Een nogal zoute grap

In tegenstelling tot veel mannen heb ik geen hekel aan boodschappen doen. Behalve dan in het weekend, wanneer de mannen die wel een hekel aan boodschappen doen hebben door hun vrouwen worden meegesleurd. Niet zelden staan deze exemplaren met hun handen in hun zakken vreselijk in de weg in het gangpad tussen de zilveruitjes en de rijst.

Een van mijn favoriete winkels is de Aldi. Niet alleen omdat ze er goedkope spullen hebben, en hun zaken vanuit kartonnen dozen verkopen, maar ook omdat ze vaak dingen in de aanbieding hebben die je helemaal niet nodig hebt en toch koopt. Omdat het zo goedkoop is. Zo kwam ik laatst met 5 kilo strooizout thuis, slechts drie euro en je wist immers maar nooit. Ook verkopen ze electronica bij de Aldi en het pleit voor ze dat ze hun telefoon ‘Wolfgang’ hebben genoemd. Nu was Mozart een OostenrijkerT maar om een hip en modern apparaat zo’n naam te geven dan heb je gewoon gevoel voor humor.

Ik had mijn boodschappen in mijn karretje liggen en voor me stond een moeder met peuter in de rij voor de kassa. De peuter had een zak met bruine broodjes voor zich tegen haar buik gedrukt en zei tegen mij dat ze bolletjes in haar buik had. Nu ben ik woest aantrekkelijk voor moeders met kinderen en was het zaak om iets grappigs terug te zeggen. Je hebt immers een reputatie hoog te houden nietwaar.

Ik zei tegen de moeder dat het te hopen viel dat haar dochter deze zin niet zou gebruiken als ze een keer naar de Antillen vlogen. De moeder schoot in de lach en keek of ik geen ring om mijn vinger had ging verder met haar boodschappen op de band zetten. Ze moest 19,45 euro afrekenen, ook dat nog.

De vader van de peuter kon mijn grap niet zo waarderen. Hij keek boos mijn kant op en hij zag er nogal fors uit. Ik besloot te doen alsof ik wat vergeten was en ging weer even terug de winkel in om iets te kopen wat ik helemaal niet nodig had. Zodat ik daarna zonder gezichtsverlies in een andere rij plaats kon nemen. Een aankoop was zo gevonden.

Laat de winter maar komen…..

image

Een goede fundering

Bastiaan zijn school is populair, zo populair dat er momenteel een heel stuk aangebouwd wordt. Daar schreef ik laatst al een stukje over en toen ontstond er een hele discussie over wat vroeger nu wel of niet de aula was (en ja, ik had ongelijk). Na het slopen en het heien was het gisteren tijd voor het storten van de fundering. Vanachter een hek keek een stapel kleuters naar de werklui en de activiteiten die verricht werden op de bouwplaats. Hoofden vol met vragen met wat daar nu gebeurde, een soort van leren in de buitenlucht.

In een hoekje van het bouwterrein waren zes bouwvakkers bezig met het in bedwang houden van de slang waar het vloeibare beton doorheen geperst werd. Zes playmobilpoppetjes met een helmpje op. Er viel weinig uniformiteit te ontdekken in hun hoofddeksels, het waren allemaal bouwvakkershelmen ja. Maar het was een bonte verzameling. Een witte, een rode, een blauwe en een roze. Een roze? Inderdaad, er liep een bouwvakker met een roze helm.

‘Wat voor kleur helm heeft Wendy eigenlijk?’ vroeg ik aan Bastiaan.

‘Geel, net zoals de helm van Bob de Bouwer zelf.’

Dat leek me ook wel logisch en ik keek weer naar de bouwvakker met de roze helm. Misschien was de kleur wel uitgekozen door zijn dochter? Wilde hij een statement maken of had hij een weddenschap verloren in de pauze. En was de straf voor de verloren weddenschap een dagje rondlopen met een roze helm. Onbewust moest ik toch even aan de YMCA denken en keek goed om me heen of ik die Indiaan niet ergens zag, en die politie-agent. Het was nogal een, en sorry voor de onbedoelde woordgrap, potige kerel. Die roze helm paste totaal niet met hoe hij eruitzag.

De slang maakte een vreemde kronkeling en het beton spoot overal heen. De zes mannen leken wel met een reuze-anaconda te worstelen. De kleuters naast me keken geamuseerd toe. De roze helm nam het voortouw en sprak zijn collega’s toe hun werk iets beter uit te voeren.

‘Sjaak! Jan!, hou die pestpokkepleuristyfus-slang nou eens goed beet man. Ik krijg dat G*dverd*mse teringbeton op deze manier nooit in die klotefundering!’

Ja, de kinderen hadden een boel geleerd vanochtend.

image

Koude vis

Meer dan eens verbaas ik me over zaken, zo ook afgelopen weekend.

Op het eerste gezicht lijkt er niets geks aan de hand, een viskraam in het (bruisende) centrum. Maar toen ik erover nadacht vroeg ik me af waarom deze middenstander de toevoeging ‘warme’ aan de leus op zijn kar had toegevoegd. Je ziet dat ook met café’s, dan staat er ‘verse koffie’. Ja, dat lijkt me wel handig. Ik denk niet dat het aantal mensen dat koffie van twee dagen oud wil drinken erg groot is.

Want waarom staat dat wel bij koffie en bijvoorbeeld niet bij ijs. Ik zie nergens staan ‘koud ijs’ omdat dat voor iedereen nogal logisch lijkt. Behalve voor kleuters dan, die beklagen zich er soms over dat het ijsje zo koud is. ‘Ja, warm ijs is nog niet uitgevonden’ luidt het schijtlollige antwoord van een der ouders dan meer dan eens.

Dus ‘warm gebakken vis’ lijkt me nogal onnodig. Of ze moeten in een Zwitsers laboratorium een methode hebben gevonden om door middel van een ingewikkelde atoomsplitsing een kibbeling gaar te krijgen bij -173 graden. Dat zou kunnen, maar het leek mij nogal sterk dat juist deze viskraam deze methode ook hanteert.

Dus mijn advies zou zijn om gewoon met ‘gebakken vis’ te adverteren boven je viskraam. Behalve als je haringen verkoopt. Dan niet uiteraard.

P1120234

Mannenontbijt

Tijdens mijn zaterdagse rondje hardlopen werd ik ingehaald door allemaal vijftigers en zestigers op een fiets. Nog niet zo lang geleden had ik gezegd “mannen van middelbare leeftijd”. Zelf ben ik echter al bijna 42 en mocht ik de gezegende leeftijd van 84 halen dan zou dat betekenen dat ik zelf middelbaar ben. The horror!

Enfin, de fietsers bogen een stukje voorbij mij rechtsaf de parkeerplaats op van een van de vele loon- en grondbewerkingsbedrijven die we in deze omgeving rijk zijn. Overwerken op zaterdag dacht ik, een goed teken dat de economie aantrekt. Toen ik bij het hek kwam zag ik een banner hangen met daarop ‘Mannenontbijt’, heel even moest ik aan het nummer van Hall & Oates denken. Maar het leek me hier gewoon om een ontbijtje te gaan.

Nu ben ik niet per se voor activiteiten voor gescheiden groepen. Moslimzwemmen, speciale vrouwenavonden voor de naar de film, pygmeeën-fitness. Van mij hoeft dat niet zo. Maar toen ik al die kereltjes dat gebouw binnen zag gaan sloeg mijn fantasie op hol. Ik zag ze al zitten aan een lange tafel, met rode konen van de fietstocht op een koude ochtend in maart.

Pratend over voetbal en vissen. Over de kont van de koffiejuffrouw en over dat vroeger alles beter was. Uiteraard met volle mond. Witte boterhammen met hagelslag.

‘Henk, trek eens aan mijn vinger’
‘Prrrrrrréééép’

Kees wil weten wat Sjaak op zijn brood heeft:

‘Sjaak, wat heb je erop?’
‘Twee tieten in een envelop.’

Lachen, gieren en brullen. Een ochtendje mannen onder elkaar. De hele vloer bezaaid met broodkruimels, chocoladevlokken in de plantenbak en overal is gemorst met koffie. En wie mag al die kolerezooi weer opruimen?

Juist. Een vrouw.

P1120233