Twee euro

‘Nee, het spijt me maar die krijg je niet.’

‘Maar mijn neef heeft dit spelletje ook.’

‘Dat kan best zo zijn maar je gaat eerst maar eens een spelletje uitspelen. Je hebt de afgelopen week al een paar nieuwe spelletjes op de I-Pad gekregen en je speelt ze telkens maar eventjes. En een paar daarvan kosten gewoon geld, geld van papa en mama. Het is even mooi geweest. Klaar, geen nieuwe spelletjes meer.’

‘Dan voer ik zelf wel het wachtwoord in, want ik weet hem bijna helemaal.’ zegt Bastiaan met een grote grijns. Laatst stond hij over de schouder van Sandra mee te kijken toen het wachtwoord voor de App-store werd ingevuld op de I-Pad.

Hij heeft twee letters en 1 cijfer goed onthouden. Alsof het een spelletje Mastermind was. De goede volgorde en de rest van de cijfer- en lettercombinatie ontbreekt nog. Maar eens te meer blijkt dat je op moet passen met die kleine doerakken.

Mopperend gaat ie naar zijn bed. Terwijl papa en mama aan het derde seizoen van House of Cards beginnen klinkt het vanuit zijn slaapkamer ‘HIJ KOST MAAR TWEE EURO HOOR!!’. De kat springt verschrikt op en zoekt een veilig heenkomen. Ze kan veel hebben, maar schreeuwende kleuters horen daar niet bij.

Toen ik vanochtend wakker werd lag er twee euro op mijn nachtkastje. Samen met zijn moeder uit zijn spaarpot gehaald. Tsja, dat kun je als vader toch niet weigeren hé. Het zal pedagogisch wel niet verantwoord zijn maar wie kan er weerstand bieden aan zo’n oplossing?

Bij het intoetsen van het wachtwoord op de I-Pad kijk ik wel eerst even waar Bastiaan is. Voordat hij weer een cijfer erbij spioneert en de schade op mijn creditcard groter is dan de zojuist betaalde twee euro. Hoog tijd om het wachtwoord te veranderen.

image

Accenten

‘Ik versta die mensen echt niet hoor.’

Vanachter mijn Dürüm kijk ik hem aan. Zijn Turkse pizza met kaas ligt nog onaangeroerd op zijn bord.

‘Wat versta je niet dan?’

‘Nou ze spreken gewoon een andere taal. Ik versta níks van wat ze zeggen.’ zegt hij met gevoel voor theater.

Ik leg uit dat de ouders van deze jongens, of hun opa’s en oma’s uit een ander land komen en dat ze daardoor nog een accent hebben. Als Bastiaan vragen gaat stellen uit welk land ze dan komen en waarom ze ‘een accent’ hebben sommeer ik hem zijn pizza op te eten. Ik hou niet van koud eten en weet zeker dat ik de helft van die pizza naar mij toegeschoven krijg.

image

Een paar dagen later is het weer raak. We verkopen ons ouwe trouwe campertje aan een paar Vlamingen. De koper schroeft de witte nummerplaten op de bus waar eerst de gele Nederlandse platen zaten.

‘Je moet die nummerplaat achter ook even vijzen’ zegt de koper tegen zijn kompaan. Bij Bastiaan zie ik een groot vraagteken verschijnen. Wanneer de koper aan mij vraagt of er nog genoeg naft in de tank zit (en ik ook even na moet denken) is de maat vol bij Bastiaan.

‘Ik versta deze mensen niet hoor, wat voor taal spreken ze?’

Ik schiet in de lach en kijk naar de Vlaming die ook moet grijnzen. Ze mogen dan wel altijd het groot dictee der Nederlandse taal winnen, voor een kleuter die op school erg met woordjes en letters bezig is zijn al die accenten even teveel van het goede.

Een man in een pak

‘Zo, dus jij bent een robot?’

‘Nee, ik ben geen robot hoor.’

Heel even lijkt het erop dat ik een soort psychedelische jaren ’60 trip terecht ben gekomen. Om me heen staan 5 spidermans (waaronder 1 meisje), 2 keer batman. Een indiaan, een konijn, een ridder, twee heksen en een zee van roze prinsessen. En megamindy en haar mannelijke evenknie megatoby niet te vergeten. En natuurlijk Kapitein Rex.

‘Ik ben gewoon een mens in een pak met een helm. Van Star Wars.’

‘Aha, van Star Wars.’ De moeder van de indiaan knikt begrijpend. Bastiaan is daar wel eens wezen spelen en heeft zijn voorliefde voor intergalactische strijdtonelen niet onder stoelen of banken gestoken blijkt eens te meer.

‘Ja, van Star Wars. Ik ben kapitein Rex.’ De moeder zegt dag tegen haar Indiaan en ik geef Kapitein Rex een knuffel.

Bij het naar buiten lopen zie ik in een andere klas een smurf een groene dinosaurus aanvallen. Is het toch een soort van trip? O,nee. Het is carnaval bij de kleuters.

En dan was ik…..

‘En dan was ik de baas hé?’

Kapitein Rex kijkt naar de piraat die bovenop zijn stapelbed zit.

‘Ja, en dan schoot ik iedereen dood hé?’

‘Behalve mij dan. Want dan was ik daarna de sterkste. Ik kon tegen kogels toch?’

‘Ik kon tegen vuurkanonnen!’

De gesprekken die Bastiaan (Kapitein Rex) en de piraat (zijn beste vriend Yaro) voeren vinden om een of andere reden altijd in de verleden tijd plaats. Ze hebben nog een heel leven voor zich maar toch praten ze alsof het al gebeurd is. Niet dat de dingen die ze bespreken anders zouden gaan gebeuren. Nee, ze houden het vooral bij praten wat ze gedaan zouden kunnen hebben. Urenlang hoor je die twee over dit soort dingen praten. Dat piraten en Star Wars twee hele andere werelden zijn deert ze niet. Dat kan best samen volgens hen.

Toen Bastiaan net op school zat werd er vrij vlot al afgesproken met andere jongetjes in zijn klas om ergens te spelen. Soms ‘uit’ maar vaker ‘thuis’ bij ons. Bastiaan schept op over zijn Star Wars verzameling zonder dat het echt opscheppen is, hij is gewoon enthousiast en die kinderen willen dat dan zien. Een andere keer vertelde hij dat hij een nieuwe slang thuis had. Dat was ook waar, alleen betrof het een pluche exemplaar. Het jongetje uit zijn klas was even teleurgesteld maar daarna gingen ze toch als een tornado door ons huis.

Want dat is het toch vaak. Als er van die ventjes hier komen spelen dan ziet ons huis er na 5 minuten uit als een kruising tussen Fukushima en de totale verwoesting van Ieper in de Eerste wereldoorlog. Overal ligt speelgoed, werkelijk overal.

Hoe anders was dat de keren dat er meisjes bij ons kwamen spelen. Er werd netjes gekleurd, niet door huis gerend en een stuk minder kabaal. Meisjes spelen toch iets anders. Laatst hoorden we zijn vriendin voor een dag dit tegen hem zeggen ‘Bastiaan, voordat we hiermee gaan spelen ruimen we eerst je kamer op‘.

Een leven lang voor zich, en dan nu al onder de plak.

13022015

Kapitein Rex van Star Wars, hij kon blijkbaar tegen vuurkanonnen. Toch?

 

Ren je rot

Laatst vroeg ik me op Facebook af waarom er moeders in hun sportkleren naar het schoolplein gaan. Behalve veel ‘likes’ leverde het me ook wat inzicht in de vrouwen-psyche op. Maar toch ook weer niet helemaal, want zo ver ik weet doe je net zo lang over het aantrekken van een normale spijkerbroek dan wanneer je een joggingbroek aan moet trekken.

Er zijn echter twee vormen van sportkleding die zichtbaar zijn op het schoolplein. Allereerst ‘de comfortabele kleding’ zoals hierboven genoemd. Om een of andere reden aangetrokken door moeders die er niet uitzien of ze de laatste tijd gesport hebben óf dat ze gaan sporten. Dat bedoel ik niet lullig maar een grijze joggingbroek is nou niet bepaald een kledingstuk dat ‘afkleedt’.

De tweede groep zijn de sportieve mama’s die direct vanaf het schoolplein gaan tennissen of hardlopen. Nu loop ik zelf ook hard (nou ja, we doen een armetierige poging) op de maandagochtend maar ik ga met mijn spillepoten echt niet in een spandex-broek op het schoolplein staan (in Engeland heb je daar een mooie term voor: MAMILS*). Dat wil je niemand aandoen, dus ik fiets naar huis en kleed mezelf om. Voor alle partijen beter.

Toen ik laatst een rondje aan het lopen was liep er een eind voor me een vrouw die ik herkende van het wachten bij de kleuteringang. Ik versnelde mijn pas om haar in te halen en raakte buiten adem. Ze liep al halverwege het fietspad dus ik versnelde nog wat meer.
Shit, een steek in mijn zij. Nog 100 meter, nu kwam het er echt op aan.

Met een bonkend hoofd haalde ik haar in en probeerde zo koeltjes mogelijk hallo te zeggen. Dat ze gezien zou hebben dat ik net nog gewone kleren aan had bij het wegbrengen van mijn zoon. Dat is me thuis omgekleed had én dat ik daarna ook nog eens sneller dat rondje liep. Dát zal haar leren dacht ik.

Het heeft niet geholpen. De volgende maandag had ze gewoon weer haar hardloopspullen aan. Ik heb er in ieder geval een persoonlijk record op de tien kilometer aan overgehouden. Dat dan weer wel.

11022015

* MAMIL = Middle Aged Men In Lycra. U kent ze wel van die zondagse wielrenclubjes op het fietspad. Mannen met dikke buiken die denken dat ze Lance Armstrong zijn.

Strikvraag

“Twee jongste hebben het ook.”

Het onderwerp van gesprek de laatste dagen is het veterstrikdiploma. Of beter gezegd, het ontbreken ervan bij Bastiaan. Bastiaan zit in een gecombineerde klas en de hiërarchie onder de kleuters wordt bepaald of je een ‘jongste kleuter’ of een ‘oudste kleuter’ bent.

Vorig jaar werd de tweedeling door Bastiaan nog bepaald of het jongens of meiden waren. Nu dus of je een jongste of een oudste kleuter bent, dat is erg belangrijk voor hem. Na twee jaar kleuteren is het de bedoeling dat je naar groep 3 gaat. En met deze indeling heeft de juf ervoor gezorgd dat de oudste kleuters wat meer taakjes en verantwoordelijkheden hebben. Voorbereiden voor een echte klas.

“Nou dan wordt het tijd dat jij het ook gaat halen.” Ik probeer in te spelen op zijn eergevoel. Dat er blijkbaar jongste kleuters zijn die hun veters wél kunnen strikken. Maar ik heb geen recht van spreken want ik heb nooit een veterstrikdiploma gehaald (volgens mijn zus wel, zo rond mijn 22e). Bastiaan zijn moeder had wel een veterstrikdiploma én die heeft ook nog eens het geduld om het voor de dertigste keer uit te leggen.

“En er zit ook al een jongste op een hoge.” Dat is tweede grote onderwerp bij de kleuters deze dagen. Of je al wel of niet op een hogere stoel past. Bastiaan nog niet, maar sommige van die meiden uit zijn klas wel. Die, ondanks het feit dat ze nog jongste kleuter zijn, vaak al een kop groter zijn dan de jongens. Die arme jochies worden nu al gedomineerd door die lange meiden.

“Ok, en dan maak je eerst een knoop.”

“Vandaag trakteerde Roos op sneeuwpoppen.”

“Let je wel op? En dan maak je daarna een grote lus.”

“Ik wil ook naar de film van Spongebob.”

“En dan met die tweede lus….”

“Waarom verkocht Boba Fett Han Solo eigenlijk aan Jabba the Hutt?”

“En dan is je strik klaar. Heb je het nou gezien?”

Geen antwoord. Geruststellende gedachte; er zijn ook schoenen met klittenband voor volwassenen.

image

Feyenoord vs Cambuur Leeuwarden

Na de midweekse zeperd tegen die ene club uit Friesland had Feyenoord wat goed te maken tegen die andere club uit Friesland. We waren vroeg in de buurt van De Kuip. Zo vroeg dat we de spelersbus van de Leeuwarders voorbij zagen rijden.

Ik heb dat nooit zo goed begrepen. Dat je al zo vroeg het stadion in gaat. Wij gingen op weg naar Varkenoord. Voor een kleine pils met wat mede-bootreizigers.

Zou je dat nu wel doen?

Deze uiting met Dirk is altijd prominent aanwezig in het stadion.

En deze maakte zijn rentree. Nu de echte Dirk nog. Hij is van harte welkom.

De Kuip zat weer goed vol. Meer dan 47.000 man. Vergelijk dat eens met die zogenaamde topclubs in de serie A.

Plichtplegingen. En Cambuur weet waar de spelers een hekel aan hebben. De eerste helft richting de Noordzijde spelen.

Deze ging er niet in.

Maar deze wel. Een van de beste spelers dit seizoen scoort.

1-0 vlak voor rust. Altijd een mooi moment.

Deze bal zal op de lat belanden. Via de kluts komt hij bij Toornstra terecht die hier op de rand van de zestienmeter al klaar staat. En via een geweldige kopbal van Kazim staat het pardoes 2-0.

Dit keer trok Blom wel een terechte rode kaart.

De ene nummer 18 zwaait, de andere gaat verder met de wedstrijd. Een wedstrijd die Feyenoord zoals verwacht lekker makkelijk uitspeelde. O nee. Het was weer afzien het laatste half uur. Drie punten in de knip. Affluiten en wegwezen.

Mijn-Kréft

‘Pap, mag ik op je schoot zitten?’
‘Natuurlijk jochie maar ik zit wel voetbal te kijken’

Iedere woensdag wil Bastiaan na zijn zwemles wraps eten. Hij stouwt ze vol met kaas, komkommer en paprika en eet alsof hij al weken niet gegeten heeft.
Zwemles maakt hongerig, en badje drie al helemaal want je moet de schoolslag leren. Het was kijkles in het zwembad, daardoor moesten we ons haasten om op tijd thuis te zijn voor Heerenveen-Feyenoord. De eerste wraps waren klaar toen er afgetrapt werd in Friesland. Bijkomend voordeel was wel dat we op die manier het volkslied gemist hadden.

‘Als de tegenstander scoort roepen wij boe hé?’
‘Ja, dat doen we. Maar de tegenstander scoort niet hoor. Feyenoord is veel beter.’

Dat is het mooie aan kleuters die voetbal niet volgen en op de I-Pad minecraft aan het spelen zijn (‘het is mijn-kréft papa’). Hij gelooft zijn vader op zijn woord dat we het beste team op aarde zijn. Ik wilde hem graag nog even in die waan laten als u het niet erg vindt.

Kazim scoorde en Bastiaan zijn moeder haalde haar gelijk. Al weken zegt ze dat hij alleen moeilijke goals kan maken. En ook deze keer moest ik haar gelijk geven, makkelijke goals zijn niet aan hem besteed (de kopbal in de tweede helft had ik nog wel gemaakt). Bastiaan keek even op, zag ons elkaar de traditionele high five na een doelpunt geven en verdween weer in zijn virtuele wereld. Af en toe iets vragend over het spel.

Toen vlak voor rust de gelijkmaker viel en er wat gemopper om hem heen te horen was merkte hij op dat de vijand had gescoord.

‘Ja jochie, en het is bedtijd ook.’

Het voordeel van zwemles is dat hij al gedoucht is, dus na het aantrekken van zijn pyjama rechtstreeks zijn bed in kan. Terwijl zijn moeder even later het laatste verhaaltje voorlas maakte Vermeer zijn kapitale blunder.

Later op de avond ging ik even bij hem kijken en ik hoorde hem weer in zijn dromen praten. Normaal gesproken over Star Wars of dingen van school. De laatste dagen ook over ‘mijn-kréft’. Onder het flauwe schijnsel van zijn bedlampje hoorde ik hem dit keer het volgende in zijn droom zeggen:

“Kom op jongens, Feyenoord heeft gescoord”

Bij hem in zijn dromen wel. De geluksvogel.

06022015