Even poolshoogte nemen op de route

Met Menno en Martin heen en weer naar Frankrijk om slaapplaatsen voor de Roparun te bekijken. Trip down memorylane omdat veel plaatsen waar we doorheen kwamen ik de vorige edities ook gelopen heb.

Onze weg werd twee keer versperd door een omgevallen boom en voor de rest kwamen we ‘le coq sportif’ tegen en kan Menno zijn auto wel een wasbeurt gebruiken. We kwamen langs de bakker waar we vorig jaar croissants kochten en langs heel veel gesloten rolluiken in België.

Negen uur onderweg, een miljard kilometers en een paar mooie plekken gezien. Doneren op ons team? Dat kan via https://donaties.roparun.nl/doneren?team=923

Vaseline, Piraten en grafhonden. Roparun 2018

Op de Haringvlietbrug daalt het besef pas echt in, ik ben bijna aan het einde van mijn laatste shift. Nog een paar keer 1000 meter hardlopen en dan tikken we team B af die, samen met een aantal teamleden van de ondersteuning, de laatste vierendertig kilometer gaan lopen van Numansdorp naar Rotterdam. Dat is een schitterende etappe want je komt door de feestende dorpen in de Hoeksche Waard én je loopt Rotterdam in, het Ro-gedeelte van de RoParun. De 65 kilometer hardlopen zitten erop. 

Maar het verhaal begint in Parijs, het Pa-gedeelte van de Roparun. Nou ja, eigenlijk begint het verhaal veel en veel eerder. Op 8 november van het vorige jaar om precies te zijn. Op die datum gaven we in de WhatsApp-groep van de 2017 editie aan dat we in 2018 weer zouden gaan. Wat volgde wat een stortvloed aan apps in die groep die tot op dit moment nog niet gestopt is. Van serieuze zaken tot complete onzin. Het opzoeken van het allereerste bericht in die groep leverde me zojuist mijn tweede Roparun-blessure op, een blaar op mijn vinger van het swipen. De andere is een blaar op mijn kleine teen door een compressiekous die net niet goed zat.

De foto op de heuvel.

Na 8 november gingen we los. We zochten en kregen sponsoren, er werd een logo ontworpen. We collecteerden, deden sponsorlopen en er werd gegeten in restaurants. Er werd gegokt op marathontijden, deden zelf de voorbereiding voor het eten tijdens de Roparun. Op socialmedia bestookte ik familie en kennissen tot op de rand van het toelaatbare met de vraag of ze mij, maar dus eigenlijk de Roparun, wilden steunen.

En toen was het zaterdagmiddag 19 mei rond de klok van halfdrie. Unaniem was besloten dat Peter mocht starten. De blijdschap van het horen dat hij mee kon als loper was al onbetaalbaar, laat staan de blijdschap toen hij hoorde dat hij mocht starten. Als er iemand een gunfactor heeft dan is het die ouwe reus wel.

Het draaien van “you’ll never walk alone” is mooi voor onze start maar maakt het ook wat zwaar. Het hele team staat in tranen af te tellen. Links Peter in het start-vak van de lopers en rechts Monique, Brigitte en Carin op de fiets. Na het aftellen gaan ze van start. Met zijn grote lijf torent Peter boven de andere lopers uit, de dames volgen hem pijlsnel op de fiets.

De vrijdagavond op het startterrein was gezellig, zo gezellig dat ik uit voorzorg om tien uur mijn slaapzak opzocht. Het bier in de feesttent vloeide rijkelijk en met een kater starten leek me niet echt bevorderlijk. Een willekeurige voorbijganger had nooit verwacht dat wij, dat zooitje ongeregeld, een dag later aan een tocht van 532 kilometer hardlopen zouden gaan beginnen. En toch was dat wat we gingen doen.

Tijdens de BBQ deden Angela en Monique een verkleed-act als stewardessen waarbij ze o.a. slippers en oogmaskers uitdeelden die heel handig van pas kwamen het hele weekend. Daarna volgde de introductie van een nieuw lijflied over vaseline. Een nummer dat niemand meer uit zijn systeem kreeg de rest van het weekend.

Polonaise

Om de hoek van de supermarkt Paristanbul mocht de lopers bus van Menno en Tristan weer ondersteuning bieden. Als vierde loper wachtte ik samen met Angela tot de rest terugkwam van het eerste stuk run-bike-run en waar ik eindelijk zelf een stuk mocht gaan hardlopen. Vorig jaar ging het met vier lopers op de fiets faliekant mis met de route. Vandaar dat Carin als navigator mee ging tijdens het eerste gedeelte. Het volgen van zo’n fiets-Garmin is geen kinnesinne.

De eerste etappe was 34 kilometer lang en opgedeeld in stukken van 1500 meter hardlopen. Met een fietser voor je en een fietser achter je loop je naar het volgende punt waar het busje klaarstaat om de volgende loper het asfalt op te spuwen.

De nacht op het startterrein was koud geweest maar deze zaterdag is het behoorlijk warm. De weer-apps geven 19 graden aan maar het voelt veel warmer. Ik passeer de bushalte waar ik tijdens mijn allereerste Roparun stond te wachten. Na 34 kilometer staat lopersbus B te wachten met Marcel, Nikki, Dennis, Harrie, Ward, Peter en Oppie. Nu kunnen zij ook eindelijk op pad. Vanaf Mortefontaine naar Villers-sur-Coudon. Via de groeps-app lieten ze weten dat ze een stop-and-go hadden gekregen maar daar blijkt niets van waar te zijn. Wat volgt is een confetti-gevecht tussen beide busjes. De toon is gezet.

In Villers-sur-Coudon, een typisch Frans dorpje met een kerk een boerderij en een gesloten Tabac hebben de heren en dame van de ondersteuning inmiddels een basiskamp opgebouwd op een grasveld voor de tennisclub. Af en toe komen Fransen kijken wat er nu aan de hand is maar over het algemeen zijn de dorpjes slaperig zoals altijd. Net zo slaperig als team A dat probeert om maximale rust te pakken voordat we weer aan de gang moeten.

Mediamannetje

Het eten van Andrew valt in de smaak bij het hongerige team A. Walter en Claudia maken de spieren los bij de lopers en fietsers. We hebben maar een paar uur de tijd op dit basiskamp voordat we weer aan de slag moeten.

Als team B op 1 uur afstand van het basiskamp is worden iedereen gewekt. Ik trek mijn spullen aan voor de nachtetappe en vraag aan Pascal, die de vrachtwagen met eten en drinken bestuurt om wat te drinken. Het is nog licht maar na acht uur moet iedereen zijn lichtvestje aan. Als het kamp is opgeruimd lopen we langzaam maar zeker naar de hoek van de straat om team B op te vangen en voor de wissel.

Brigitte was gefinisht en dus ben ik aan de beurt om te beginnen met lopen. Vijftienhonderd meter en dan mag Peter de bus uit. Daarna Monique dan Brigitte en dan ik weer. Een kilometerslange versie van tikkertje. Ondertussen kletsend met Angela en Carin die ons de wegwijzen en beschermen. Het wordt snel donker en op een gegeven moment zie je alleen nog maar de rode lampjes van de andere teams en de knipperende lichtjes van de windmolens.

Witte sokken, maar geen badslippers.

Voor de herkenbaarheid van onze bus heeft Harrie een groene lamp in de vorm van een cricketbat gemaakt. Het groene schijnsel in de donkere Franse nacht werkt letterlijk als baken in de verte. Het komt ook de snelheid van de wissels ten goede want van een afstand lijken in het donker alle busjes op elkaar. En van een afstand lijken alle fietsers en lopers op elkaar.

Bij een drempel in een van de donkere Franse dorpjes maak ik bijna een buikschuiver. Deze drempel had voor mijn gevoel de hoogte van een van de verdedigingswerken langs de Franse kust ten tijde van D-Day. In de verte blaft er een hond en voor de rest is het stil. Heel erg stil.

Bij Douilly tikken we team B af. Zij gaan lopend op pad naar Bertry en wij met het busje. Binnen no-time ligt het hele busje te slapen. We zijn op weg naar het dorpje waar de rookworst en chocoladebroodjes tijdens mijn allereerste Roparun een prettige verrassing was. De Hemaworst in Bertry is een begrip geworden.

Ons kamp staat op dezelfde plek als vorig jaar. De tenten uit de wind en zodoende is deze nacht iets aangenamer dan de koude nacht op het startterrein. Een nacht die voor ons gevoel dagen geleden was. Er wordt ontbeten met tosti’s en koppen thee én met een gaatje voor de Hemaworst natuurlijk. Dansend halen we team B binnen en weer mag ik de etappe starten. Van Bertry in Frankrijk naar Thulin in Belgie, 60 kilometer verderop.

Veel van deze route herken ik van het jaar dat ik samen met Menno reed voor team Gers. De dorpjes, de pleinen en de kerken. Bij een van de kerken zien we een Fransman met een krant en stokbroden voorbijlopen. En daar hadden we zin in. Niet in de krant maar in vers brood. Als ik na mijn stuk van 1500 meter weer instap hebben Mo en Menno een alpinopet op en ruikt de bus naar vers brood. De plaatselijke Boulanger is met een bezoekje vereerd.

Richting Thulin begint het langzaam maar zeker warmer te worden en in de bus wordt flink wat water gedronken. En natuurlijk smurfensap. We leven op zaken waar suiker in zit. Bananen, wit brood en repen waarop staat dat ze natuurlijk zijn maar waar een hoeveelheid suiker inzit waar je een week op kunt leven.

Een kleine juichkreet klinkt als we de grens passeren. In Quiévrain verkopen de winkels alleen maar drank en sigaretten zoals ieder ander grensdorpje in lang vervlogen tijden. Het is nog een paar kilometer naar Thulin, het dorpje waar Menno ons vorig jaar met een bliksembezoek vereerde. Nu zit hij zelf achter het stuur en ik durf mijn hand erom te verwedden dat hij volgend jaar zijn loopschoenen aan heeft.

Een keer een fatsoenlijke hardloopfoto.

Het kamp in Thulin doet vertrouwd aan. Hier sliep ik vorig jaar op een stretcher in de buitenlucht vlak naast het moment ter nagedachtenis van de gevallenen in de eerste wereldoorlog. Een oorlog die nooit ver weg is in Noord-Frankrijk en België. Langs veel van de wegen waar we over lopen zijn begraafplaatsen of groeien er klaprozen. Voor de Britten het symbool van deze oorlog.

Team B gaat de warmte in en wij rijden naar Borchtlombeek waar we weten dat de familie van Angela en Monique daar zal zijn. Wat we niet weten is dat Rachelle, Leonie en Marcel er ook zijn. Het wordt een gezellige boel voor de gesloten supermarkt in dit dorpje onder de rook van Brussel.

Onze tijdelijke overburen vragen wat we hier komen doen en even later staat de politie naast ons kamp. Wat we hier aan het doen zijn. De overburen konden we geruststellen met een portie heerlijk eten van Andrew. De agenten zijn iets meer volhardend. Tot een paar keer toe controleren we of we hier wel goed staan. De route komt hier toch langs? Waarom weet de politie dan van niets?

Na het eten is het rusten geblazen, slapen gaat niet lukken met deze hitte. Team B krijgt het na de waterkoude nacht wéér voor hun kiezen. De bus die naast onze kamp stopt is van RTV Lansingerland. De zender die ons volgt en waar Peter als razende reporter materiaal voor aanlevert. Als hij weer eens midden in de nacht live in de uitzending mag komen krijgt de presentator er geen speld tussen. Er volgt een minutenlange monoloog over de Roparun.

Basiskamp in Borchtlombeek.

De mannen van RTV Lansingerland vragen wie de eerstvolgende loper is en wederom ben ik dat. Ik krijg een microfoon opgespeld en deze 1500 meter rijden ze voor ons met de camera en het verzoek of ik even schuin naast Carin wil lopen om in beeld te komen. Nu heb ik me wel opgeworpen als socialmedia-slettenbak met aandacht trekkerige neigingen van een fitgirl maar dat betekent niet dat ik per se op de voorgrond hoef te treden. Maar ze wilden de eerste loper interviewen en dat ben ik toevallig.

De bus met cameraman rijdt iets te hard waardoor mijn horloge aangeeft dat ik 4:12 per kilometer loop. Dat is een iets te stevig tempo om fatsoenlijk te kunnen praten. Dit gedeelte is een run-bike-run en de wagen van RTV Lansingerland trekt de aandacht van de organisatiewagen. Zij mogen hier wel rijden maar de open deuren waaruit gefilmd werd vond de organisatie geen goed idee. Bij de volgende wissel geven we de zender en microfoon terug en wij gaan verder met onze etappe. In het verrassend mooie Dendermonde keken we onze ogen uit en kregen we cake en drinken.

Dit is etappe 7 en we zijn onderweg naar Temse maar dit is ook de route naar Zele. En in Zele is het een gekkenhuis. Vorig jaar was het thema Schotland en toen liepen Dennis, Andrew en Peter in kilt op het plein. Dit jaar besloten we het grootser aan te pakken. Toen we wisten dat het thema in 2018 piraten was ontstond er volop lol op de groepsapp. Het ene na het andere gekochte pak kwam voorbij.

Het verbaasde me hoeveel teams niets afweten van Zele en de thema’s. Die razen dan als een stelletje saaie pieten door het dorp heen terwijl je er daar juist een feestje van moet maken. Alle 22 man van ons team ging in piratenkledij en met fakkels door het dorp heen. Jochem, Bouchra en Lars waren allemaal naar Zele gekomen. Aangevuld met de vrienden van die middag was het een hele bonte stoet. Via het spandoek dat we bij ons hadden deden we een groet aan Zele. De batterij was weer opgeladen voor de rest van de tocht. Nog 16 kilometer te gaan tot de wissel. De duisternis viel nu echt in en in de straten na Zele stonden veel mensen op straat met een drankje in hun handen. We liepen high-fives uitdelend verder.

Shine bright like a diamond.

De zestien kilometer naar Temse voelden zwaar. Op een parkeerplaats werd er gewisseld en konden wij naar Halsteren rijden waar Walter het zwembad voor ons geregeld had. In het zwembad was het behaaglijk warm en kon ik het zweet van de voorgaande dagen van mij af spoelen. Het moment dat mijn oren de stretcher raakte was ik weg. Ik heb zelden zolang geslapen tijdens een voorgaande Roparun.

Als team B in de buurt is moeten we nog haasten om te kunnen wisselen. Dit gedeelte is een run-bike-run met alleen de lopers in actie. Bijna 45 kilometer naar de rotonde tussen Numansdorp en Klaaswaal. We hebben besloten om kilometers te gaan rennen. Op mijn horloge hou ik bij wanneer we een kilometer weg zijn en dus van loper moeten wisselen. We kregen aardbeien, drinken en zelfgemaakte cake. In Willemstad haalt de KMA ons in. Die zijn twaalf uur later dan ons gestart en op zo’n 40 kilometer van de finish halen ze ons met een bloedvaart in.

Dat vertoon van snelheid inspireert eerst Monique en daarna Brigitte hetzelfde te doen. We knallen door Willemstad heen. Aan de overkant ligt Numansdorp maar daarvoor moet je eerste de Haringvlietbrug over. En daarmee begon ik dit verhaal. We zijn op weg naar de laatste wissel en worden het laatste stuk vergezeld door Henk van ’t Halve Maatje die ons op de racefiets tegemoetkwam. Peter wordt geïnterviewd door RTV Lansingerland die dat dit keer keurig door de zijdeur doen.

Het zit erop. 

Vorig jaar was het op dit punt dat we er een sprintwedstrijd van gingen maken. Toen fietsten we daarna nog de etappe mee. Nu weten we dat het hierna klaar is. Een raar gevoel maar we hebben veel gegeven.  Vorig jaar mocht het hele team nog mee van de organisatie maar dat is nu beperkt tot 10 mensen. Ik had mijn plek al afgestaan omdat ik de rest van het team, die nog veel meer arbeid moeten verzetten dan de lopers, het ook gun.

Maar nu in Numansdorp had ik ook niet meer het gevoel dat ik ruim 34 kilometer fietsen fysiek had getrokken. We tikken af en gaan op weg naar Wings in Rotterdam. Op de A15 kwamen we erachter dat de benzinemeter in de bus van Ward het niet doet. Daar stonden we dan op de vluchtstrook. Gelukkig kwam Walter na een half uur met een jerrycan diesel onze kant op want de politiewagen achter ons begon zijn geduld met ons te verliezen. Hoe hij het doet weet ik niet maar Walter is nooit iets teveel. Vorig jaar stond hij slapend te masseren en dit jaar is de glimlach op zijn gezicht gebeiteld. Net zoals zijn onafscheidelijke zonnebril.

Vanuit Wings vertrekken we richting Rotterdam-zuid. De finish is bij de Willemsbrug op het Noordereiland. Familie en vrienden lopen met ons mee als de rest van ons team gearriveerd is. Mijn ouders, zus en Patrick zijn er ook bij. Met het spandoek met sponsors in onze handen lopen we de brug over. Ik kijk naar de mensen die ik er dit jaar mede ingeluisd heb en zie tranen bij Angela en een lach van oor tot oor bij Martin.

Team 335, wat een helden.

Via de overblaak komen we aan op de Binnenrotte. Feestend, lachend en huilend lopen we het plein op. Ik zie Sandra en Bastiaan en knuffel ze allebei. De Roparun vergt ook veel van je naasten. Het is niet zomaar een stukje lopen. Ik til Bastiaan op en neem hem net zoals de voorgaande jaren mee de finish over. 48 uur na ons vertrek staan we nu op het podium voor de foto.

Na een paar biertjes in Barclays stap ik ietwat rozig in de metro naar huis. Door mijn hardloopkloffie en medaille zien de medepassagiers wel wat ik gedaan heb. De man tegenover me heeft lovende woorden over voor de prestatie. Ik ben ook trots op mezelf maar nog meer op het team want zonder het team zou dit allemaal niet mogelijk geweest zijn.

Vanuit de  grond van mijn hart dank ik Peter, Ward, Tristan, Monique, Claudia, Brigitte, Carin, Marcel, Angela, Richard, Harrie, Oppie, Dennis, Walter, Warren, Pascal, Andrew, Martin, Smulbeer en uiteraard Nikki en Menno. En dikke liefde voor Sandra en Bastiaan die de afgelopen maanden met al dat Roparun-gedoe hebben moeten dealen.  

Je doet het niet voor de medaille maar toch ben je trots als je hem krijgt.

 

Het grote Peenvogeljaaroverzicht 2017, deel 4.

December is nog niet voorbij maar wat ik de laatste twee weken van dit jaar nog uitspook valt allemaal op deze website te lezen. Voor nu een laatste terugblik. De maanden oktober, november en december. Waarin weer een heleboel gebeurde.

Oktober begon ik in Breda. Samen met Carin en Marcel (en nog wat andere lopers) liep ik de Bredase Singelloop (verslag hier). Met een tijd van min of meer exact 1:45 was ik uitermate tevreden. Zeker omdat we de eerste 13 kilometer veel te snel liepen voor de vorm (lees: bier op vakantie en lekker eten) waarin ik verkeerde. Het was een geslaagde middag in Breda.

Na de halve marathon van Leiden en die in Dublin was deze wedstrijd (en gelopen tijd) een bevestiging wat ongeveer mijn niveau is. Met drie tijden tussen de 1:42 (Leiden) en 1:47 (Dublin) kan ik niet meer dan tevreden zijn.

Een week later stond de grote Peenvogeltrip weer op de planning. Met 35 man op weg naar Engeland. En het begint nogal een cliché te worden maar ook deze was weer legendarisch. We werden al helden onthaald in North Ferriby met o.a. een interview op de radio en een item op de website van de BBC (mijn leven is compleet). De wedstrijd zelf was ook meer dan vermakelijk. Het werd 3-3 met een paar wereldgoals en voor dit niveau meer dan prima voetbal. Grootste pluspunt was dat het blijkbaar niemand meer uitmaakt naar welk niveau we gaan. Dat komt goed uit want (bijna) alle betaald voetbalclubs in de buurt van de boot hebben we al gehad. Klik hier voor het verslag (klikkerdeklik).

Samen met Bastiaan greep ik een enorm warme oktobermaandag aan om eens te gaan kijken in het Archeon. Het sloot precies aan bij het thema waar ze het op dat moment op school over hadden. Erg mooi om te zien dat hij en Yaro er enorm veel over wisten en honderduit over Romeinen en de middeleeuwen aan het praten waren. Het was een enorm geslaagde dag.

Geslaagder dan de prestaties van Feyenoord in oktober. Daar viel op een incidentele wedstrijd na werkelijk niets positiefs over te melden. In het oktoberoverzicht dus ook geen enkele foto van Rotterdams trots.

In november tobte ik nogal met pijnlijke scheenbenen. Dat maakte hardlopen een vrij pijnlijke exercitie. De behandeling ertegen was waarschijnlijk nog pijnlijker. Maar alles voor de goede zaak.

Begin november vierde Bastiaan zijn achtste verjaardag, met een zwem- en slaapfeestje. Het werd een dolle boel bij ons thuis waar uiteindelijk iedereen op een andere plek sliep dan oorspronkelijk bedacht.

Waar het de vorige jaren bijna traditiegetrouw een nieuw stadion per maand bezochten kwam daar door al dat gehardloop en andere hobby’s een beetje de klad in. Maar een vrije zondag én leuke wedstrijd op het programma zorgden ervoor dat ik met Marco (2x) weer eens bij onze Zuiderburen een potje voetbal ging bekijken. Een klein stadionnetje met afgebladderde reclameborden en een vermakelijke pot voetbal op een slecht veld maakten het een prima zondagmiddagbesteding. (klik hier).

De loting van de Champions League was ons niet echt gunstig gezind qua zwaarte. Maar het mooiste ervan was toch wel dat er een pot in Engeland uitrolde. Voor het tweede jaar achter elkaar betekende dat een trip naar Manchester. Vorig jaar nog Old Trafford, nu het Etihad. Engelse Chris had kaarten voor ons geregeld en op de wedstrijddag vermaakte ik met prima met Jan, Kees, Chris, Leon en Tineke. Feyenoord verloor in de laatste minuten en dat was een beetje zuur. Ze hadden wel een puntje verdiend. Verslag van die trip staat hiero (klik)

Over stadions gesproken, het leek mij bij wijze van voorbereiding op het trainingsseizoen voor de marathon wel leuk om een keer een rondje Rotterdamse stadions te rennen. Met een groepje gelijkgestemden liepen we op een koude zondagmorgen ruim 22 kilometer via de Kuip naar Het Kasteel en via Woudestein weer terug naar De Kuip. Het was een geslaagde ochtend al deden mijn schenen de week erna wel weer wat zeer. Misschien iets te overmoedig die 22 kilometer.

December, de maand van de lijstjes (o wacht, dit is zo’n lijstje). In December wist Feyenoord zowaar een paar wedstrijden achter elkaar te winnen. De pot thuis tegen Napoli demonstreerde eens te meer dat het in voetbal niet om de grote clubs in Europa draait. De Italianen begrepen er weinig van, een club die al uitgeschakeld was en zo fanatiek gesteund werd door hun fans. Tsja, dat zegt eigenlijk al voldoende.

Door de sneeuw werd de Bruggenloop afgelast en bouwden Bastiaan en ik een iglo voor de deur. En dat brengt ons op het punt waar we nu aanbeland zijn. Nog twee weken in 2017. De tijd gaat echt vreselijk snel, dat merk je nog het beste aan een opgroeiend kind. Voor je gevoel verschoonde je net nog zijn luier maar de realiteit is dat hij gewoon al een achtjarige wijsneus is.

Was 2017 een mooi jaar? Ja, dat was het zeker. Feyenoord werd kampioen, we maakten een schitterende reis door Azie, ik liep en passant een marathon en een Roparun. Al mijn familie is gezond en wel (Sandra is weer een jaar goedgekeurd) en ik heb niets te klagen. Dat ga ik dus ook niet doen. Gewoon tevreden zijn met wat je hebt.

Vanaf deze plek alvast de beste wensen en een gelukkig nieuwjaar. Maar hou de komende twee weken deze site nog in de gaten. Er staat nog genoeg op het programma.

 

 

Het grote Peenvogeljaaroverzicht 2017, deel 2.

April begon voetbaltechnisch nogal grillig. Een verloren Klassieker en doordeweeks een 8-0 overwinning op Go Ahead. Na die woensdagavond in De Kuip was het aftellen tot mijn verjaardag. Niet dat ik dáár nou zo nerveus over was. Nee, op 9 april zou ik mijn tweede marathon gaan lopen. Een evenement dat de weken ervoor mijn dagelijkse leven bepaalde. Lopen, rusten en eten. En dan weer lopen, rusten en eten. Repeat.

En toen was het dus zover. De eerste keer op de Coolsingel op een warme april-dag. Sandra stond een paar kilometer verderop te wachten voor haar start aan de 1/4 marathon. Het was warm deze 9e april. Te warm voor uw favoriete Peenvogel. Maar ondanks alles liep ik ruim een kwartier sneller dan het jaar ervoor. Ik schreef daar uiteraard een verhaaltje over (klik). De grootste teleurstelling van deze zondag was het puntverlies van Feyenoord in Zwolle. Het zou toch niet hé?

Een week na de marathon speelde Feyenoord in De Kuip tegen Utrecht. De spanning was voelbaar. Sterker nog, je kon de spanning zowat in stukken snijden. Defaitisme lag weer eens op de loer en toen begon de tweede helft. Toornstra raakte de bal lekker en De Kuip schudde (sorry voor het cliché) letterlijk op haar grondvesten. Het geloof in de titel kwam weer een stukje dichterbij. Voorzichtig viel het woord Coolsingel.

Werd er dan ook nog hardgelopen zo in de weken na de marathon. Nou en of. Met de Rotterdam Running Crew deden we het eiland van Brienenoord aan. De spieren voelden nog wat stram na de 42 kilometer anderhalve week daarvoor. Ook liepen we met Team Gers een testronde om ons voor te bereiden op de Roparun. Een flink stuk run-bike-run door Berkel en Pijnacker. De ronde werd ingekort omdat bijna iedereen de wedstrijd in het Gelredome op televisie wilde zien. Een wedstrijd die de opmaat was naar het kampioenschap. Nu kwam het echt dichtbij. Om alle stress te ontvluchten gingen wij weer eens met de meivakantie naar warmer oorden. Kreta dus.

Vlak voor de vakantie had mijn telefoon het begeven. Ik moet eerlijk zeggen dat dat best rustgevend was op vakantie. De ‘broodnodige’ social media zag ik op de IPad en voor de rest was het luieren, boek lezen en zwemmen. En lekker eten natuurlijk. En bij terugkomst in Nederland telde ik de uren af naar zondag 7 mei 2017. De dag dat het zou moeten gaan gebeuren. Het eerste kampioenschap sinds 1999. Tussendoor zag ik de Sleaford Mods nog optreden.

 

Op woudestein waren we getuige van een waar horrorscenario. Het hele seizoen had Feyenoord al problemen met wedstrijden op kunstgras en op deze zondagmiddag was dat geen uitzondering. Verdoofd keken we hoe ‘kleine broer’ Excelsior ons een oorwassing gaf die de dagen erna de gevoelstemparatuur in Rotterdam bepaalde. Het zou toch niet hé?

En toen volgde een onwerkelijk weekend. Natuurlijk wist iedereen dat Sander ziek was. Maar je weigert het onvermijdelijke in te zien. En op zaterdagavond brachten we met een flink aantal hardlopende vrienden een laatste eerbetoon aan die geweldige kerel. Met een brok in onze keel probeerden we de slaap te vatten.

14 mei 2017. De dag dat Rotterdam ontwaakte met een gevoel van enorme spanning. Het was tastbaar in de stad, in de kroegen en vooral in het stadion. Het spandoek wat de spelers hier vast houden zegt het allemaal. Al die jaren dat we belachelijk gemaakt werden. Al die kansloze wedstrijden die we gewoon bleven gaan. De trouw van Het Legioen werd niet lang op de proef gesteld. Dat zou bijna satanisch geweest zijn na die lange week wachten. Nee, na amper een minuut was het duidelijk. Feyenoord zou kampioen gaan worden. Er vloeiden tranen van vreugde en verdriet. Het was sinds de UEFA-Cup winst in 2002 de mooiste voetbaldag in mijn leven. Wat een emoties. De hele fotoserie staat hier.

Over emoties gesproken. Na een snelle halve marathon in Leiden wist ik dat ik er klaar voor was. Waarvoor? De Roparun van 2017. Ik had er flink wat mensen ingeluisd om team Gers te versterken en dus voelde ik wel wat meer verantwoordelijkheid dan normaal. Het werd echt een supereditie. Met een lach en een traan. Met afzien en genieten. Vanaf de start in Parijs op zaterdagmiddag tot onze finish ongeveer 48 uur later werd er door een groep totaal verschillende mensen een wereldprestatie geleverd. Lees dat verhaal hier.

In juni liep ik nog de midzomeravondloop en de run for kika. En niet te vergeten een loodzware avondvierdaagse met Bastiaan. Nog meer dan in april stond juni in het teken van diverse hardloopevenementen, ons scooterweekend en een weekend weg met vrienden. We waren fit genoeg voor de zomervakantie. Maar daarover meer in het volgende overzicht.

Steun mij tijdens de Roparun. Lees dit verhaal!

Na de edities in 2015, 2016 en 2017 doe ik in 2018 ook weer mee aan de Roparun. En daarbij kan ik jullie hulp goed gebruiken.

De Roparun is de langste non-stop estafetterun (532 kilometer hardlopen in twee dagen, ongeveer 65km per loper) van Parijs én Hamburg naar Rotterdam. De opbrengsten van de Roparun worden gebruikt om palliatieve zorg te bieden aan kankerpatiënten, onder het motto: ‘Leven toevoegen aan de dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven’. En dat is nodig.

Met 1 team van 8 lopers, 4 fietsers, chauffeurs, koks en masseurs zal het er misschien wat minder spectaculair aan toegaan dan de vorige edities, maar het doel blijft hetzelfde. Zoveel mogelijk geld inzamelen voor de Roparun.

En dat geld kun je vanaf nu doneren op de de site van de Roparun. Ons teamnummer is ongewijzigd (335). En via deze link kun je nu doneren https://donaties.roparun.nl/doneren
.Zoek team 335 en doneer op mij (of een van mijn Roparun-vriendjes)

Een overzicht hoeveel geld we inmiddels opgehaald hebben vind je hier https://www.roparun.nl/nl/teams/alle-teams/?team_id=923

Hoe werkt de Roparun? Kijk dit filmpje dan maar.

Mijn verhaal over de vorige editie kun je hier lezen http://www.peenvogel.nl/roparun-2017-van-parijs-naar-rotterdam-met-ingeluisde-snollebollekes/

Roparun 2017. Van Parijs naar Rotterdam met ingeluisde snollebollekes.

In het zwembad van Bergen op Zoom spoelde ik het zweet van twee dagen hardlopen van mijn lichaam af. In de ruimte waar straks Walter zijn kantoor komt pakte ik de laatste seal-bag uit mijn tas met daarop de sticker ‘kort’, mijn kleding voor de laatste twee etappes. Etappe 9 is 50 kilometer run-bike-run van Bergen op Zoom naar Numansdorp. Daarna is team B aan de beurt voor de laatste 37 kilometer richting Rotterdam, de etappe waar het hele team op de fiets stapt op een loper na.

In het café van het zwembad zitten mensen aan het bier, het is half zes in de ochtend en ik schiet erdoor in de lach. Mijn lichaam wil alleen maar slapen, slapen én gemasseerd worden. Maar met de beperkte tijd die we nog hebben (team B is onderweg naar Bergen op Zoom) moet ik een keuze maken. Slapen óf een massage in de tijd die ik nog heb. Ik kies voor wat slaap. Letterlijk ‘wat’ slaap want voor mijn gevoel heeft mijn oor de stretcher net geraakt als ik gewekt word ‘team A zit op 7 kilometer’.

7 kilometer is net iets meer dan 35 minuten. Snel mijn sokken aan en nog even naar het toilet. Ik kom Walter tegen en vraag of hij toch nog mijn benen even wil masseren. Hij ziet er doodmoe uit en ik voel me schuldig dat ik het vraag. Ons hele team heeft het zwaar maar iedereen helpt elkaar. Dus worden mijn benen losgemaakt en ontbijt ik even later met een boterham met ei, een gelletje en een blik energiedrank. Wie heeft er ooit gezegd dat hardlopen gezond is?

Parijs, 60 uur eerder.

Ieder verhaal heeft een begin, en dat begin is in Parijs. Nou ja, eigenlijk al maanden ervoor met alle voorbereidingen die de teamleiding op zich heeft genomen. Van het regelen van busjes en eten tot het uitdokteren van slaapplaatsen en het samenstellen van het team. Of in ieder geval van een aantal mensen dat dit pinksterweekend een team moeten gaan vormen.

Er zijn wat vacatures bij team 335 en ik pols Monique, Carin, Marcel en Pascal of ze zin hebben in de Roparun. Letterlijk een avontuur voor het leven. Via Mo komt ook Claudia erbij en ik voel me een soort van verantwoordelijk voor hun wel en wee. We zijn allemaal volwassen mensen maar je vraagt nogal wat van mensen (en voornamelijk van hun omgeving) in aanloop naar en tijdens het weekend.

Er werden inzamelingsacties gehouden en er werd gecollecteerd totdat we een mooi bedrag bij elkaar hadden. In de laatste week van mei werd iedereen langzamerhand wat nerveuzer, niet in de laatste plaats door een ontploffende whatsapp-groep. Een uur je telefoon uit het oog verliezen en je had weer 40 nieuwe berichten.

Op vrijdagochtend vertrokken we met twee busjes en twee vrachtwagens voorzien van sticker 335 op weg naar vliegveld Le Bourget in een buitenwijk van Parijs. Geen toeterende entree zoals het jaar ervoor, een entree die er destijds voor zorgde dat de vier (!) teams van Gers direct onder een vergrootglas lagen. Dit jaar ook geen fakkels bij de start of andere gekkigheid. Dat we vorig jaar indruk gemaakt hebben merkten we de dagen erna. Heel veel teams kwamen vragen wat we dit keer in petto hadden en of Lee Towers weer op kwam treden. We moesten ze helaas teleurstellen, ze zouden zelf maar moeten gaan zingen.

Ook in ander opzicht trok team Gers de aandacht. Het overlijden van Sander was niet onopgemerkt gebleven. Op zowel Roparun-radio als Hoeksche Waard tv werden leden van ons team geinterviewd. Over Sander maar ook over bounties, het dragen van kilts en andere zaken. Een interview met een lach en een traan, precies zoals de Roparun is. Van team 054 krijg ik een gedenkketting met die iconische foto van Sander erop. Ik bedank ze en vertel ze dat ik deze aan Isabel zal geven bij de finish.

Carin zei later dat de gevaarlijkste etappe van de Roparun de feesttent was die bij de startboog stond. Een mening die ik alleen maar kon delen. Het biertje in de feesttent smaakte net iets té lekker. Zaak om op tijd naar mijn bed te gaan. Een stretcher in een partytent met de rest van het team. Hoezo #crewlove?

Etappe 1. Parijs – Saint Sauveur

Op het startterrein kom ik redelijk wat bekenden tegen. Wat oud-teamleden van Gers maar ook wat vrienden van team Gouden Griffel en Jacco van Team 149, het team waar ik 3 jaar geleden erin geluisd werd. Een van de mooiste beslissingen ooit.

De eerste 8 kilometer zijn run-bike-run. Een loper loopt en de andere drie lopers zitten op de fiets. Na 1500 meter wordt de loper afgelost door de loper op de fiets. Enzovoort, enzovoort. Vlak voor de start komt Nelli Cooman weer naar ons toe net zoals de avond ervoor bij onze traditionele BBQ. Een geweldig hartelijk mens die vol energie zit. Na het feestnummer heeft de Roparun-deejay oog (of oor) voor detail want hij zet ‘You’ll never walk alone’ op. Bij team Gers wellen de tranen op.

En dan wordt er afgeteld tot de start. Drie, twee, een….en op pad zijn we. Samen met nog vier andere teams duiken we direct de buitenwijk van Parijs in. Een wijk vol kebabshops en telecomwinkeltjes. Het nadeel van het starten met vier teams is dat als er 1 team een fout maakt de kans bestaat dat jij die fout ook maakt. En dat deden we. We raakten een stukje van het parcours af en verspilden zo kostbare tijd. Er zitten trouwens ook gewoon teveel Mc Donald’s in dat Parijs en die Garmin’s geven de bochten soms ook zo laat aan.

Eenmaal uit Parijs begint de Roparun voor mij pas echt. De landwegen waar ik vorig jaar reed (ik herinnerde me nog best veel plekken waar Menno en ik vorig jaar de busjes neergezet hadden) en vanaf Plially het stuk waar ik in 2015 begon met mijn eerste Roparun. De chauffeur en navigator deden hun best om het busje om de 1500 meter stil te zetten voor een loperswissel. Bouchra en Nikki navigeerden en reden bergop en bergaf met de lopers in de volgorde Monique-Jeroen-Harry-Dennis tussen hen in.

Regen, eerst zachtjes als een welkome verfrissende bui. Daarna harder en kouder zodat het irritant begon te worden. De etappe werd op deze manier toch nog een beproeving. Bij het eerste checkpoint gleed een fietser van een ander team weg op de spekgladde kasseien. Het werd dus oppassen geblazen.

In Saint Sauveur stond team B als een boel dolle honden te wachten tot ze op pad konden. Er werd afgetikt en snel bijgepraat en toen konden ook zij eindelijk beginnen aan hun Roparun. Wij deden ons tegoed aan kabeljauw met parelgort. Vakkundig bereid door Andrew. Ook Johan, Claudia, Walter en Pascal hadden de uren ervoor hun handen vol gehad met masseren en opbouwen van het kamp. Een kamp dat nu weer snel afgebroken moest worden want we moesten verder. Op naar Hombleux maar omdat ik geen droog shirt in mijn kleine tas had (beginnersfout) reed ik terug in een roze xs shirt van Bouchra. #boost. De foto’s daarvan mogen nooit op internet verschijnen op straffe van een langzame en pijnlijke marteling.

Etappe 3. Hombleux – Bertry

In Hombleux had team B al flink wat van de tijd door onze verkeerde afslag in Parijs goed gemaakt. Zij konden nu gaan ‘genieten’ van hun welverdiende rust. Wij gingen op weg naar Bertry na een korte tijd op een plek langs de weg gebivakkeerd te hebben.

In Bertry wacht een Hema-worst, die ‘worst’ hield ik team A letterlijk voor. De etappe die ik tijdens mijn eerste Roparun het allermooiste vond. Lopend door de Franse nacht richting de zonsopgang. De rode lampjes van de lichtvesten dansen als een lange slinger op deze door God verlaten wegen. Of bewegen de lampjes op de salsa-muziek uit Monique haar telefoon?

Langs watertorens en letterlijke slaapdorpjes, in de verte de wieken van gigantische windmolens. Ook deze waren getooid met rode lampjes. Met nog ruim 15 kilometer te gaan begon de zon langzaam op te komen. Een van de momenten waar ik in de weken na de Roparun de blues van kan krijgen. Dat moment is zo magisch mooi. Je bent moe en in the middle of nowhere, maar als je hier geen energie van krijgt.

Bertry is wederom een gekkenhuis. Dansende lopers, een broodje hema-worst en chocolade-broodjes. En een warm bakkie thee. De muziek schalt uit de speakers en teams wisselen hier elkaar bijna traditiegetrouw af. Wie wisselt er niet in Bertry?

Team B heeft geslapen naast het korps Mariniers, die rennen de 532 kilometer op hun kisten. Mijn vraag of die nieuwe kisten een beetje demping geven wordt hartelijk weggelachen, ik wens de mannen succes met deze beproeving.

Als team B op pad gaat doen wij ons tegoed aan couscous met kippendijen. Een maaltijd voor kampioenen. De spullen worden ingepakt en we gaan op weg naar Thulin, net over de grens in België.

Etappe 5. Thulin – Kokejane

In Thulin wacht ons een aantal verrassingen. Eerst word ik uit mijn remslaap gehaald door Menno, Marc en Sebastiaan die dat hele teringend gereden hebben om ons een hart onder de riem te steken. Dat lukte de mannen zeker en ondertussen hadden ze ook nog eens ons bussen bevuild met confetti.

Even later komt de man van Monique met hun twee kinderen langs voor wat morele support. In Thulin besluiten we dat we even op adem gaan komen. Er zijn wat pijntjes en die worden zo goed en zo kwaad eruit gemasseerd. Het geeft ons ook de gelegenheid om met zijn allen een mooi eerbetoon aan Sander te geven. In Thulin krijgt team 335 een boost om volle bak verder te gaan. Smells like teamspirit.

Deze etappe is warm, erg warm. Aan het einde ervan heb ik wielrennersarmen gekregen. Het zijn 45 kilometers door Franstalig België. Dorpje met lintbebouwing na dorpje met lintbebouwing. Een man op zijn paard komt poolshoogte nemen bij ons busje en in andere plaatsjes wordt eerste pinksterdag gebruikt voor een dorpsfeest. Het doet levendiger aan dan vorige jaren, of verbeeld ik me dat?

Zei ik eerste pinksterdag? Het voelde alsof we al dagen weg waren. We spraken over eerdere etappes als in ‘weet je nog?’ terwijl het nog maar een paar uur ervoor was. De Roparun doet wat met je bioritme. Deze etappe is minder inspirerend maar dat komt ook door het slechte wegdek en het feit dat we door de warmte allemaal wel redelijk aan het afzien zijn. Op de radio klinkt ‘black’ van Pearl Jam en we zingen luidkeels mee. Daarna volgt ‘Alive’ en als er een nummer op dat moment van toepassing is dan is dat het wel. Wij zijn alive, maar die kloteziekte waarvoor we nu op pad zijn heeft al teveel levens verwoest.

In Kokejane wacht team B én een meer dan welkome maaltijd met noodles en garnalen. Er wordt flink opgeschept van dit feestmaal en als toetje worden er ballisto’s en drop naar binnengewerkt. Je blijft (vr)eten tijdens de Roparun. De hele dag door vreten.

Etappe 7. Zele – Antwerpen

We slapen in Zele, op het parkeerterrein van het treinstation. Het parkeerterrein dat langzaam vol loopt met bezoekers aan deze legendarische doorkomstplek. Zele is een gekkenhuis, een echt gekkenhuis. Het thema dit jaar is de kilt en op het marktplein is een gigantisch kasteel nagebouwd. Op de tribunes ernaast zitten honderden mensen.

We ‘doen’ Zele met iedereen. Van de koks tot de masseurs en van de chauffeurs tot aan de fietsers, Majbritt is met haar fiets gevallen en haar knie is kapot. Iedereen komt informeren hoe het gaat maar ze besluit gewoon door te zetten. Het eerste stuk op het dorpsplein is het al een en al feest en dan moet het toetje nog komen. Team Gers wordt omgeroepen en de mannen in kilt maken hun opwachting. Of ze full-monty gaan? Andrew geeft onder luid gejuich het antwoord. Full-monty it is, team Gers is in town. Nikki fietst met een biertje in haar hand al bellend en navigerend voor mij uit. Achter me rijdt Bouchra, we zijn weer op pad.

In Zele zijn er ook veel Nederlanders aanwezig en het ‘komen wij uit Rotterdam?’ moeten we bevestigend beantwoorden. Niet voor de eerste en zeker niet voor de laatste keer. We komen dichterbij Antwerpen, de dorpjes krijgen bekendere namen en de winkels in het straatbeeld komen bekend voor. Waasmunster-Sombeke-Temse-Kruibeke, dichter en dichterbij de Sinjorenstad.

De afgesproken wissel is op de linkeroever, de plek waar ik vorig jaar nog een halve marathon liep. Onze etappe zit er bijna op. Vier van de vijf gedaan. Op de whatsapp komt de melding dat heel Antwerpen overhoop ligt, de bus van team B heeft een omleiding moeten volgen maar kan niet bij de wisselplek komen. Er wordt besloten dat wij het stuk run-bike-run door de St. Annatunnel nog doen. Een onverwacht toetje maar wel een mooie. De tunnel en het stuk dwars door Antwerpen is supertof om midden in de nacht te doen. De roltrappen in de tunnel zijn kapot dus iedereen moet met de lift, dat zorgt voor chaotische taferelen want er passen maar 20 mensen in plaats van de aangegeven 40 in de lift. De snelle teams die uren later dan ons vertrokken sprinten met hun fiets op de schouders naar de stilstaande roltrappen, zij willen geen tijd verliezen.

Eenmaal in de tunnel zetten ook wij een sprint in, we willen als eerste bij de lift aan de andere kant zijn zodat we daar niet hoeven te wachten en weer dat gedonder krijgen met slechts 20 man in een lift. Ik ontwijk een dronkenlap die midden in de tunnel met zijn armen wijd loopt en niet veel later probeert iemand een frietje te eten. De hoeveelheid genuttigde ‘bollekes’ maken het hem lastig.

Aan de andere kant van de tunnel is de hele binnenstad opgebroken, de brug waar we naar toe moeten zien we. Maar hoe er te komen? Overal duiken teams op die andere weggetjes proberen en het had de organisatie gesierd als ze hier ook wat van die motormuizen neergezet hadden. Nu is het chaotisch en dat wekt irritatie op. Het ‘leader’-schap van de RRC kruipt waar het niet gaan kan want de hele tijd waarschuwen we mensen voor paaltjes en afstapjes.

Onder aan de brug staat Jeroen te wachten en team B kan weer op pad. Op naar Bergen op Zoom. Zij gaan richting Ossendrecht en daar komen de alcoholdampen van de toeschouwers op je af. Wij zien ze straks weer, vol verhalen uiteraard.

Etappe 9. Bergen op Zoom – Numansdorp

In Bergen op Zoom ga je als vanzelf harder lopen door alle toeschouwers. In alle dorpen en steden waar we nu doorheen komen worden we omgeroepen ‘Teaaaam drie-drie-viiijjjjjf. Gers Rotterdaaaaam!’, we delen high fives uit met kinderen en ieder dorp heeft wel wat lekkers voor ons. Aardbeien, snoep, water tot aan warme pannenkoeken toe. Het is één groot carnaval.

Dat we harder gingen lopen bleek, de vijftig kilometer tussen Bergen op Zoom en Numansdorp leggen we af met een gemiddelde van 4:55 per kilometer. We halen flink wat teams in maar worden ook ingehaald door de echte snelle jongens. En dan zien je Rotterdam verschijnen op de fietsbordjes, dan weet je dat we dichterbij komen.

Door Dinteloord richting Willemstad en overal veel toeschouwers. Na de Haringvlietbrug doen we nog maar 1000 meter per loper en we zetten nog 1 keer vol aan. Dit zijn onze laatste meters als lopers. Shift vijf zit erop. Nu gaan we fietsend achter team B aan. Die gaan als beloning voor het blessureleed de triomftocht door de Hoeksche Waard doen. Hun lijflied is de laatste twee dagen snollebolleke geworden, een megafoute carnavalskraker. Ze staan al dansend op ons te wachten. Let’s go!

Etappe 10. Numansdorp – Rotterdam

Wat moet je ervan zeggen? In Klaaswaal zie ik mijn schoonouders en oom en tante van Sandra. In Oud-Beijerland Bianca, Gerard en Martine en iets verderop Jan, Phary en Kees. Bij het ontmoeten van hen had ik al een biertje in mijn hand. Een biertje dat we in Oud-Beijerland kregen. Want Oud-Beijerland mensen, dat is me een doorkomst.

De mensen staan rijen dik en het is 1 groot feest. Koningsdag is er niets bij. Met zoveel teams uit de Hoeksche Waard voelt dit al als thuiskomen. Maar we hebben nog wel een stuk te gaan. De momenten die nu komen zijn stuk voor stuk mooi. De hartige snacks in Heinenoord. De koude en steile tunnel erna waar ik Erik en Chantal zie staan en dan Barendrecht zelf met een high five van de burgemeester. Nog 13 kilometer wordt er omgeroepen. Dertien kilometer fietsen voor ons en lopen voor André, Jeroen en Marcel.

Eenmaal in Rotterdam lijkt alles dichtbij en voor je het weet kom je langs het Daniel den Hoed. Links en rechts van me waterige oogjes. Hier doen we het allemaal voor. Een gevoel van trots vervuld me.

We draaien de laan op zuid op en dan ben je er zowat. Het ‘komen wij uit Rotterdam’ weerkaatst zo lekker tussen de gebouwen. Onze roep wordt beantwoord met fakkels in de verte. De oud-leden van team Gers, vrienden en mijn ouders, zus en zwager verwelkomen ons met grote grijnzen op hun gezicht. Fantastisch dat zij hier zijn. Echt zo mooi. Boven ons hoofd cirkelt een vliegtuig met een banner ‘Gers thuis in Rotterdam’.

Met het spandoek van Sander lopen we de Erasmusbrug over. Alle toeschouwers applaudiseren voor ons en voor Sander. Dit spandoek laat niemand onberoerd. Ik zie Sandra en Bastiaan en geef hun beiden een grote knuffel. Bastiaan wil net als de jaren ervoor met me meelopen. De kinderen van de andere leden volgen en zodoende wordt het een bonte stoet mensen op de Coolsingel, mijn vierde keer dit jaar. Het wordt bijna een gewoonte.

De fakkels worden ontstoken en wij staan letterlijk even stil bij Sander. Een moment waarbij niet veel mensen het droog kunnen houden. We zien Nelli Cooman weer en krijgen allemaal een Roparun gerbera uitgedeeld door de dames uit de feesttent (en die we later op het parcours nog een paar keer tegen kwamen, al dansend en wel). Dan is het de tijd om over de finish te lopen en met zijn allen op de foto te gaan.

We liepen verdorie gewoon weer van Parijs naar Rotterdam. Op mijn vraag of Monique, Carin, Claudia, Marcel en Pascal zich er nog steeds ingeluisd voelden werd bevestigend noch ontkennend geantwoord. Hun glimlach zei mij voldoende.

Naschrift.

Eeuwige dank gaat uit naar mijn teamleden die na zo’n weekend een beetje als je (ietwat idiote) familie voelen. In willekeurige volgorde dank ik iedereen uit de grond van mijn hart voor dit geweldige avontuur : Nikki, Johan, Andrew, Andre, Jeroen V, Tristan, Jeroen O, Marcel, Carin, Monique, Bouchra, Pascal, Walter, Claudia, Jeroen H, Brigitte, Dennis, Peter, Majbritt en Harry.

#crewlove #fitgirls #ingeluisd

Tevens wil ik iedereen bedanken die me gesponsord heeft maar mijn allergrootste dank gaat uit naar Sandra en Bastiaan die me een weekend hebben moeten missen en die waarschijnlijk gillend gek werden van al mijn gepraat over de Roparun. Niets dan liefde…