110

Alleen God weet hoe vaak ik het volgen van de club wel niet vervloekt heb. De gedachte ‘had ik maar een andere hobby gekozen’ was (en is) nooit ver weg. Niet alleen na een nederlaag op een koude dinsdagavond in Kerkrade of de zoveelste deceptie in een Klassieker. Maar ook op een hotelkamer in Nancy wanneer de sms’jes van ongeruste familieleden binnenkwamen of alles in orde met ons was. Om nog maar te zwijgen van de taferelen op een parkeerplaats in Düsseldorf waar ik een verkeerspaaltje dwars door de voorruit van een Duitse familie zag gaan. Op veel van die momenten dacht ik echt aan het doorknippen van mijn seizoenkaart.

Maar aan de andere kant zijn daar de vriendschappen, de reisjes en de mooie momenten. Van een benauwde Geusselt op een dinsdagavond in 1993 tot feestvierende pleinen in Milaan en Manchester. Van een onverwacht kampioenschap in Groningen tot een zeer emotionele pot tegen Heracles. Van KNVB-bekers tot een UEFA-Cup. Van tranen van verdriet tot tranen van vreugde. Feyenoord is als het leven zelf; vol hoogte- en dieptepunten.

Ik schreef verhaaltjes voor Lunatic News en heb een column in de Hand in Hand. Hielp een aantal malen mee als vrijwilliger bij de Open Dag en zat een blauwe maandag in de befaamde klankbordgroep. Je kunt niet echt zeggen dat het wel en wee van de club me niets doet. Maar laatst werd me verweten dat ik mijn kop in het zand stak omdat ik zei dat die hele stadiondiscussie me murw had gebeukt. En toen had ik weer een moment dat ik een schaar in gedachten zag. Als je niet voor bent maakt het niet dat je automatisch tegen bent. Het leven is niet zo zwart-wit, maar dat verstand komt echt met de jaren.

Vandaag bestaat de club 110 jaar. Honderdtien jaar waarvan ik er ruim 33 op de tribune zit. Meer dan een derde van mijn leven heb ik nu een seizoenkaart. In Nederland duurt een gemiddeld huwelijk met slechts veertien jaar een stuk korter, je zou kunnen zeggen dat we trouwer aan de club zijn dan aan onze partners.

Getrouwd met Feyenoord, zoals in mijn tienerjaren het geval was, ben ik allang niet meer. Ik zou het eerder willen omschrijven als een latrelatie. En als ze dan wil verhuizen naar een nieuw huis waarbij de hypotheek bijna niet op te brengen valt zal ik ongetwijfeld een keer met mijn wenkbrauwen fronsen.

Maar toch, je blijft houden van de club. Leve Feyenoord!

VAR

In de hal van het oude Wembley stond het doel uit 1966. Via een knop kon je stemmen of de goal van Geoff Hurst wel of niet achter de doellijn was geweest. Alle buitenlandse toeristen stemden ‘nee’ en de Engelsen uiteraard ‘ja’, alsof de wereldtitel met terugwerkende kracht nog van ze afgepakt zou kunnen worden. De VAR was nog lichtjaren ver weg al heeft onderzoek van Sky Sports ‘bewezen’ dat het een terechte goal was. Maar ja, Sky is Engels hé.

Er is geen land ter wereld waar de pers een nationaal elftal zó op een voetstuk kan plaatsen om het even later weer zo hartstochtelijk neer te sabelen. Gisteren was het Engeland vs Colombia. Een wedstrijd waarbij je blij was dat er smartphones bestaan. Wat een beproeving was dit zeg, er leek geen einde aan te komen. 

Uiteraard was ik voor Engeland. Als zelfverklaard Anglofiel ben ik dol op het land en ik schat dat ik er zeker wel een keer of 60 geweest ben. De pubcultuur, de muziek, de subculturen die er ontstaan zijn (en daarmee ook hele kledingstijlen) en uiteraard het voetbal. Toen ik me voor voetbal ging interesseren was de enige Engelse wedstrijd die uitgezonden werd de FA Cupfinale. Dat grote stadion en het ‘abide with me’ dat massaal door alle toeschouwers gezongen werd. Naar dat voetballand moest ik heen.

In ongeveer alle sporten die ze verzonnen hebben zijn ze ingehaald door hun koloniën. Misschien was dat wel de reden dat in de hal van het oude Wembley er zo massaal op de ‘goal’ knop werd gedrukt. 1966 was de bevestiging dat Britannia de waves nog steeds beheersten.

Juist voor Engeland geldt dat de jacht mooier is dan de vangst want er is geen enkel land wat dramatischer kan verliezen dan die rare eilandbewoners. Wat dat aangaat was gisteravond een trendbreuk. Ze wonnen zowaar op penalties. En op het moment dat het marmer voor het beeld van Harry Kane al in bestelling staat zullen ze er wel uitvliegen tegen het matige Zweden.

Eind 2018 staat in de hal van het nieuwe Wembley een nagebouwde VAR-kamer met een wassen pop van Danny Makkelie. Met een knop kun je stemmen of de VAR het wel of niet bij het juiste einde had bij die goal van Sterling. Alle toeristen stemmen uiteraard nee. De Engelsen niet….

 

Azteca

Het eerste WK dat ik bewust meemaakte was Mexico’86. Een toernooi waar Nederland, net zoals nu, schitterde door afwezigheid. Er deden vierentwintig landen mee waaronder Canada, Schotland en de Sovjet-Unie. Mede door het uiteen vallen van de USSR (en Joegoslavië) hebben we tegenwoordig ongeveer 300 extra landen die zich kunnen kwalificeren voor het WK. Allemaal landen die ons eigen Oranje een voet dwars kunnen zetten tijdens de kwalificatie.

Ik zou graag willen zeggen dat ik nog wat weet van de gespeelde wedstrijden maar dat zijn herinneringen die later ingekleurd zijn. De hand van God, Danish Dynamite en de uitstekende Belgen zijn daarna eindeloos herhaalt.

Wat ik dan nog wel weet? De geweldige Hummel-shirts van de Denen. Mijn Panini-album (dat ik nooit vol heb gekregen en die ik ergens tussen drie verhuizingen kwijt ben geraakt) en de bal waarmee gevoetbald werd.

De Azteca van Adidas was de mooiste bal ooit. Van mijn zakgeld kocht ik de synthetische versie van deze bal (de echt leren versie zou in no-time versleten zijn want we voetbalden vooral op straat) en die hebben we tijdens menig potje ‘tienen’ gebruikt. Tijdens de loeiharde voorzetten die we gaven sneuvelde nog weleens een bril of kwam de bal terecht op het dak van de Prins Maurits-school. De bal van dat dak afhalen was een uitdaging omdat de regenpijpen ingesmeerd waren met een goedje om regenpijpklimmers het zo lastig mogelijk te maken. Met besmeurde handen moest je vervolgens op doel staan omdat jij diegene was die over schoot.

De laatste omwentelingen van de bal staan me nog wel helder voor ogen. Er was een kant van ons speelterrein waar de ongeschreven wet heerste dat je daar niet naar toe moest schieten. De prikkelbosjes waren funest voor je kleding maar ook voor ballen. Na een mislukte voorzet stuiterde de bal over het hek van de school heen, precies voor de voeten van een passerende buurtgenoot.

Niet gezegend met een goede traptechniek punterde hij de bal zo in de richting van de ‘verboden bosjes’. Er was in Berkel geen hand van God om de bal van richting te veranderen. De rest van de zomer van ’86 hebben we vooral gehonkbald.

Wachten op de renaissance

De Romeinse historicus Tacitus schijnt over Holland het volgende gezegd te hebben: “Het terrein is woest, het klimaat ruw. Het leven en landschap somber. Hier kom je alleen als het je vaderland is.”

Als je veel van de zogenaamde kenners mag geloven, geldt dit ook voor onze eredivisie. Oranje heeft zich niet geplaatst voor het komende WK en de Nederlandse clubs spelen geen rol van betekenis in Europa. De laatste Nederlandse trainer in de Premier League vloog eergisteren de laan uit en bij de buitenlandse subtoppers houden onze internationals voornamelijk de bank warm. Nu de dagen korter worden en de blaadjes beginnen te vallen, is er alle reden om te somberen.

Of toch niet? Moeten we onze eredivisie met al haar fouten en onvoorspelbare uitslagen niet juist koesteren? In welke competitie ter wereld valt er pas na acht speelronden de eerste 0-0 te noteren? In welk land wordt de bekerhouder al in de eerste ronde door een amateurclub uitgeschakeld? Ja, De Klassieker was niet meer dan Wycombe tegen Barnet. Alleen zaten er 47.500 mensen op de tribune in plaats van een paar duizend. Overal waar je kijkt, trekken teams vol ten aanval, of dat nou verstandig is of niet. En als er al eens een bus geparkeerd wordt voor de goal is het steevast een ouwe DAF, nooit die Engelse dubbeldekker waar een toptrainer als Mourinho patent op heeft.

Een andere Romein zei: “Geef het volk brood en spelen” en dat is precies waar het om draait bij voetbal. We willen vermaakt worden, de duizenden fans die iedere week weer naar de stadions gaan. Qua voetbalniveau bevinden we ons nu in de Middeleeuwen, een periode die in het Engels veel beter de lading dekt: The dark ages.

Het Nederlandse voetballandschap mag dan qua successen en niveau somber zijn gekleurd – want het niveau is woest en de balbeheersing ruw – maar ik kom ik er graag, omdat het mijn vaderland is. Lang leve de eredivisie, op de tribunes wachten we geduldig op de Renaissance.

Hoofball

“I really loved total Football. Nieskens, Kroeiff and Vén Ennegem, can you tell our listeners what went wrong with Orenjé?”

De verslaggever van de lokale radio in North Ferriby kijkt me hoopvol aan. Even overweeg ik om een Beenhakkeriaanse zucht te laten vallen en te vragen of hij een ‘an hour to kill’ heeft. In plaats daarvan vertel ik een paar minuten tijd wat er mijns inziens allemaal mis is met het Nederlandse voetbal: kunstgras, talenten die te vroeg vertrekken naar het buitenland en de 67e aanstelling van Dick Advocaat als bondscoach. Ook het Zeister selectiebeleid, iets waar wij in Rotterdam vaak hoofdschuddend naar kijken (remember John Veltman?), geef ik een veeg uit de pan. Na nog wat vragen over ons bezoek aan juist deze club haast ik me naar de social bar, er stond nog een pint op me te wachten.

Van de wedstrijd op het zesde niveau van de Engelse voetbalpiramide verwacht ik niet al te veel. Meestal zijn dit soort potten keihard en wordt vooral de lange bal gehanteerd, de zogenaamde ‘hoofball’. Maar na de eerste minuten aftasten en een paar ‘hoofs’ ontspint zich een wedstrijd waarin de buitenspelers de achterlijn op zoeken en de middenvelders doorschuiven. Twee klassieke 4-3-3 formaties die, vergeef me de dooddoener, de Hollandse school hanteren. Na 80 minuten staat de thuisclub, die stijf onderaan staat, onterecht met 2-3 achter. In plaats van de ‘hoofball’ te hanteren blijven ze over de flanken aanvallen met als resultaat een fraaie gelijkmaker.

Eenmaal terug op de boot staat op de televisie Wit Rusland tegen Nederland aan. Er staan elf spelers in het Oranje op het veld waarvan ik de meeste niet zou herkennen als ze voor mijn neus zouden staan. De ploeterende tegenstander is gehuld in een soort van kersttrui en het stadion is verre van vol. De eerste bal die ik van achteruit gegeven zie worden is een lange trap naar voren.

Dát had ik moeten vertellen wat er mis is met het Nederlandse voetbal. We hebben die verdomde ‘hoofball’ van die Engelsen overgenomen. Total football leek halverwege op de Noordzee verder weg dan ooit.

De laatste keer Feyenoord tegen City

Het contrast kon niet groter zijn op deze zomerse dag in het Deense Aarhus. Vlak achter de spelersbus van Manchester City kwam nog een touringcar tot stilstand. Uit de ene bus kwamen de in het lichtblauw gestoken voetballers van City. Uit de andere bus kwam een walm van bier en de geur van teveel mensen die te lang in een kleine ruimte hadden gezeten. De ene bus was die ochtend bij een hotel in Denemarken vertrokken. De andere bus, waar ik in zat, zo’n twaalf uur eerder bij De Kuip.

De langslopende man met het grijze haar en zonnebril op zijn neus droeg, net zoals de spelers, een lichtblauwe korte broek en lichtblauw shirt. Onder het clublogo stonden de initialen KK. Bij het voorbij lopen van onze bus kon hij aan de rood doorlopen ogen zien dat het een zware nacht was geweest voor dit gedeelte van Het Legioen. Als er één volk drinkebroers op waarde kan schatten, dan zijn het Engelsen wel. Kevin Keegan vroeg aan ons of hij “any good” was, die ex-aanvoerder van ons.

Feyenoord had namelijk vlak voor deze oefenwedstrijd in Denemarken Paul Bosvelt aan The Citizens verkocht. Het was de zomer van 2003 en City had net het iconische Maine Road verlaten. Het was de tijd dat de broertjes Gallagher elkaar op het podium nog de hersens insloegen, in plaats van elkaar op twitter voor rotte vis uit te maken. Van een afstandje keek Gerard Wiekens lachend naar dat zooitje ongeregeld in die Nederlandse bus waar zijn trainer mee stond te praten.

Keegan was de eerste manager van City die veel geld uit begon te geven. Spelers als Robbie Fowler en Nicolas Anelka kozen voor The Sky Blues zonder dat de club al te veel potten kon breken in de Premier League. Dat veranderde toen Thaksin Shinawatra, en later de Abu Dhabi United Group, eigenaar werd van de club. De sympathie voor City brokkelde langzaam af bij de echte voetballiefhebber. Weer een geldverslindende hemelbestormer erbij.

Tegenwoordig hangen de trainingspakken van Manchester City gebroederlijk naast die van Paris Saint Germain, ook een club die gezwicht is voor het geld uit het Midden-Oosten. Clubs die in 2003 niet eens Europese subtop waren, een kwalificatie waar de UEFA-Cup winnaar uit 2002 destijds wel voor in aanmerking kwam. De wedstrijd in 2003 in Denemarken werd door Feyenoord overigens met 2-1 verloren. De enige Rotterdamse goal kwam op naam van Danko Lazović. Met een transfersom van zeven miljoen euro één van onze duurste aankopen ooit. Een bedrag waar spelers als Benjamin Mendy, Leroy Sané, David Silva en Sergio Agüero niet eens hun bed voor uitkomen.

Vanavond zijn ze in De Kuip te bewonderen, al die sterren in het lichtblauw. De vraag is of de kampioen van de eredivisie partij kan bieden aan zoveel voetbalmiljonairs op het veld. In veertien jaar tijd kan er veel veranderen. Zóveel, dat ik me afvraag of ze bij City nog wel eens aan Paultje Bosvelt denken, die aankoop in de zomer van 2003. Met al die toppers van nu ben ik bang van niet.

Verslag van de trip hier.

Feyenoord vs Excelsior

dsc02450

Voor het tijdstip nog best een goed gevulde Kuip.

dsc02451

Blom had mooie sokken aan.

dsc02453

Excelsior in de verdrukking. In de eerste helft wist Feyenoord het net niet te vinden.

dsc02455

Na rust wel.

dsc02460

dsc02459

dsc02461

dsc02463

Mooi voor Jens. Samen met Botteghin en El Ahmadi de beste spelers tot nu toe dit seizoen.

dsc02465

dsc02467

Als hij zelfs gaat scoren….

dsc02469