Steun mij tijdens de Roparun. Lees dit verhaal!

Na de edities in 2015, 2016 en 2017 doe ik in 2018 ook weer mee aan de Roparun. En daarbij kan ik jullie hulp goed gebruiken.

De Roparun is de langste non-stop estafetterun (532 kilometer hardlopen in twee dagen, ongeveer 65km per loper) van Parijs én Hamburg naar Rotterdam. De opbrengsten van de Roparun worden gebruikt om palliatieve zorg te bieden aan kankerpatiënten, onder het motto: ‘Leven toevoegen aan de dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven’. En dat is nodig.

Met 1 team van 8 lopers, 4 fietsers, chauffeurs, koks en masseurs zal het er misschien wat minder spectaculair aan toegaan dan de vorige edities, maar het doel blijft hetzelfde. Zoveel mogelijk geld inzamelen voor de Roparun.

En dat geld kun je vanaf nu doneren op de de site van de Roparun. Ons teamnummer is ongewijzigd (335). En via deze link kun je nu doneren https://donaties.roparun.nl/doneren
.Zoek team 335 en doneer op mij (of een van mijn Roparun-vriendjes)

Een overzicht hoeveel geld we inmiddels opgehaald hebben vind je hier https://www.roparun.nl/nl/teams/alle-teams/?team_id=923

Hoe werkt de Roparun? Kijk dit filmpje dan maar.

Mijn verhaal over de vorige editie kun je hier lezen http://www.peenvogel.nl/roparun-2017-van-parijs-naar-rotterdam-met-ingeluisde-snollebollekes/

Roparun 2017. Van Parijs naar Rotterdam met ingeluisde snollebollekes.

In het zwembad van Bergen op Zoom spoelde ik het zweet van twee dagen hardlopen van mijn lichaam af. In de ruimte waar straks Walter zijn kantoor komt pakte ik de laatste seal-bag uit mijn tas met daarop de sticker ‘kort’, mijn kleding voor de laatste twee etappes. Etappe 9 is 50 kilometer run-bike-run van Bergen op Zoom naar Numansdorp. Daarna is team B aan de beurt voor de laatste 37 kilometer richting Rotterdam, de etappe waar het hele team op de fiets stapt op een loper na.

In het café van het zwembad zitten mensen aan het bier, het is half zes in de ochtend en ik schiet erdoor in de lach. Mijn lichaam wil alleen maar slapen, slapen én gemasseerd worden. Maar met de beperkte tijd die we nog hebben (team B is onderweg naar Bergen op Zoom) moet ik een keuze maken. Slapen óf een massage in de tijd die ik nog heb. Ik kies voor wat slaap. Letterlijk ‘wat’ slaap want voor mijn gevoel heeft mijn oor de stretcher net geraakt als ik gewekt word ‘team A zit op 7 kilometer’.

7 kilometer is net iets meer dan 35 minuten. Snel mijn sokken aan en nog even naar het toilet. Ik kom Walter tegen en vraag of hij toch nog mijn benen even wil masseren. Hij ziet er doodmoe uit en ik voel me schuldig dat ik het vraag. Ons hele team heeft het zwaar maar iedereen helpt elkaar. Dus worden mijn benen losgemaakt en ontbijt ik even later met een boterham met ei, een gelletje en een blik energiedrank. Wie heeft er ooit gezegd dat hardlopen gezond is?

Parijs, 60 uur eerder.

Ieder verhaal heeft een begin, en dat begin is in Parijs. Nou ja, eigenlijk al maanden ervoor met alle voorbereidingen die de teamleiding op zich heeft genomen. Van het regelen van busjes en eten tot het uitdokteren van slaapplaatsen en het samenstellen van het team. Of in ieder geval van een aantal mensen dat dit pinksterweekend een team moeten gaan vormen.

Er zijn wat vacatures bij team 335 en ik pols Monique, Carin, Marcel en Pascal of ze zin hebben in de Roparun. Letterlijk een avontuur voor het leven. Via Mo komt ook Claudia erbij en ik voel me een soort van verantwoordelijk voor hun wel en wee. We zijn allemaal volwassen mensen maar je vraagt nogal wat van mensen (en voornamelijk van hun omgeving) in aanloop naar en tijdens het weekend.

Er werden inzamelingsacties gehouden en er werd gecollecteerd totdat we een mooi bedrag bij elkaar hadden. In de laatste week van mei werd iedereen langzamerhand wat nerveuzer, niet in de laatste plaats door een ontploffende whatsapp-groep. Een uur je telefoon uit het oog verliezen en je had weer 40 nieuwe berichten.

Op vrijdagochtend vertrokken we met twee busjes en twee vrachtwagens voorzien van sticker 335 op weg naar vliegveld Le Bourget in een buitenwijk van Parijs. Geen toeterende entree zoals het jaar ervoor, een entree die er destijds voor zorgde dat de vier (!) teams van Gers direct onder een vergrootglas lagen. Dit jaar ook geen fakkels bij de start of andere gekkigheid. Dat we vorig jaar indruk gemaakt hebben merkten we de dagen erna. Heel veel teams kwamen vragen wat we dit keer in petto hadden en of Lee Towers weer op kwam treden. We moesten ze helaas teleurstellen, ze zouden zelf maar moeten gaan zingen.

Ook in ander opzicht trok team Gers de aandacht. Het overlijden van Sander was niet onopgemerkt gebleven. Op zowel Roparun-radio als Hoeksche Waard tv werden leden van ons team geinterviewd. Over Sander maar ook over bounties, het dragen van kilts en andere zaken. Een interview met een lach en een traan, precies zoals de Roparun is. Van team 054 krijg ik een gedenkketting met die iconische foto van Sander erop. Ik bedank ze en vertel ze dat ik deze aan Isabel zal geven bij de finish.

Carin zei later dat de gevaarlijkste etappe van de Roparun de feesttent was die bij de startboog stond. Een mening die ik alleen maar kon delen. Het biertje in de feesttent smaakte net iets té lekker. Zaak om op tijd naar mijn bed te gaan. Een stretcher in een partytent met de rest van het team. Hoezo #crewlove?

Etappe 1. Parijs – Saint Sauveur

Op het startterrein kom ik redelijk wat bekenden tegen. Wat oud-teamleden van Gers maar ook wat vrienden van team Gouden Griffel en Jacco van Team 149, het team waar ik 3 jaar geleden erin geluisd werd. Een van de mooiste beslissingen ooit.

De eerste 8 kilometer zijn run-bike-run. Een loper loopt en de andere drie lopers zitten op de fiets. Na 1500 meter wordt de loper afgelost door de loper op de fiets. Enzovoort, enzovoort. Vlak voor de start komt Nelli Cooman weer naar ons toe net zoals de avond ervoor bij onze traditionele BBQ. Een geweldig hartelijk mens die vol energie zit. Na het feestnummer heeft de Roparun-deejay oog (of oor) voor detail want hij zet ‘You’ll never walk alone’ op. Bij team Gers wellen de tranen op.

En dan wordt er afgeteld tot de start. Drie, twee, een….en op pad zijn we. Samen met nog vier andere teams duiken we direct de buitenwijk van Parijs in. Een wijk vol kebabshops en telecomwinkeltjes. Het nadeel van het starten met vier teams is dat als er 1 team een fout maakt de kans bestaat dat jij die fout ook maakt. En dat deden we. We raakten een stukje van het parcours af en verspilden zo kostbare tijd. Er zitten trouwens ook gewoon teveel Mc Donald’s in dat Parijs en die Garmin’s geven de bochten soms ook zo laat aan.

Eenmaal uit Parijs begint de Roparun voor mij pas echt. De landwegen waar ik vorig jaar reed (ik herinnerde me nog best veel plekken waar Menno en ik vorig jaar de busjes neergezet hadden) en vanaf Plially het stuk waar ik in 2015 begon met mijn eerste Roparun. De chauffeur en navigator deden hun best om het busje om de 1500 meter stil te zetten voor een loperswissel. Bouchra en Nikki navigeerden en reden bergop en bergaf met de lopers in de volgorde Monique-Jeroen-Harry-Dennis tussen hen in.

Regen, eerst zachtjes als een welkome verfrissende bui. Daarna harder en kouder zodat het irritant begon te worden. De etappe werd op deze manier toch nog een beproeving. Bij het eerste checkpoint gleed een fietser van een ander team weg op de spekgladde kasseien. Het werd dus oppassen geblazen.

In Saint Sauveur stond team B als een boel dolle honden te wachten tot ze op pad konden. Er werd afgetikt en snel bijgepraat en toen konden ook zij eindelijk beginnen aan hun Roparun. Wij deden ons tegoed aan kabeljauw met parelgort. Vakkundig bereid door Andrew. Ook Johan, Claudia, Walter en Pascal hadden de uren ervoor hun handen vol gehad met masseren en opbouwen van het kamp. Een kamp dat nu weer snel afgebroken moest worden want we moesten verder. Op naar Hombleux maar omdat ik geen droog shirt in mijn kleine tas had (beginnersfout) reed ik terug in een roze xs shirt van Bouchra. #boost. De foto’s daarvan mogen nooit op internet verschijnen op straffe van een langzame en pijnlijke marteling.

Etappe 3. Hombleux – Bertry

In Hombleux had team B al flink wat van de tijd door onze verkeerde afslag in Parijs goed gemaakt. Zij konden nu gaan ‘genieten’ van hun welverdiende rust. Wij gingen op weg naar Bertry na een korte tijd op een plek langs de weg gebivakkeerd te hebben.

In Bertry wacht een Hema-worst, die ‘worst’ hield ik team A letterlijk voor. De etappe die ik tijdens mijn eerste Roparun het allermooiste vond. Lopend door de Franse nacht richting de zonsopgang. De rode lampjes van de lichtvesten dansen als een lange slinger op deze door God verlaten wegen. Of bewegen de lampjes op de salsa-muziek uit Monique haar telefoon?

Langs watertorens en letterlijke slaapdorpjes, in de verte de wieken van gigantische windmolens. Ook deze waren getooid met rode lampjes. Met nog ruim 15 kilometer te gaan begon de zon langzaam op te komen. Een van de momenten waar ik in de weken na de Roparun de blues van kan krijgen. Dat moment is zo magisch mooi. Je bent moe en in the middle of nowhere, maar als je hier geen energie van krijgt.

Bertry is wederom een gekkenhuis. Dansende lopers, een broodje hema-worst en chocolade-broodjes. En een warm bakkie thee. De muziek schalt uit de speakers en teams wisselen hier elkaar bijna traditiegetrouw af. Wie wisselt er niet in Bertry?

Team B heeft geslapen naast het korps Mariniers, die rennen de 532 kilometer op hun kisten. Mijn vraag of die nieuwe kisten een beetje demping geven wordt hartelijk weggelachen, ik wens de mannen succes met deze beproeving.

Als team B op pad gaat doen wij ons tegoed aan couscous met kippendijen. Een maaltijd voor kampioenen. De spullen worden ingepakt en we gaan op weg naar Thulin, net over de grens in België.

Etappe 5. Thulin – Kokejane

In Thulin wacht ons een aantal verrassingen. Eerst word ik uit mijn remslaap gehaald door Menno, Marc en Sebastiaan die dat hele teringend gereden hebben om ons een hart onder de riem te steken. Dat lukte de mannen zeker en ondertussen hadden ze ook nog eens ons bussen bevuild met confetti.

Even later komt de man van Monique met hun twee kinderen langs voor wat morele support. In Thulin besluiten we dat we even op adem gaan komen. Er zijn wat pijntjes en die worden zo goed en zo kwaad eruit gemasseerd. Het geeft ons ook de gelegenheid om met zijn allen een mooi eerbetoon aan Sander te geven. In Thulin krijgt team 335 een boost om volle bak verder te gaan. Smells like teamspirit.

Deze etappe is warm, erg warm. Aan het einde ervan heb ik wielrennersarmen gekregen. Het zijn 45 kilometers door Franstalig België. Dorpje met lintbebouwing na dorpje met lintbebouwing. Een man op zijn paard komt poolshoogte nemen bij ons busje en in andere plaatsjes wordt eerste pinksterdag gebruikt voor een dorpsfeest. Het doet levendiger aan dan vorige jaren, of verbeeld ik me dat?

Zei ik eerste pinksterdag? Het voelde alsof we al dagen weg waren. We spraken over eerdere etappes als in ‘weet je nog?’ terwijl het nog maar een paar uur ervoor was. De Roparun doet wat met je bioritme. Deze etappe is minder inspirerend maar dat komt ook door het slechte wegdek en het feit dat we door de warmte allemaal wel redelijk aan het afzien zijn. Op de radio klinkt ‘black’ van Pearl Jam en we zingen luidkeels mee. Daarna volgt ‘Alive’ en als er een nummer op dat moment van toepassing is dan is dat het wel. Wij zijn alive, maar die kloteziekte waarvoor we nu op pad zijn heeft al teveel levens verwoest.

In Kokejane wacht team B én een meer dan welkome maaltijd met noodles en garnalen. Er wordt flink opgeschept van dit feestmaal en als toetje worden er ballisto’s en drop naar binnengewerkt. Je blijft (vr)eten tijdens de Roparun. De hele dag door vreten.

Etappe 7. Zele – Antwerpen

We slapen in Zele, op het parkeerterrein van het treinstation. Het parkeerterrein dat langzaam vol loopt met bezoekers aan deze legendarische doorkomstplek. Zele is een gekkenhuis, een echt gekkenhuis. Het thema dit jaar is de kilt en op het marktplein is een gigantisch kasteel nagebouwd. Op de tribunes ernaast zitten honderden mensen.

We ‘doen’ Zele met iedereen. Van de koks tot de masseurs en van de chauffeurs tot aan de fietsers, Majbritt is met haar fiets gevallen en haar knie is kapot. Iedereen komt informeren hoe het gaat maar ze besluit gewoon door te zetten. Het eerste stuk op het dorpsplein is het al een en al feest en dan moet het toetje nog komen. Team Gers wordt omgeroepen en de mannen in kilt maken hun opwachting. Of ze full-monty gaan? Andrew geeft onder luid gejuich het antwoord. Full-monty it is, team Gers is in town. Nikki fietst met een biertje in haar hand al bellend en navigerend voor mij uit. Achter me rijdt Bouchra, we zijn weer op pad.

In Zele zijn er ook veel Nederlanders aanwezig en het ‘komen wij uit Rotterdam?’ moeten we bevestigend beantwoorden. Niet voor de eerste en zeker niet voor de laatste keer. We komen dichterbij Antwerpen, de dorpjes krijgen bekendere namen en de winkels in het straatbeeld komen bekend voor. Waasmunster-Sombeke-Temse-Kruibeke, dichter en dichterbij de Sinjorenstad.

De afgesproken wissel is op de linkeroever, de plek waar ik vorig jaar nog een halve marathon liep. Onze etappe zit er bijna op. Vier van de vijf gedaan. Op de whatsapp komt de melding dat heel Antwerpen overhoop ligt, de bus van team B heeft een omleiding moeten volgen maar kan niet bij de wisselplek komen. Er wordt besloten dat wij het stuk run-bike-run door de St. Annatunnel nog doen. Een onverwacht toetje maar wel een mooie. De tunnel en het stuk dwars door Antwerpen is supertof om midden in de nacht te doen. De roltrappen in de tunnel zijn kapot dus iedereen moet met de lift, dat zorgt voor chaotische taferelen want er passen maar 20 mensen in plaats van de aangegeven 40 in de lift. De snelle teams die uren later dan ons vertrokken sprinten met hun fiets op de schouders naar de stilstaande roltrappen, zij willen geen tijd verliezen.

Eenmaal in de tunnel zetten ook wij een sprint in, we willen als eerste bij de lift aan de andere kant zijn zodat we daar niet hoeven te wachten en weer dat gedonder krijgen met slechts 20 man in een lift. Ik ontwijk een dronkenlap die midden in de tunnel met zijn armen wijd loopt en niet veel later probeert iemand een frietje te eten. De hoeveelheid genuttigde ‘bollekes’ maken het hem lastig.

Aan de andere kant van de tunnel is de hele binnenstad opgebroken, de brug waar we naar toe moeten zien we. Maar hoe er te komen? Overal duiken teams op die andere weggetjes proberen en het had de organisatie gesierd als ze hier ook wat van die motormuizen neergezet hadden. Nu is het chaotisch en dat wekt irritatie op. Het ‘leader’-schap van de RRC kruipt waar het niet gaan kan want de hele tijd waarschuwen we mensen voor paaltjes en afstapjes.

Onder aan de brug staat Jeroen te wachten en team B kan weer op pad. Op naar Bergen op Zoom. Zij gaan richting Ossendrecht en daar komen de alcoholdampen van de toeschouwers op je af. Wij zien ze straks weer, vol verhalen uiteraard.

Etappe 9. Bergen op Zoom – Numansdorp

In Bergen op Zoom ga je als vanzelf harder lopen door alle toeschouwers. In alle dorpen en steden waar we nu doorheen komen worden we omgeroepen ‘Teaaaam drie-drie-viiijjjjjf. Gers Rotterdaaaaam!’, we delen high fives uit met kinderen en ieder dorp heeft wel wat lekkers voor ons. Aardbeien, snoep, water tot aan warme pannenkoeken toe. Het is één groot carnaval.

Dat we harder gingen lopen bleek, de vijftig kilometer tussen Bergen op Zoom en Numansdorp leggen we af met een gemiddelde van 4:55 per kilometer. We halen flink wat teams in maar worden ook ingehaald door de echte snelle jongens. En dan zien je Rotterdam verschijnen op de fietsbordjes, dan weet je dat we dichterbij komen.

Door Dinteloord richting Willemstad en overal veel toeschouwers. Na de Haringvlietbrug doen we nog maar 1000 meter per loper en we zetten nog 1 keer vol aan. Dit zijn onze laatste meters als lopers. Shift vijf zit erop. Nu gaan we fietsend achter team B aan. Die gaan als beloning voor het blessureleed de triomftocht door de Hoeksche Waard doen. Hun lijflied is de laatste twee dagen snollebolleke geworden, een megafoute carnavalskraker. Ze staan al dansend op ons te wachten. Let’s go!

Etappe 10. Numansdorp – Rotterdam

Wat moet je ervan zeggen? In Klaaswaal zie ik mijn schoonouders en oom en tante van Sandra. In Oud-Beijerland Bianca, Gerard en Martine en iets verderop Jan, Phary en Kees. Bij het ontmoeten van hen had ik al een biertje in mijn hand. Een biertje dat we in Oud-Beijerland kregen. Want Oud-Beijerland mensen, dat is me een doorkomst.

De mensen staan rijen dik en het is 1 groot feest. Koningsdag is er niets bij. Met zoveel teams uit de Hoeksche Waard voelt dit al als thuiskomen. Maar we hebben nog wel een stuk te gaan. De momenten die nu komen zijn stuk voor stuk mooi. De hartige snacks in Heinenoord. De koude en steile tunnel erna waar ik Erik en Chantal zie staan en dan Barendrecht zelf met een high five van de burgemeester. Nog 13 kilometer wordt er omgeroepen. Dertien kilometer fietsen voor ons en lopen voor André, Jeroen en Marcel.

Eenmaal in Rotterdam lijkt alles dichtbij en voor je het weet kom je langs het Daniel den Hoed. Links en rechts van me waterige oogjes. Hier doen we het allemaal voor. Een gevoel van trots vervuld me.

We draaien de laan op zuid op en dan ben je er zowat. Het ‘komen wij uit Rotterdam’ weerkaatst zo lekker tussen de gebouwen. Onze roep wordt beantwoord met fakkels in de verte. De oud-leden van team Gers, vrienden en mijn ouders, zus en zwager verwelkomen ons met grote grijnzen op hun gezicht. Fantastisch dat zij hier zijn. Echt zo mooi. Boven ons hoofd cirkelt een vliegtuig met een banner ‘Gers thuis in Rotterdam’.

Met het spandoek van Sander lopen we de Erasmusbrug over. Alle toeschouwers applaudiseren voor ons en voor Sander. Dit spandoek laat niemand onberoerd. Ik zie Sandra en Bastiaan en geef hun beiden een grote knuffel. Bastiaan wil net als de jaren ervoor met me meelopen. De kinderen van de andere leden volgen en zodoende wordt het een bonte stoet mensen op de Coolsingel, mijn vierde keer dit jaar. Het wordt bijna een gewoonte.

De fakkels worden ontstoken en wij staan letterlijk even stil bij Sander. Een moment waarbij niet veel mensen het droog kunnen houden. We zien Nelli Cooman weer en krijgen allemaal een Roparun gerbera uitgedeeld door de dames uit de feesttent (en die we later op het parcours nog een paar keer tegen kwamen, al dansend en wel). Dan is het de tijd om over de finish te lopen en met zijn allen op de foto te gaan.

We liepen verdorie gewoon weer van Parijs naar Rotterdam. Op mijn vraag of Monique, Carin, Claudia, Marcel en Pascal zich er nog steeds ingeluisd voelden werd bevestigend noch ontkennend geantwoord. Hun glimlach zei mij voldoende.

Naschrift.

Eeuwige dank gaat uit naar mijn teamleden die na zo’n weekend een beetje als je (ietwat idiote) familie voelen. In willekeurige volgorde dank ik iedereen uit de grond van mijn hart voor dit geweldige avontuur : Nikki, Johan, Andrew, Andre, Jeroen V, Tristan, Jeroen O, Marcel, Carin, Monique, Bouchra, Pascal, Walter, Claudia, Jeroen H, Brigitte, Dennis, Peter, Majbritt en Harry.

#crewlove #fitgirls #ingeluisd

Tevens wil ik iedereen bedanken die me gesponsord heeft maar mijn allergrootste dank gaat uit naar Sandra en Bastiaan die me een weekend hebben moeten missen en die waarschijnlijk gillend gek werden van al mijn gepraat over de Roparun. Niets dan liefde…

Van Parijs naar Rotterdam, een Gerse tocht. Roparun 2016

Etappe 1. Le Bourget – Fontaine Chaalis

De winkel achter me heet Paristanbul en in het logo zitten zowel de eiffeltoren als de brug over gouden hoorn in Istanbul. Zelfs Fransen zijn blijkbaar goed in woordgrappen. Aan alles merk je dat je in een buitenwijk van Parijs bent. De slagers zijn overwegend islamitisch van signatuur en sommige winkels zijn dichtgetimmerd. Op een parkeerplaats staan we met het busje te wachten op de lopers en de fietsers die gestart zijn vanaf vliegveld Le Bourget. Ze beginnen met een run-bike-run waarbij een extra fiets ingezet wordt. Drie lopers zijn er op pad en 1 fietser voorop die navigeert.

DSC00847

Iets meer dan een half uur daarvoor zijn we gestart met de teams 335, 336, 337 en 338. En dat we gestart zijn is niet onopgemerkt gebleven. Door een erehaag van fakkels en vlaggen worden onze teams weggeschoten. Nu is het klaar met de selfies en het shinen op het startterrein. We trokken de aandacht van zowel andere teams als de organisatie. Nice kids, but can they deliver?

De avond ervoor op de camping kwamen andere teams al polsen bij onze BBQ. Bier en wijn vloeide rijkelijk en de koks zorgden voor een meer dan smakelijke maaltijd. Waar andere teams in hun trainingspak een wandelingetje maakten om de benen los te gooien vierde het bonte gezelschap onder de vlag van Team Gers! een feestje.

Ik ben dit jaar mee als chauffeur want wist van te voren niet of ik voldoende hersteld zou zijn na de marathon. Naarmate de start dichterbij komt begint het loopvirus te kriebelen. Volgend jaar dan maar weer als loper als het mogelijk is. Nu is het tijd om als chauffeur mijn team heelhuids van A naar B te krijgen. En dat ging bijna al mis op de camping. Niet gewend aan het rijden in een automaat maakte ik de fout om mijn linkervoet te gebruiken. Met bijna 5 bloedneuzen als gevolg. We kunnen er later hartelijk om lachen.

DSC00886

Op het terrein kom ik mijn team van vorig jaar tegen. Zij gaan om kwart voor een weg maar door een teambespreking heb ik ze niet uit kunnen zwaaien. Gelukkig heb ik wel een praatje met ze kunnen maken want ik ben ze nog steeds heel dankbaar voor het feit dat ik vorig jaar als invaller met ze mee mocht doen.

Op het parkeerterrein van Paristanbul wordt de loper afgetikt door de loper die in de bus is meegereden. De derde fiets gaat op de bagagedrager en we gaan verder op pad. Ik rij de eerste etappe en Menno navigeert en houdt de sfeer erin. Wij lopen stukjes van 1500 meter, dus na 1,5 kilometer moet ik een plekje zoeken waar ik de bus netjes neer kan zetten. De regels zijn dat je niet in de berm, op een fietspad of bij een bushalte mag staan. Met zoveel teams op pad zou dat een chaos worden.

Omdat alle vier de teams tegelijk gestart zijn doen we in het begin haasje over. De plek van bus 335 neem ik in als zij wegrijden en team 338 gebruikt mijn plekje een stuk verderop. Etappe 1 is iets meer dan 42 kilometer en de laatste tien daarvan gaan over het stuk waar ik vorig jaar begon te lopen, it brings back memories. Na een feestelijk onthaal en het aftikken van het B-gedeelte van 336 gaan we op weg naar de eerste pleisterplaats voor wat slaap en eten. De zon zakt langzaam achter de heuvels vol koolzaad. Behalve Roparun-teams is er geen kip op de weg. Zouden ze het songfestival aan het kijken zijn?

wpid-20160514_120322.jpg

Etappe 2. Coudun – Douilly

De boerenschuur in Coudun ziet er uit als een tafereeltje uit de oorlog. Op veldbedden tussen de landbouwvoertuigen proberen mensen wat slaap te pakken. Vanuit een vrachtwagentje wordt eten geserveerd en iets verderop worden mensen gemasseerd. We krijgen door dat het B-gedeelte van ons team op een uur afstand is. Tijd om wakker te worden, wat te eten en onszelf klaar te maken voor de eerste nachtelijke etappe.

Als chauffeur en navigator is het zaak om ook voldoende eten en drinken mee te nemen voor de lopers onderweg, onze ogen op de weg te houden en de route te volgen. Een groene (en blauwe) lijn als we samen het parcours op mogen. Een blauwe lijn als de lopers en fietser bezig zijn met hun run-bike-run en wij ze een stuk verder weer oppikken. De stukken run-bike-run zijn natuurgebieden en binnensteden van plaatsen waar we met de auto’s teveel overlast zouden veroorzaken.

DSC00897

Langs de route vannacht zie ik alleen maar watertorens en de rode lampjes van windmolens. Ik krijg flashbacks van vorig jaar. Toen leek het er ook op alsof ieder slaperig dorpje een joekel van een watertoren had. Onze fietsster heeft het zwaar en kan even niet verder. Wij nemen het haar niet kwalijk. Ze heeft erg veel meegemaakt de afgelopen periode en het ijskoude Franse plattenland is nu even niet de plek om dat te verwerken. Praktisch gezien levert het wel even een hoofdbreker op. Eentje die we snel op kunnen lossen. Ik ga fietsen en de cameraman die mee was om een nachtetappe te filmen gaat navigeren.

Het is koud, erg koud. Iedereen heeft daar last van maar ik was niet op fietsen gekleed. Ik krijg snel een trui van Menno maar mijn dunne spijkerbroek houdt weinig tegen. Ik zeur niet, zo zit ik niet elkaar en probeer praatjes te maken met de lopers. Om hun zinnen te verzetten. Het gaat over Feyenoord, hardlopen en er worden flauwe grappen gemaakt. De koude nacht in Noord-Frankrijk is de plaats waar team 336A zich als 1 geheel vormt. Smells like teamspirit.

Als we het andere team aftikken hebben we nog een stuk te gaan naar onze pleisterplaats. Het plaatsje Bertry waar ik me vorig jaar aan de hema-worst en chocoladebroodjes tegoed deed. Tegelijkertijd welteverstaan. Dat ze daar nou nooit opgekomen zijn om dat te verkopen. Het broodje worst met chocolade, echt een delicatesse, daar ga ik rijk mee worden. Het feestje in Bertry laten we links liggen. Als we eenmaal bij de sporthal zijn ga ik op een veldbed in mijn slaapzak liggen. Voor mijn gevoel ben ik met een minuut onder zeil. Letterlijk.

Etappe 3. Bertry – Sebourg

Deze etappe rij ik weer. We hebben een nieuwe fietsster in het team en we hebben gezelschap gekregen van iemand van het social media team van Gers! Deze etappe wordt een dolle boel. Menno ziet er met zijn pruik uit als een Duitse metalhead in 1988 en ik niet veel later ook. We krijgen het nodige bekijks. Een nadeel van al deze gezelligheid is wel dat we een keer op een verkeerd punt op een loper staan te wachten. Na 10 minuten vragen we ons af waar hij blijft (bij 1500 meter en onze afgesproken snelheid zouden we na een minuut of zeven de loper wel weer in zicht moeten hebben.

DSC00951

Als we onze vergissing inzien is het een kwestie van keren en de route weer volgen. Ik zou echt zweren dat de blauwe lijn naar links ging. De rest van de bus is mijn getuige. De muziek gaat wat harder en de grappen en grollen gaan door. Deze etappe is leuk. Over Franse wegen komen we dichter en dichter bij Belgie. En als je in Belgie bent, dan ben je er bijna. Toch? We blijven haasje over doen met andere teams en ondertussen vreten we bakken vol snoep naar binnen. De Roparun is de enige sportwedstrijd waar je wel aankomt ben ik bang.

DSC00920

In Sebourg worden we weer hartelijk onthaald. Even wachten op de andere teams en we gaan op pad naar Belgie. De muziek kan weer wat harder.

Etappe 4. Ghislengien – Mollem

Daar gaan we weer. Etappe 4. De rustplaats viel mij vorig jaar al op. Een aftandse garage waar dubieuze praktijken plaatsvinden als de zon onder is. Op de een of andere manier ga je automatisch Jambers nadoen als je eenmaal de grens bent over gegaan. Het is ook een etappe waar we allemaal enorme trek in chips krijgen. Het nadeel is echter dat op eerste pinksterdag alles gesloten is. Zelfs de winkels bij de benzinepompen bieden geen soelaas. Iedere keer als we langs dichte rolluiken rijden is de teleurstelling te horen. Het lijkt een chips-loze etappe te gaan worden.

DSC00911

Onze loopster krijgt wat last van haar knie en kan aan het einde van deze etappe niet meer verder. Het valt mij op dat mensen zich iedere keer schuldig voelen als ze uitvallen, maar dat vind ik nergens voor nodig. Ga er maar eens aanstaan. Hardlopend door de koude nachten met nauwelijks slaap.

En wat te denken van de fietsers? Meer dan 260 kilometer op een stadsfiets met een snelheid van net iets boven de elf kilometer per uur. De koks en masseurs slapen overigens bijna helemaal niet deze tocht. Gekkenwerk? Ja misschien, maar ons afzien staat in schril contrast met de mensen die deze kloteziekte niet overleven of er nu voor onder behandeling zijn. Toen Sandra kanker had heeft ze niet 1 dag geklaagd, niet een. En dan zou ik me een beetje zielig vinden om wat minder slaap? Dat dacht ik niet hé

DSC00965

Afgesproken wordt dat Menno de nachtetappe straks gaat lopen en onze loopster helpt met navigeren. Ik begin nu echt moe te worden en weet dat ik straks de verantwoording draag over de mensen in mijn bus. Bij een Turks eethuisje koop ik wat blikjes red bull. Superslecht, maar ik heb de suikers nodig. Al is het maar voor het mentale aspect. Als ik het eethuisje binnenloop ga ik bijna tegen de vlakte van de geur van shoarma. Daar zou ik nu wel trek in hebben, maar we zijn bijna bij het wisselpunt. Tijd om het heerlijke eten van onze koks te gaan proeven. Er wordt uitstekend voor ons gezorgd.

In Mollem tikken we af bij een voetbalveld. Achter de kantine/tribune maak ik een plas. Dit dertien in een dozijn veldje wakkert zelfs bij deze groundhopper geen warme gevoelens aan.

Etappe 4. Temse – Bergen op Zoom

Ik besluit niet te wachten op het eten en mijn slaap maximaal te pakken. In de laadruimte van de bus slaap ik meer dan twee uur. Hopelijk voldoende om ons veilig door de nacht te krijgen. Een gedeelte van deze etappe liep ik vorig jaar en ik herken veel dingen onderweg. Zo weet ik ook dat het run-bike-run stuk door het centrum van de sinjorenstad erg mooi is. Dwars door nachtelijk Antwerpen.

Aan de andere kant van de fietstunnel zoeken we een plek voor het busje. Als ze er zijn gaat de derde fiets weer op de drager en gaan we echt richting Nederland. Hier en daar zitten er mensen voor hun huis. Maar dat is nog niets vergeleken met het gekkenhuis waar we naartoe gaan. Eenmaal bij de grens is het de beurt aan Ossendrecht om ons binnen te halen. De alcohol-walm van de toeschouwers komt via de ramen ons busje in. Het is zes uur in de ochtend op tweede pinksterdag. Die mensen gaan ook een zware dinsdag tegemoet. We krijgen snoepjes en een beschuit met aardbeien. Net op het moment dat Menno geinterviewd wordt rij ik per ongeluk weg. Ik was alweer op weg naar de volgende stop voor de loper en had het niet in de gaten. Zijn seconds of fame moeten maar even wachten.

In Bergen op Zoom parkeren we naast het zwembad. Je kunt er gaan zwemmen of een douche nemen zoals ik doe. In de hal van de gymzaal rust ik wat uit met mijn tas als kussen. Ik heb mijn loopschoenen aan, de volgende etappe ga ik rennen. Ik heb er zin in, de marathon lijkt maanden terug en ik heb de afgelopen weken mijn kilometers alweer gemaakt.

wpid-dsc01014.jpg

Etappe 5. Dintelmond – Westmaas

Het begint te regenen bij het wisselpunt. Vanaf Bergen op Zoom is er geen ondersteuning meer op het parcours. De teams doen vanaf nu alleen nog maar run-bike-run en ik loop deze (korte) etappe. Na de Haringvlietbrug komen we langs Numansdorp. Ondertussen hou ik Sandra op de hoogte van onze aankomsttijd. Een van de vier teams had wat achterstand opgelopen en de teamcaptain had terecht besloten dat we daar op zouden wachten. Dus de andere drie teams waren in de etappe hiervoor wat langzamer gaan lopen en zij wat sneller. De aankomsttijd was daardoor op de app nog wat onduidelijk.

DSC01034

In Numansdorp zie ik Kees en Linda staan en ik zie dat Kees aan het filmen is. Hij is er op een goed moment, een loper uit 336B zijn schoonvader is laatst overleden aan kanker en in de haven van Numansdorp houden wij even halt zodat hij zijn verhaal kan vertellen. Zijn schoonmoeder woont in Numansdorp en als teken van respect en herdenking trekken we met fakkels door Numansdorp. Het levert mooie plaatjes op en iedereen weet weer waarvoor hij het doet. Aan het einde van Numansdorp is het ook nog een groot feest en dan zijn we bijna in Klaaswaal. Het laatste wisselpunt.

Etappe 6. Klaaswaal- Rotterdam

wpid-img-20160516-wa0010.jpg

Door de vermoeidheid zijn de emoties in Klaaswaal wat opgelopen. Een paar nachten op elkaars lip zorgt ervoor dat helder nadenken soms even niet kan. Een kleine inventarisatie levert op wie er wel mee wil op het laatste stuk door Oud-Beijerland, Barendrecht en langs het Daniel den Hoed. Ik heb dat stuk vorig jaar al met een brok in mijn keel gelopen en sta mijn fiets graag af.

Met het busje rijden we naar het Wings-hotel waar vrijdag alles begon en ruimen de bus zo goed en zo kwaad op als gaat. Sandra en Bastiaan komen hier ook even kijken en ik gooi mijn spullen in de auto voordat we met busjes naar Wilhelminaplein worden gebracht. Het einde van de tijdregistratie van de Roparun en het moment om aan te haken bij de rest van onze teams om samen de Coolsingel op te lopen.

DSC01057

Ik zie mijn ouders en Annemieke en Patrick. En ook vrienden die speciaal uit Limburg zijn gekomen om dit mee te maken. Als de rest aan komt lopen en fietsen blijkt dat Daniel den Hoed er aardig ingehakt heeft. Ik zie veel tranen en knuffels. Boven ons hoofd cirkelt een vliegtuigje met een banner eraan. ‘Gers is thuis’ staat erop. Met een megavlag en fakkels lopen we over de Erasmusbrug waar ik Sandra en Bastiaan weer zie. Bastiaan gaat op mijn nek mee richting de Coolsingel. Familieleden worden begroet en kinderen van deelnemers gaan op de schouders.

Het is even wachten tot het onze beurt is maar op het moment dat het onze beurt is breekt een feest van jewelste los. Fakkels, bier en Lee Towers die speciaal voor Gers komt zingen. Met een gerbera in ons hand zingen we met ‘You’ll never walk alone’ mee om vervolgens op de hoempapa-versie ervan in polonaise over de streep te gaan. Gers is terug en Rotterdam zal dat weten ook.

DSC01077

DSC01089

In Annabel is het tijd voor een biertje en kijk ik nog eens om me heen. Wat een fantastische teams waren wij. Nice kids, and we did deliver.

wpid-img-20160516-wa0017.jpg

wpid-dsc01048.jpg

Roparun 2016, een update

2015 duurt nog twee maanden maar ik durf wel met zekerheid te zeggen dat mijn, nogal last-minute, deelname aan de Roparun het hoogtepunt van het jaar was (klik hier voor mijn verslag, zelf krijg ik nog steeds een traan in mijn ogen als ik het terug lees).

Daarmee doe ik Sandra en ons ‘soort-van-huwelijk’ niks tekort. Juist Sandra (klik hier voor dat verhaal) weet hoe belangrijk het is om geld in te zamelen voor het onderzoek naar kankerbestrijding. Het ondersteunen van hospices en zoals de Roparun zelf zegt ‘leven toevoegen aan de dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen toegevoegd aan het leven’. Belangrijk dus, daar doet de liefde aan mijn kersverse vrouw (die ik al bijna 21 jaar ken) niks aan af.

Van Sander kreeg ik laatst in De Kuip exact 40 minuten de tijd om na te denken of ik dit jaar onderdeel uit wilde maken van het Gers! team. Niet als loper (ik wil immers al mijn looptraining gebruiken om de marathon van Rotterdam te gaan lopen) maar als chauffeur.

Uiteraard zei ik ja. En samen met Menno (geef je site eens een update joh!) ga ik een bus met lopers van A naar B begeleiden. Of beter gezegd, van Parijs naar Rotterdam. Van de eiffeltoren naar de Euromast. Van petit-fours naar een kapsalon. Van Parc des princes naar De Kuip. Van de stad van de mode naar de stad van de opgerolde mouwen. Hell yeah.

En nu? Nou ja, nu komt het aan op sponsoring ondersteuning. In de vorm van het kopen van loten die ik via de Roparun-organisatie krijg. In de vorm van een bijdrage op de speciale site die binnenkort live komt te staan. En in sommige gevallen in natura (nee, niet wat jullie denken).

Dus wees voorbereid, de komende maanden ga ik jullie via Facebook en deze website stalken om mij zoveel mogelijk te helpen. Nou ja niet mij, maar de duizenden mensen die door deze vreselijke ziekte zijn getroffen. Mocht je mij willen ondersteunen kun je hieronder een berichtje achter laten als je dat wil.

wpid-img_20150525_194600.jpg