Shabby Guesthouse

Eenmaal uit de tunnel in Folkestone werd de grap al gemaakt. ‘Shabby guesthouse dus?’ Het geboekte bed & breakfast in Cambridge luisterde naar de naam Abbey Guesthouse maar eerdere ervaringen met goedkope B&B’s in Engeland hadden ons cynisch gemaakt. Niet in de laatste plaats door een ervaring waarbij opengebroken koffers in de tuin van het ‘hotel’ lagen en het bed ondersteund werd door een stapel telefoongidsen.

Het lachen verging ons snel toen we een bord ‘SOLD’ in de tuin van het guesthouse, op een steenworp afstand van het Abbey Stadion van Cambridge United, zagen staan. De optimist in mij dacht dat het guesthouse in zijn geheel gewoon van eigenaar was verwisseld. Maar toen er niet open gedaan werd kwamen er toch wat nervositeit.

Nervositeit die in de social club van Cambridge United weggedronken werd met een pint of twee. Vlak voor de aftrap besloten we nog 1 keer aan te bellen. De deur van het guesthouse bleef echter potdicht.

De wedstrijd zelf was leuk en onderhoudend. Op de staantribune achter het doel zagen we Cambridge United eenvoudig winnen van Hayes & Yeading. Na afloop kwam de teleurstelling, het guesthouse bleek inderdaad verkocht te zijn en de nieuwe Poolse eigenaar had de afgelopen tijd al een paar keer argeloze toeristen voor zijn deur gehad.

Wat nu? Om te voorkomen dat het zou eindigen als het kerstverhaal, en we in een stal zouden moeten slapen vroegen we aan de eerste de beste voorbijganger of er toevallig nog een B&B in de buurt zat.

Die zat er wel, en slechts 500 meter verderop in de vorm van Oakley Lodge. Er stond geen auto geparkeerd en ook deze B&B maakte een desolate indruk. Eenmaal in de lobby duurde het lang voordat de eigenaresse uit de rozentuin terugkeerde. Met haar schort nog om en in haar hand een kniptang bekijkt ze ons van top tot teen. De dame lijkt zo weggelopen te zijn uit een serie over het Britse platteland.

‘A room for one night. With the three of you?’ Peinzend bladert ze door het boek met reserveringen. We schieten in de lach want het hotel is een oase van rust. Speelt ze nu een spelletje met ons zodat ze een duurdere kamer kan slijten? Een goede marketingtruc leek ons.

Ze heeft alleen nog een driepersoonskamer zegt ze en kijkt bij deze mededeling voornamelijk met een blik van verwondering naar mijn vrouw. Een dame met twee heren op 1 kamer, there goes the neighborhood.

Op weg naar de pub zien we de spelersbus van Hayes & Yeading met draaiende motor nog bij het stadion staan. Uit de lokale ‘chippy’ komen drie in trainingspak gestoken spelers van de verliezende partij met een tasje vol eten naar buiten.

Bij het Indiase restaurant moeten we even wachten tot er een tafeltje vrij is, maar ons geduld wordt beloond. Een copieuze avondmaaltijd met naan-brood, tandoori, papadums en lekkere curries zorgt ervoor dat we onze buikjes rond hebben gegeten. Met een volle maag slaat de vermoeidheid toe. We waren immers rond 6 uur vertrokken van huis om via de kanaaltunnel naar Engeland te rijden.

We kopen nog wat pints bij de Spar en besluiten om naar het hotel te gaan. De bar van het hotel is dicht en we komen voor de rest niemand tegen. Op de gang van het hotel zijn we drukker dan normaal en grappend en grollend gaan we op weg naar onze driepersoonskamer. Het is al tien uur geweest maar wie zouden we wakker gemaakt kunnen hebben?

De volgende ochtend zit in de hoek van de ontbijtzaal de man des huizes. Hij verschuilt zich achter de zondagskrant. We bestellen onze ontbijtjes en nemen ons voor die snel op te eten. Hoe eerder wij weg zijn hoe meer tijd onze gastheer en vrouw hebben voor een rustige zondag. A lazy sunday-afternoon.

Op dat moment gaat de deur naar de ontbijtzaal open en komt er een gezin met twee kinderen binnen. Ze blijken niet de enige gasten te zijn. Alsof er een geheime afspraak bestaat dat je pas na 9 uur mag ontbijten blijven de gasten binnenstromen. Met een blos van schaamte op onze kaken, omdat we de avond ervoor zo luidruchtig het hotel in kwamen, eten we ons ontbijt snel op.

Bij het uitchecken kijkt de dame weer vooral naar mijn vrouw ‘did you have a good night dear?’ De eerdere blik van verwondering maakt plaats voor een schalkse knipoog in onze richting. Cheeky…

Het hele verslag staat hier (klikkerdeklik)

Abba in Southend

Door een eerder bezoek aan Southend wist ik dat er tussen de deze pub, the Lamb & Lion, en ons hotel geen kroeg meer zou zitten. Van de buitenkant was de pub niet erg uitnodigend maar om nu zo vroeg al in de hotelbar te eindigen dat was ook weer niet de bedoeling.

Buiten hing een banner met daarop ‘watch premier league football here’. Op dit tijdstip werd er geen voetbal getoond op het grote tv-scherm, maar was er de Engelse versie van ‘sterren springen van de schans’ te zien. De optie ‘hotelbar’ werd weer overwogen, zeker omdat de pub nogal fel verlicht was.

Achter de toog stond een kerel die op de afgeslankte versie van de Buster Bloodvessel leek, de zanger van Bad Manners. Ook had hij wel wat weg van Tom Kerridge, een Engelse tv-kok.

Maar twee tv-koks op 1 dag ontmoeten zou wel wat teveel van het goede geweest zijn. In de social club van Roots Hall, het stadion van Southend United, kwamen we Gregg Wallace tegen. Hij bleek een fan van Millwall te zijn. De club waartegen Southend United die middag moest spelen in de derde ronde van de FA Cup. Een zeer amaibele man die zijn zakje chips met net zoveel smaak naar binnen werkt als hij op televisie bij een ‘michelinsterrengerecht’ doet. Corrr.

Bij het biljart in de pub waren een paar ‘chavs’ bezig met een spelletje pool. Waar je ook in Engeland bent, de chavs hebben hun eigen klederdracht, witte gympen en een grijze joggingbroek. Iets waar de Arctic Monkeys  het volgende over zingen:

“Well oh they might wear classic Reeboks
Or knackered Converse
Or tracky bottoms tucked in socks”

Ik had de klassieke fout gemaakt om na de pints voor de wedstrijd ook bier te bestellen bij het Indiase restaurant. Ik zat vol en in de Lamb & Lion dronk ik mijn pint met lange tanden op. Dit zou geen latertje worden.

De wedstrijd had alles wat bekervoetbal mooi maakt. Southend uit League two (het vierde niveau) was stukken beter dan Millwall uit the Championship (het tweede niveau). Het stadion zat behoorlijk vol en uit Londen waren flink wat fans meegekomen. Het regende dat het goot en tot overmaat van ramp vielen de lichtmasten ook nog eens uit.

Eerder die dag voldeed het stadje aan alle cliché’s die je kunt bedenken over Engelse steden aan de kust. Het waaide en het was er in sommige delen vrij troosteloos. Morrissey had weer eens gelijk.

“This is the coastal town
That they forgot to close down”

In de Lamb & Lion werd het langzamerhand drukker en drukker.  Op het scherm werd overgeschakeld naar een ander kanaal. Met grote rode letters kwam er een knipperend ‘karaoke’ in beeld. Ook dat nog.

De clientèle van de Lamb & Lion leek zo weggelopen te zijn uit Maaskantje en Flodder. Een kerel met een mat zong liedjes van Journey en in een hoek van de bar hadden moeder en dochter besloten hetzelfde, weinig verhullende, outfit aan te trekken. Toen de bareigenaar een nummer van Madness besloot te zingen twijfelde ik even of het toch niet Buster Bloodvessel was. De pub ging los.

We bleken niet de enige buitenlanders te zijn. Aan onze tafel kwam een Australisch koppeltje zitten. Ze hadden recent besloten om leraar in Europa te gaan worden en hadden hun zinnen op Parijs gezet. Dat leek hun wel een mooie plek om te gaan wonen en werken. Totdat ze erachter kwamen dat ze in Parijs (en heel Frankrijk) Frans spraken. Dat wisten ze niet. Ik had gelijk al medelijden met de kindertjes die door hen onderricht zouden gaan worden.

In plaats van Frankrijk werd het dus Engeland en meer specifiek Southend. Ze waren er net een paar weken en de Lamb & Lion was hun regular geworden. Veel verstand van de wereld hadden ze wellicht nog niet maar zingen konden ze wel (check haar YT kanaal). Zij had een voorliefde voor liedjes van Abba en dat stak ze niet onder stoelen of banken. ‘Everybody loves Abba’ was haar adagium, en wie waren wij om daar tegenin te gaan?

Op het krakkemikkige Roots Hall werd Millwall met 4-1 verslagen en vond daar zijn Waterloo. Uren later zongen wij het nummer mee in de Lamb & Lion. Niet naar de hotelbar gaan bleek de juiste keuze. Al dacht ik daar een dag later iets genuanceerder over, ook ik vond mijn waterloo 😉

Klik hier voor het wedstrijdverslag.

 

Mijn bezoek aan Wembley. FA Trophy finale 2012

Wembley. Het meest beroemde stadion ter wereld. In zowel het oude als het nieuwe was ik wel eens met een rondleiding geweest. Een wedstrijd had ik er nog nooit gezien. Dat had voornamelijk als reden dat Feyenoord, niet zoals wij gedacht hadden, de finale van de Champions League in 2011 op een haar na gemist had.

Toen we in oktober 2011 York aandeden voor een wedstrijd tussen York City en Grimsby Town begon het Wembley-vuurtje te smeulen. Sympathieke club, oldskool stadion én we kwamen in het programmaboekje. Zodoende bleef ik York het hele seizoen volgen via de website van de BBC en livescore.

Ik bleek niet de enige te zijn van onze groep.  De volgende trip stond de vraag centraal ‘Wat als York Wembley haalt, gaan we dan?’ York City háálde de finale en de treintunnel werd geboekt toen het laatste fluitsignaal op Kenilworth Road geklonken had. In de halve finale versloegen The Minstermen namelijk Luton Town (met een doelpunt in de laatste minuut waarbij een toeschouwer zijn voet brak, daarover later meer).

Toen ik telefonisch kaartjes bestelde kreeg ik een verbaasde medewerkster van York City aan de telefoon. Een uitleg van waarom wij uit Nederland York City kwamen steunen zorgde niet voor minder verbazing overigens. Ik had van te voren mijn volledige naam in NATO alfabet uitgeschreven om misverstanden te voorkomen.

Niet veel later zat ik aan de telefoon mijn voornaam te spellen: Juliet Echo Romeo Oscar Echo November. Mocht de FBI dit gesprek opgevangen hebben dan waren ze waarschijnlijk in de veronderstelling dat ik een aanslag wilde gaan plegen met al die codetaal. De medewerkster van York City kon er wel om lachen.

De dagen na de bestelling wachtte ik als een verliefde puber op valentijnsdag naast de brievenbus. Maar waar Pieter Post op televisie overal een oplossing op weet, mijn envelop met kaartjes uit Engeland werd maar niet bezorgd. Normaal gesproken heb ik een blind vertrouwen in de posterijen. Met post uit het Verenigd Koninkrijk had ik al niet zulke goede ervaringen.

Na een paar weken was ik turen naar een rood autootje met een kat op de voorbank zat en klom ik in de pen, om niet veel later te horen dat ze problemen hadden met het versturen van de kaartjes. Of we de kaartjes op de wedstrijddag niet bij Wembley op wilden halen? Graag, als ze dat nu direct hadden voorgesteld.

Op zaterdagochtend vertrokken we rond zes uur uit Rotterdam om naar Coquelles te rijden. Een stuk van die route voert door het nogal saaie West-Vlaamse landschap. Bijna een eeuw geleden vonden miljoenen hier de dood in de zinloze oorlog (eufemisme-alert) die de Britten nog steeds ‘The Great War’ noemen. Op weg naar de treintunnel kom je de ene na de andere plaats tegen die een prominente rol speelde in de moderne geschiedenis.

De weken voor de finale hield ik de website van Transport for London in de gaten voor updates op de pagina ‘planned engineering works’ Het zou namelijk niet voor het eerst zijn dat bepaalde metro’s niet zouden rijden als wij in de hoofdstad van Engeland zijn. De Jubilee-lijn reed gewoon en het leek mij na enig speurwerk wel een goed plan de auto bij station Stanmore te zetten. Met 450 parkeerplaatsen bij het metrostation een van de grotere parkeerplaatsen van the tube en op 10 minuten vanaf Wembley.

Een van de uitbaters van het parkeerterrein zag onze Feyenoord-shirts en een conversatie over voetbal in het algemeen en Engels en Nederlands voetbal in het bijzonder volgde. Hij vond het wel raar dat we voor deze finale kwamen en niet een week gewacht hadden tot de finale van de play-offs die York ook gehaald had (en die ze ook wonnen waardoor promotie werd afgedwongen). Al snel kwam zijn kompaan erbij staan en hij begon over het feit dat Excelsior gedegradeerd was en of we echt niet in Engeland woonden. Want wie stond er nu zo vroeg op voor een finale van de FA Trophy? Het was wel leuk om te merken dat die gasten zoveel wisten van Nederlands voetbal.

De mannen hadden wel trek in bier, ik had wel trek in een Irn Bru (godendrank mensen, echt). Een beetje het suikergehalte omhoog brengen want we hadden nog een lange dag te gaan. Het was tijd voor eten en drinken. Een reis naar Engeland zonder bezoek aan een Indiaas restaurant kan eigenlijk niet en tegenover Wembley zat restaurant Moore Spice. Een Indiaas restaurant met een verwijzing naar Bobby Moore wiens standbeeld pontificaal voor het stadion staat.

De zaak stond behoorlijk vol en was omgebouwd tot pub, je kon er nog wel een menuutje eten maar om dat nu staand in een volle kroeg te doen daar hadden we ook geen zin in, dan maar een veel te dure hamburger in de zon.

Bij veel uitspanningen was amber de dominante kleur en dat terwijl er uiteindelijk niet zoveel verschil was qua support. 8000 man uit York en bijna 12.000 oranje gekleurde fans uit Wales.

In de catacomben van Wembley hadden we de nodige aanspraak en kwamen we in gesprek met een fan van York die nu in Londen woonde voor zijn werk. De 4,70 pond(!) die ze voor een pint durfden te vragen ontlokte hem de uitspraak “i have remortgaged my house to buy a pie and a pint on Sunday” waarmee hij vooruitliep op de play-off finale van een week later. Als er echt iets aan te merken valt op Wembley zijn het wel de schandalige prijzen die ze voor eten en drinken durven te vragen. En de stoeltjes doen wat goedkoop aan.

Voor de wedstrijd werden de volksliederen van Wales en Engeland gespeeld en klonk er netjes applaus van beide supporterskampen na Hen Wlad Fy Nhadau (Land van mijn vaders) en het alom bekende God Save the Queen dat op Wembley erg vertrouwd klonk. Niet dat ik ooit eerder een wedstrijd op Wembley was geweest maar in mijn tienerjaren was de finale van de FA Cup op televisie iets waar ik echt naar uitkeek. Het summum voor liefhebbers van Engels voetbal.

De wedstrijd zelf was typerend voor de lagere divisies in Engeland. Veel gedraaf met de bal aan de voet, hoge ballen in de pot en publiek dat ‘shoot, shoot!’ roept op een moment dat een speler op 30 meter van de goal komt.

Na tien minuten spelen ging Rose van Newport County alleen op de keeper af en in plaats van te stiften of de keeper te omspelen koos hij voor een slap schot recht in de handen van de keeper. Dat was het wel wat Newport County betrof in deze wedstrijd. York City bakte er ook niet heel veel van in de eerste helft. Tijdens de wedstrijd die wij eerder dit seizoen zagen op Bootham Crescent speelden The Minstermen vrij verzorgd voetbal met combinaties over de grond. Dat resulteerde nog in een schitterende goal van spits Jason Walker die de bal na een aanval over een aantal schijven met een omhaal in het doel werkte.

In al die jaren dat ik in Nederland naar het voetbal ga had ik nog nooit zo’n goal met eigen ogen gezien en op het vijfde niveau in Engeland, waar ik het juist niet verwachtte, zag ik zo’n goal.

Diezelfde Walker werd niet echt bereikt in deze wedstrijd en na 47 minuten vond de scheidsrechter het genoeg. De grensrechter bij deze wedstrijd was Sian Massey. Lekker boeiend zullen jullie denken maar dit is een vrouwelijke grensrechter die er indirect voor gezorgd heeft dat er bij Sky TV een aantal commentatoren werd ontslagen nadat ze seksistische opmerkingen over haar hadden gemaakt.

In de rust kwamen we dezelfde man tegen die ons op Bootham Crescent een shawl van York City had gegeven en hij was blij verbaasd ons te zien. Zijn zoon zat een beetje in de rats want dit was alweer de derde finale voor York City op het nieuwe Wembley en de voorgaande twee hadden ze niet gewonnen. Bij een 0-0 ruststand was hij er niet gerust op.

Maar na een kwartier in de tweede helft viel de 1-0. Matty Blair onstnapte aan buitenspel en lobte de bal over de keeper heen precies voor het vak met de York City fans. Die sprongen als een man op, dit in tegenstelling tot de vader van Matty Blair die bij het juichen tijdens de halve finale zijn voet had gebroken . Deze Andy Blair maakte nog deel uit van het team van Aston Villa dat in onze eigen Kuip de Europacup 1 won (hij zat toen overigens 90 minuten op de bank).

Tien minuten na de 1-0 viel de beslissing. Een mooi uitgespeelde aanval hoefde bij de tweede paal alleen maar binnengelopen door  ‘man of the match’ Oyebanjo. Daarna probeerde Newport het nog wel een keer raakten ze de paal, maar de beker zou naar York gaan.

Om de drukte voor te zijn skipten we de ceremonie en gingen op weg naar de the tube. De auto bleek niet op blokken te staan en was niet volledig gestript dus het was die 10 pond parkeren wel waard. In Folkestone kochten we nog wat cider en pies bij de Tesco om het thuisfront te plezieren en konden we de trein om 20.20 nemen.

Rond half twee lag ik weer in mijn mandje na iedereen netjes thuis af te leveren en zo zat er weer een geslaagde trip naar Engeland op. Het fotoverslag staat hier (klikkerdeklik)

Verslag Engelandtrip online

Pasen, en tijd voor een weekendje Engeland. Bastiaan wilde graag naar Legoland en als je dan de keuze hebt uit Denemarken, Duitsland of Engeland dan is de keuze voor ons snel gemaakt. Met de boot naar Engeland dus. Mijn derde bezoek aan Engeland in drie maanden tijd. Je zou bijna denken dat we een voorliefde voor Albion hebben.

Op vrijdag reden we de auto op de boot om de dag erna koers te zetten richting Windsor. Bekend van Legoland en er scheen een klein optrekje van de Britse Royals te staan. En ja, ik bezocht ook een wedstrijdje. Omdat je ooit in je leven alle Engelse stadions gezien moet hebben. Klik hier (klikkerdeklik) voor het verslag.

Jubileumreis. 10 keer Peenvogel….

”Wat iedere stam na aan het hart ligt, is zijn grote tempel, het stadion. De magie die ervan uitgaat is zo sterk dat ieder stamlid die daar in de buurt komt, ook al is het op een dag dat er helemaal niet wordt gespeeld, een eigenaardig gevoel van stijgende opwinding en verwachting krijgt.”

Desmond Morris – The soccer tribe

Hoe begon het eigenlijk? In mijn Facebookloze tijdperk reageerden vrienden op deze site dat ze ook wel eens mee naar Engeland wilde gaan. Om met ons een voetbalwedstrijdje kijken in het beloofde land.

En toen? Tsja, ik kan het romantischer maken dan dat het is, eigenlijk kwam het erop neer dat ik met minimaal 10 man de oversteek moest maken om korting te krijgen bij P&O Ferries wanneer we als groep zouden gaan. Weinig altruïstisch dus, het ging me gewoon om de pegels. Of beter gezegd, om de korting 😉

Enfin, de eerste trip naar York City  was geweldig. Daarna volgden Grimsby Town, Rotherham United, Sheffield United, Lincoln City, Scunthorpe United, Sheffield Wednesday, Doncaster en eind vorig jaar Barnsley. (klik op de naam voor het verslag). Negen keer stapten er mensen met mij aan boord voor een weekend met (teveel) drank en (te slecht) voetbal.

Vrienden, collega’s, familie en mensen die ik alleen via-via kende (of soms nog helemaal niet). Allemaal maken ze nu deel uit van de Peenvogel-kliek. Een zeer bont gezelschap mensen en iedere keer is het weer een groot feest. Met kleine oogjes op de zondagochtend. Meezingen met de band, een vet ontbijt en van afstand een foto van een kerk maken als cultureel hoogtepunt. En ook nog zoiets als een voetbalwedstrijd.

Vanavond gaan we weer op pad dus, dit keer richting Halifax. om de lokale voetbalclub Halifax Town te zien spelen. Uitkomend op het vijfde niveau voor gemiddeld slechts 1500 toeschouwers. Maar als we in de buurt van het stadion komen krijg ik dat eigenaardige gevoel van stijgende opwinding en verwachting. Precies zoals Desmond Morris omschrijft. Wij melden ons later weer. Voor nu….cheers!

Later vanavond zal ik hier de link naar de quiz posten. En ja, uiteraard staan we weer in de lokale krant. Link is lezen (klikkerdeklik).