Me first in De Melkweg

Toen de ongelukkig terecht gekomen stagediver eindelijk weer opgekrabbeld was zette de band het volgende nummer in. Toevallig  genoeg was dat het toepasselijke  ‘i will survive’ en de zaal zong weer als een man mee.

wpid-wp-1487665977313.jpg

Want zo’n avond was het. Een grote sing-a-long van bekende (en iets minder bekende) nummers overgoten met een punkrock-sausje. Het was de derde keer dat ik Me First & The Gimme Gimmes zag. Bij de eerste twee keren was Fat Mike erbij en dat zorgde (ongetwijfeld na het nuttigen  van wat geestverruimde middelen die hier in de lage landen eenvoudig te verkrijgen zijn) voor het nodige geouwehoer op het podium. Net zoals vaak bij zijn eigen band NOFX het geval is. Wat me wel opviel was dat het publiek redelijk oud was (vandaar dat ze alle klassiekers uit hun vaders platenkast mee konden zingen) en er weinig filmende telefoons te zien waren in het publiek.

De line-up van de Gimmes bestond op deze zondag in De Melkweg uit Jay Bentley van Bad Religion, Chris Shiflett van Foo Fighters, Dave Raun en Joey Cape van Lagwagon. En uiteraard zanger Spike. Bij Leaving on a jetplane, het tweede nummer, bleek al dat de zaal zin had in een feestje en dienden zich de eerste (nog voorzichtig alsof het een eerste zwemles betrof) stagedivers aan. Spike kondigde bijna ieder nummer als een cover aan (wat het feit dat ze alleen maar covers spelen redelijk hilarisch maakt) en in rap tempo kwamen o.a. ‘Sloop John B’‘Me and julio down by the schoolyard’, ‘(Ghost) Riders in the Sky’, ‘Jolene’, ‘Mandy’, ‘Sweet Caroline’ en ‘Country Roads’ voorbij.

wpid-wp-1487666004500.jpg

Na een krap uurtje hielden ze het voor gezien om een paar minuten later weer terug te keren. Tijdens de toegiften nam een stagediver dus wat meer risico en hij werd niet opgevangen door het publiek vooraan. Die hadden geen oog voor de jongen die vrij hard terecht kwam. Door wat mensen in het publiek en de beveiliging van de Melkweg stond hij na 5 minuten pijnlijke stilte onder luid applaus weer op en werd via de zijkant afgevoerd. Voor de band de hoogste tijd om de grootste hit van Gloria Gaynor op full speed ten gehore te brengen.

Bij het teruglopen van de melkweg naar de garage (waar we een schamele 18 euro voor twee en een half uur parkeren konden aftikken) reed een ambulance onverrichter zake bij het concertpodium weg.

‘Did you think I’d lay down and die? Oh no, not I, I will survive’

DKM in de HMH

De laatste keer dat ik de Dropkick Murphys live had gezien was alweer tien jaar geleden op Lowlands. Hen zien op zo’n divers festival gaf bij mij altijd een dubbel gevoel. Het was tof om ze in zo’n grote tent te zien, aan de andere kant kreeg je dan ook altijd van die malle witte figuren met dreadlocks die precies voor je neus een mal dansje gaan doen  bij het horen van een banjo of doedelzak.

Na veilig de ‘enemy-territory’ tussen parkeergarage en de voorheen HMH overgestoken te hebben waren we precies op tijd voor Slapshot. Die ramden in 40 minuten tijd nummers als ‘hang up your boots’ en ‘Old tyme hardcore’ doorheen.

wpid-wp-1485417518859.jpg

Daarna was het tijd voor Ken Casey en zijn mannen. Het leven ‘on the road’ was duidelijk zichtbaar bij de bassist/zanger want hij was tonnetje rond geworden. En dan de setlist. De albums tot aan Blackout kunnen mij wel bekoren, daarna werd het mij iets teveel eenheidsworst. Of ik heb ze niet genoeg draaibeurten gegeven, dat kan ook.

Het eerste gedeelte van de set bestond uit nummers van hun nieuwe plaat waarbij ik een nummer als ‘first class loser’ meer iets voor een band als Nickelback ofzo vind. Een matig tussendoortje. Het publiek zong het echter woord voor woord mee. Hier was duidelijk een band bezig waar het publiek was meegegroeid met hun albums. Minder punk en meer folk.

Met ‘Finnegan’s Wake’, ‘Barroom Hero’ en ‘Skinhead on the MBTA’ kwamen er nog drie nummers van mijn favoriete album (het eerste Do or  Die) voorbij net als meezingers ‘Wild Rover’, ‘Rose tattoo’ en ‘You’ll never walk alone’.

Tijdens dit nummer kwam er een gozert naar me toen en zei “dat we dit nummer nog eens zo hard in de buurt van de Arena zouden zingen”. Ik kende die kerel helemaal niet maar mijn conclusie kon niet anders zijn dat ik in ieder geval geen ajaks-hoofd heb (copyright Graziano Pelle).

Tijdens een van de toegiften ‘Kiss Me, I’m Shitfaced’ stroomde het podium traditiegetrouw vol met vrouwen uit de zaal. Voor me stond een stelletje waar de dame in kwestie door iets teveel pints benen van rubber had gekregen. Dat hoort eigenlijk ook wel bij een band die je eigenlijk in een traditionele pub zou willen zien. Meezingen met een pint in je hand. De man had de nodige moeite om haar op de been te houden. Die worden vanochtend behoorlijk shitfaced wakker.

Alerte lui

Bij Radio 2 tijdens de Top2000. Er staat een boel ellende in die lijst, maar om de dagen tussen kerst en oud&nieuw door te komen is zelfs meebrullen met The Carpenters geoorloofd. Alleen al die nummers van Blof en Coldplay hé…..

29122016

No sleep ‘till

Vandaag is het exact 30 jaar geleden dat Licensed to Ill uitkwam van de Beastie Boys. Facebook wrijft even met schuurpapier in je gezicht dat je oud aan het worden bent.

De Beastie Boys waren in 1986 bon ton om te luisteren voor puisterige metalheads als ik toen was. Niet in de laatste plaats vanwege de gitaarsolo van Kerry King van Slayer en diens optreden in de videoclip van No Sleep ‘Till Brooklyn.

Al eerder heb ik gezegd dat Spotify, na gesneden brood, de beste uitvinding ter wereld is. Ik zag het bericht op Facebook van het 30-jarige jubileum en op de fiets heb ik het album weer geluisterd. Vroeger moest je die plaat eerst opnemen op een bandje en hopen dat de batterijen van je Sony Walkman vol genoeg waren (en terugspoelen met een potlood om batterijen te sparen).

In 1987 vochten Reign in Blood en Licensed to Ill om voorrang om gedraaid te worden in diezelfde Sony Walkman (twee albums die door Rick Rubin geproduceerd werden) en nog steeds kan ik van beide albums de meeste nummers ‘meezingen’.

Gelukkig was mijn moeder niet zo streng als de ouders in Fight for your right en kan ik voor geen meter zingen. Met mijn normale opvoeding in een klein dorpje had ik weinig om over te zingen gehad.

‘Don’t step out of this house if that’s the clothes you’re gonna wear
I’ll kick you out of my home if you don’t cut that hair.’

537110_524390727611800_366841734_n

Pinkpop 2016

Kaartjes gewonnen, dus op weg naar Landgraaf.

DSC01174

Vanaf het kleine station in Landgraaf was het nog zo’n 25 minuten lopen tot Megaland. Ondertussen probeerden alle bewoners hun graantje mee te pikken met de verkoop van bier en eten.

DSC01176

Op weg naar het terrein.

DSC01180

Het voelde een stuk massaler aan dan Lowlands. Wat ik tof vond waren de foodtrucks op het terrein. Je hoefde, net zoals op Lowlands, niet te leven op friet en hamburgers. Al hebben we die wel op natuurlijk.

DSC01181

IMG_0772

Yep, na een tiental keer Lowlands, een handvol Dynamo Open Airs en Graspop (en nog wel wat eendaagse festivals) zijn we zowaar een keer op Pinkpop.

wpid-wp-1465802361056.jpg

IMG_0788

Halestorm was goed ’s middags, De Staat vond ik niet veel aan. En toen was het tijd voor Doe Maar. Een soort van ‘greatest hits-show’ met een aparte rol voor Joost Belinfante die als een soort tuinkabouter Nederwiet kwam zingen.

IMG_0789

DSC01195

Daar zijn ze, de oude mannen van Doe Maar. Muzikaal in vorm.

DSC01196

wpid-wp-1465802361058.jpg

Een festival is niet makkelijk.

DSC01200

‘Is dit alles….’

DSC01204

En toen was het tijd voor de headliner van de zaterdag. Rammstein. Mijn vierde keer en ik vond dit de beste keer dat ik ze zag.

DSC01213

DSC01220

Feuer frei!

DSC01221

DSC01222

DSC01232

Engel

DSC01237

DSC01242

En na een stichtelijk woordje van Jan Smeets (die zich een beetje gedroeg als je dronken, malle oom op een verjaardag) ging iedereen op pad. Naar zijn auto, naar de campings, naar de trein. Het leek wel een scene uit Lord of the Rings. Zo’n mensenmassa in 1 keer op pad. Wij sliepen in het huis van Jeannette (die ons ook nog eens op kwam halen op het station) en brachten het festival dus luxe door. Ik vond het geslaagd.

Amy

De pub was nagenoeg leeg op deze zondag. Buiten liep het winkelend publiek van budgetwinkel naar budgetwinkel. Binnen rook het er naar verschraald bier en naar zweet. Toen er nog binnen gerookt mocht worden roken kroegen tenminste gewoon nog naar een asbak. Nu werd je geconfronteerd met andere geuren.

Het grote scherm in het midden van de pub in Leeds werd normaliter gebruikt om voetbalwedstrijden uit te zenden, en voor de karaoke op zaterdagavond. Groepen vriendinnen die wiebelend op hun (te) hoge hakken een nummer van Atomic Kitten proberen te zingen. Of een groep kerels waarvan er eentje, na een pint of tien, denkt dat hij Robbie Williams is. Garantie voor een topavond.

Links boven op het scherm knipperde een zin. In rode letters stond ‘no input detected’.

Een dag eerder waren we ook in een pub in Hull. Tussen de wedstrijd en een Indiase curry bleef er een gat over dat opgevuld werd met bier en cider. Vanuit Nederland kreeg ik van Sandra een berichtje dat Amy Winehouse was overleden.

Menno en Kees zaten op het terras toen ik het ze kwam vertellen. Een Engels stelletje naast ons ving het gesprek op en we vertelden ze dat Amy dood was. ‘What a shame’ zei zij en ze gingen verder met praten. Geen van beiden pakte hun smartphone om iets op Facebook te zetten.

In Leeds zette het meisje achter de bar de karaokemachine aan en pakte de microfoon. Ik nam een slok van mijn bier en het intro van ‘back to black’ klonk door de lege kroeg. Haar timing en stem waren perfect en we keken elkaar boven onze pints aan. Dit was pas een eerbetoon. Nog steeds hadden wij niets op Facebook gezet.

Sleaford Mods in Worm

Wat is het nut om van het podium af te stappen om daarna weer terug te komen voor een paar toegiften, vraagt de zanger van de Sleaford Mods zich af. Een retorische vraag aangezien beide heren blijven staan en nog een paar nummers ten gehore brengen. Ten gehore ja, nummers spelen dekt de lading immers niet. Musicus Fearn drukt op wat knopjes op zijn laptop waarna Jason Williamson met een plat accent geen onderwerp schuwt en rondjes om zijn microfoonstandaard danst.

Bij het binnenlopen van Worm viel me de samenstelling van het publiek al op. Het was op zijn zachtst gezegd een bijzondere mix. Eentje die ik nog nooit eerder zag en ik ben door de jaren heen bij aardig wat concerten geweest. De eerste was in 1989. Anthrax speelde samen met Suicidal Tendencies in Arnhem. Daarvoor had ik wat kleine bandjes in het helaas ter ziele gegane rovershol Geronimo gezien. Een rokerig etablissement in de oksel van het schieplein. Bij mijn eerste echte grote concert zag ik voor het eerst het concertuniform. Iedereen liep in dezelfde, zwarte t-shirts van bands. Soms zag je bij hardcore-concerten metalshirts en bij metalconcerten hardcoreshirts. De vijver met bands was minder diep dan tegenwoordig.

Toen mijn muzikale horizon wat verder verschoof en ik ook een frequent Lowlandsbezoeker werd liep iedereen, ondanks een gevarieerder programma, nog steeds in een soort van uniform. Iedereen doet zijn best uniek te zijn, wat resulteert dat nog steeds iedereen op elkaar lijkt.

Dat was in Worm niet het geval. Ik zag metalheads, baardmannen met houthakkersblouses, neo-punkers met hanekammen. Post-punkers met kale koppen, vale leren jekkies en puntschoenen en een meisje dat qua kleding en haardracht zo te zien met Marty McFly meegereden was uit de jaren ’80. En, copyright van Kim, een man uit de polder. Het was de meest merkwaardige mix mensen die ik ooit bij elkaar zag. Tsja, ze noemen zich niet voor niets het instituut voor Avantgardistische Recreatie in Rotterdam.

Ik was net op tijd voor de derde band van de avond, Sissy Spacek. Bijna iedereen leek voor de Sleaford Mods te komen al stond het zaaltje nog best vol bij deze noisecore-band. Zelfs voor iemand die vroeger naar Carcass en Napalm Death luisterde was dit een stap te ver. Al moet ik zeggen dat de drummer me wel fascineerde, die kerel haalde een belachelijke snelheid op zijn bescheiden drumstel. Daaroverheen krijste een Kurt Cobain look-a-like zijn teksten. Na een minuut of 20 was het klaar. In die tijd speelde ze evenveel nummers.

In de foyer sprak ik met Kim en Toon toen de zanger van de Sleaford Mods voorbij kwam lopen. Rugtas op zijn rug en waarschijnlijk even poolshoogte genomen in de Rotterdamse horeca. Nog geen vijf minuten later stonden ze op het podium. En ja, ik ben er wel fan van. En dat terwijl ik geen fan ben van elektro. Maar de Sleaford Mods doen mij in veel opzichten denken aan The Specials, een van mijn favoriete bands.

Na een uurtje is hun set klaar. Zanger Williamson maakt sporadisch contact met het publiek. Hij spaart zijn woorden voor zijn vlijmscherpe teksten, in zijn hand een fles water. Naast hem staat Fearn, een hand in zijn zak en in de andere een biertje. Af en toe zingt hij wat tekstregels mee maar die zijn niet hoorbaar want voor hem staat er geen microfoon. Tussen de nummers door wisselen de Mods een paar woorden waarna Fearn het volgende nummer op zijn laptop start.

Na het optreden wordt de laptop dichtgeklapt en stappen de heren van het podium af. Een half uurtje later stap ik naar buiten en zie beide heren in gesprek met fans voor de deur van Worm. Als ik mijn Vespa van slot haal kijkt de zanger mij aan. ‘Nice gig’ zeg ik. ‘Nice scooter mate’ zegt hij tegen mij. Is ie toch een echte mod.

wpid-20151022_220355.jpg

wpid-20151022_223252.jpg

wpid-20151022_224251.jpg