We zijn weer terug…

…van een fantastisch, door onszelf georganiseerd, scooterweekend. Meer dan 250 man (voornamelijk Britten) kwamen er op af en zij zorgden voor een fantastische sfeer. Hieronder wat foto’s.

P1130709

P1130753

P1130822

Ik deed nog mee aan een soort van stoelendans. Blikken bier verstopt in een hooibaal. Een minder dan het aantal deelnemers en diegene die niets heeft valt af, de rest drinkt zijn bier op. Ronde na ronde totdat er eentje overblijft. Ik viel (gelukkig) in de eerste ronde al af en kon een lekker koud biertje nemen.

Kadobak

Ik kom best vaak in speelgoedwinkels. Dat kan ook bijna niet anders met een kleuter thuis en de verjaardagsfeestjes waarvoor hij wordt uitgenodigd. Van de week zag ik echter iets dat ik niet had geloofd al had ik het niet met mijn eigen ogen gezien. In deze winkel had een schap, waarin normaliter de scheetkussens en de knikkers lagen, plaatsgemaakt voor een stelling met plastic kratten met namen erop. In die kratten hadden Boaz, Sterre, Vlinder en Bonk alvast cadeaus gestopt zodat de genodigden hier wat kunnen uitkiezen en welke de jarige dan tussen taart en aanmaaksiroop in ontvangst kan nemen. Met gespeelde verbazing hoop ik dan maar.

Amerikaanse toestanden. Nooit meer moeders die als eerste tegen de moeder van de jarige zeggen ‘hij kan het ruilen hoor, ik heb het bonnetje nog!’ of de teleurstelling van de jarige als hij een transformator uitpakt maar om een transformer had gevraagd. En opa en oma zich maar afvragen wat hij met een transformator moest, hij heeft immers helemaal geen trein.

Nee, de kinderen van nu willen zelf de regie houden over hun eigen cadeaus. Ik heb gisteren even in de bakken rondgesnuffeld en heb mij van mijn beste opvoedkundige kant laten zien. Boaz had namelijk een best fout vriendenboekje in zijn krat liggen. Dat zal wel een vergissing geweest zijn van de meneer uit de winkel. Dus dat heb ik rechtgetrokken.

Wat zal die jongen blij zijn met zijn Feyenoord-vriendenboek op zijn feestje aankomende vrijdag.

image

Strand

Gisteren was ik met Sandra en Bastiaan op Kijkduin. We genoten van het mooie weer en een biertje totdat er ineens een soort van zonsverduistering plaatsvond. Onze platinablonde buurvrouw op het terras liep voorbij en haar siliconen aanhangsels waren door de desbetreffende chirurg afgeleverd in het formaat voetbal en kwamen tussen de zon en mij in. De met botox volgespoten lippen en zonnebank-kleur maakte het beeld compleet. En toen begon ze te praten…

‘Kom we gaan zo naar huis. Wat zeg je? Nee, nu naar huis. Djanella, we gaan zo en kleed je zelf even fatsoenlijk aan. Semmie, eet dat laatste stuk tosti op drink je glas leeg. DJA-NEL-LA! Hoor je me niet of zo? Wat? Nee, het zijn ook jouw kinderen hoor. Je kunt ook wel wat anders doen dan met je i-phone te spelen. Is die tosti nou al op? Mam, we gaan zo. Naar huis ja. Nee, ik ga die hond niet meenemen voor je. Waarom heb je hem überhaupt meegenomen naar het strand. Dan is ie er even tussenuit zeg je. Dat weet zo’n hond toch niet? Djanella, kom je nu schat. We gaan. Ik neem die hond echt niet mee hoor. Semmie, ben je al klaar? Doe zelf je schoenen maar aan, ik ga je daar echt niet bij helpen. En veeg je kin af, er zit nog een stuk tosti aan. Dag mam, veel plezier nog. Jongens zeg even dag tegen oma. Morgen weer naar het strand? Ja hoor, gezellig, ik kom er altijd zo tot rust. Doeiiiii.’

image

Grint

Op veel artikelen staan raadselachtige gebruiksaanwijzingen op de verpakking. Pictogrammen die mij niets zeggen of schijnbaar niets met het product te maken lijken te hebben. Er zal toch wel een internationaal pictogrammen-beleid zijn?

Nu kun je jezelf ook afvragen wat de noodzaak van pictogrammen op een zak kattengrint is. Je leegt de bak, maakt hem schoon en vult de bak met nieuw grint. Easy. Nu hebben ze bij Biokat gemeend met pictogrammen uit te leggen hoe je het grint moet gebruiken.

Afgaand op deze plaatjes moet je kat ongeveer 5 kilo wegen. De zak is een refill, dat lijkt me logisch want er zat geen grint in de bak toen ik hem kocht. Daarna wordt het raadselachtiger. Moet ik de bak 3 x per 24 uur verschonen? Of moet je wachten tot je trouwe huisgenoot een gat van 7 centimeter diepte heeft gegraven (iets waar ze wel vaak mee bezig lijkt te zijn) voordat je de bak mag bijvullen. En je moet dus 60 dagen met zo’n zak kunnen doen.

In plaats van al die malle pictogrammen hadden ze beter een normale sluiting op die zak kunnen maken. Want terwijl ik aan het hannesen ben om met een beitel een gat in die zak te maken gaat Lotus door haar kattenluikje op weg naar een van de belendende tuinen. Waarschijnlijk om eens even lekker tussen de begonia’s te schijten.

P1130652

Sturmey Archer

In ons huishouden zijn we in het bezit van een e-bike. Dat wil zeggen Sandra heeft, toen ze in het centrum van Rotterdam ging werken, een e-bike gekocht en ik leen die fiets op de dagen dat zij thuis werkt.

Reuze handig ding, op het fietspad haal ik lachend wielrenners, schoolgaande kinderen en stumpers op normale fietsen in. Soms hang ik zelfs in het wiel van een snorscooter. Dat het niet zonder gevaar is maak ik ongeveer iedere dag aan de lijve mee. Veel automobilisten schatten de snelheid van zo’n e-bike verkeerd in en ik heb magere Hein al een paar keer in de ogen gekeken.

Het enige probleem met zo’n e-bike is echter wanneer ik gewoon op mijn normale fiets naar het werk ga, ik mezelf helemaal de tandjes trap. Met mijn Sturmey Archer (zou dat bedrijf nog bestaan?) drie-versnellingen fiets lijkt het holletje van de Planetenweg naar de Noordeindseweg, met een duizelingwekkend hoogteverschil van ongeveer 50 centimeter, ongeveer de Mont Ventoux. Toen ik van de week met snot voor de ogen die enorme helling omhoog nam werd ik ingehaald door een besnorde vijftiger die mij vals lachend aankeek vanaf zijn e-bike. Het ontbrak er nog net aan dat Mart Smeets rechtstreeks verslag deed van deze demarrage.

Ik ben nu op Google op zoek hoe ik de begrenzer van die fiets af kan halen. Dan zal ik die Bernard Hinault-wannebee volgende week een poepie laten ruiken. Ik ga hem breed lachend inhalen.

305158-500x500

Zomertijd

In de schaduw van de kleuteringang stond een grote groep bibberende kinderen te wachten tot de deur open ging. Buiten gaf het kwik een graad of 10 aan maar ondanks dat waren de meeste kinderen gestoken in korte broek of zomerjurk. Dat zie je in oktober niet vaak gebeuren en dan is het ’s ochtends net zo warm (of net zo koud). Nee, het zou vandaag mooi weer worden dus de kinderen moesten in zomerkleren naar school. Het was verdorie al juni!

Maar ook de ouders lieten zich niet onbetuigd. Ik werd op de vroege ochtend geconfronteerd met moeders in korte rokken, bermuda’s, jumpsuits met bandjes, leggings (dat zijn geen broeken), zomerjurken en strapless jumpsuits (waarom zo’n ding dan nog een jumpsuit heet is mij een raadsel, je kunt er met goed fatsoen niet in springen lijkt me). Ook de vaders hadden zich zomers gekleed. Dat wil zeggen: driekwart broeken en t-shirts met een flamingo erop en daaronder in pasteltinten een plaatsnaam uit de staat Florida. Zowat iedereen liep op birkenstocks, dat dan weer wel.

Gelukkig was de ‘moeder-die-altijd-een-trainingspak-draagt’ gewoon in haar trainingspak en de onvermijdelijke hardloopmoeders stonden er ook. Maar daar heb ik al eens eerder een verhaal over geschreven.

Bastiaan had een lange broek aan en deed snel zijn jas dicht. Bibberend kwam hij tegen mij aan staan. Bij de aanblik van de zoveelste vrouw in ’tuniek met witte legging’ die aan kwam lopen trok ik mijn wintermuts ver over mijn ogen. En dan alleen niet vanwege de kou.

18029376_large

Big Brother

We hebben sinds kort nieuwe huisdieren. Dat wil zeggen, Bastiaan noemt ze zijn huisdieren maar in werkelijkheid is het een bonte verzameling insecten in een potje.
Afgelopen weekend waren we een weekendje weg en in plaats van mee te voetballen met de rest was Bastiaan op zoek naar torren en mieren. Het bezoek laatst aan het natuurhistorisch museum heeft de kleine onderzoeker in hem wakker gemaakt.

Al ware het een sociaal experiment, zoals Big Brother, werden er gisteren een aantal mieren, twee pissebedden, een tor en een spin in een potje met luchtgaten en vergrootglas gedaan. De spin stierf echter direct een gruwelijke dood tussen deksel en potje en zijn lijfje hangt als een zwaard van Damocles boven de hoofden van de rest van de insecten. Een paar groene blaadjes moest de kleine huisdieren van voldoende voedsel voorzien.

Een dag later heeft de aanblik van het potje nog het meeste weg van een slagveld tijdens de Eerste Wereldoorlog. De overgebleven mier loopt maniakaal rondjes alsof hij een tijger in de dierentuin is. De aanblik van een dode spin boven zijn hoofd heeft hem niet goed gedaan. Een van de pissebedden ligt op zijn rug en de ander botst er telkens tegenaan. Alsof het een botsauto vol pubers is die de aandacht van de andere sekse probeert te trekken. En van de tor is geen spoor te bekennen.

Het sociale experiment lijkt nog niet helemaal geslaagd. Talpa kan nog even wachten met contact opnemen met Bastiaan.

image

Cultuur

Peuters en kleuters kunnen je op onnavolgbare wijze in verlegenheid brengen. Vooral in openbare gelegenheden zijn ze hier een ster in. Bastiaan vroeg eens hardop in de tram waarom die meneer voor ons zo dik was. De man verblikte of verbloosde niet want hij wás ook dik en nam anderhalve stoel in beslag. Dat wist hij zelf dus ook wel. Ik deed net of ik niet bij Bastiaan hoorde en toevallig naast een alleen-reizende peuter was gaan zitten.

In Rotterdam kom je mensen met alle kleuren van de regenboog tegen en daar stelt hij nooit vragen over. Mensen die er, in zijn ogen, gek uit zien zoals zwervers hebben meer zijn interesse om schaamteloos naar te gaan staren.

Toen we een paar jaar terug in Bangkok waren na een bezoek aan Cambodja zat het hotel naast de Iraanse ambassade niet erg vol. Om naar onze kamer op de elfde verdieping te komen hadden we een spel verzonnen op de gang. Bastiaan drukte op de liftknop en wie het eerst van ons drie in een van de vier liften stond had gewonnen. Onnodig om te zeggen dat Bastiaan iedere keer won.

De laatste keer dat we het spel speelden was niet op de laatste dag van ons verblijf en dat had een reden. Bastiaan rende de lift in en kwam er bijna net zo snel weer uit. In de lift stond een Iraans stel. De man met borstelwenkbrauwen en een snor keek ons nors aan. Zijn vrouw was volledig gesluierd. Bij de aanblik van de vrouw in het zwarte gewaad, slechts de ogen zichtbaar, schrok het tweejarige blonde kereltje zich een hoedje.

De Iraniër begon tegen mij te preken over dat we ons kind kennis moesten laten maken met andere culturen en er respect voor hebben. Ik dacht dat die kerel gek was geworden. Bastiaan was vooral geschrokken dat er iemand in zijn lift stond. Dat had niks met religie of racisme te maken. Bij het verlaten van de lift wenste ik de man geen goedendag. Wie was er hier nu helemaal bevooroordeeld?

Dat het met respect voor andere culturen wel goed zat bewees hij de volgende dag. Bij Wat Po hing een serene rust, de walm van wierook was zo dik dat je er plakken van kon snijden. Bastiaan keek naar de ‘reclining Buddha’ en nog voordat we tegen hem konden zeggen dat hij stil moest zijn klonk er een schelle jongensstem door de tempel ‘Hé Boeddha, wakker worden!’ De Thai om ons heen konden er vooral om lachen.

Wens

‘Waarom komen niet alle wensen uit?’ Bastiaan draait onrustig in zijn bed en speelt wat met de zaklamp waarvan ik al drie keer heb gezegd dat hij deze weg moet leggen.

‘Nou ja, het moeten wel realistische wensen zijn jongen. Je kunt niet ineens wensen dat je kunt vliegen.’

‘Ik wil graag een poes zijn. Net zoals Lotus. Dan kan ik samen met haar spelen. En op bezoek gaan bij haar poezenmoeder. Want het is niet eerlijk, jullie liggen samen in bed en ik altijd alleen. En als ik een poes ben komt Lotus wel bij mij liggen.’

Ik leg Bastiaan uit dat Lotus vooral niet bij hem komt liggen omdat hij geen seconde stil ligt voordat hij gaat slapen. Poezen houden niet van onvoorspelbaar bewegende kleuters. Hij heeft de zaklamp weer gepakt en schijnt wat op het plafond. De deur van de slaapkamer wordt opengeduwd door twee witte pootjes.

‘Maar nu ik mijn wens heb verteld komt hij niet meer uit he? Weet je wat, vergeet mijn wens dan maar. Ben je hem vergeten?’ 

Nog voordat ik antwoord kan geven springt Lotus op zijn bed. Gelokt door de bewegende zaklamp gaat ze naast hem op het dekbed zitten om met de lichtbundel te spelen.

Is zijn wens toch nog uitgekomen. Of in ieder geval een beetje.