we ineens in België. Dorpjes met kerkpleinen en begraafplaatsen maken plaats voor de typische Belgische lintbebouwing. En alle rolluiken zitten dicht.

In het eerste gedeelte van Quievrain stikt het van de tabakswinkels, nicotinetoerisme tiert welig hier. We gaan op weg naar een sportcomplex nabij Bergen, in Wallonië letterlijk vertaalt naar Mons. Zo makkelijk kan het zijn. Aan de andere kant van de weg komen tientallen offroad-motoren onze kant op. Geen idee wat ze gaan doen maar het zijn er enorm veel. De flatgebouwen op dit stuk kunnen wel wat onderhoud gebruiken. Met hun betonnen balkons lijkt het wel een goedkoop hotel uit Benidorm. Alleen de Engelse vlaggen ontbreken nog.

Bij een grote supermarkt vlak voor onze stop stonden flink wat teambusjes die snel nog wat zaken kopen. Het is de eerste grote winkel die ik openzie en dan ineens komt het stukje route mij bekend voor. Hier hadden Martin, Menno en ik rondgereden om een slaapplaats uit te kiezen. Na de nodige high-fives mocht B weer op pad en reden wij richting Asbeek. Alwaar we bij een kleine voetbalclub een mooi plaatsje hadden bedacht.

Tijdens de site-survey was het er uiteraard verlaten, maar bij aankomst bij de kantine stond er al een ander team. Dat kwam achteraf goed uit want zij hadden blijkbaar een afspraak met de voetbalclub gemaakt over het gebruik van de kantine en de kleedkamers. Nu moet je kleedkamer niet al te letterlijk nemen. In de hoek van het ballenhok was een kleine ruimte waarin een douchecabine was gefabriceerd. Het water was ijskoud maar dat deerde niet. Even het zweet afspoelen was al lekker genoeg.

Na een massage was het tijd om even te gaan slapen totdat team B er weer aan kwam. Chauffeurs Ward en Peter hadden zich verkleed als dokters en met mondkapje en al dwongen ze iedereen tot een dopingtest, we gingen blijkbaar te hard.

Etappe 4. Asbeek – Kruibeke

Het voordeel van team A is dat je door Zele heen mag. En dat vooruitzicht hadden we toen we op pad gingen door België. Bij de tweede shift voelde ik mijn hamstring alweer opspelen. Gelukkig had Oppie een soort van wondermiddel bij zich dat waarschijnlijk nooit door de dopingcontrole heen zou komen. Maar het zorgde er wel voor dat we door konden blijven lopen. Nadeel was dat dit spul nog feller ging branden als het nat werd. En dat werd het wel door het zweet.

In de dorpen en steden die we nu passeerden was het feest. Overal stonden er mensen langs de kant die op deze pinksterzondag tafels en stoelen hadden buiten gezet. Biertje erbij en wat te eten. Eten kregen wij ook van de toeschouwers. Cake, bananen en zelfs friet en chocolade. Je bent in België of je bent het niet. In Dendermonde zat het hele plein vol met mensen en toen kwam Zele. Ondanks dat we er een stuk vroeger waren dan vorig jaar was het er gewoon al druk. De speaker maakte wat raars van onze naam maar het mooiste moest nog komen. Het thema in Zele was vuur en daarom hadden we speelgoed brandweerhelmen gekocht. Met een sirene bovenop. Nu had het vuurthema echter met een draak te maken en zodoende werden wij als team van de brandweer aangekondigd.

Team brandweer

Na Zele was het een stukje run-bike-run en overal langs de straat stonden kaarsen te branden. Bij een toiletstop voor Zele zag ik al een heel team in een kring een moment van stilte houden rondom een groep waxinelichtjes. Deze lichtjes symboliseerden waarschijnlijk bekenden die kanker helaas niet overleefden.

Na Zele loop je parallel aan de Schelde en dan weet je dat Antwerpen eraan komt. En voor Antwerpen onze wissel in Kruibeke. Hier en daar zaten mensen in cafés een biertje te doen en op de hoek van de straat stonden broodmachines te wachten op klandizie. Het was bijna middernacht.

Etappe 5. Halsteren – Numansdorp

Als er in de Dikke van Dale een definitie van herboren zou moeten staan dan kun je onze stop in Halsteren daarmee kunnen omschrijven. Een warm bakkie thee, een douche en slapen in het warme restaurant van het zwembad. Voordat mijn oor het kussen raakte sliep ik al.

Het bekende ‘nog 12 kilometer’ klonk toch als een onaangename verrassing want ik lag zo lekker te slapen. Kleren aan, tas inpakken en spullen klaarzetten die mee moeten op de fiets. De etappes zijn vanaf hier alleen nog maar run-bike-run en ieder team pakt dat weer anders aan. Wij gingen met de vier lopers en Nikki op pad. Zij was nog nooit mee geweest op dit stuk.

Besloten werd om kilometers te gaan lopen. De 1500 meters de etappe ervoor had toch wel voor wat fysieke ongemakken gezorgd bij een aantal lopers waaronder ikzelf. Langs de kant van de weg zaten mensen die net wakker waren of nog wakker waren voor hun huis. Overal klonk carnavalsmuziek. Sommige mensen zaten aan de thee, anderen nog aan het bier. We kregen van de toeschouwers weer eten en drinken. Aardbeien, cake, thee en water. In Willemstad zie je aan de andere kant Numansdorp al liggen maar eerst moet je de Haringvlietbrug nog over. De laatste kilometers van onze etappes. Per loper zeker 65 kilometer in de benen.

Het laatste stuk kwam alles eruit. Grappen en grollen, en keihard meezingen op zelfverzonnen teksten. Ik mocht door Numansdorp heen lopen en kwam Kees, Jan, Phary en Bianca tegen die speciaal voor mij daar stonden te wachten. Daarna mocht Angela het afmaken om na een lange sprint in de armen van haar man te springen. Onder luid gejuich van team B.

Finish Rotterdam

Terwijl team B en alle newbees op weg waren richting de finish gooiden wij de meeste spullen alweer in de loods en vertrokken wij daarna richting Rotterdam. Bij de Unilever voor de deur werd kamp extra ingericht. Met onze vlaggen in de hand moedigden we de andere teams aan die voorbijtrokken totdat we in de verte onze bekende zwarte shirts aan zagen komen. En ondanks dat we ze slechts een paar uur daarvoor hadden uitgezwaaid was het toch een emotioneel moment. Het familiehuis hakt er altijd in. Met tranen in de ogen vervolgden we onze weg.

Vanaf de echte finish trokken we als een team richting Binnenrotte. Geflankeerd door vrienden en bekenden en opgewacht door familie en vrienden. Een mengeling van trots, vreugde en verdriet toen we onze dierbaren weer terugzagen. Grote jongens die het tijdens de Roparun droog weten te houden. Met de gerbera in de ene hand en een biertje in de andere kwamen we onder applaus over de finish na een behoorlijk vlekkeloze Roparun. De biertjes erna waren verdiend en nog voor het afscheid had iedereen het over volgend jaar.

Het aftellen naar 2020 is nu al begonnen. De Roparun-blues kickte er al in voordat ik rozig in de metro zat. Met mijn hardloopkloffie aan, mijn medaille om mijn nek en mijn meest dierbaren om me heen. #janken.

Eeuwige dank aan deze herinneringen in willekeurige volgorde: Ward, Martin, Tristan, Brigitte, Pascal, René, Oppie, Lisette, Smulbeer, Warren, Richard, Frank, Saskia, Gert-Jan, Claudia L, Claudia D, Peter, Walter, Angela en vooral aan Menno en Nikki zonder wie dat avontuur nooit plaats had kunnen vinden.

Extra dank aan Sandra en Bastiaan die ongetwijfeld gek werden van al dat ‘geroparun’. Volgend jaar Pinksteren zullen ze me echter weer moeten missen. Een keer Roparun…..

Even poolshoogte nemen op de route

Met Menno en Martin heen en weer naar Frankrijk om slaapplaatsen voor de Roparun te bekijken. Trip down memorylane omdat veel plaatsen waar we doorheen kwamen ik de vorige edities ook gelopen heb.

Onze weg werd twee keer versperd door een omgevallen boom en voor de rest kwamen we ‘le coq sportif’ tegen en kan Menno zijn auto wel een wasbeurt gebruiken. We kwamen langs de bakker waar we vorig jaar croissants kochten en langs heel veel gesloten rolluiken in België.

Negen uur onderweg, een miljard kilometers en een paar mooie plekken gezien. Doneren op ons team? Dat kan via https://donaties.roparun.nl/doneren?team=923

Vaseline, Piraten en grafhonden. Roparun 2018

Op de Haringvlietbrug daalt het besef pas echt in, ik ben bijna aan het einde van mijn laatste shift. Nog een paar keer 1000 meter hardlopen en dan tikken we team B af die, samen met een aantal teamleden van de ondersteuning, de laatste vierendertig kilometer gaan lopen van Numansdorp naar Rotterdam. Dat is een schitterende etappe want je komt door de feestende dorpen in de Hoeksche Waard én je loopt Rotterdam in, het Ro-gedeelte van de RoParun. De 65 kilometer hardlopen zitten erop. 

Maar het verhaal begint in Parijs, het Pa-gedeelte van de Roparun. Nou ja, eigenlijk begint het verhaal veel en veel eerder. Op 8 november van het vorige jaar om precies te zijn. Op die datum gaven we in de WhatsApp-groep van de 2017 editie aan dat we in 2018 weer zouden gaan. Wat volgde wat een stortvloed aan apps in die groep die tot op dit moment nog niet gestopt is. Van serieuze zaken tot complete onzin. Het opzoeken van het allereerste bericht in die groep leverde me zojuist mijn tweede Roparun-blessure op, een blaar op mijn vinger van het swipen. De andere is een blaar op mijn kleine teen door een compressiekous die net niet goed zat.

De foto op de heuvel.

Na 8 november gingen we los. We zochten en kregen sponsoren, er werd een logo ontworpen. We collecteerden, deden sponsorlopen en er werd gegeten in restaurants. Er werd gegokt op marathontijden, deden zelf de voorbereiding voor het eten tijdens de Roparun. Op socialmedia bestookte ik familie en kennissen tot op de rand van het toelaatbare met de vraag of ze mij, maar dus eigenlijk de Roparun, wilden steunen.

En toen was het zaterdagmiddag 19 mei rond de klok van halfdrie. Unaniem was besloten dat Peter mocht starten. De blijdschap van het horen dat hij mee kon als loper was al onbetaalbaar, laat staan de blijdschap toen hij hoorde dat hij mocht starten. Als er iemand een gunfactor heeft dan is het die ouwe reus wel.

Het draaien van “you’ll never walk alone” is mooi voor onze start maar maakt het ook wat zwaar. Het hele team staat in tranen af te tellen. Links Peter in het start-vak van de lopers en rechts Monique, Brigitte en Carin op de fiets. Na het aftellen gaan ze van start. Met zijn grote lijf torent Peter boven de andere lopers uit, de dames volgen hem pijlsnel op de fiets.

De vrijdagavond op het startterrein was gezellig, zo gezellig dat ik uit voorzorg om tien uur mijn slaapzak opzocht. Het bier in de feesttent vloeide rijkelijk en met een kater starten leek me niet echt bevorderlijk. Een willekeurige voorbijganger had nooit verwacht dat wij, dat zooitje ongeregeld, een dag later aan een tocht van 532 kilometer hardlopen zouden gaan beginnen. En toch was dat wat we gingen doen.

Tijdens de BBQ deden Angela en Monique een verkleed-act als stewardessen waarbij ze o.a. slippers en oogmaskers uitdeelden die heel handig van pas kwamen het hele weekend. Daarna volgde de introductie van een nieuw lijflied over vaseline. Een nummer dat niemand meer uit zijn systeem kreeg de rest van het weekend.

Polonaise

Om de hoek van de supermarkt Paristanbul mocht de lopers bus van Menno en Tristan weer ondersteuning bieden. Als vierde loper wachtte ik samen met Angela tot de rest terugkwam van het eerste stuk run-bike-run en waar ik eindelijk zelf een stuk mocht gaan hardlopen. Vorig jaar ging het met vier lopers op de fiets faliekant mis met de route. Vandaar dat Carin als navigator mee ging tijdens het eerste gedeelte. Het volgen van zo’n fiets-Garmin is geen kinnesinne.

De eerste etappe was 34 kilometer lang en opgedeeld in stukken van 1500 meter hardlopen. Met een fietser voor je en een fietser achter je loop je naar het volgende punt waar het busje klaarstaat om de volgende loper het asfalt op te spuwen.

De nacht op het startterrein was koud geweest maar deze zaterdag is het behoorlijk warm. De weer-apps geven 19 graden aan maar het voelt veel warmer. Ik passeer de bushalte waar ik tijdens mijn allereerste Roparun stond te wachten. Na 34 kilometer staat lopersbus B te wachten met Marcel, Nikki, Dennis, Harrie, Ward, Peter en Oppie. Nu kunnen zij ook eindelijk op pad. Vanaf Mortefontaine naar Villers-sur-Coudon. Via de groeps-app lieten ze weten dat ze een stop-and-go hadden gekregen maar daar blijkt niets van waar te zijn. Wat volgt is een confetti-gevecht tussen beide busjes. De toon is gezet.

In Villers-sur-Coudon, een typisch Frans dorpje met een kerk een boerderij en een gesloten Tabac hebben de heren en dame van de ondersteuning inmiddels een basiskamp opgebouwd op een grasveld voor de tennisclub. Af en toe komen Fransen kijken wat er nu aan de hand is maar over het algemeen zijn de dorpjes slaperig zoals altijd. Net zo slaperig als team A dat probeert om maximale rust te pakken voordat we weer aan de gang moeten.

Mediamannetje

Het eten van Andrew valt in de smaak bij het hongerige team A. Walter en Claudia maken de spieren los bij de lopers en fietsers. We hebben maar een paar uur de tijd op dit basiskamp voordat we weer aan de slag moeten.

Als team B op 1 uur afstand van het basiskamp is worden iedereen gewekt. Ik trek mijn spullen aan voor de nachtetappe en vraag aan Pascal, die de vrachtwagen met eten en drinken bestuurt om wat te drinken. Het is nog licht maar na acht uur moet iedereen zijn lichtvestje aan. Als het kamp is opgeruimd lopen we langzaam maar zeker naar de hoek van de straat om team B op te vangen en voor de wissel.

Brigitte was gefinisht en dus ben ik aan de beurt om te beginnen met lopen. Vijftienhonderd meter en dan mag Peter de bus uit. Daarna Monique dan Brigitte en dan ik weer. Een kilometerslange versie van tikkertje. Ondertussen kletsend met Angela en Carin die ons de wegwijzen en beschermen. Het wordt snel donker en op een gegeven moment zie je alleen nog maar de rode lampjes van de andere teams en de knipperende lichtjes van de windmolens.

Witte sokken, maar geen badslippers.

Voor de herkenbaarheid van onze bus heeft Harrie een groene lamp in de vorm van een cricketbat gemaakt. Het groene schijnsel in de donkere Franse nacht werkt letterlijk als baken in de verte. Het komt ook de snelheid van de wissels ten goede want van een afstand lijken in het donker alle busjes op elkaar. En van een afstand lijken alle fietsers en lopers op elkaar.

Bij een drempel in een van de donkere Franse dorpjes maak ik bijna een buikschuiver. Deze drempel had voor mijn gevoel de hoogte van een van de verdedigingswerken langs de Franse kust ten tijde van D-Day. In de verte blaft er een hond en voor de rest is het stil. Heel erg stil.

Bij Douilly tikken we team B af. Zij gaan lopend op pad naar Bertry en wij met het busje. Binnen no-time ligt het hele busje te slapen. We zijn op weg naar het dorpje waar de rookworst en chocoladebroodjes tijdens mijn allereerste Roparun een prettige verrassing was. De Hemaworst in Bertry is een begrip geworden.

Ons kamp staat op dezelfde plek als vorig jaar. De tenten uit de wind en zodoende is deze nacht iets aangenamer dan de koude nacht op het startterrein. Een nacht die voor ons gevoel dagen geleden was. Er wordt ontbeten met tosti’s en koppen thee én met een gaatje voor de Hemaworst natuurlijk. Dansend halen we team B binnen en weer mag ik de etappe starten. Van Bertry in Frankrijk naar Thulin in Belgie, 60 kilometer verderop.

Veel van deze route herken ik van het jaar dat ik samen met Menno reed voor team Gers. De dorpjes, de pleinen en de kerken. Bij een van de kerken zien we een Fransman met een krant en stokbroden voorbijlopen. En daar hadden we zin in. Niet in de krant maar in vers brood. Als ik na mijn stuk van 1500 meter weer instap hebben Mo en Menno een alpinopet op en ruikt de bus naar vers brood. De plaatselijke Boulanger is met een bezoekje vereerd.

Richting Thulin begint het langzaam maar zeker warmer te worden en in de bus wordt flink wat water gedronken. En natuurlijk smurfensap. We leven op zaken waar suiker in zit. Bananen, wit brood en repen waarop staat dat ze natuurlijk zijn maar waar een hoeveelheid suiker inzit waar je een week op kunt leven.

Een kleine juichkreet klinkt als we de grens passeren. In Quiévrain verkopen de winkels alleen maar drank en sigaretten zoals ieder ander grensdorpje in lang vervlogen tijden. Het is nog een paar kilometer naar Thulin, het dorpje waar Menno ons vorig jaar met een bliksembezoek vereerde. Nu zit hij zelf achter het stuur en ik durf mijn hand erom te verwedden dat hij volgend jaar zijn loopschoenen aan heeft.

Een keer een fatsoenlijke hardloopfoto.

Het kamp in Thulin doet vertrouwd aan. Hier sliep ik vorig jaar op een stretcher in de buitenlucht vlak naast het moment ter nagedachtenis van de gevallenen in de eerste wereldoorlog. Een oorlog die nooit ver weg is in Noord-Frankrijk en België. Langs veel van de wegen waar we over lopen zijn begraafplaatsen of groeien er klaprozen. Voor de Britten het symbool van deze oorlog.

Team B gaat de warmte in en wij rijden naar Borchtlombeek waar we weten dat de familie van Angela en Monique daar zal zijn. Wat we niet weten is dat Rachelle, Leonie en Marcel er ook zijn. Het wordt een gezellige boel voor de gesloten supermarkt in dit dorpje onder de rook van Brussel.

Onze tijdelijke overburen vragen wat we hier komen doen en even later staat de politie naast ons kamp. Wat we hier aan het doen zijn. De overburen konden we geruststellen met een portie heerlijk eten van Andrew. De agenten zijn iets meer volhardend. Tot een paar keer toe controleren we of we hier wel goed staan. De route komt hier toch langs? Waarom weet de politie dan van niets?

Na het eten is het rusten geblazen, slapen gaat niet lukken met deze hitte. Team B krijgt het na de waterkoude nacht wéér voor hun kiezen. De bus die naast onze kamp stopt is van RTV Lansingerland. De zender die ons volgt en waar Peter als razende reporter materiaal voor aanlevert. Als hij weer eens midden in de nacht live in de uitzending mag komen krijgt de presentator er geen speld tussen. Er volgt een minutenlange monoloog over de Roparun.

Basiskamp in Borchtlombeek.

De mannen van RTV Lansingerland vragen wie de eerstvolgende loper is en wederom ben ik dat. Ik krijg een microfoon opgespeld en deze 1500 meter rijden ze voor ons met de camera en het verzoek of ik even schuin naast Carin wil lopen om in beeld te komen. Nu heb ik me wel opgeworpen als socialmedia-slettenbak met aandacht trekkerige neigingen van een fitgirl maar dat betekent niet dat ik per se op de voorgrond hoef te treden. Maar ze wilden de eerste loper interviewen en dat ben ik toevallig.

De bus met cameraman rijdt iets te hard waardoor mijn horloge aangeeft dat ik 4:12 per kilometer loop. Dat is een iets te stevig tempo om fatsoenlijk te kunnen praten. Dit gedeelte is een run-bike-run en de wagen van RTV Lansingerland trekt de aandacht van de organisatiewagen. Zij mogen hier wel rijden maar de open deuren waaruit gefilmd werd vond de organisatie geen goed idee. Bij de volgende wissel geven we de zender en microfoon terug en wij gaan verder met onze etappe. In het verrassend mooie Dendermonde keken we onze ogen uit en kregen we cake en drinken.

Dit is etappe 7 en we zijn onderweg naar Temse maar dit is ook de route naar Zele. En in Zele is het een gekkenhuis. Vorig jaar was het thema Schotland en toen liepen Dennis, Andrew en Peter in kilt op het plein. Dit jaar besloten we het grootser aan te pakken. Toen we wisten dat het thema in 2018 piraten was ontstond er volop lol op de groepsapp. Het ene na het andere gekochte pak kwam voorbij.

Het verbaasde me hoeveel teams niets afweten van Zele en de thema’s. Die razen dan als een stelletje saaie pieten door het dorp heen terwijl je er daar juist een feestje van moet maken. Alle 22 man van ons team ging in piratenkledij en met fakkels door het dorp heen. Jochem, Bouchra en Lars waren allemaal naar Zele gekomen. Aangevuld met de vrienden van die middag was het een hele bonte stoet. Via het spandoek dat we bij ons hadden deden we een groet aan Zele. De batterij was weer opgeladen voor de rest van de tocht. Nog 16 kilometer te gaan tot de wissel. De duisternis viel nu echt in en in de straten na Zele stonden veel mensen op straat met een drankje in hun handen. We liepen high-fives uitdelend verder.

Shine bright like a diamond.

De zestien kilometer naar Temse voelden zwaar. Op een parkeerplaats werd er gewisseld en konden wij naar Halsteren rijden waar Walter het zwembad voor ons geregeld had. In het zwembad was het behaaglijk warm en kon ik het zweet van de voorgaande dagen van mij af spoelen. Het moment dat mijn oren de stretcher raakte was ik weg. Ik heb zelden zolang geslapen tijdens een voorgaande Roparun.

Als team B in de buurt is moeten we nog haasten om te kunnen wisselen. Dit gedeelte is een run-bike-run met alleen de lopers in actie. Bijna 45 kilometer naar de rotonde tussen Numansdorp en Klaaswaal. We hebben besloten om kilometers te gaan rennen. Op mijn horloge hou ik bij wanneer we een kilometer weg zijn en dus van loper moeten wisselen. We kregen aardbeien, drinken en zelfgemaakte cake. In Willemstad haalt de KMA ons in. Die zijn twaalf uur later dan ons gestart en op zo’n 40 kilometer van de finish halen ze ons met een bloedvaart in.

Dat vertoon van snelheid inspireert eerst Monique en daarna Brigitte hetzelfde te doen. We knallen door Willemstad heen. Aan de overkant ligt Numansdorp maar daarvoor moet je eerste de Haringvlietbrug over. En daarmee begon ik dit verhaal. We zijn op weg naar de laatste wissel en worden het laatste stuk vergezeld door Henk van ’t Halve Maatje die ons op de racefiets tegemoetkwam. Peter wordt geïnterviewd door RTV Lansingerland die dat dit keer keurig door de zijdeur doen.

Het zit erop. 

Vorig jaar was het op dit punt dat we er een sprintwedstrijd van gingen maken. Toen fietsten we daarna nog de etappe mee. Nu weten we dat het hierna klaar is. Een raar gevoel maar we hebben veel gegeven.  Vorig jaar mocht het hele team nog mee van de organisatie maar dat is nu beperkt tot 10 mensen. Ik had mijn plek al afgestaan omdat ik de rest van het team, die nog veel meer arbeid moeten verzetten dan de lopers, het ook gun.

Maar nu in Numansdorp had ik ook niet meer het gevoel dat ik ruim 34 kilometer fietsen fysiek had getrokken. We tikken af en gaan op weg naar Wings in Rotterdam. Op de A15 kwamen we erachter dat de benzinemeter in de bus van Ward het niet doet. Daar stonden we dan op de vluchtstrook. Gelukkig kwam Walter na een half uur met een jerrycan diesel onze kant op want de politiewagen achter ons begon zijn geduld met ons te verliezen. Hoe hij het doet weet ik niet maar Walter is nooit iets teveel. Vorig jaar stond hij slapend te masseren en dit jaar is de glimlach op zijn gezicht gebeiteld. Net zoals zijn onafscheidelijke zonnebril.

Vanuit Wings vertrekken we richting Rotterdam-zuid. De finish is bij de Willemsbrug op het Noordereiland. Familie en vrienden lopen met ons mee als de rest van ons team gearriveerd is. Mijn ouders, zus en Patrick zijn er ook bij. Met het spandoek met sponsors in onze handen lopen we de brug over. Ik kijk naar de mensen die ik er dit jaar mede ingeluisd heb en zie tranen bij Angela en een lach van oor tot oor bij Martin.

Team 335, wat een helden.

Via de overblaak komen we aan op de Binnenrotte. Feestend, lachend en huilend lopen we het plein op. Ik zie Sandra en Bastiaan en knuffel ze allebei. De Roparun vergt ook veel van je naasten. Het is niet zomaar een stukje lopen. Ik til Bastiaan op en neem hem net zoals de voorgaande jaren mee de finish over. 48 uur na ons vertrek staan we nu op het podium voor de foto.

Na een paar biertjes in Barclays stap ik ietwat rozig in de metro naar huis. Door mijn hardloopkloffie en medaille zien de medepassagiers wel wat ik gedaan heb. De man tegenover me heeft lovende woorden over voor de prestatie. Ik ben ook trots op mezelf maar nog meer op het team want zonder het team zou dit allemaal niet mogelijk geweest zijn.

Vanuit de  grond van mijn hart dank ik Peter, Ward, Tristan, Monique, Claudia, Brigitte, Carin, Marcel, Angela, Richard, Harrie, Oppie, Dennis, Walter, Warren, Pascal, Andrew, Martin, Smulbeer en uiteraard Nikki en Menno. En dikke liefde voor Sandra en Bastiaan die de afgelopen maanden met al dat Roparun-gedoe hebben moeten dealen.  

Je doet het niet voor de medaille maar toch ben je trots als je hem krijgt.