Feyenoord vs Trencin, een wedstrijd als een horrorfilm

De boodschap was duidelijk; er moest gescoord worden en snel ook een beetje. Feyenoord schoot redelijk uit de startblokken, scoorde een doelpunt maar een minuut later was het alweer gedaan met alle hoop. Een hele minuut dachten we dat het nog wel eens zou kunnen gaan gebeuren. Wat volgde was een frustrerende avond. Frustrerend omdat je de kansen wel kreeg maar niet afmaakte. 

De hef in het avondzonnetje.
Ingang 40. Omdat het minimaal 4-0 zou moeten worden. Bijgeloof hé.
RVP is de captain
Daar gaan weer 10.000 Zwitserse francs.
Doe er nog maar 10.000 bij.
Berghuis achter de bal. Gio kijkt toe.
1-0 in de eerste tien minuten. Kan het dan toch?
Het antwoord is nee.
Deze vlaggen hingen er nogal slordig bij. Net zo slordig als Feyenoord met de kansen om ging.
Het Europese avontuur is alweer klaar voordat het begonnen is.

92

Vanavond is het ‘erop of eronder’, de ‘dood of de gladiolen’ of ‘do or die’. Feyenoord moet een 4-0 achterstand binnen 90 minuten goed maken. Het is vanavond de 92e Europese wedstrijd van Feyenoord die ik bezoek. Slechts een keer wonnen ze met een uitslag die vanavond voldoende zou zijn.

35 gulden, niet mis.

Nadat Feyenoord de uitwedstrijd al met 0-7 had gewonnen volgde twee weken later de return in het toernooi der bekerwinnaars. Voor 13.000 toeschouwers (waarom kocht ik in vredesnaam een kaartje RR voor een wedstrijd die zo matig bezocht werd?) duurde het nog vrij lang voordat de veredelde amateurs uit Letland aan de kant werden geschoven. Met o.a. een hattrick van Mike Obiku en een doelpunt van Glaucio werd het uiteindelijk 6-0. Voor vanavond teken ik ervoor. Maar ik vrees met grote vrezen.

Offer

Op vakantie In een land waar men geluk af probeert te dwingen met offers aan Boeddha bestaat er niets zoals toeval. 

Ik schrok om tien over een lokale tijd wakker. Met een slaperig hoofd, mijn bril buiten handbereik én een oogafwijking van -5 duizelden de letters op de website van het AD me een beetje.

Met de telefoon onder de dekens om mijn slapende zoon niet wakker te maken zag ik het volgende staan:

5-5 Feyenoord! Pablo Rosario mist strafschop

Blijkbaar was ik precies op tijd wakker geworden voor de beslissende penalty. Na bijna acht uur rijden door Cambodja had ik, na een boel gedoe met een VPN tunnel, een vergeten wachtwoord van fox en een kille mededeling dat deze stream niet in deze regio beschikbaar zou zijn, de moed opgegeven dat ik de wedstrijd nog zou kunnen zien. En met een aftrap om 23:00 uur plaatselijke tijd waren de mogelijkheden om de supercup ergens anders te kijken nogal beperkt.

Als een maniak ververste ik de pagina op mijn iPhone tot het verlossende bericht kwam.

6-5 Feyenoord! Jordy Clasie benut strafschop. Feyenoord wint de Johan Cruijff Schaal.

Buiten maakten de krekels een lawaai van jewelste en bij de overburen blafte een hond. Met een gerust hart viel ik in slaap. Bij het wakker worden klonk er in de verte het gebed van een monnik. Richting het oude, in Franse stijl gebouwde, centrum passeerden we een tempel waar een meisje in een Liverpool-shirt op haar brommer zat te wachten.

Van Justin Bijlow had hier nog nooit iemand gehoord. Maar dat is slechts een kwestie van tijd en een paar welgemeende offers.

 

110

Alleen God weet hoe vaak ik het volgen van de club wel niet vervloekt heb. De gedachte ‘had ik maar een andere hobby gekozen’ was (en is) nooit ver weg. Niet alleen na een nederlaag op een koude dinsdagavond in Kerkrade of de zoveelste deceptie in een Klassieker. Maar ook op een hotelkamer in Nancy wanneer de sms’jes van ongeruste familieleden binnenkwamen of alles in orde met ons was. Om nog maar te zwijgen van de taferelen op een parkeerplaats in Düsseldorf waar ik een verkeerspaaltje dwars door de voorruit van een Duitse familie zag gaan. Op veel van die momenten dacht ik echt aan het doorknippen van mijn seizoenkaart.

Maar aan de andere kant zijn daar de vriendschappen, de reisjes en de mooie momenten. Van een benauwde Geusselt op een dinsdagavond in 1993 tot feestvierende pleinen in Milaan en Manchester. Van een onverwacht kampioenschap in Groningen tot een zeer emotionele pot tegen Heracles. Van KNVB-bekers tot een UEFA-Cup. Van tranen van verdriet tot tranen van vreugde. Feyenoord is als het leven zelf; vol hoogte- en dieptepunten.

Ik schreef verhaaltjes voor Lunatic News en heb een column in de Hand in Hand. Hielp een aantal malen mee als vrijwilliger bij de Open Dag en zat een blauwe maandag in de befaamde klankbordgroep. Je kunt niet echt zeggen dat het wel en wee van de club me niets doet. Maar laatst werd me verweten dat ik mijn kop in het zand stak omdat ik zei dat die hele stadiondiscussie me murw had gebeukt. En toen had ik weer een moment dat ik een schaar in gedachten zag. Als je niet voor bent maakt het niet dat je automatisch tegen bent. Het leven is niet zo zwart-wit, maar dat verstand komt echt met de jaren.

Vandaag bestaat de club 110 jaar. Honderdtien jaar waarvan ik er ruim 33 op de tribune zit. Meer dan een derde van mijn leven heb ik nu een seizoenkaart. In Nederland duurt een gemiddeld huwelijk met slechts veertien jaar een stuk korter, je zou kunnen zeggen dat we trouwer aan de club zijn dan aan onze partners.

Getrouwd met Feyenoord, zoals in mijn tienerjaren het geval was, ben ik allang niet meer. Ik zou het eerder willen omschrijven als een latrelatie. En als ze dan wil verhuizen naar een nieuw huis waarbij de hypotheek bijna niet op te brengen valt zal ik ongetwijfeld een keer met mijn wenkbrauwen fronsen.

Maar toch, je blijft houden van de club. Leve Feyenoord!

Gunnen

Afgelopen dinsdag klonk er een zucht van verlichting in veel Nederlandse huishoudens. Het zou toch niet gaan gebeuren dat onze Zuiderburen daadwerkelijk kans zouden maken op de wereldtitel? Nederland verloor drie finales en het schrikbeeld dat België Wereldkampioen zou kunnen worden in hun eerste finale ooit zorgde ervoor dat er mensen al bezig waren met het uitstippelen van alternatieve routes voor de komende zomervakantie. Het begin richting de route du soleil zou dan voortaan via Duitsland lopen.

Ik had hetzelfde afgelopen woensdag. Natuurlijk gunde ik Engeland, en de vele Engelse vrienden die ik heb, de wereldtitel maar diep in mijn hart hoopte ik op een Kroatische overwinning. Waarom? Het is puur eigenbelang. Engels voetbal is voor mij de lagere divisies, krakkemikkige stadions (dat worden er steeds minder), een pukka pie en sloten bier in een social club vol ouden van dagen.

Een wereldtitel zou niet alles veranderen op het eiland maar wel veel. Ik wil op bezoek gaan in een land dat vaak net-niet is, een land dat hoopt tegen beter weten in (herkenbaar Feyenoorders?). Noem het de kift dat ik het ze het niet gun of misschien zelfs kleinzielig. Een psychiater zou het de ‘pijn’ van een verloren WK-finale noemen. En dan ben ik niet eens een echte fan van Oranje.

Zondag juich ik voor de Kroaten. Al is het maar omdat ik daar zelden door heen rijd. En natuurlijk vanwege die geweldige shirts. En vooruit, ze hebben er ook nog eens lekker bier. 

VAR

In de hal van het oude Wembley stond het doel uit 1966. Via een knop kon je stemmen of de goal van Geoff Hurst wel of niet achter de doellijn was geweest. Alle buitenlandse toeristen stemden ‘nee’ en de Engelsen uiteraard ‘ja’, alsof de wereldtitel met terugwerkende kracht nog van ze afgepakt zou kunnen worden. De VAR was nog lichtjaren ver weg al heeft onderzoek van Sky Sports ‘bewezen’ dat het een terechte goal was. Maar ja, Sky is Engels hé.

Er is geen land ter wereld waar de pers een nationaal elftal zó op een voetstuk kan plaatsen om het even later weer zo hartstochtelijk neer te sabelen. Gisteren was het Engeland vs Colombia. Een wedstrijd waarbij je blij was dat er smartphones bestaan. Wat een beproeving was dit zeg, er leek geen einde aan te komen. 

Uiteraard was ik voor Engeland. Als zelfverklaard Anglofiel ben ik dol op het land en ik schat dat ik er zeker wel een keer of 60 geweest ben. De pubcultuur, de muziek, de subculturen die er ontstaan zijn (en daarmee ook hele kledingstijlen) en uiteraard het voetbal. Toen ik me voor voetbal ging interesseren was de enige Engelse wedstrijd die uitgezonden werd de FA Cupfinale. Dat grote stadion en het ‘abide with me’ dat massaal door alle toeschouwers gezongen werd. Naar dat voetballand moest ik heen.

In ongeveer alle sporten die ze verzonnen hebben zijn ze ingehaald door hun koloniën. Misschien was dat wel de reden dat in de hal van het oude Wembley er zo massaal op de ‘goal’ knop werd gedrukt. 1966 was de bevestiging dat Britannia de waves nog steeds beheersten.

Juist voor Engeland geldt dat de jacht mooier is dan de vangst want er is geen enkel land wat dramatischer kan verliezen dan die rare eilandbewoners. Wat dat aangaat was gisteravond een trendbreuk. Ze wonnen zowaar op penalties. En op het moment dat het marmer voor het beeld van Harry Kane al in bestelling staat zullen ze er wel uitvliegen tegen het matige Zweden.

Eind 2018 staat in de hal van het nieuwe Wembley een nagebouwde VAR-kamer met een wassen pop van Danny Makkelie. Met een knop kun je stemmen of de VAR het wel of niet bij het juiste einde had bij die goal van Sterling. Alle toeristen stemmen uiteraard nee. De Engelsen niet….

 

Azteca

Het eerste WK dat ik bewust meemaakte was Mexico’86. Een toernooi waar Nederland, net zoals nu, schitterde door afwezigheid. Er deden vierentwintig landen mee waaronder Canada, Schotland en de Sovjet-Unie. Mede door het uiteen vallen van de USSR (en Joegoslavië) hebben we tegenwoordig ongeveer 300 extra landen die zich kunnen kwalificeren voor het WK. Allemaal landen die ons eigen Oranje een voet dwars kunnen zetten tijdens de kwalificatie.

Ik zou graag willen zeggen dat ik nog wat weet van de gespeelde wedstrijden maar dat zijn herinneringen die later ingekleurd zijn. De hand van God, Danish Dynamite en de uitstekende Belgen zijn daarna eindeloos herhaalt.

Wat ik dan nog wel weet? De geweldige Hummel-shirts van de Denen. Mijn Panini-album (dat ik nooit vol heb gekregen en die ik ergens tussen drie verhuizingen kwijt ben geraakt) en de bal waarmee gevoetbald werd.

De Azteca van Adidas was de mooiste bal ooit. Van mijn zakgeld kocht ik de synthetische versie van deze bal (de echt leren versie zou in no-time versleten zijn want we voetbalden vooral op straat) en die hebben we tijdens menig potje ‘tienen’ gebruikt. Tijdens de loeiharde voorzetten die we gaven sneuvelde nog weleens een bril of kwam de bal terecht op het dak van de Prins Maurits-school. De bal van dat dak afhalen was een uitdaging omdat de regenpijpen ingesmeerd waren met een goedje om regenpijpklimmers het zo lastig mogelijk te maken. Met besmeurde handen moest je vervolgens op doel staan omdat jij diegene was die over schoot.

De laatste omwentelingen van de bal staan me nog wel helder voor ogen. Er was een kant van ons speelterrein waar de ongeschreven wet heerste dat je daar niet naar toe moest schieten. De prikkelbosjes waren funest voor je kleding maar ook voor ballen. Na een mislukte voorzet stuiterde de bal over het hek van de school heen, precies voor de voeten van een passerende buurtgenoot.

Niet gezegend met een goede traptechniek punterde hij de bal zo in de richting van de ‘verboden bosjes’. Er was in Berkel geen hand van God om de bal van richting te veranderen. De rest van de zomer van ’86 hebben we vooral gehonkbald.

De tanden van Dirk

‘Heeft hij nou nieuwe tanden?’  Tijdens de samenvatting van de afscheidswedstrijd van Dirk Kuyt op Studio Sport is dat het eerste wat mijn schoonmoeder opvalt. Bij de eerstvolgende close-up valt de rij witte bijtertjes mij ook op. Zaken die je op de tribune van De Kuip niet meekrijgt worden uitvergroot op televisie.

Zittend op de tweede ring zag ik wel dat Roy Makaay ietwat forser was geworden. ‘Als hij nu een spook wil spelen dan heeft hij twee hoeslakens nodig’ vatte mijn buurman gevat samen. En zo’n middag was het tijdens de Dirk Kuyt Testimonial. In een landerige en soms wat lacherige sfeer werd afscheid genomen van de speler die voor eeuwig verbonden zal blijven met 14 mei 2017, toen om een minuut over halfdrie de tijd letterlijk even stil stond in Rotterdam.

Op de foto’s uit zijn eerste Feyenoord-periode zie je het goed. Dirk heeft in de jaren erna wel wat aan zijn uiterlijk laten doen. Niet alleen zijn tanden maar ook zijn oren zijn volgens mij onder het mes gegaan. In een tijdperk waar alles draait om uiterlijkheden ontkomt zelfs een vissersjongen uit Katwijk daar niet aan.

Een keer een verkeerde spijkerbroek dragen in de kleedkamer en je bent de rest van het seizoen het mikpunt van spot. Het zou mij niets verbazen als Depay vanaf de parterre wat toegeroepen kreeg over zijn hoed. Al was dat waarschijnlijk niets vergeleken wat sommige van Dirk zijn oud-Oranje collega’s te horen kregen.

Ik keek nog een keer naar die witte rij tanden die hij liet zien na zijn allerlaatste goal in Feyenoord-shirt. Die witte tanden stonden symbool voor zijn terugkeer. Ze gaven Dirk en Feyenoord nieuw elan. Maar vooral lieten ze zien dat als je je ergens in vastbijt alles mogelijk is. Zelfs een kampioenschap na achttien lange jaren wachten.

Dirk Kuyt testimonial

Alleen Coen Moulijn en Willem van Hanegem gingen hem voor met een heuse afscheidswedstrijd. Voor Coen kwamen de mensen nog wel naar het stadion als hij op de middenstip zou gaan klaverjassen (niet mijn woorden) en Willem was de knuffelbeer onder de Feyenoorders.

En Dirk? Dirk zal voor altijd geassocieerd worden met 14 mei 2017, de dag dat Rotterdam opnieuw Bevrijdingsdag vierde. De Kuip was voller dan ik had verwacht en al met al was het best een leuke middag.

De Kromme is de jeugdcoach van de ‘zonen van’. Dat deed die ouwe brombeer op onnavolgbare wijze. Ik vermoed dat wat van de ‘zonen’ nu nog beduusd zijn.

Het ingevlogen sterren-ensemble.

Dirk doet zijn zegje.

En een minuut stilte voor een oer-Feyenoorder. Ik vond die schermen ergens best gaaf. Vier is wat teveel maar zou twee niet kunnen?

Feyenoord met Paauwe, Pi-Air, Landzaat, Gio en Van Persie in een elftal.

Pi-Air kopt raak na een panklare voorzet van Berghuis.

De tweede helft was Dirk in het Oranje gestoken.

En Steven Gerrard in het rood en wit. Roy Makaay slaat de ballen gehakt op Varkenoord niet af.

Dirk eraf.

En er weer op. Maar niet voordat ie voor televisiekijkend Nederland in zijn onderbroek gefilmd werd.

Net zoals tegen Heracles scoort hij vlak voor tijd uit een strafschop. Nummer zeven is definitief gestopt.

Dirk bedankt!

 

Finale Rotterdam schrijft

Dat was erg leuk, de uitreiking van de prijzen van de Rotterdam Schrijft wedstrijd. Ik had het verhaal bloempot (in ietwat aangepaste versie) ingestuurd en zat bij de veertig finalisten. Ik had er al rekening mee gehouden dat ik niet zou winnen, en dat gebeurde ook niet. Het verhaal over Gerrit is een feelgood-verhaaltje maar geen literair wonder (dat ben ik zelf ook niet).

Enfin, aan het einde van de avond kreeg je het boek mee waarin alle veertig verhalen gepubliceerd zijn. En dat was al een prijs op zich.