Het grote Peenvogeljaaroverzicht 2017, deel 4.

December is nog niet voorbij maar wat ik de laatste twee weken van dit jaar nog uitspook valt allemaal op deze website te lezen. Voor nu een laatste terugblik. De maanden oktober, november en december. Waarin weer een heleboel gebeurde.

Oktober begon ik in Breda. Samen met Carin en Marcel (en nog wat andere lopers) liep ik de Bredase Singelloop (verslag hier). Met een tijd van min of meer exact 1:45 was ik uitermate tevreden. Zeker omdat we de eerste 13 kilometer veel te snel liepen voor de vorm (lees: bier op vakantie en lekker eten) waarin ik verkeerde. Het was een geslaagde middag in Breda.

Na de halve marathon van Leiden en die in Dublin was deze wedstrijd (en gelopen tijd) een bevestiging wat ongeveer mijn niveau is. Met drie tijden tussen de 1:42 (Leiden) en 1:47 (Dublin) kan ik niet meer dan tevreden zijn.

Een week later stond de grote Peenvogeltrip weer op de planning. Met 35 man op weg naar Engeland. En het begint nogal een cliché te worden maar ook deze was weer legendarisch. We werden al helden onthaald in North Ferriby met o.a. een interview op de radio en een item op de website van de BBC (mijn leven is compleet). De wedstrijd zelf was ook meer dan vermakelijk. Het werd 3-3 met een paar wereldgoals en voor dit niveau meer dan prima voetbal. Grootste pluspunt was dat het blijkbaar niemand meer uitmaakt naar welk niveau we gaan. Dat komt goed uit want (bijna) alle betaald voetbalclubs in de buurt van de boot hebben we al gehad. Klik hier voor het verslag (klikkerdeklik).

Samen met Bastiaan greep ik een enorm warme oktobermaandag aan om eens te gaan kijken in het Archeon. Het sloot precies aan bij het thema waar ze het op dat moment op school over hadden. Erg mooi om te zien dat hij en Yaro er enorm veel over wisten en honderduit over Romeinen en de middeleeuwen aan het praten waren. Het was een enorm geslaagde dag.

Geslaagder dan de prestaties van Feyenoord in oktober. Daar viel op een incidentele wedstrijd na werkelijk niets positiefs over te melden. In het oktoberoverzicht dus ook geen enkele foto van Rotterdams trots.

In november tobte ik nogal met pijnlijke scheenbenen. Dat maakte hardlopen een vrij pijnlijke exercitie. De behandeling ertegen was waarschijnlijk nog pijnlijker. Maar alles voor de goede zaak.

Begin november vierde Bastiaan zijn achtste verjaardag, met een zwem- en slaapfeestje. Het werd een dolle boel bij ons thuis waar uiteindelijk iedereen op een andere plek sliep dan oorspronkelijk bedacht.

Waar het de vorige jaren bijna traditiegetrouw een nieuw stadion per maand bezochten kwam daar door al dat gehardloop en andere hobby’s een beetje de klad in. Maar een vrije zondag én leuke wedstrijd op het programma zorgden ervoor dat ik met Marco (2x) weer eens bij onze Zuiderburen een potje voetbal ging bekijken. Een klein stadionnetje met afgebladderde reclameborden en een vermakelijke pot voetbal op een slecht veld maakten het een prima zondagmiddagbesteding. (klik hier).

De loting van de Champions League was ons niet echt gunstig gezind qua zwaarte. Maar het mooiste ervan was toch wel dat er een pot in Engeland uitrolde. Voor het tweede jaar achter elkaar betekende dat een trip naar Manchester. Vorig jaar nog Old Trafford, nu het Etihad. Engelse Chris had kaarten voor ons geregeld en op de wedstrijddag vermaakte ik met prima met Jan, Kees, Chris, Leon en Tineke. Feyenoord verloor in de laatste minuten en dat was een beetje zuur. Ze hadden wel een puntje verdiend. Verslag van die trip staat hiero (klik)

Over stadions gesproken, het leek mij bij wijze van voorbereiding op het trainingsseizoen voor de marathon wel leuk om een keer een rondje Rotterdamse stadions te rennen. Met een groepje gelijkgestemden liepen we op een koude zondagmorgen ruim 22 kilometer via de Kuip naar Het Kasteel en via Woudestein weer terug naar De Kuip. Het was een geslaagde ochtend al deden mijn schenen de week erna wel weer wat zeer. Misschien iets te overmoedig die 22 kilometer.

December, de maand van de lijstjes (o wacht, dit is zo’n lijstje). In December wist Feyenoord zowaar een paar wedstrijden achter elkaar te winnen. De pot thuis tegen Napoli demonstreerde eens te meer dat het in voetbal niet om de grote clubs in Europa draait. De Italianen begrepen er weinig van, een club die al uitgeschakeld was en zo fanatiek gesteund werd door hun fans. Tsja, dat zegt eigenlijk al voldoende.

Door de sneeuw werd de Bruggenloop afgelast en bouwden Bastiaan en ik een iglo voor de deur. En dat brengt ons op het punt waar we nu aanbeland zijn. Nog twee weken in 2017. De tijd gaat echt vreselijk snel, dat merk je nog het beste aan een opgroeiend kind. Voor je gevoel verschoonde je net nog zijn luier maar de realiteit is dat hij gewoon al een achtjarige wijsneus is.

Was 2017 een mooi jaar? Ja, dat was het zeker. Feyenoord werd kampioen, we maakten een schitterende reis door Azie, ik liep en passant een marathon en een Roparun. Al mijn familie is gezond en wel (Sandra is weer een jaar goedgekeurd) en ik heb niets te klagen. Dat ga ik dus ook niet doen. Gewoon tevreden zijn met wat je hebt.

Vanaf deze plek alvast de beste wensen en een gelukkig nieuwjaar. Maar hou de komende twee weken deze site nog in de gaten. Er staat nog genoeg op het programma.

 

 

Het grote Peenvogeljaaroverzicht 2017, deel 3.

Moe van al dat getrain voor de marathon, de Roparun, ons scooterweekend en het bier drinken na het lang verwachte kampioenschap was het tijd om op vakantie gaan. En niet zomaar een vakantie. Na vijf jaar gingen we eindelijk weer eens naar Azie toe.

We begonnen in Bangkok en via een paar dagen in een national park namen we een taxi richting de Cambodjaanse grens om daar door Jan opgewacht te worden. In Cambodja maakten we een geweldige roadtrip langs plaatsen waar we nog niet eerder waren geweest.

We zagen Dolfijnen in Kratie. De insecten op de markt van Skuon en eenmaal terug in Battambang regelden Jan en Phary een tuktuk om het platteland in de omgeving van hun resort te bekijken. De tijd vloog voorbij maar het was echt een geweldige vakantie. Eenmaal terug in Bangkok kochten we onze rugzakken vol met prullaria om vervolgens weer richting Nederland te vliegen. Het verslag van deze reis staat hier en de video ervan hier.

Eenmaal terug in Nederland konden we direct door naar De Kuip om Feyenoord een prijs te zien winnen. Na penalty’s werd Vitesse verslagen en won Feyenoord de Nederlandse supercup. Een traditie die maar niet echt van de grond wil komen.

De volgende trip stond alweer voor de deur. In de hoofdstad van Dublin ging ik een halve marathon rennen en Sandra een 10km wedstrijd. Met o.a. Bastiaan (2x), Menno, Annemieke, Patrick en nog véél meer bekenden werd het een gezellige boel. De halve marathon ging gezien de vakantie die nog in de benen zat best aardig. Met 1:47 was ik dik tevreden. Na de halve marathon liep ik nog zowat een marathon heen en weer naar Croke Park om daar een hurlingwedstrijd te zien. Dat was een bijzondere ervaring (klik hier).

We zagen Feyenoord nu wel uit bij Excelsior winnen en door een vijfklapper tegen Willem II werd het seizoen prima begonnen. Ondertussen stond er al een tijd een afspraak om de marathonmedaille van 2017 op mijn lichaam te vereeuwigen. Het deed weer enorm veel zeer (dat was ik even vergeten) maar het resultaat mag er zijn. Met de Rotterdam Running Crew liepen door de koelcel van een zeevishandel en toen was het bijna alweer september.

 

En wie september zegt, zegt Mersea Island. Onze favoriete scooterrally in Engeland. In het interlandweekend stapten wij op onze oldtimers om aan de andere kant van het kanaal feest te gaan vieren.

We werden er weer als eregasten onthaald en hielpen onze Engelse vrienden mee met de spelletjes op zaterdagmiddag. We aten uiteraard Indiaas en dronken een sloot Ale.

Op zondag reden we weer terug naar de boot om vervolgens op de saaie dagboot een uiltje te knappen totdat we weer in Hoek van Holland aanmeerden.

Werd er dan niet hardgelopen? Ja, natuurlijk wel. In Roelofarendsveen deed ik mee als een van de vier lopers van een kermismarathon. Het thema was Duitsland en geheel in traditie kreeg je na afloop een biertje en een braadworst.

Ook deed ik dit jaar mee met de Vredesloop. Het leukste was dat Sandra ook meedeed. Zij de vijf, ik de tien. Beetje vreemd was wel dat het parcours zeker 250 meter te kort was. Wel fijn dat iedereen daardoor een PR kon lopen.

Feyenoord werd in een van de zwaarste poules van de Champions League ingedeeld. De eerste poulewedstrijd thuis tegen Manchester City gaf direct aan hoe de verhoudingen in het internationale topvoetbal liggen. Feyenoord ging er kansloos af.

En toen was het alweer oktober en tijd voor de voetbaltrip. Maar dat overzicht komt pas aan het einde van het jaar. December is immers nog niet voorbij.

 

 

Het grote Peenvogeljaaroverzicht 2017, deel 2.

April begon voetbaltechnisch nogal grillig. Een verloren Klassieker en doordeweeks een 8-0 overwinning op Go Ahead. Na die woensdagavond in De Kuip was het aftellen tot mijn verjaardag. Niet dat ik dáár nou zo nerveus over was. Nee, op 9 april zou ik mijn tweede marathon gaan lopen. Een evenement dat de weken ervoor mijn dagelijkse leven bepaalde. Lopen, rusten en eten. En dan weer lopen, rusten en eten. Repeat.

En toen was het dus zover. De eerste keer op de Coolsingel op een warme april-dag. Sandra stond een paar kilometer verderop te wachten voor haar start aan de 1/4 marathon. Het was warm deze 9e april. Te warm voor uw favoriete Peenvogel. Maar ondanks alles liep ik ruim een kwartier sneller dan het jaar ervoor. Ik schreef daar uiteraard een verhaaltje over (klik). De grootste teleurstelling van deze zondag was het puntverlies van Feyenoord in Zwolle. Het zou toch niet hé?

Een week na de marathon speelde Feyenoord in De Kuip tegen Utrecht. De spanning was voelbaar. Sterker nog, je kon de spanning zowat in stukken snijden. Defaitisme lag weer eens op de loer en toen begon de tweede helft. Toornstra raakte de bal lekker en De Kuip schudde (sorry voor het cliché) letterlijk op haar grondvesten. Het geloof in de titel kwam weer een stukje dichterbij. Voorzichtig viel het woord Coolsingel.

Werd er dan ook nog hardgelopen zo in de weken na de marathon. Nou en of. Met de Rotterdam Running Crew deden we het eiland van Brienenoord aan. De spieren voelden nog wat stram na de 42 kilometer anderhalve week daarvoor. Ook liepen we met Team Gers een testronde om ons voor te bereiden op de Roparun. Een flink stuk run-bike-run door Berkel en Pijnacker. De ronde werd ingekort omdat bijna iedereen de wedstrijd in het Gelredome op televisie wilde zien. Een wedstrijd die de opmaat was naar het kampioenschap. Nu kwam het echt dichtbij. Om alle stress te ontvluchten gingen wij weer eens met de meivakantie naar warmer oorden. Kreta dus.

Vlak voor de vakantie had mijn telefoon het begeven. Ik moet eerlijk zeggen dat dat best rustgevend was op vakantie. De ‘broodnodige’ social media zag ik op de IPad en voor de rest was het luieren, boek lezen en zwemmen. En lekker eten natuurlijk. En bij terugkomst in Nederland telde ik de uren af naar zondag 7 mei 2017. De dag dat het zou moeten gaan gebeuren. Het eerste kampioenschap sinds 1999. Tussendoor zag ik de Sleaford Mods nog optreden.

 

Op woudestein waren we getuige van een waar horrorscenario. Het hele seizoen had Feyenoord al problemen met wedstrijden op kunstgras en op deze zondagmiddag was dat geen uitzondering. Verdoofd keken we hoe ‘kleine broer’ Excelsior ons een oorwassing gaf die de dagen erna de gevoelstemparatuur in Rotterdam bepaalde. Het zou toch niet hé?

En toen volgde een onwerkelijk weekend. Natuurlijk wist iedereen dat Sander ziek was. Maar je weigert het onvermijdelijke in te zien. En op zaterdagavond brachten we met een flink aantal hardlopende vrienden een laatste eerbetoon aan die geweldige kerel. Met een brok in onze keel probeerden we de slaap te vatten.

14 mei 2017. De dag dat Rotterdam ontwaakte met een gevoel van enorme spanning. Het was tastbaar in de stad, in de kroegen en vooral in het stadion. Het spandoek wat de spelers hier vast houden zegt het allemaal. Al die jaren dat we belachelijk gemaakt werden. Al die kansloze wedstrijden die we gewoon bleven gaan. De trouw van Het Legioen werd niet lang op de proef gesteld. Dat zou bijna satanisch geweest zijn na die lange week wachten. Nee, na amper een minuut was het duidelijk. Feyenoord zou kampioen gaan worden. Er vloeiden tranen van vreugde en verdriet. Het was sinds de UEFA-Cup winst in 2002 de mooiste voetbaldag in mijn leven. Wat een emoties. De hele fotoserie staat hier.

Over emoties gesproken. Na een snelle halve marathon in Leiden wist ik dat ik er klaar voor was. Waarvoor? De Roparun van 2017. Ik had er flink wat mensen ingeluisd om team Gers te versterken en dus voelde ik wel wat meer verantwoordelijkheid dan normaal. Het werd echt een supereditie. Met een lach en een traan. Met afzien en genieten. Vanaf de start in Parijs op zaterdagmiddag tot onze finish ongeveer 48 uur later werd er door een groep totaal verschillende mensen een wereldprestatie geleverd. Lees dat verhaal hier.

In juni liep ik nog de midzomeravondloop en de run for kika. En niet te vergeten een loodzware avondvierdaagse met Bastiaan. Nog meer dan in april stond juni in het teken van diverse hardloopevenementen, ons scooterweekend en een weekend weg met vrienden. We waren fit genoeg voor de zomervakantie. Maar daarover meer in het volgende overzicht.

Napels zien?

Het was in de tram tussen het centrum van Turijn en het Stadio Delli Alpi toen we erachter kwamen dat de portemonnee van Sandra gestolen was. In haar portemonnee zaten behalve de gebruikelijke ziekenfonds- en bankpasjes ook onze seizoenkaarten en wedstrijdkaartjes voor Juventus tegen Feyenoord.

Behalve de administratieve rompslomp (Feyenoord hield bij wie er een kaartje had gekocht dus op vertoon van ons paspoort kwamen we het stadion alsnog binnen) gaf het vooral een vervelend gevoel. Een vervelend gevoel dat ik een jaar eerder in Italië ook al had.

Na de 0-1 overwinning in het Giuseppe Meazza (het stadion heet alleen San Siro als AC Milan er speelt) zagen we op een parkeerplaats naast het stadion wat Italiaanse hooligans huishouden. De ruiten van Nederlandse auto’s sneuvelden bij bosjes en ik vroeg me af waar de politie bleef. Die moesten dit toch ook zien en er tegen optreden?

Dat was een Noord-Europese misvatting geweest. De Carabinieri was er wel en kwam ook in actie. In actie tegen de Feyenoorders die hun heilige koe wilden beschermen. Met de lange latten werden de Nederlanders die wraak wilden nemen van het parkeerterrein gejaagd.

Na Turijn besloot ik nooit meer met Feyenoord naar Italië te gaan. Noem het een onderbuikgevoel maar ik ben klaar met dat land als het om voetbal gaat. Matig gevulde stadions en een politieapparaat dat vrij snel naar geweld grijpt.

Halverwege september kwam het bericht dat Het Legioen niet welkom is in Napels en ik leefde mee met alle supporters die wel zin hadden in die trip. Ze zullen vast wel gaan en er een paar mooie dagen beleven. Maar zonder de wedstrijd te zien is het toch anders.

Het gezegde gaat dat men eerst Napels moet zien en dan met een gerust hart kan sterven. Ik pas voorlopig voor beide opties.

De Carabinieri inspecteert het domplein in Milaan, 2002.

De laatste keer Feyenoord tegen City

Het contrast kon niet groter zijn op deze zomerse dag in het Deense Aarhus. Vlak achter de spelersbus van Manchester City kwam nog een touringcar tot stilstand. Uit de ene bus kwamen de in het lichtblauw gestoken voetballers van City. Uit de andere bus kwam een walm van bier en de geur van teveel mensen die te lang in een kleine ruimte hadden gezeten. De ene bus was die ochtend bij een hotel in Denemarken vertrokken. De andere bus, waar ik in zat, zo’n twaalf uur eerder bij De Kuip.

De langslopende man met het grijze haar en zonnebril op zijn neus droeg, net zoals de spelers, een lichtblauwe korte broek en lichtblauw shirt. Onder het clublogo stonden de initialen KK. Bij het voorbij lopen van onze bus kon hij aan de rood doorlopen ogen zien dat het een zware nacht was geweest voor dit gedeelte van Het Legioen. Als er één volk drinkebroers op waarde kan schatten, dan zijn het Engelsen wel. Kevin Keegan vroeg aan ons of hij “any good” was, die ex-aanvoerder van ons.

Feyenoord had namelijk vlak voor deze oefenwedstrijd in Denemarken Paul Bosvelt aan The Citizens verkocht. Het was de zomer van 2003 en City had net het iconische Maine Road verlaten. Het was de tijd dat de broertjes Gallagher elkaar op het podium nog de hersens insloegen, in plaats van elkaar op twitter voor rotte vis uit te maken. Van een afstandje keek Gerard Wiekens lachend naar dat zooitje ongeregeld in die Nederlandse bus waar zijn trainer mee stond te praten.

Keegan was de eerste manager van City die veel geld uit begon te geven. Spelers als Robbie Fowler en Nicolas Anelka kozen voor The Sky Blues zonder dat de club al te veel potten kon breken in de Premier League. Dat veranderde toen Thaksin Shinawatra, en later de Abu Dhabi United Group, eigenaar werd van de club. De sympathie voor City brokkelde langzaam af bij de echte voetballiefhebber. Weer een geldverslindende hemelbestormer erbij.

Tegenwoordig hangen de trainingspakken van Manchester City gebroederlijk naast die van Paris Saint Germain, ook een club die gezwicht is voor het geld uit het Midden-Oosten. Clubs die in 2003 niet eens Europese subtop waren, een kwalificatie waar de UEFA-Cup winnaar uit 2002 destijds wel voor in aanmerking kwam. De wedstrijd in 2003 in Denemarken werd door Feyenoord overigens met 2-1 verloren. De enige Rotterdamse goal kwam op naam van Danko Lazović. Met een transfersom van zeven miljoen euro één van onze duurste aankopen ooit. Een bedrag waar spelers als Benjamin Mendy, Leroy Sané, David Silva en Sergio Agüero niet eens hun bed voor uitkomen.

Vanavond zijn ze in De Kuip te bewonderen, al die sterren in het lichtblauw. De vraag is of de kampioen van de eredivisie partij kan bieden aan zoveel voetbalmiljonairs op het veld. In veertien jaar tijd kan er veel veranderen. Zóveel, dat ik me afvraag of ze bij City nog wel eens aan Paultje Bosvelt denken, die aankoop in de zomer van 2003. Met al die toppers van nu ben ik bang van niet.

Verslag van de trip hier.

Nummer 14 op Hill 16

Op het moment dat Berghuis een paar honderd kilometer verderop de 2-1 scoorde liep ik achter Hill16. De spirituele plaats van Croke Park, dat immense stadion in het noorden van Dublin. Door de mensenmassa rondom het stadion werkte whatsapp niet en de goal kreeg ik via een ouderwets sms’je binnen. De straten en pubs op weg naar Croke Park stroomden vol met fans van beide teams, die zij aan zij stonden te drinken op straat. De ‘garda’ hield een oogje in het zeil maar hoefde niet in actie te komen.

Waar je normaliter bij grote wedstrijden de spanning voelt als er twee grote supportersgroepen tegelijkertijd op straat zijn, voelde ik nu alleen de spanning van het bezoeken van dit legendarische stadion. En het bezoek aan mijn allereerste hurlingwedstrijd. Dat viel nog niet mee voor een voetbalsupporter als ondergetekende. Het spel ging razendsnel en nog voordat ik mijn ogen kon laten wennen aan de kleine bal, en de passes hoog door de lucht over meer dan 100 meter, stond het al 1-1.

Heel even moest ik aan zwerkbal denken, maar de fictieve sport uit Harry Potter vergelijken met hurling zou blasfemie zijn. Zelfs het maniakale kick and rush in de lagere Engelse divisies was hiermee vergeleken een sport voor slakken.

Het rood en wit van Cork was de bovenliggende partij op de tribunes. Het blauw en wit van Waterford was dat op het veld. Ik zag tackles, charges en beuken zonder dat er geklaagd werd bij de scheidsrechter. Het is de laatste tijd modieus om te zeggen dat er bij vrouwenvoetbal niet gezeurd wordt. Bij deze 30 amateurs op het heilige gras van Croke was dat nog veel minder. Bomen van kerels maakten hier de dienst uit en klopten het gras van hun schouders af na weer een aanslag op hun lichaam.

Toen de dreigende nederlaag bijna een feit was dropen de rood-witten van Cork, nauwelijks teleurgesteld, het vak af. Vlak voor me liep een jongen in een door mij verfoeid shirt met op zijn rug nummer 14.

Voor een moment wilde ik heel kinderachtig aan hem vragen of hij wist wat zijn club de avond ervoor had gedaan? En of hij wist dat Feyenoord degelijk was gestart én drie punten los stond? Maar zulk gedrag zou in deze setting, waar families en hele hordes tienermeisjes op de tribune zaten, aanvoelen als heiligschennis. Het was zo gemoedelijk en feestelijk rondom Croke Park en dat moest ik maar zo laten. Al had deze Ier waarschijnlijk geen idee waar ik het over zou hebben. Het kopen van zo’n shirt getuigd niet van echt veel kennis van wat cult is in voetbal. Dan had ie net zo goed een Barcelona of PSG shirt aan kunnen doen. Of Bayern.

Bij het teruglopen naar het hotel dacht ik aan alle grote en kleine rivaliteit in onze eigen eredivisie. Steden of provincies tegen elkaar. Derbies van het noorden of Kralingen tegen Spangen, en uiteraard De Klassieker. Soms heel lelijk maar ook net zo vaak heel mooi. Het gejen bij de koffieautomaat en de eeuwige discussies in de kroeg. Hele families die verdeeld zijn door clubvoorkeur.

Nummer 14 zag ik iets verderop de kroeg induiken tussen feestende fans van de tegenpartij in. Breed lachend bestelde hij een pint Guinness. De Eredivisie leek weer even verder weg dan ooit.

Verslag van Corcaigh vs Port Láirge staat online.

Tsja, ik was in Dublin omdat we er toch gingen lopen staan te hardlopen (klik). Een snelle blik op internet leerde dat er gevoetbald werd. Een ronde in de Ierse beker waar niet echt geweldige wedstrijden in en rondom Dublin gespeeld zouden worden. Mijn andere oog viel op de fixtures op Croke Park. De halve finale van de GAA Hurling All-Ireland Senior Championship tussen Cork en Waterford.

Een wedstrijd waar traditiegetrouw veel, heel veel toeschouwers op af komen. Ik kocht als Hurling newbee een ticket voor de befaamde Hill 16 staantribune en begaf me rond twee uur op weg vanuit het centrum richting Croke Park. Ik was niet de enige met dat plan. Klik hier (klikkerdeklik) voor het verslag.

Runnin’ in Dublin

‘It’s a hill, get over it’ stond er vlak voor een van de heuvels in Phoenix Park net buiten het centrum van Dublin. Mijn horloge gaf aan dat het gemiddelde tempo nog steeds op 5:02/km lag en daar kon ik gezien de voorbereiding prima mee leven. Maar om het nu al over het hardlopen te hebben is een stap te ver. We beginnen bij het begin, en dat was een aantal maanden geleden.

‘Zullen we de rock ‘n’ roll halve marathon van Dublin gaan lopen?’ was het idee dat Menno opperde. Een goed plan omdat er ook een 10km wedstrijd georganiseerd werd (en een 5km maar die konden wij niet halen gezien onze vluchttijden) kon Sandra zich daar op focussen. Tickets werden geboekt, een Airbnb werd gereserveerd en op zaterdagochtend 12 augustus was het op naar de hoofdstad van Ierland, een stad waar we 11 jaar eerder ook al eens geweest waren.

Toen ook al met Menno en Annemieke maar zonder Patrick en Bastiaan (voornamelijk omdat laatstgenoemde toen nog niet geboren was). Nu gingen Elena en Martijn ook mee en maakten Herman, Saskia, Frank, Isabel en haar zoon Bastiaan de groep Dubliners compleet.

Dublin was wel wat veranderd in mijn ogen, veel drukker met toeristen al kan dat ook komen door de tijd van het bezoek. De vorige keer was eind mei, nu midden in de zomervakantie. Nu kom ik zelden in onze hoofdstad maar de keren dat ik er recent was vond ik vergelijkbaar met Dublin nu. Enorm dure bierpijzen in het toeristische gedeelte (6,20 voor een pint Guinness vind ik best duur ja) en massa’s vrijgezellenfeesten. Maar wat Dublin het allermooiste maakt zijn de vele pubs en de toch wel laidback-sfeer die er hangt.

Enfin, we stapten met de bus uit bij Trinity College en haalden ons startpakket op met een gaaf hardloopshirt als souvenir. Die ga ik vaak dragen de komende tijd. Op zaterdag vermaakten we ons met een rondleiding bij Jameson en wat bescheiden sightseeing. Onze Airbnb lag aan Ha’Penny Bridge en dat was een prima uitvalsbasis voor de rest van het weekend. Na een pasta maaltijd en een fles water was de inwendige mens klaar voor de 21 kilometer een dag later.

Op zondagochtend ging de wekker vroeg want de start was al om 08:30. Bastiaan ging bij Annemieke en Patrick in het hotel buurten en die zou met hen meereizen naar het parcours. Na een stevige wandeling van iets meer dan 2 kilometer kwamen we bij de start aan. Prima opgewarmd dus alleen moest de blaas wel nog even geleegd worden. Bij de dixi’s lange rijen maar gelukkig hadden ze ook plaskruizen voor de mannen.

In startwave 5 stond ik naast iemand in een Rotterdam Running Crew shirt en dat was best grappig. Even een praatje gemaakt met hem en gezegd dat hij rechts aan moest houden na de brug want daar zou Menno als een ware paparazzo liggen. Met muziek van AC/DC (back in black als je het echt wilt weten) gingen we van start. In het begin lag het tempo iets lager dan mijn beoogde tempo (ik wilde proberen zo constant mogelijk op 12 km/h te gaan lopen) maar dat maakte ik de kilometers erna weer goed. Vlak voor kilometer twee zag ik Menno en Isabel staan en hoorde ik behalve het gehijg van de lopers om mij heen ook het klikken van het fototoestel.

De weg naar Christchurch was aardig steil en hier zag ik al de eerste wandelaars. Korte passen naar boven en eenmaal om het hoekje gebruik maken van het dalen van de weg. Een stuk verderop stond een band met zangeres te spelen en die hoorde je al best ver. Behalve hardlopers waren er weinig mensen op de been en de muziek van deze band werd aardig ver de rivier de Liffey overgedragen. Er zullen wat mensen met een katertje van de Guinness wakker gerockt zijn door dit bandje.

Langs de Guinnes en het Ierse museum voor de moderne kunst door een parkje richting Kilmainham Gaol, de gevangenis en symbool voor de Ierse opstand begin vorige eeuw. Toen kwam er een wat saai stukje van het parcours. Om het Irish National War Memorial Park heen. Daar kwam de splitsing van de 10 km wedstrijd en de halve marathon. Links zag ik Phoenix Park al liggen maar de deelnemers die 21 kilometer zouden gaan lopen moesten nog even wachten voordat ze het park in mochten.

Vlak voor de ingang van het park zag ik Bastiaan al staan samen met Annemieke, Patrick, Martijn en Elena. Een high-five en de bocht om voor de laatste 9 kilometer in het park zelf. Heuveltje op en heuveltje af. Ik moest al plassen en bij 14 kilometer hield ik het echt niet meer. Even snel een boom opgezocht en daarna weer in het ritme komen. Mijn horloge gaf nu 5:02 aan in plaats van 5:01. De plaspauze was echter wel noodzakelijk.

Bij 20 kilometer werd ik links en rechts ingehaald door mensen die allemaal een eindsprint in de benen hadden. Die heb ik zelf nooit echt al liep ik met 4:45 bijna de snelste kilometer van deze race. Eenmaal over de einstreep kon ik mijn medaille, een hoog kitsch-gehalte maar daardoor niet minder mooi, ophalen en de rest opzoeken. Sandra had de 10K ook in een prima tijd gelopen gezien haar blessure en de daardoor verstoorde voorbereiding.

Over wat ik de rest van het weekend heb uitgespookt kom ik later op terug. De halve marathon zelf was onwijs leuk om te doen. Dublin is good voor Runnin’.