Bowl

Een reclamebord ligt al op de grond. Op het bord staat ‘3 dozen aardbeien voor 4 euro’. Ook de rest van de kraam heeft last van het natuurgeweld op deze zaterdag in juli. De KNMI heeft code rood afgegeven en ik heb medelijden met de mensen die nu in Nederland met vakantie zijn.

Een voordeel van het slechte weer is dat het veel minder druk is bij de zaterdagse groentekraam. Vorige week stond ik nog een kwartier te wachten, nu ben ik zo aan de beurt. Bastiaan staat naast me te blauwbekken van de kou, het aangeboden stukje mango eet hij bibberend op. De Zeeuwse familie die de groentekraam runt heeft wel wat weg van de Kelly-family. Niet letterlijk maar ze lijken allemaal erg op elkaar. Woeste haren en een gezonde blos op hun Zeeuwse wangen.

Naast me staat een vrouw van tegen de tachtig. Ze informeert of de ananassen goed zijn. Een goede vraag vind ik want de vruchten zijn de laatste weken óf te rauw óf te rijp. Ze vertelt dat ze er bowl van gaat maken en in 1 ruk ben ik op een familieverjaardag zo’n 35 jaar terug. Bowl met én zonder alcohol, de laatste voor ons kinderen. Glaasjes met pepsils en sigaretten op tafel. En de onvermijdelijke mocca-gebakjes.

‘Maar wanneer zijn ze dan goed?’ vraagt de oudere dame. De verkoper is in een jolige bui en geeft als antwoord dat de ananas dinsdag rond drie uur wel goed zou moeten zijn. De rest van de klanten lacht om zijn grap.

De oudere dame lacht ook mee maar heeft uiteindelijk het laatste woord.

‘Mooi.’ zegt ze. ‘Gerrit is toch pas woensdag jarig!’

25072015

4 comments

  1. Ik ben vandaag laat, alles loopt in het honderd.
    Sinds de gemeente de thuishulpen organiseert is het een zootje, steeds andere en weer jongere mensen verschijnen aan de deur. Normaal moet de thuishulp om 8 uur komen, maar vandaag was het half 10. Dat was niet het eerst deze maand. En Gerrit die lieverd, die kan me niet meer helpen. Toen hij er nog was ging het samen prima, hij was er altijd om mijn steunkousen aan te trekken. De lamme helpe de blinde bedenk ik me, en glimlach als ik aan hem terug denk. God hebbe zijn ziel.

    Vandaag zou hij jarig zijn, en ik moest naar de kapper. Maar ik kwam daar dus te laat aan, en nu kan ik mijn haar dus niet laten doen. Mijn humeur is onder nul gedaald. Ik ga punch maken, want de kinderen komen vanmiddag, gelukkig doen ze dat nog altijd op hun vaders verjaardag. Bij de gedachte aan zoveel gezelligheid glimlach ik. De tweede keer pas vandaag. Vroeger lachte ik altijd, maar er is tegenwoordig niet zoveel reden meer om te lachen.

    De kraam, met daarin die asociale zeeuwen met hun lange haren is aan flarden gewaaid, net goed. Vorige keer hadden ze me overrijpe ananas verkocht. De storm vandaag is heftig, misschien maar goed dat ik niet naar de kapper kon. Het was met deze wind verspilde moeite geweest. Ik ben mijn haarnetje ook vergeten in de haast en de stress vanmorgen. Als ik aan de beurt ben vraag ik om een rijpe ananas, ik zeg dat ik punch moet maken. De zeeuwse roverhoofdman antwoord grappig dat de ananas aanstaande dinsdag kwart over drie rijp is, iedereen lacht. Zelfs dat kleine kale mannetje met die veel te grote bril, die met een jengelend kind naast me staat. Eerst wil ik die zeeuwse tokkie uitschelden, maar ik hou me in, op Gerrits verjaardag. Ik lach schaapachtig mee, en antwoord dat dat mooi uitkomt en zeg dat Gerrit toch pas woensdag jarig is.
    Ik pak de ananas aan, en draai me om en loop weg, tranen in mijn ogen. Ik mis mijn Gerrit.
    Ik haal onderweg naar huis nog een fles bessenjenever. Ik kom deze dag wel door.

Laat een reactie achter bij dokter O Reactie annuleren