De vlag van Ono

Vandaag blaast Shinji Ono 39 kaarsjes uit lees ik net op Twitter. Ono is denk ik de beste middenvelder die ik ooit het mooie rood en wit heb zien dragen. Een stylist naast breker Bosvelt op het middenveld van het team dat de UEFA-Cup won.

Zijn beste wedstrijden speelde hij in mijn ogen in het tweeluik tegen PSV tijdens de kwartfinales in 2002. In Nederland had Ono het constant aan de stok met Mark van Bommel maar in tegenstelling tot de Nederlandse scheidsrechters hield de Italiaanse toparbiter Collina de huidige coach van de Eindhovenaren kort tijdens de wedstrijd in het Philips-stadion. Tijdens de return in De Kuip vloog Bommeltje er zelfs met twee keer geel af. Europese scheidsrechters hadden het niet zo op dat geschop en gezuig van hem.

De vlag in Praag.

Feyenoord haalde de halve finale en tijdens de laatste training voor de wedstrijd in Milaan kwamen we Menno en Kees weer tegen. We waren ze al tegen het lijf gelopen in Praag toen Kees de Japanse vlag van Menno over zijn schouders had gedrapeerd. Wat volgde waren een aantal Europese reisjes die Sandra en ik samen met Kees en Menno maakten, en altijd was de Japanse vlag erbij.

Bij de Europese uitwedstrijd tegen Teplice in 2003 kon Menno helaas niet mee. Zijn Japanse vlag, met daarop de naam van zijn toenmalige website, maakte wel de tocht naar Tsjechie. Na de laatste training voor de wedstrijd kregen we Ono eindelijk zover om te poseren met de vlag die hem zo vaak gevolgd was. Een kleine pleister op de wonde voor de eigenaar die noodgedwongen thuis moest blijven, stond de beste Aziaat ooit in dienst van Feyenoord wel mooi op de foto met zijn vlag.

Feyenoord vs FC Utrecht, purple rain

Wat een weer, wat een weer. Ik dacht dat het wel slim zou zijn om op de scooter naar De Kuip te rijden maar daar kwam ik wel van terug. De witte strepen van de zebrapaden én traimrails waren erg glad. Ik was blij dat ik er was.

Utrecht koos ervoor om Feyenoord de eerste helft al richting de Noordzijde te laten spelen. Tactiek uit de koude oorlog.

Een speler met paars haar. En het regende. In mijn hoofd zat een liedje van Prince.

In de eerste helft regende het kansen. In de tweede helft regende het alleen maar.

Toch de 1-0!

De watervallen in Tropicana waren er niks bij.

Winst.

 

 

Roze

Tijdens mijn eerste seizoenen in De Kuip leken de spelers en supporters (onbewust?) op elkaar. Op oude elftalfoto’s uit de jaren ’80 heeft de halve selectie een snor en zouden ze zo in de garage kunnen werken van de auto waar achter ze poseren. De haardracht in de nek en bovenlip was op Vak-S niet anders.

Een paar seizoenen later droegen John de Wolf en Regi Blinker overhemden met patronen waar je, zelfs zonder drank, hoofdpijn van kreeg. Mensen die niet zo goed tegen prikkels kunnen raad ik af op internet er naar te gaan zoeken. Zelfs cultheld Kiprich had een eigen spijkerbroekenmerk, een broek die qua pasvorm nu waarschijnlijk weer helemaal in zal zijn maar waar je destijds al flink mee voor joker liep.

Henk Vos was de eerste speler die het aandurfde met witte kicksen op het veld te staan. Het leverde hem prompt een klap voor zijn muil (excuse my French) op tijdens een training. Voor Feyenoord-spelers gold het adagium ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ als geen ander.

Na schoenen in alle kleuren van de regenboog en tattoos van top tot teen dacht ik dat we alles wel gezien hadden op het veld. Tot er afgelopen zondag een speler met roze haar op het veld verscheen. Natuurlijk is het lekker boeiend hoe spelers eruitzien, als ze hun best maar doen. Maar vanaf de tweede ring had ik heimwee naar de selectie uit 1988. Toen de meeste spelers eruitzagen als vertegenwoordigers van kattenvoer en monteurs uit de garage van Eef en Huub.

 

Roken

Op de terugweg van de honkbaltraining horen we Eric Clapton over cocaïne zingen. Bastiaan vind het maar een raar liedje want het gaat over drugs, en die zijn slecht zegt hij. Net zoals roken.

“Als je gaat roken ben je verliefd op de dood, alleen duurt het even voordat je haar ontmoet.”

Tegen zoveel wijsheid viel weinig in te brengen. Als de antirooklobby belt mogen ze deze slogan zo hebben.

Kermismarathon

Vorig jaar was het een van de grappigste hardloopevents waar ik aan mee deed. De start van de kermisweek in Roelofarendsveen wordt altijd vooraf gegaan door een heuse marathon. Vijftien rondjes van 2,8 kilometer die wij met een team van vier (maar sommige mensen alleen) liepen door een versierde woonwijk.

pompebledden zover het oog reikt.

Het thema dit jaar was klunen oftewel de Elfstedentocht. Sommige teams waren briljant verkleed met o.a. shirts met een foto van die schrijver erop of vier blondines die Heidi Kluun waren. Wij hielden het bij wintermutsen, dat was al warm zat. De bewoners van de wijk hadden flink uitgepakt door alles in Elfsteden-sfeer te versieren. En vanaf de start vloeide de drank bij de toeschouwers rijkelijk. 

Team Fluitekruid mét ijsmonster.

Wij kwamen in een keurige 4:09 over de finish. Onze mascotte was een soort van ijsmonster waar ze in Friesland ook flink van zouden schrikken. Ik had tijdens het lopen erg veel respect voor de mensen die op deze manier die hele 42,195 meter liepen. Vijftien keer ‘kruip-door-sluip-door’ door een woonwijk heen. Echt superknap (en er werd nog flink doorgelopen ook). Het was net als vorig jaar een supergezellig evenement. 

Een welverdiend biertje.

Liep een beetje uit de hand

Vooropgesteld. Ik vind leraren écht geweldig werk verrichten en ik vind ook dat ze in het volste recht staan met hun werkonderbrekingen zoals gisteren. En daarbij zit Bastiaan echt op een geweldige school. Maar sinds een ‘niet eens zo’n lullig bedoeld antwoord op een tweet van een dame met heul veul volgers’ zit mijn twitter-tijdlijn vol met mensen die diezelfde tijdlijn met ‘vroeger was alles beter’ volplempen. Hellup.

Neemt overigens niet weg dat je in mijn ogen een kind van acht geen eigenaar zijn eigen leerdoelen kan maken want dan wordt het net zo’n nietsnut als zijn vader 😉

Hup leraren!

Groothandelsgebouw-run

Dat was weer een leuke avond met de RotterdamRunningCrew. De 52e run begon in het Groothandelsgebouw en liep via de luchtbrug en over de noordsingel richting het Vroesenpark en Blijdorp. Met een eindsprint door de spoortunnel van het Centraal Station kwamen we weer mooi uit bij het Groothandelsgebouw. Samen met Paul was ik pacer voor de 5:30/km groep en we hebben ons keurig aan deze missie gehouden. Tot nummer 52.

Halve Marathon Oostland

Omdat de topvorm nog wat ver weg was bood ik me aan om haas voor Angela te spelen tijdens de Halve Marathon van Oostland. Ze had hem nog nooit binnen de twee uur gelopen terwijl ze dat in potentie wel gewoon zou moeten kunnen. Dus toen we om iets over enen over de startmat liepen heb ik kilometers lang als een maniak op mijn horloge gekeken of we niet té snel liepen. 

Daar gaan we.

Om op 2 uur uit te komen moet je gemiddeld rond de 5:39 lopen. Maar als je daar op weg gaat hou je wel heel weinig ruimte over voor een plaspauze of een waterstop. dus het tempo lag iets hoger. Maar ook weer niet te hoog om jezelf over de kop te jagen.

De eerste 8 á 9 kilometer gingen vlekkeloos. Van Pijnacker richting Berkel, langs het dorp en dan richting het park. En in het park kwam de warmte je tegemoet. Gelukkig was er een waterpost bij de Windas om even af te koelen. Ondertussen zag ik Leen op een bankje in het zonnetje zitten. Dat is wel leuk van een hardloopwedstrijd door je woonplaats, je komt veel bekenden tegen.

In de Groenzoom werd het pas echt warm. Tijdens de zeven kilometer daar kwam ik toch al redelijk wat ‘wandelaars’ tegen die last hadden gekregen van de warmte. Voor het mooie hadden ze eigenlijk ook op 14 of 15 kilometer een waterpost mogen inrichten. 

Bekend gebied, de sterrenwijk.

Door een niet mee-werkende sok bij Angela liep het gemiddelde iets op en eenmaal in Pijnacker wist ik dat we de twee uur wel zouden gaan halen. Maar hoeveel ruimte hadden we nog over? Uiteindelijk haalde ze me nog in tijdens een eindspurt. Ik had nog gezegd ‘iedere seconde die je nu harder rent is een seconde van je PR af’ en dat advies had ze ter harte genomen.

In 1:59:09 kwamen we over de finish. Ik had de HMO als duurloop kunnen gebruiken én iemand naar een PR gehaast. Missie geslaagd.

Ik heb mijn blik op de klok, missie geslaagd.
Ik ben het haasje.

Splinter

In een tijd waar straattaal de norm lijkt geworden en je roomblanke pubers over ‘die meisje’ hoort praten was het een verademing om het interview met Splinter de Mooij op het mediakanaal van Feyenoord te zien. De volgende speler die de stap van Varkenoord naar De Kuip moet gaan maken.

Ik zag een welbespraakte jongen die met respect over zijn oude club, het behoorlijk chique en kakkineuze HVV, zijn trainers en zijn familie sprak. Zijn vrienden gaven hem een pen met inscriptie waarmee hij zijn contract kon tekenen. Dat is weer eens wat anders dan de vier blikjes energydrank en een zak Hamkas waarmee ik Splinter zijn, waarschijnlijk niet-voetballende, leeftijdsgenoten doorgaans bij mijn supermarkt zie rondhangen.

Niet alleen straattaal lijkt de norm te zijn, ook te vroeg vertrekkende spelers zijn tegenwoordig schering en inslag. De Mooij kon, volgens de pers, naar diverse buitenlandse topclubs. In plaats daarvoor koos hij voor een langer verblijf bij Feyenoord.

In alles zag en hoorde je een weloverwogen keuze van speler en familie. Een keuze waarbij men een keer niet verblind werd door het grote geld. Maar misschien is dat makkelijk praten als je, zoals Splinter, al eens door de ballotagecommissie van HVV heen bent gekomen.

Normaliter heb ik een gezond wantrouwen tegen mensen die hun kinderen namen als Bikkel en Zanzi geven. Die laatste naam verzin ik trouwens niet, een collega van mij heeft zijn zoon Zanzi genoemd omdat hij op Zanzibar verwekt zou zijn iets wat ik niet per se had willen weten. Maar voor deze Splinter maak ik nu al een uitzondering.

In het einde van het interview sprak hij de hoop uit snel bij de selectie te mogen komen. Ook ik kan niet wachten op zijn debuut. En dan vooral de interviews achteraf. Met Splinter komen wij wel door de winter. Al zal dat spreekwoord waarschijnlijk niemand meer wat zeggen in Feyenoord O19.