Van Parijs naar Rotterdam, via Hellebecq. Roparun 2015

Plailly – Villers sur Coudun

Nooit eerder was ik in Plailly, een typisch Frans gehucht met nog geen tweeduizend inwoners. Alle winkels zijn dicht en zoals zo vaak lijken de inwoners zich teruggetrokken te hebben achter de dichte luiken van hun huizen. Op het mededelingenbord hangt een half afgescheurde poster van een jaarmarkt, het enige hoogtepunt in het jaar vermoed ik. Dát, en de Roparun natuurlijk. Al lijken de weinige mensen op straat zich niet echt druk te maken om de Nederlandse teams die hier rondhangen.

De verveling slaat toe. Rond half twee is team A vertrokken vanaf vliegveld Le Bourget en ik heb zin om te rennen. Alsof ik hier al maanden naar toe geleefd heb. Niets is minder waar. Pas op donderdagochtend zei ik ja op de vraag of ik mee wilde lopen. Gekkenwerk eigenlijk want zoveel hardloopervaring heb ik niet. Ik heb kriebels in mijn buik, nervositeit. Ik vraag me af hoe mijn lichaam het gaat houden. Lukt het me alle etappes door te komen? Ik wil mijn nieuwbakken teamleden, die ik 20 uur daarvoor pas voor het eerst ontmoet heb, niet teleurstellen. ‘Ja’ zeggen tegen een uitdaging is 1 ding, het voltooien van die uitdaging een heel andere.

‘Ze komen eraan’, via de telefoon worden we op de hoogte gebracht dat team A er bijna is. Ik controleer mijn veters en of nummer 149 goed op mijn shirt vastgespeld is. Daarna vraag ik me nog een keer af waar ik aan begonnen ben. Een gedachte die ik snel uit mijn hoofd moet verbannen. Onze volgorde qua rennen is jongen-meisje-jongen-meisje. Ogenschijnlijk zonder achterliggende gedachte, maar wellicht dat de psychologen in ons team daar anders over denken.

Team A wordt terecht feestelijk binnengehaald, het eerste gedeelte zit erop en nu zijn wij aan de beurt. De etappe zelf is een repeterend geheel. De eerste loper gaat op pad wordt ingehaald door de bus. Na een kilometer zoekt de bus een plekje langs de kant van de weg. Iets wat niet altijd meevalt in dit gedeelte in Frankrijk. Maar de Roparun is streng. Er mag niet gestopt worden op fietspaden en in de berm. Zo kan het gebeuren dat je soms iets verder moet lopen, de chauffeurs en de navigators doen hun uiterste best om na een kilometer te stoppen. Na deze kilometer is loper twee aan de beurt en stapt de eerste loper weer in de bus. Kilometer na kilometer.

Lopen doe je tussen twee fietsers van je team in. De fietsers houden het tempo aan wat je hebt aangegeven te willen gaan lopen. En ze zijn er ook voor de mentale support. De gesprekken gaan over wat we langs de kant van de weg zien. Waar we vandaan komen en wat je hobby’s zijn. Een groot voordeel van nieuwe mensen ontmoeten is dat je elkaar veel te vertellen hebt. In latere etappes gaan de gesprekken soms wat dieper, waarom je precies meeloopt. Iedereen kent wel iemand die getroffen is door kanker.

Eenmaal in de bus drink en eet ik wat. Bruine boterhammen met appelstroop, powergels en muesli-repen. Dingen waar ik energie van krijg, verantwoorde dingen. De laatste etappes is het gewoon proppen geblazen. Snoep, gevulde koeken en zelfs cola. Alles om het energiepeil hoog te houden, ook al is het kortstondig. Maar zover is het nu nog niet. In een groter dorpje heeft de plaatselijke bevolking taarten gebakken. Er ligt stokbrood met paté en er klinkt muziek. Mijn eerste echte kennismaking met het circus dat de Roparun soms blijkt te zijn. Ik kom Marc tegen die, net als ik, invaller bij een team is. We lachen wat om mijn shirt. Ik val in voor de vrouw van een van de fietsers en omdat de shirts al gedrukt waren ren ik nu rond in een damesmaat M. Het gaat nét.

Tussen 8 en 8 zijn we verplicht met verlichting te lopen en het laatste gedeelte van de etappe komt eraan. Iedereen loopt ongeveer 12 a 14 keer een kilometer en rond de zevende beurt heb ik het even zwaar. Ik blijk niet de enige te zijn maar voor de rest wordt er in de bus niet gesproken over pijntjes en klachten. De sfeer moet positief blijven en we houden de stemming erin met muziek en verhalen. De twee campers met de lopers uit team A en alle ondersteuning staan in Villers sur Coudun en ook wij worden met gejuich binnengehaald. De eerste etappe in het donker ligt hen te wachten. Wij rollen de campers in en gaan op weg naar Doully. Het geheel doet aan als een militaire operatie en ik krijg heel veel respect voor de mensen die alles geregeld hebben.

wpid-photogrid_1432376062233.jpg

Doully – Bertry

‘Nog een uur, dan moeten we weg’. Het is kwart voor twee, een uur later dan verwacht. Team A heeft pech met de bus en een van de lopers heeft een blessure. Vroeger had ik geen enkele moeite om midden in de nacht op te staan maar ik voel me nu alsof ik door een tractor ben overreden. De wetenschap dat je moet eten zet me ertoe om wat naar binnen te werken, trek heb ik echter niet. Op het Franse platteland is het koud en team A heeft zwaar afgezien. De fietsers zijn verkleumd en de lopers hebben een prestatie van formaat geleverd. Er worden wat verhalen uitgewisseld en nu gaan wij op pad.

Ik ben de laatste etappe geëindigd en heb dus een kwartier de tijd om aan het idee te wennen dat we weer moeten gaan lopen. Wij zien er, net zoals andere teams, uit als wandelende kerstbomen. Rode lampjes dansen over de Franse wegen. In het donker zijn de fietsers nog meer een steun dan dat ze al waren. Behalve het tempo houden ze ook het wegdek in de gaten (bedoelde woordgrap mensen). Ieder dorpje lijkt wel een watertoren te hebben en met een beetje fantasie denk je aan de voet van de Euromast te staan. In werkelijkheid passeer ik het zoveelste slaperige dorpje.

De ultieme beloning ligt in Bertry is mij verteld. Een rookworst van de Hema. Uit de speakers van de fietser klinkt muziek. Ik focus me op de lengte van de nummers. Na anderhalf nummer moet de bus al weer in zicht komen. Als een baken in de nacht. Ook vannacht zijn de kilometers 8, 9 en 10 het zwaarst. Daarna wéét je dat je er bijna bent. De zon komt langzaam op en links en rechts zijn velden vol bloemen zichtbaar. Ook draagt ieder dorpje hier de littekens van twee wereldoorlogen. We passeren monumenten en kerkhoven vol gevallenen. ‘La guerre de nos Héros’ zie ik op een standbeeld staan. Hier en daar staan klaprozen in de berm, de klaprozen die de Britten als hun symbool voor de herdenkingen gebruiken.

Een Renault haalt ons toeterend in, de inzittenden steken een fles Bacardi uit het raam. Zij komen terug van een feestje, wij zijn er op weg naar toe want in Bertry is het namelijk weer feest. Skihut-muziek klinkt er uit de speakers en een ander Roparun-team doet een roeiboot na op een nummer van Tina Turner. Normaal zou ik me afvragen waarom, nu vraag ik mezelf niet zoveel af. Ik prop een broodje Hema-worst naar binnen en een paar chocoladebroodjes. En veel thee met suiker. Het andere team staat klaar om te gaan. We wensen ze succes en delen high-fives uit. Bovenin de camper dommel ik snel in slaap. Wij laten Frankrijk achter ons en rijden met de camper naar Mons (of Bergen zoals u wilt) net over de Belgische grens.

wpid-photogrid_1432449620646.jpg

Mons – Leerbeek

Het wordt warm bovenin de camper, naast ons klinkt Arabische muziek. Twee mannen op een grasveld maken deze muziek en ze zien er allesbehalve Arabisch uit. Ik verwacht iedere moment een slang uit een rieten mandje te zien komen. De benen worden gemasseerd en de knieën worden ingetaped. Ik heb geen pijn maar ik voel mijn knie wel. Uit voorzorg krijg ik groene tape om mijn gewricht heen. Vanaf de bovenkant gezien lijkt er 10 te staan. Eigenlijk zou ik nog om een extra 0 moeten vragen. 010, onze eindbestemming.

O ja, Feyenoord moet zo spelen. Ik heb er nog geen moment aan gedacht. Door het ritme van lopen en slapen heb ik het idee al vier dagen onderweg te zijn. De realiteit is dat het pas zondagmiddag is. Het voelt warm op het veldje naast de spoorlijn. Ideaal weer voor een ‘lazy sunday afternoon’, maar dat zit er niet in. Na de nasi moeten we weer op pad. Kilometers maken door België. De muziek in de auto lijkt hints te geven. Al tijdens de eerste etappe haalde een auto me in met ‘highway to hell’ op de radio. Nu zingt Bono dat de straten geen naam hebben. Die hebben ze wel maar in dit gedeelte van België lijkt alles op elkaar. Lintbebouwing, gesloten discotheken en aftandse kroegjes. En alle huizen potdicht met rolluiken.

Vlak voor de taalgrens passeer ik lopend het plaatsje Hellebecq en schiet in de lach. Zeker omdat het deel uitmaakt van de gemeente Silly. Ja, een beetje Silly moet je wel zijn om hieraan mee te doen. We lopen tegelijk op met een paar teams, en eentje ervan is van Mars. Er wordt een praatje gemaakt en we krijgen Snickers door hen aangereikt. Bijna de hele etappe zien we ze in ons gezichtsveld. Het lijkt wel haasje-over wat we doen met team 050. De marsmannetjes en vrouwtjes zijn gezellige lui.

In Leerbeek staat het basiskamp naast een kerk. Naast de kerk speelt een groepje mensen Petanque. We mogen de wc’s in het clubgebouw niet meer gebruiken, er is nu een feestje aan de gang. Het bier vloeit rijkelijk en ik zou best een biertje lusten maar dat moet nog maar even een dag wachten. Alsof ze mijn gedachten kunnen lezen krijg ik een alcoholvrij-biertje aangereikt bij de camper. Het smaakt geweldig, in het land van de speciale bieren is dat bijna een belediging.

Feyenoord heeft het niet gehaald zie ik op internet. Het kan me weinig schelen, deze etappe ging goed en ik krijg opbeurende berichtjes van Sandra. De moeheid is weer even ver weg. Wel kijk ik op tegen de nachtelijke etappe die voor ons ligt. Voldaan rol ik de camper in, ik slaap binnen een minuut.

wpid-photogrid_1432484916131.jpg

Elversele – Hoogerheide

In Elversele staan we bij de Sint-Rochuskerk. Sint Rochus van Montpellier gaf zijn vermogen weg aan de armen en vertrok per voet naar Rome. Dan is Parijs naar Rotterdam nog een makkie te noemen. Die Rochus was ook een soort van Roparunner dus. In Café de Moezen is de plaatselijke bevolking zich aan het bezatten. Boven de toog hangen sjaaltjes van SK Lokeren. Het zorgt ervoor dat mijn oriëntatie weer een beetje op orde komt. We zijn dus in de buurt van Lokeren.

Het regent en team A heeft het weer voor hun kiezen gekregen. Ze kunnen de warmte van de campers opzoeken en we zien ze straks weer. Over een uur of zes dus. De plaatsnamen gaan mij steeds meer wat zeggen. Temse, Kruibeke en ik zie een bord naar rechts met Beveren erop. Door alle kansloze voetbaltrips in de lagere Belgische divisies weet ik dat we dichter- en dichterbij Antwerpen komen. Eenmaal in de Sinjorenstad is het een groot gedeelte run-bike-run, hier kunnen óf mogen de auto’s niet mee en moeten alle lopers op de fiets. Behalve diegene die loopt. Om de kilometer lossen we af en door het fietsen voelen mijn benen lekker aan.

De Sint Annatunnel brengt ons van de linker- naar de rechteroever in Antwerpen. We lopen langs het Steen en zien de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal die verlicht wordt in de donkere nacht. Af en toe komen we mensen op straat tegen. Maar voor de rest lijkt deze stad uitgestorven. Alleen dronkenlappen en bakkers zijn nu nog wakker. Het miezert maar het is wel 14 graden. Deze nacht voelt heel anders aan dan de eerste nacht. Ik voel me op een rare manier supergoed.

Kapellen en Ertbrand volgen, we komen in de buurt van Nederland. Heel af en toe kringelt de geur van versgebakken brood mijn neusgat in. De winkels zijn nu nog niet open dus we houden het bij, de door de catering, vooraf gesmeerde boterhammen. Ook de catering heeft een prestatie geleverd om nog maar te zwijgen van de chauffeurs. Bij Putte gaan we de grens over. Hier en daar zitten mensen voor hun huis te wachten met een biertje in hun hand. In Ossendrecht lijkt de hele bevolking wel dronken. Het is in dit plaatsje een kruising tussen carnaval en Koningsdag. Iedereen is op straat en is aan het drinken. Het is kwart over zes in de ochtend en bij een van de kroegen staat iemand die amper op zijn benen kan staan. Een nachtje doorhalen is vermoeiender dan hardlopen van Parijs naar Rotterdam. Wij zien er een stuk frisser uit.

Hoogerheide is onze eindbestemming. Ieder dorp heeft zo zijn Roparun-tradities en hier is dat het aanbieden van eieren met spek. Ik eet de boterham gulzig op. Hardlopen maakt hongerig. Team A staat naast een supermarkt geparkeerd en is er klaar voor. Hun laatste etappe, richting Klaaswaal.

wpid-photogrid_1432646054455.jpg

Klaaswaal – Rotterdam

Na een korte slaap kijk ik halverwege de rit op mijn telefoon. Veel nieuwe likes en comments bij mijn Facebook-post. Ook Sandra stuurt lieve berichtjes en even later voel ik de tranen langs mijn wangen lopen. Een mengeling van trots, vermoeidheid en heimwee maken zich meester van mij. Trots op het team en op mezelf, dat we deze prestatie leveren. Heimwee naar de Roparun. Er moet nog een etappe komen maar ik weet nu al dat ik dit ga missen. En ik voel ook een soort van verdriet voor de mensen die ik ken die dierbaren verloren hebben aan kanker. En ben dankbaar dat het met Sandra goed is afgelopen.

Het raampje bovenin de camper is een rechthoek en het rolgordijn zit half dicht. Het landschap trekt voorbij als een eeuwigdurende panoramafoto. Ik herken de opslagplaats van de provincie Zuid-Holland bij Numansdorp en iets later de toren in Klaaswaal. We zijn bijna bij de laatste wisselplek.

Sandra’s moeder komt kijken en ziet wat de Roparun allemaal met zich meebrengt. De vele campers staan in de berm te wachten op de andere teams. Er is nog 30 kilometer te gaan en de laatste etappe is run-bike-run. Team A gaat met ons mee op de fiets maar zij zullen niet meer gaan lopen. Die hebben er net 60 kilometer op zitten.

In Oud-Beijerland kom ik veel bekenden tegen die staan te kijken, en ook hier heeft het feest wat weg van Koningsdag. Op sommige plekken lijkt het wel een etappe in de Tour de France. Het publiek staat rijen dik en we moeten ons er met het hele team tussendoor wurmen. Links en rechts een high five gevend. Hetzelfde is het geval in Barendrecht maar daarvoor moesten we eerst de Heinenoordtunnel door. Dit keer niet op de Vespa tijdens een ride-out maar nu op de fiets. De tunnel is koud en ik heb moeite met omhoog fietsen. Gelukkig is daar altijd nog de roltrap. De roltrap in de Sint Anna-tunnel in Antwerpen straalde grandeur uit, de roltrap in de Heinenoord-tunnel komt als geroepen.

Ook in Barendrecht veel bekenden en niet veel later steken we de A29 over. Voor het eerst geen aanmoedigingen of toeterende auto’s. De automobilisten zijn op weg naar hun bestemming en hebben geen oog voor ons, hoog bovenop het fietspad. Heel even zijn we een anoniem groepje mensen.

Eenmaal op zuid komt de finish dichterbij. Ik heb de eer om langs het Daniel den Hoed te mogen lopen. In de verte zie ik al een rode boog staan bij het gebouw waar ik samen met Sandra een keer of 30 ben geweest in 2002 en 2003. Ik kijk naar links en zie dat de fietsster het te kwaad krijgt. Zij heeft een dierbare verloren aan deze klote-ziekte en schiet vol. Ik krijg een traan in mijn ooghoek als de mensen bij de Daniel den Hoed letterlijk hun hoedje voor mij af nemen. Maar zij zijn juist de mensen waar ik mijn hoedje voor af zou moeten nemen. Ik onderdruk de neiging om hier mijn vuist in de lucht te steken, dit is mijn laatste stukje rennen maar hier juichen zou ongepast zijn.

De Laan op Zuid voelt aan als een boulevard terwijl het normaal gesproken gewoon een saaie rechte weg is. Eentje waar je moet oppassen dat je niet te hard rijdt als we uit De Kuip komen. Bij de finish staan mijn ouders, mijn zus en Patrick en iets verderop schoonzus Sandra en Linn. Die hebben een spandoek gemaakt voor mij en Luca. Aan de voet van de Erasmusbrug zie ik mijn nichtje en even later komt Bastiaan naar mij toegerend met Sandra er lopend achteraan. Ik omhels ze alsof ik ze weken niet heb gezien. En zo voelt het ook. Je wilt van alles delen van deze ervaring, deze unieke ervaring.

Op de Coolsingel leveren we onze fietsen in en lopen we door naar het stadhuis. Team na team wordt gehuldigd en ik zie steeds meer bekenden staan. Menno en Laura staan langs de kant en ook van hen krijg ik bloemen. Als wij aan de beurt zijn om over de finish te rennen, rent Bastiaan met mij mee. Op de foto voor het stadhuis voel ik me meer dan trots. Op deze plek heb ik Feyenoord een aantal malen toegejuicht, nu valt het applaus ons ten deel. Het aangeboden biertje zakt direct in mijn tenen.

Bij Rijndam krijg ik mijn medaille en kijk er verwonderd naar. Een week geleden had ik niet verwacht met dit kleinood in mijn handen te staan. Ik neem afscheid van het hele team en maak waar mogelijk welgemeende complimentjes. Want als je iets kunt leren van zo’n prestatie is dat als je samenwerkt mensen tot veel in staat zijn, ook al ken je ze niet of nauwelijks. Op weg naar huis krijg ik bijna heimwee naar de camper, de dixi’s, het nachtelijke rennen en het gebrek aan slaap. Bijna.

Maar als ze me volgend jaar weer vragen zeg ik uiteraard ja.

Roparun, deel 1

Ok, ik loop dus mee met de Roparun. Als het me een half jaar geleden gevraagd was had ik waarschijnlijk nee gezegd. Nu kwam de vraag op een moment dat je er eigenlijk niet meer logisch over nadenkt en gewoon ja zegt. Misschien is dat wel de boodschap, gewoon vaker ja zeggen.

Ik loop mee met het team van Rijndam Revalidatie en dat is team 149. De teampagina staat hier (klikkerdeklik) en de route kun je hier in Google Maps vinden (klikkerdeklik). Ze hebben ook een eigen Facebook-pagina die hier te vinden is (klikkerdeklik).

Op de site van http://www.roparunlive.nl/ kun je zien waar we zijn en wat onze snelheid is. De snelheid die we verwachten te gaan lopen is 11 km/h. Dat zou betekenen dat we ergens tussen 12 en 14:00 over de Coolsingel denderen, maar dat kun je dus zien op http://www.roparunlive.nl/. Ze hebben ook een app die je in de diverse stores kunt downloaden.

Ik loop overigens de volgende etappes. Drie van deze etappes vinden in het donker plaats. En dat lijkt mij een erg bijzondere ervaring.

Plailly – Villers sur Coudun
Doully – Bertry
Mons Borinage/Bousu – Leerbeek/Gooik
Eversele – Hoogerheide
Klaaswaal – Rotterdam

Ik heb er enorm veel zin in. We gaan wel zien wat dit avontuur brengt.

22052015

Wat heb ik nu weer gedaan?

Vol ongeloof staar ik naar het scherm van mijn telefoon. Ik heb zojuist ja gezegd. Ja op de vraag of ik morgen mee wil naar Parijs. Niet om de schilderijen in het Louvre te bekijken, of om de Eiffeltoren te beklimmen. Nee, de eindbestemming is een Formule 1 hotel aan de rand van de snelweg. Nou ja, dat is niet de echte eindbestemming. De echte eindbestemming is de Coolsingel in Rotterdam. Ja, ik doe last-minute mee aan de Roparun.

Meer dan 520 kilometer van Parijs naar Rotterdam waarbij ik, in etappes van 1 kilometer per keer, in totaal 65 kilometer voor mijn rekening neem. 65 kilometer in 48 uur, en dat voor iemand die normaal ongeveer 20 kilometer per week loopt. Het gaat dus een beproeving worden.

Al is beproeving niet het juiste woord. Het geld dat opgehaald wordt met de roparun is bestemd voor mensen met kanker. Zij zijn de mensen die een echte beproeving doorstaan. Mocht ik er doorheen zitten op een bepaald moment dan denk ik weer terug aan 2002 toen de ziekte ook ons raakte. En hoe stoer Sandra destijds was.

Zonder op sentimenten in te willen spelen. Het schijnt een avontuur voor het leven te zijn en ik heb er enorm veel zin in. Doneren op mijn naam gaat niet meer omdat ik net toegevoegd ben, maar wel op naam van het team. Dat kan hier.

Verslag Moeskroen vs Aa Gent online

Het werd na al die Engelandtripjes wel weer eens tijd om naar onze Zuiderburen te gaan. Met Kees, Marco en Warren ging ik op pad naar een wedstrijd uit de Jupiler Pro League vlakbij de Franse grens. Royal Mouscron-Péruwelz was ooit Excelsior Moeskroen, maar de verhalen over fusies laat ik dit keer maar achterwege. Moeskroen is een satellietclub van de Franse topclub Lille dus er spelen veel Fransen op Le Canonnier.

AA Gent kennen wij nog van die vreselijke wedstrijd met Feyenoord, toen Leroy Fer in de allerlaatste seconde de plaatsing voor de Europaleague op zijn voet had. Op naar Moeskroen, zo’n twee uur vanaf Kees zijn huis. Klik (hier) voor het verslag.

Goede voornemens…

Nee, die heb ik niet echt. Ik wil voorkomen dat ik in december van dit jaar deze post teruglees en dan te moeten constateren dat er van al die voornemens niets terecht is gekomen. Maar ik kan wel vertellen wat we allemaal gaan (en willen) doen. Morgenvroeg ga ik met Kees, Annemieke en Patrick naar Londen voor een ouderwets voetbalweekendje in de hoofdstad van Engeland.

Een pint in de pub, een curry en veel reizen met de metro. Vooral veel reizen met de metro. Klinkt het ‘mind the gap’ mij al als muziek in de oren, het opnoemen van de stations over de intercom klinkt als een gedicht. Want wat een geweldige namen hebben die stations. “High Street Kensington”, “Marylebone”, “Tottenham Court Road”, “Chancery Lane” en uiteraard “Picadilly Circus”. Het zouden stuk voor stuk titels van songs kunnen zijn (zoals “Baker street” en “Warwick Avenue” dat ook zijn). Dat vind ik misschien nog wel het leukste aan Londen naast het voetbal.

Verder staat er alweer een wedstrijdje in België op het programma en de grote Peenvogeltrip (waar naartoe hangt af van de uitkomsten van de wedstrijden die dit weekend gespeeld gaan worden) in februari. We gaan een weekje naar Griekenland en de grote vakantie komt er ook nog aan. De bestemming daarvan is nog ongewis maar Hongarije trekt me wel (suggesties zijn welkom). Alleen maar leuke dingen in het vooruitzicht dus.

Run Forrest, run.

Daarnaast zal er de komende weken ook veel hardgelopen moeten worden. Ik heb me, zoals eerder gemeld, ingeschreven voor de 10,5 kilometer op 12 april in Rotterdam. Een specifiek doel heb ik niet maar het zou me leuk lijken om het binnen de 55 minuten te kunnen lopen. Geen wereldprestatie maar ik ben dan ook geen witte Keniaan en heb veel respect voor mensen die een marathon gaan lopen. Maar gisteren, toen de meeste mensen met een kater wakker werden, liep ik een rondje op het parcours achter ons huis. Het is nog steeds niet echt mijn hobby maar het gaat steeds beter.

112015

En voor de rest? Hopelijk veel reizen, stedentripjes, voetbalwedstrijden en een goede tweede seizoenshelft van Feyenoord. Maar bovenal wil ik een goede vader en partner zijn thuis. Dat is het meest belangrijke.  Over 12 maanden zullen we zien wat dit jaar ons gebracht heeft. Hopelijk veel moois. En dat wens ik jullie ook toe!

Het grote Peenvogel jaaroverzicht van 2014. Deel 1.

De kerstbomen staan weer, serious request is op de radio en op de scooter naar mijn werk is het fuckin’ koud. Met andere woorden, het einde van het jaar is in zicht. Zoals ieder zichzelf respecterend medium gaan we ook op deze website terugblikken op 2014. Niet op het wereldnieuws, maar op wat wij zelf gedaan hebben. Vandaag deel 1.

Oud en nieuw vierden we thuis. Met oliebollen, sterretjes en champagne. Als ik deze foto terugzie van Bastiaan zie je pas echt wat er in een jaar gebeurd. Hij is inmiddels zoveel groter, een heel ander kereltje.

Kale mannen aan de macht.

In het eerste weekend van januari gingen we ‘traditioneel (volgens de regel een-twee-traditie)’ naar Engeland. Ik kon er op de foto met jurylid Gregg van mijn favoriete tv-kookprogramma Masterchef en we zagen een goede pot voetbal. Verslag hiero.

Als voorbode voor de Engeland-trip die we later dat voorjaar zouden maken gingen we alvast voorproeven bij de Pelgrim-brouwerij. Het werd een leuke middag. De dag erna gingen we op bezoek in Lier waar we een van de laatste wedstrijden in het oude stadionnetje bijwoonde voordat de sloophamer zijn werk ging doen. Het verslag van deze wedstrijd kun je hier lezen.

Schapie!

Bastiaan ging met Sandra op een boerderij kijken in Rodenrijs. En hij stond prompt in de krant. Hij ook al, want zijn vader haalde met zijn tweets ook een paar keer het Algemeen Dagblad.

Ondertussen was de competitie ook weer hervat. In De Kuip speelde Feyenoord gelijk tegen de ene gelderse ploeg en won afgetekend van de andere. Hier wordt NEC opgerold.

May the force be with him.

Bastiaan werkte gestaag verder aan zijn Lego Star Wars verzameling. Nu 10 maanden later is de collectie zowat niet meer te overzien. Hoezo verwend?

Bastiaan kijkt naar dingen, in dit geval De Kuip.

De laatste training voor De Klassieker was er een vol vuurwerk en gezang. Helaas was de uitvoering een dag later een stuk minder. De kampioensaspiraties konden weer in de koelkast. Een dag voor De Klassieker gingen we weer eens richting België voor een wedstrijdje. Stadion nummer 128 met een wedstrijd. (klik hier)

Het stadionnetje van Geel was geen pareltje.

De volgende Peenvogel-reis stond voor de deur. Dit keer naar Scunthorpe United. En waar een ogenschijnlijk normale tweet toe kon leiden merkten we in de dagen voor de wedstrijd. We kwamen in de krant en werden geinterviewd door de BBC.

Tweet!

 

De trip zelf was geniaal (en dan moest de meest recente trip nog komen, die was pas echt geniaal). Alles zat erin. Een pauperstad, interview. Spelletjes op het veld en veel lol op de boot. Fotoverslag staat hier. De nasleep hier.

War Love on the terraces.

Bastiaan en ik konden samen met Buurman op de foto. Mijn leven is geslaagd.

In maart zag Bastiaan zijn eerste echte wedstrijd in De Kuip. Feyenoord won met 5-0 en Bastiaan wilde net zoals sommige andere mensen zijn jas uit. Nu al een capo.

En Kees en ik bezochten op een vrijdagavond Lommel vs Tubize in de Belgische tweede klasse.

Stond ik weer in de krant. Net zoals Bastiaan eerder.

Tegen RKC scoorde Pelle zijn allerlaatste goal in De Kuip voor Feyenoord. En zorgde ervoor dat de voorronde van de Champions League gehaald werd. Een paar dagen later zat de competitie erop en vlogen wij voor een welverdiende vakantie naar Marokko.

Alwaar ik natuurlijk een wedstrijdje bijwoonde. Verslag daarvan staat hier.

De hele serie foto’s van de vakantie kun je hier bekijken. Het was een mooi reisje.

Aan het einde van de mei-maand gingen we nog een dagje naar Slot Loevestein. En toen zat de eerste helft van 2014 er alweer op. Binnenkort volgt de tweede helft van dit leuke jaar.

We worden nog eens beroemd

Eind januari bezochten we het stadion van Lyra en maakte ik dit verslag over (zie hier) ons bezoek. Dat bleef niet onopgemerkt bij onze Zuiderburen en via de Facebookpagina van Lyra vonden de week na ons bezoek veel bezoekers uit Lier de weg naar mijn website.

Daarna volgde de vraag of ze wat van het verhaal in hun jubileumboek op mochten nemen. Uiteraard, en zo geschiedde. Op de website lierbelicht.be staat mijn naam nu als een van de Nederlandse gastauteurs. Hoe leuk is dat?

“Inhoudelijk werd medewerking verleend door Hugo Broes, Sam Wyckmans, Filip Joos, Raf Bormans en de Nederlandse gastauteurs Adwin Stegehuis, Martijn Mureau en Jeroen Koot, die vol bewondering staan voor de rood-witte voetbaltempel”