Taxi

De avond viel over het centrum van Praag, een paar kilometer verderop liep een grote stoet Feyenoorders in colonne richting het Sinobo-stadion. Kees en ik besloten nog een biertje te nemen en de wandeltocht over te slaan, een kwestie van prioriteiten. Na de laatste slok zetten we koers richting het dichtstbijzijnde metrostation.

Direct om de hoek botsten we op een groep Feyenoordsupporters uit Leiden, ze waren met zijn zessen en een redelijke doorsnee van de supportersschare in de Tsjechische hoofdstad. Meer mannen dan vrouwen en naast een paar doorgewinterde uit-fans ook wat mensen die voor het eerst een Europese uitwedstrijd bijwoonden. Er werden wat grappen en grollen over en weer gemaakt en voor het wisten stemden we in om samen een taxi te delen. Met zijn achten toch net iets goedkoper.

Onze taxichauffeur stond druk te bellen met zijn vriend die, toen hij aan kwam rijden, duidelijk geen taxi bleek te zijn en ook bij onze auto verdween het taxibord in de kofferbak en weigerde de meter plotsklaps dienst. Ik waande me, ook door zijn rijgedrag, weer even in Azie.

De rit van een half uur werd uiteraard benut om samen met de Leidenaren het wel en wee van Feyenoord door te nemen. De chauffeur gebruikte, eenmaal aangekomen bij het stadion, een wisselkoers die vooral gunstig uitpakte voor hemzelf. Maar onze nieuwe vrienden stonden erop dat zij onze taxi zouden betalen en elkaar (en vooral Feyenoord) succes wensend namen we afscheid.

Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wie het waren en eigenlijk ook niet meer hoe ze eruit zagen. En dát is juist de kracht van Het Legioen, geen idee wie je buurman is in het stadion of wat voor werk hij doet maar wel samen Feyenoord naar een overwinning, of in dit geval gelijkspel, schreeuwen. Leidse kamerrrraden bedankt voor de rit en het puntje in Praag!

De Leeuw van Vlaanderen

Er zijn genoegen dagen dat ik niet aan Bart Goor denk. Sterker nog, alleen rond mijn eigen verjaardag denk ik heel soms aan Bart Goor. Dat zit zo, we zijn namelijk exact even oud. En iedere keer als 9 april in de buurt komt voel ik me schuldig, schuldig omdat ik een aandeel heb gehad in het vertrek van Bart Goor bij Feyenoord.

Het was een mooie oktoberdag in het onooglijke Noorse plaatsje Skien. Het rook er naar linoleum en er viel weinig te beleven. Voor ons niet, maar voor de spelers van Feyenoord nog minder. Wij gingen naar de kroeg en aten een shoarma bij een kerel die een half jaar in Lelystad had gewoond en nog wonderbaarlijk goed Nederlands sprak. Maar de spelers waren veroordeeld tot het hotel, hetzelfde hotel waarin wij verbleven en zodoende hadden we goed zicht op wat ze zoal deden rondom een Europese uitwedstrijd. Het antwoord laat zich raden. Niets.

Het was het tijdperk voor de smartphones en in de lobby van het hotel stond een computer waarop Salomon Kalou en Romeo Castelen een wedstrijd deden wie er meer zoekresultaten had op Google. De rest van de selectie zat in een andere ruimte te kaarten. Het hield, kortom, niet over.

Na een middag op het terras, het was voor Noorse begrippen vrij warm voor de tijd van het jaar, werd het zachtjes aan tijd om onze jassen in het hotel op te halen en richting stadion te gaan. In de lift troffen we Pascal Bosschaart en Bart Goor. Bosschaart kon nog wel lachen om onze verhalen maar mijn verhandeling over de leeuw van Vlaanderen kon op weinig bijval rekenen van mijn leeftijdsgenoot. Aan het gezicht van Bart Goor kon je zien dat hij baalde dat hij de trap niet genomen had.

Bart Goor hield het na 1 seizoen voor gezien bij Feyenoord. Officieel vanwege het matige aankoopbeleid voor het seizoen na onze ontmoeting in Noorwegen. Ik weet wel beter.

 

ps. Verslag staat hier http://www.peenvogel.nl/fotos-feyenoord-en-voetbaltrips/skien-2/

Hier past alleen stilte

Je kent de geschiedenis, je hebt de boeken gelezen de documentaires gezien. Alles valt eigenlijk in het niets als je er echt geweest bent. Die nietsontziende, onmenselijke en vreselijk efficiënte moordmachine van de nazi’s.

De gaskamers.

De ovens.

Auschwitz-Birkenau.