Dank u

Zoals zoveel mannen van een bepaalde leeftijd leid ik aan een schromelijke vorm van zelfoverschatting. Dat uit zich bij mij niet door heel hard op motoren te gaan racen of ineens een cabrio te gaan rijden. Nee, bij mij is het meer dat ik denk dat ik jonger ben dan mijn paspoort aangeeft.

Op zich is dat allemaal vrij onschuldig en je doet er niemand kwaad mee. Alleen als je dan met de werkelijkheid geconfronteerd wordt dan doet het zeer.

Ik was van de week in de supermarkt en liep door het gangpad met frisdrank. Er stond een Aziatische dame, waarvan ik dacht dat ze niet heel veel ouder was dan mij (zie hier de zelfoverschatting), te staren naar het bovenste schap waar de icetea stond. Ze kwam duidelijk lengte tekort om de fles te pakken en als ontzettende slijmbal zijnde galant als ik ben bood ik mijn hulp aan. Uiteraard niet zonder onzettend aanstellerig grapje.

Ik vroeg haar of ik haar even op moest tillen of dat ik de fles zelf zou pakken. Ze dacht waarschijnlijk ‘blijf met je poten van mij af Dinosaurus‘ maar zei, toen ik haar de fles overhandigde, even dodelijk als welgemeend:

‘Dank u wel meneer.’ Met vooral de nadruk op de woordjes ‘U’ en ‘Meneer’.

Ik werd direct 10 centimeter kleiner. Gelukkig staat de after shave met anti-aging formule op kniehoogte.

image

Een nogal zoute grap

In tegenstelling tot veel mannen heb ik geen hekel aan boodschappen doen. Behalve dan in het weekend, wanneer de mannen die wel een hekel aan boodschappen doen hebben door hun vrouwen worden meegesleurd. Niet zelden staan deze exemplaren met hun handen in hun zakken vreselijk in de weg in het gangpad tussen de zilveruitjes en de rijst.

Een van mijn favoriete winkels is de Aldi. Niet alleen omdat ze er goedkope spullen hebben, en hun zaken vanuit kartonnen dozen verkopen, maar ook omdat ze vaak dingen in de aanbieding hebben die je helemaal niet nodig hebt en toch koopt. Omdat het zo goedkoop is. Zo kwam ik laatst met 5 kilo strooizout thuis, slechts drie euro en je wist immers maar nooit. Ook verkopen ze electronica bij de Aldi en het pleit voor ze dat ze hun telefoon ‘Wolfgang’ hebben genoemd. Nu was Mozart een OostenrijkerT maar om een hip en modern apparaat zo’n naam te geven dan heb je gewoon gevoel voor humor.

Ik had mijn boodschappen in mijn karretje liggen en voor me stond een moeder met peuter in de rij voor de kassa. De peuter had een zak met bruine broodjes voor zich tegen haar buik gedrukt en zei tegen mij dat ze bolletjes in haar buik had. Nu ben ik woest aantrekkelijk voor moeders met kinderen en was het zaak om iets grappigs terug te zeggen. Je hebt immers een reputatie hoog te houden nietwaar.

Ik zei tegen de moeder dat het te hopen viel dat haar dochter deze zin niet zou gebruiken als ze een keer naar de Antillen vlogen. De moeder schoot in de lach en keek of ik geen ring om mijn vinger had ging verder met haar boodschappen op de band zetten. Ze moest 19,45 euro afrekenen, ook dat nog.

De vader van de peuter kon mijn grap niet zo waarderen. Hij keek boos mijn kant op en hij zag er nogal fors uit. Ik besloot te doen alsof ik wat vergeten was en ging weer even terug de winkel in om iets te kopen wat ik helemaal niet nodig had. Zodat ik daarna zonder gezichtsverlies in een andere rij plaats kon nemen. Een aankoop was zo gevonden.

Laat de winter maar komen…..

image

Een goede fundering

Bastiaan zijn school is populair, zo populair dat er momenteel een heel stuk aangebouwd wordt. Daar schreef ik laatst al een stukje over en toen ontstond er een hele discussie over wat vroeger nu wel of niet de aula was (en ja, ik had ongelijk). Na het slopen en het heien was het gisteren tijd voor het storten van de fundering. Vanachter een hek keek een stapel kleuters naar de werklui en de activiteiten die verricht werden op de bouwplaats. Hoofden vol met vragen met wat daar nu gebeurde, een soort van leren in de buitenlucht.

In een hoekje van het bouwterrein waren zes bouwvakkers bezig met het in bedwang houden van de slang waar het vloeibare beton doorheen geperst werd. Zes playmobilpoppetjes met een helmpje op. Er viel weinig uniformiteit te ontdekken in hun hoofddeksels, het waren allemaal bouwvakkershelmen ja. Maar het was een bonte verzameling. Een witte, een rode, een blauwe en een roze. Een roze? Inderdaad, er liep een bouwvakker met een roze helm.

‘Wat voor kleur helm heeft Wendy eigenlijk?’ vroeg ik aan Bastiaan.

‘Geel, net zoals de helm van Bob de Bouwer zelf.’

Dat leek me ook wel logisch en ik keek weer naar de bouwvakker met de roze helm. Misschien was de kleur wel uitgekozen door zijn dochter? Wilde hij een statement maken of had hij een weddenschap verloren in de pauze. En was de straf voor de verloren weddenschap een dagje rondlopen met een roze helm. Onbewust moest ik toch even aan de YMCA denken en keek goed om me heen of ik die Indiaan niet ergens zag, en die politie-agent. Het was nogal een, en sorry voor de onbedoelde woordgrap, potige kerel. Die roze helm paste totaal niet met hoe hij eruitzag.

De slang maakte een vreemde kronkeling en het beton spoot overal heen. De zes mannen leken wel met een reuze-anaconda te worstelen. De kleuters naast me keken geamuseerd toe. De roze helm nam het voortouw en sprak zijn collega’s toe hun werk iets beter uit te voeren.

‘Sjaak! Jan!, hou die pestpokkepleuristyfus-slang nou eens goed beet man. Ik krijg dat G*dverd*mse teringbeton op deze manier nooit in die klotefundering!’

Ja, de kinderen hadden een boel geleerd vanochtend.

image

Koude vis

Meer dan eens verbaas ik me over zaken, zo ook afgelopen weekend.

Op het eerste gezicht lijkt er niets geks aan de hand, een viskraam in het (bruisende) centrum. Maar toen ik erover nadacht vroeg ik me af waarom deze middenstander de toevoeging ‘warme’ aan de leus op zijn kar had toegevoegd. Je ziet dat ook met café’s, dan staat er ‘verse koffie’. Ja, dat lijkt me wel handig. Ik denk niet dat het aantal mensen dat koffie van twee dagen oud wil drinken erg groot is.

Want waarom staat dat wel bij koffie en bijvoorbeeld niet bij ijs. Ik zie nergens staan ‘koud ijs’ omdat dat voor iedereen nogal logisch lijkt. Behalve voor kleuters dan, die beklagen zich er soms over dat het ijsje zo koud is. ‘Ja, warm ijs is nog niet uitgevonden’ luidt het schijtlollige antwoord van een der ouders dan meer dan eens.

Dus ‘warm gebakken vis’ lijkt me nogal onnodig. Of ze moeten in een Zwitsers laboratorium een methode hebben gevonden om door middel van een ingewikkelde atoomsplitsing een kibbeling gaar te krijgen bij -173 graden. Dat zou kunnen, maar het leek mij nogal sterk dat juist deze viskraam deze methode ook hanteert.

Dus mijn advies zou zijn om gewoon met ‘gebakken vis’ te adverteren boven je viskraam. Behalve als je haringen verkoopt. Dan niet uiteraard.

P1120234

Gympapa

Op maandag heb ik altijd vrij. Sommige mensen zeggen papadag maar dat werkt weer op de zenuwen bij een grote groep andere mensen. Ik ben dus gewoon vrij. Ik breng Bastiaan naar school, loop een rondje hard, doe boodschappen en tref wat voorbereidingen voor het avondeten. Waarvan ik later op de dag altijd een aanstellerige foto op Facebook plaats.

Tussen de middag eten Bastiaan en ik een tosti en na school gaan we spelen. Het enige nadeel van de maandag is dat er niet vaak activiteiten op school zijn waar de ouders bij betrokken kunnen worden. Er is af en toe een inloopochtend maar de uitlaatklep is op vrijdag en andere dingen in de klas vaak op de woensdag van Sandra.

Dus vond ik het erg leuk dat ze vroegen of er ouders waren die mee wilden helpen met de gym. Om al die gasten snel hun jassen en schoenen aan en uit te doen zodat er meer gymtijd overbleef. Dat leek mij wel wat. Gisteren was mijn vuurdoop en na de lunchpauze liep ik met Bastiaan aan een hand en een ander jongetje aan de andere hand als laatste in de optocht naar de sporthal, ongeveer 500 meter verderop.

Voor mij liepen een jongen en een meisje te dralen. De jongen liet de hand van het meisje los en ik zei dat ze hand in hand moesten gaan lopen. Het jongetje aan mijn rechterhand zei ‘Kameraden’ en begon direct daarna het clublied van Feyenoord te zingen. Goed kereltje, dat kon Bastiaan zijn beste vriend in de klas wel eens gaan worden als het aan mij lag. Het jongetje voor mij, die als eerste het hand van het meisje losliet en daarna ook nog eens een gat liet vallen met onze voorgangers, zei dat Feyenoord boe was. Ik wist direct dat dit kereltje mijn vriend niet zou gaan worden, laat staan die van Bastiaan.

In de kleedkamer hielp ik kinderen uit hun truien, trok sportschoenen bij ze aan en moest van de dames hun jurken bewonderen. Ik veegde tijdens de gym snotneuzen af, herstelde een losgeraakte vlecht en zag erop toe dat iedereen de oefening goed uitvoerde. Zag meiden gracieus landen op de mat en jongens, die heel stoer deden, toch een stukje lager door het klimrek klimmen omdat ze ineens toch niet zo stoer bleken te zijn. Er werd opgemerkt dat ik kaal was en op de terugweg had ik er 30 vrienden bij. Minus eentje uiteraard.

Op het schoolplein aangekomen leek het erop dat mijn reputatie als grappige gympapa mij vooruitgesneld was. In de tijd van de mobiele telefoon gaan dat soort dingen snel. Er zat een groepje moeders op een bankje te wachten tot de bel ging en ik ving een gedeelte van hun gesprek op.

‘Zag je hem in de weer met die touwen? Die spieren….’

Dat klopte wel, ik heb aan het einde even geholpen met alles opruimen. Daar hoorden ook touwen bij. De dames waren blijkbaar weinig gewend want zo’n Schwarzeneggert ben ik ook weer niet. Maar het streelde mijn ego.

‘En daarna tekeer gaan op die matras?’

Ehm, het is in gymtermen een mat dames, een mat. Geen matras. Het was ze vergeven. Ik haal het paard en de bok ook nog wel eens door elkaar.

‘En met die ballen?’

Ho, wacht eens even. Ik heb geholpen bij het klimrek. Bij de ballen stond de oma van een jongetje uit zijn klas. Waar hadden deze vrouwen het over?

‘Nee, in het boek gaat het wilder tekeer. Het was niet mijn Mr. Grey’ zei de nuffigste van het stel.

Als sportieve gympapa verlies je het gewoon van een fictief personage bij deze vrouwen. Geen wonder dat hun mannen allemaal hobby’s hebben.

Mannenontbijt

Tijdens mijn zaterdagse rondje hardlopen werd ik ingehaald door allemaal vijftigers en zestigers op een fiets. Nog niet zo lang geleden had ik gezegd “mannen van middelbare leeftijd”. Zelf ben ik echter al bijna 42 en mocht ik de gezegende leeftijd van 84 halen dan zou dat betekenen dat ik zelf middelbaar ben. The horror!

Enfin, de fietsers bogen een stukje voorbij mij rechtsaf de parkeerplaats op van een van de vele loon- en grondbewerkingsbedrijven die we in deze omgeving rijk zijn. Overwerken op zaterdag dacht ik, een goed teken dat de economie aantrekt. Toen ik bij het hek kwam zag ik een banner hangen met daarop ‘Mannenontbijt’, heel even moest ik aan het nummer van Hall & Oates denken. Maar het leek me hier gewoon om een ontbijtje te gaan.

Nu ben ik niet per se voor activiteiten voor gescheiden groepen. Moslimzwemmen, speciale vrouwenavonden voor de naar de film, pygmeeën-fitness. Van mij hoeft dat niet zo. Maar toen ik al die kereltjes dat gebouw binnen zag gaan sloeg mijn fantasie op hol. Ik zag ze al zitten aan een lange tafel, met rode konen van de fietstocht op een koude ochtend in maart.

Pratend over voetbal en vissen. Over de kont van de koffiejuffrouw en over dat vroeger alles beter was. Uiteraard met volle mond. Witte boterhammen met hagelslag.

‘Henk, trek eens aan mijn vinger’
‘Prrrrrrréééép’

Kees wil weten wat Sjaak op zijn brood heeft:

‘Sjaak, wat heb je erop?’
‘Twee tieten in een envelop.’

Lachen, gieren en brullen. Een ochtendje mannen onder elkaar. De hele vloer bezaaid met broodkruimels, chocoladevlokken in de plantenbak en overal is gemorst met koffie. En wie mag al die kolerezooi weer opruimen?

Juist. Een vrouw.

P1120233

Gebakken peuter

Ik heb geen baard of heel moeilijke uilenbril, Sandra zit niet op yoga en heeft ook geen bakfiets. Ondanks dat proberen we wel op ons voedsel te letten. Iets minder suiker, gezonde smoothies. U kent dat wel (of niet, dat kan ook ik neem het u niet kwalijk).

Verwacht niet dat we hier tarwegras of Quinoa-taartjes eten, maar we proberen wel op ons eten te letten. Van de week maakte ik voor de eerste keer zelf pindakaas. Supersimpel, 500 gram pinda’s, wat olie en een beetje zout. Kind kan de was doen, niks geen ingewikkelde ingrediënten die ik bij wijze van opschepperij iedere maandag op Facebook post (in de hoop dat iedereen dat dan like’d), gewoon in de blender en klaar.

Bij het ontbijt wilde Bastiaan de zelfgemaakte pindakaas wel eens proberen. En ik moet toegeven, hij smaakte best goed. Maar toch ontbrak er iets aan deze variant. Voor mij in ieder geval. Dus ik zeg tegen Sandra dat ik de volgende twee versies maak. Een normale en eentje met een gebakken peper. Voor een beetje bite, want iets pittiger mocht wel.

Bastiaan reageerde als door een slang gebeten.

‘Oho. Ik hoorde je wel hoor stoute papa!’ zei hij met een gezicht dat op onweer stond.

‘Maar ik maar er twee, ook een normale versie voor jou.’

‘Niks daarvan, ik wil geen pindakaas met gebakken peuter!’

De volgende keer niet meer iets proberen te vertellen met een mond vol pindakaas leek mij het meest verstandig.

12032015a

Als de dag van gisteren. Ehm, morgen.

‘Hé Melvin, Melvin! Jij bent vandaag hulpje!’

Hoe stoer de jongens er ook uit mogen zien met hun hanenkammen, kuiven en stoere stekels. T-shirts met Star Wars, skeletten en Cars. Hulpje van de juffrouw willen ze allemaal graag zijn.

Bastiaan werpt ook een blik op ladder met foto’s waarmee de juf aangeeft hoe lang het nog duurt voordat je weer hulpje bent.

‘Ja hoor, jij bent vandaag hulpje. Samen met Roos.’

Melvin glimt van trots en Bastiaan zegt tegen niemand in het bijzonder maar binnen gehoorsafstand van twee moeders ‘Ik was morgen hulpje.’

‘Gisteren’ verbeter ik hem. ‘Gisteren was het maandag en toen was jij hulpje.’ De moeders schieten in de lach en vertellen dan hun kinderen ook morgen tegen gisteren zeggen. Vanochtend tegen vanmiddag en soms andersom. Blijkbaar is dat nog erg lastig voor kleuters.

Bastiaan volgt de hele ‘gisteren’ en ‘morgen’-discussie tussen de ouders en kijkt geïrriteerd onze kant op.

‘Nou ja, ik was de dag achter vandaag hulpje.’

Ook weer opgelost.

006032015

Kroepoek

‘Een Indische rijsttafel voor 1 persoon en een saté Ajam’

‘O ja, en een biertje.’

Mijn stempelkaart ben ik weer eens vergeten en in plaats daarvan krijg ik de stempels die je bij iedere bestede 10 euro krijgt mee op een drankbonnetje. Ik stop het bonnetje in mijn portemonnee om het weken later als een verfrommeld papiertje terug te vinden, of met vervaagde stempels. Zo krijgen we die kaart nooit vol.

Naast me op de tafel liggen naast het plaatselijke suffertje ook de roddelbladen. Het lijkt erop dat Sylvie Meis altijd op de voorpagina staat. In het midden van die tafel staat een bak met kroepoek. Als een soort ongeschreven regel pakt iedereen een paar van die kroepoekjes voordat ze gaan zitten, wachtend op hun bestelling.

Er komt een echtpaar binnen met twee kinderen. Nog voordat ze aan de beurt zijn heeft de vader al een hele hand kroepoek achter zijn kiezen *Kronsj*.  Zijn kinderen volgen het goede voorbeeld.

‘Wat gaan we eten?’

*Kronsj*. Weer een hap nieuwe kroepoek. *Kronsj*, zijn kinderen ook.

‘Een rijsttafel doen? Voor 2 personen?’

*Kronsj*. Kroepoek. *Kronsj*, zijn kinderen ook.

‘En voor de jongens patat?’

*Kronsj* *Kronsj*

De man gaat naar de balie en de vriendelijk lachende restauranthoudster neemt de bestelling op. Het leegvreten van de bak met kroepoek gaat gestaag verder. Wanneer mijn rijsttafel voor 1 persoon er is, met voor voldoende eten voor twee dagen voor ons hele gezin, is de schaal al bijna leeg.

*Kronsj* *Kronsj* *Kronsj* *Kronsj*

Behalve dat die familie nog drie dagen van hun rijsttafel kan eten weet ik nog 1 ding zeker. Die kinderen zeggen zo aan tafel dat ze ‘geen honger’ hebben. *Kronsj*

wpid-20150305_142601.jpg