Even poolshoogte nemen op de route

Met Menno en Martin heen en weer naar Frankrijk om slaapplaatsen voor de Roparun te bekijken. Trip down memorylane omdat veel plaatsen waar we doorheen kwamen ik de vorige edities ook gelopen heb.

Onze weg werd twee keer versperd door een omgevallen boom en voor de rest kwamen we ‘le coq sportif’ tegen en kan Menno zijn auto wel een wasbeurt gebruiken. We kwamen langs de bakker waar we vorig jaar croissants kochten en langs heel veel gesloten rolluiken in België.

Negen uur onderweg, een miljard kilometers en een paar mooie plekken gezien. Doneren op ons team? Dat kan via https://donaties.roparun.nl/doneren?team=923

Liew

Ons campertje had een mooi plekje gekregen op de camping in Frankrijk. In de schaduw en vlakbij de douches en toiletten. Geen overbodige luxe als je met een peuter van anderhalf op vakantie bent.

Het trapje voor het toiletgebouw werd Bastiaan zijn hangplek. Iedere campinggast die naar het toilet of douche wilde kreeg persoonlijke begeleiding het gebouwtje in. Heel even overwogen we om een schoteltje naast hem te zetten. Dan zou hij in mum van tijd ons verblijf op de camping terugverdiend hebben.

Heel soms moesten we hem even uit het badhuis halen als hij in zijn enthousiasme tot in de douchecabine meeliep. Binnen twee dagen tijd kende de hele camping het kleine blonde mannetje dat liever op de trap bivakkeerde dan te dobberen in het zwembad.

De Franse kampeerders bleken erg chauvinistisch te zijn qua autokeuze. Naast iedere caravan stond een peugeot te blinken in de zon. Als Bastiaan aan de hand van zijn moeder weer eens zijn inspectieronde over de camping liep stond hij bij iedere Peugeot stil, wees op het logo en zei ‘liew’ gevolgd door een ‘wroaar’, je hoorde zo waar hij was.

Na twee weken zon, pastis en lekker eten was het tijd om naar huis te gaan. Ons Volkswagen campertje stuurde ik over de Franse snelwegen richting Nederland. Op de achterbank leek Bastiaan te slapen in zijn maxicosi.

Of we al in de buurt van Lille waren wilde Sandra weten. Vanaf de achterbank klonk een harde grom ‘Wroaaaaaaaaar!’

Wat heb ik nu weer gedaan?

Vol ongeloof staar ik naar het scherm van mijn telefoon. Ik heb zojuist ja gezegd. Ja op de vraag of ik morgen mee wil naar Parijs. Niet om de schilderijen in het Louvre te bekijken, of om de Eiffeltoren te beklimmen. Nee, de eindbestemming is een Formule 1 hotel aan de rand van de snelweg. Nou ja, dat is niet de echte eindbestemming. De echte eindbestemming is de Coolsingel in Rotterdam. Ja, ik doe last-minute mee aan de Roparun.

Meer dan 520 kilometer van Parijs naar Rotterdam waarbij ik, in etappes van 1 kilometer per keer, in totaal 65 kilometer voor mijn rekening neem. 65 kilometer in 48 uur, en dat voor iemand die normaal ongeveer 20 kilometer per week loopt. Het gaat dus een beproeving worden.

Al is beproeving niet het juiste woord. Het geld dat opgehaald wordt met de roparun is bestemd voor mensen met kanker. Zij zijn de mensen die een echte beproeving doorstaan. Mocht ik er doorheen zitten op een bepaald moment dan denk ik weer terug aan 2002 toen de ziekte ook ons raakte. En hoe stoer Sandra destijds was.

Zonder op sentimenten in te willen spelen. Het schijnt een avontuur voor het leven te zijn en ik heb er enorm veel zin in. Doneren op mijn naam gaat niet meer omdat ik net toegevoegd ben, maar wel op naam van het team. Dat kan hier.