Het hardloopjaar 2018

Ik weet het, 2018 is nog lang niet voorbij. En de bruggenloop komt er ook nog aan. Maar tot nu toe heb ik in 2018 ál mijn tijden op de andere afstanden verbroken.

Als er ergens een conclusie uit valt te trekken is dat ik beter presteer als het een kleinschalig evenement is. Frappant is wel dat ik eigenlijk geen mooi-weer-renner ben maar zowel tijdens de Ekiden als de Midzomeravondloop was het best warm. Tijdens de Ekiden eigenlijk te warm om fatsoenlijk hard te lopen.

Het liefste wilde ik een keer een marathon onder/rond de 3:45 lopen. Het was geen heilig doel maar ik dacht dat het er wel in zou moeten zitten. Alleen dat weer tijdens de laatste marathons in Rotterdam. Voor zo’n lange afstand véél te warm voor mij.

Voor de bruggenloop heb ik me wederom ingeschreven. Of de tijd uit 2016 te verbeteren valt? Ik denk het niet want toen liep ik echt heel constant rond de 4:30/km. Eerst even een paar dagen de benen laten rusten. Misschien zit er wel iets van supercompensatie in 😉

Afstand Tijd Wedstrijd
5 kilometer 21:04 Midzomeravondloop 2018
10 kilometer 44:43 Ekiden Rotterdam 2018
15 kilometer 1:07:49 Bruggenloop 2016
21,1 kilometer 1:41:17 Rottemerenloop 2018
42,2 kilometer 3:38:28 Tisvoorniksmarathon 2018

Verslag tis voor niks marathon, over kramp in je kuit en een kaasschaaf

‘Dit doe ik echt nooit meer!’, zei ik op zondagmiddag 8 april van dit jaar. Na 42 kilometers hardlopen door Rotterdam. Ik was er toen na 17 kilometer al helemaal klaar mee. Te moe, te warm. Misschien teveel gelopen in de voorbereiding, te bekend parcours, geen zin. Het was dat ik geen OV chipkaart bij me had anders had ik zo op de metro gestapt. De rest van de afstand had ik toen in mijn hoofd in stukken gedeeld. Nog 5 kilometer tot een waterpost, nog 7 tot het bos. Enzovoort, enzovoort. Nu ben ik geen geweldige hardloper maar de tijd die ik in april liep stond in geen verhouding tot de tijden op halve marathons en 15-kilometer wedstrijden. De enige conclusie die ik kon trekken was dat ik geen marathonloper was.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Monique, die een véél (heel veel) betere hardloopster is dan ondergetekende, kwam op het idee om een marathon te gaan lopen wanneer het kouder weer was en waarbij we ons niet gek zouden laten maken door schema’s en druk van buitenaf. Want hoe je het wendt of keert, als mensen weten dat je een marathon gaat lopen dan komen de verwachtingen. Hoe goedbedoeld ook. En presteren onder druk is net als plassen in een druk toiletblok met alleen maar urinoirs, je kan het of je kan het niet.

Lang hebben we het nog verborgen kunnen houden wat de plannen waren maar de oplettende gebruikers op Strava zagen een toename in het aantal kilometers. En dan ook nog eens afstanden die niet iedereen voor de lol gaat lopen op een winderige zondagochtend in Lansingerland. En toen kwamen er vragen. Waarvoor ik aan het trainen was. Met het antwoord ‘voor niks’ heb ik niemand voorgelogen want de marathon waar we voor gekozen hadden was de ‘tisvoorniks’ marathon.

Mijn startnummer waarmee ik in de prijzen viel.

Een gratis marathon maar wel met alle faciliteiten. Er kunnen maximaal 1200 man aan meedoen van wandelaars tot hardlopers over verschillende afstanden (6, 10, 15, 21, 30 en 42,5), dus voor elk wat wils. De wandelaars voor de langste afstand waren al op pad toen wij uit Bergschenhoek vertrokken. En na anderhalf uur stonden we voor het wijkcentrum waar de startnummers opgehaald kunnen worden en de sporthal waar je jezelf om kon kleden en je tas in bewaring kon geven. Ook qua ‘stapelen’ heb ik het normaal gedaan. Op zaterdagavond een pasta-maaltijd, veel water drinken en een ontbijt van pannenkoeken en AA-Drink. Niet te gek maar wel voldoende om geen honger te krijgen onderweg.

Om iets voor tien uur liepen Monique, Angela en ik richting de startboog en om exact 10 uur klonk het startschot. Angela liep de halve marathon en de eerste twee kilometer liep zij hetzelfde parcours net zoals de lopers aan de 30 kilometer. Na een kilometer of twee sloegen wij rechtsaf een bospad op en toen kwamen we sporadisch nog plukjes lopers tegen die de hele marathon zouden gaan lopen (er deden ongeveer 140 man mee aan de hele). Het parcours bestond uit mountainbike-paden, heide, bospaden en kleine stukjes ruiterpad. En heel, heel soms een klein stukje asfalt. Nu zijn wij geen trailers dus het asfalt voelde iedere keer vertrouwd aan. Het viel mij op hoeveel mensen zich warm hadden aangekleed. Slechts een enkeling liep in een korte broek, en zo koud was het nu ook weer niet.

 

Klaar voor de start

Deze pijlen moesten we volgen.

De eerste helft liepen we vrij stevig door. Dat wil zeggen: Monique liep stevig door en ik volgde haar braaf. We hadden genoeg adem over voor gesprekken dus toen ik op 21 kilometer zag dat we precies 1:45 hadden gelopen beloofde dat veel goeds voor de tweede helft. Af en toe haakte er een loper bij ons aan of haakten wij bij andere lopers aan. Iedereen liep er voor zichzelf maar was wel in voor een gesprekje. Zodoende vlogen de kilometers voorbij. Op een gegeven moment kwamen we lopers tegen die andere afstanden liepen en die hadden de marathonlopers blijkbaar in de gaten gehouden. Zodoende klonk het steeds vaker ‘eerste vrouw, eerste vrouw’ als Mo voorbij kwam. Iets waar ze volgens mij zelf amper notitie van nam of misschien hoorde ze het niet door de salsamuziek uit haar telefoon 😉

Het waren veel van dit soort paden, maar ook ruiterpaden en mountainbike-parcours.

Bij de drankposten kon je thee, water en koek krijgen maar je kon ook je eigen drinken afgeven voor de start en dat werd dan klaargezet voor je. Echt super geregeld. Na de drankpost op 31 kilometer begon ik het wel zwaarder te krijgen. Direct erna kwam een parcours voor mountainbikers met heel veel kleine heuveltjes en dat was op dat moment killing. Vanaf dat moment ging ik weer ouderwets rekenen hoe lang het nog zou duren voordat ik binnen was en op dat moment was het feit dat ik een haas had mijn redding. Gewoon door blijven lopen en niet in de verleiding komen te stoppen.

Maar dat was buiten mijn linkerkuit gerekend. Op 36 kilometer schoot het erin en na een hele kleine stop ging het wel weer al liep, voor mijn gevoel, de snelheid wel terug. Achteraf bleek dat reuze mee te vallen volgens Strava. Voor de laatste keer gingen we over de snelweg heen en ook dat bruggetje was niet zo fijn meer op dat moment. In het laatste stukje bos kwamen we de bordjes tegen met hoeveel kilometer het was en mijn horloge gaf aan dat ik wel eens onder de 3:40 zou kunnen finishen. Over de stoepen langs een paar grote flats en een grasveld richting het winkelcentrum kwamen we in 3:38:28 binnen. Voor Mo een mooie trainingsloop en voor mij een dik P.R.

Angela had haar halve binnen de twee uur gelopen en zij zat gedoucht en gemasseerd relaxed op ons te wachten. Bij het ophalen van de tassen stond blijkbaar de tweede vrouw naast ons die zich direct in begon te dekken voor haar tijd. Het was haar zesde marathon in twee maanden ofzoiets. En dat terwijl ze ook gewoon gefeliciteerd had kunnen zeggen. De eerste vrouw kreeg toch geen prijs.

Behalve een P.R. had ik overigens wél een prijs. Bij de tombola won ik een set kaasmessen. Symbolisch voor deze dag. Voor Monique was deze loop ‘kaassie’ en ik schaafde een heel stuk van mijn P.R. af. Missie geslaagd dus. Het was niet voor niks.

Het was niet voor niks 🙂

Boekpresentatie

Het mooiste moment gisteren tijdens de presentatie van het boek ‘Een Rood Wit eerbetoon in Zwart Wit’ in café de Gouden Snor was dat Ove Kindvall, Joop van Daele, Benny Wijnstekers, Eddy PG en Lex Schoenmaker uit volle borst het ‘Hand in Hand’ meezongen. Het moet een mooi gezicht zijn voor een toevallige passant. Op een koude dinsdagmiddag een uitpuilende kroeg met ramen die nog meer beslagen waren als de beroemde scene uit de film Titanic.

 

 

Bos en hei

Weekendje weg met de vrienden van de Rotonde. 

Rondje hardlopen door Nationaal Park Maasheide. Schitterende omgeving waar je ongemerkt zo twintig kilometer hardloopt.

Omgeving van het huisje.

A horse with no name, althans ik heb het hem niet gevraagd.

Kapelletje, nog steeds in gebruik, midden in het bos.

Ook Sandra genoot van de mooie omgeving.

Peenvogel checkt thuisvoordeel en tegenstanders in de BekerT

‘Wéér een thuiswedstrijd!11!!!111!’ heel voetbalminnend Twitter viel over elkaar heen toen FC Utrecht uit de koker rolde als komende tegenstander van Feyenoord in de strijd om de KNVB-beker.

Ik dacht eerder ‘wéér een Eredivisieclub’ want dat lijkt de laatste tijd echt schering en inslag. Enfin, hebben de klagers gelijk of zijn het gewoon een stel Calimero’s. Ik kopieerde wat statistieken van een website, plakte deze in Excel en liet er wat formules op los. En ongeveer in dezelfde tijd dat de klagers hun tweet hadden opgesteld had ik het antwoord klaar.

Om een nulpunt te bepalen waarvan we gaan rekenen heb ik gekozen om te rekenen vanaf het eerste seizoen dat ik een seizoenkaart had (’88-’89). Dat is een tijdspanne van 30 jaar en lijkt mij wel representatief. In die periode speelde Feyenoord 105 bekerwedstrijden. En die 105 wedstrijden gaan we eens nader bekijken.

Thuisvoordeel

Zoals je in dit figuur kan zien speelde Feyenoord in die periode 46% van zijn wedstrijden in eigen Kuip (48 thuiswedstrijden). In diezelfde periode speelden ze 44 keer uit. Dat is 42% van het aantal wedstrijden.

Het alom gehoorde thuisvoordeel valt dus reuze mee. De wedstrijden op neutraal terrein zijn de bekerfinales én de wedstrijden die (om veiligheidsredenen) in De Kuip werden afgewerkt terwijl het eigenlijk uitwedstrijden zouden moeten zijn (zoals bijvoorbeeld Spakenburg in 1989, Excelsior in 1993), maar daar kozen die clubs in sommige gevallen zelf voor. Het absolute thuisvoordeel over 30 jaar genomen valt dus reuze mee.

Zwaarte tegenstanders

Heb ik dan gelijk dat het erop lijkt dat we alleen maar Eredivisieclubs loten? Van de 105 wedstrijden speelde Feyenoord er de afgelopen dertig jaar maar liefst 72 tegen (op dat moment) Eredivisieclubs. 22 keer was een toenmalige Eerstedivisieclub de tegenstander en slechts elf keer een amateurclub. Met een percentage van 69% is het aantal tegenstanders uit de Eredivisie veel hoger. Kanttekening is dat in de jaren ’90 sommige clubs pas heel laat instroomden. Op een moment dat veel amateurs en eerstedivisieclubs al uitgeschakeld waren.

Als je verder komt in het toernooi is de kans groter dat je een andere club van de traditionele top 3 tegenkomt. In het geval van Feyenoord gebeurde dat maar liefst vijftien keer. Dus van de 105 wedstrijden was 15 keer Ajax of PSV de tegenstander. Maar liefst 14% van alle wedstrijden dus. En 1 op 5 van de wedstrijden tegen Eredivisieclubs in totaal. Ik zou zeggen dat we dus best zware tegenstanders tegen zijn gekomen. 

De laatste vijf seizoenen speelde Feyenoord inderdaad erg veel thuis. Van de 23 wedstrijden sinds 2013 werden er 15 in De Kuip afgewerkt (65%). Dat de tegenstanders voor 80% uit de Eredivisie kwamen verzwijgen we dan maar gemakshalve. Dat maakt de recente bekerwinsten alleen maar mooier.

Gebruikte bron : https://feyenoord.supporters.nl/historie/

 

 

Zebrastein en lantaarnRammpalen

Ik ben vóór vooruitgang. Ik bestel graag dingen via internet en ken de keerzijde, winkeliers die het af moeten leggen tegen webwinkels, ervan. Maar wat is het toch handig om vluchten, hotels en af en toe eten te bestellen met je smartphone. Waar ik echter slecht tegen kan is online kaartverkoop voor evenementen. Bij de twee uitwedstrijden van Feyenoord in Manchester viste ik al achter het net en bij alle recente bekerfinales ook. Nu kwam dat telkens wel goed dankzij vrienden en connecties.

Maar vandaag probeerde ik voor Warren een poging te doen om kaartjes voor Rammstein te scoren. Vanaf 10:00:01 kwam ik in een eindeloze wachtrij des doods terecht. En na eindeloos aanklikken van onscherpe foto’s met etalages, zebrapaden, heuvels, auto’s, verkeerslichten, motorfietsen en palmbomen is het me na een uur dan eindelijk gelukt. Wat een beproeving mensen. Ik kan geen zebrapad meer zien.