Het grote Peenvogeljaaroverzicht 2017, deel 1.

Januari begon met een klein rondje Rotterdam. De champagne en oliebollen liep ik eraf met miezerig weer. Hardlopen terwijl de rest van Nederland met een kater in bed lag. Waarom? Dat antwoord komt later in het jaaroverzicht voor.

Een week later volgde er een zeldzame groundhop want dat hardlopen met een doel is lollig maar je hebt amper tijd om oude stadions te bezoeken. Ons bezoek aan het Ludo Coeckstadion was wel gelijk een mooie. Kwaliteit boven kwantiteit zullen we dan maar zeggen nietwaar? Het verslag daarvan staat hier.

 

We renden in januari overigens gestaag door. Niet alleen met de marathontraining die iedere zondag in volume toenam maar ook met de Rotterdam Running Crew. Op een steenkoude woensdagavond verzamelden honderden lopers zich aan de voet van de Willemsbrug om dat gevaarte een paar keer te bedwingen. Uiteraard kwamen daar ook fakkels bij kijken. Want een run zonder fakkels is bijna onmogelijk.

In Nederland ging de competitie weer verder met waar we gebleven waren in december. Een overwinning voor Feyenoord. In de hoofden van de mensen op de tribune werd druk gerekend. Hoeveel punten zouden we nodig hebben om eindelijk weer eens op de Coolsingel te staan. Een gedachte die door bijna niemand hardop uitgesproken werd. Je moet de goden niet verzoeken.

Dat Gio alles op de competitie gooide bleek later die maand in Arnhem. Feyenoord ging met een (teveel) aangepast elftal onderuit bij Vitesse. Ik vond het een erg grote gok én waarom niet gewoon voor de dubbel gaan. Het is niet zo dat je ieder jaar in de race bent voor twee prijzen. Het was al ver na middernacht toen ik weer in Berkel was. Met een nederlaag op zak. Het voelde bijna vertrouwd.

Januari werd afgesloten met flink wat hardloopkilometers en opeenvolgende competie-overwinningen. En toen was het alweer februari. Traditioneel de maand van de Peenvogeltrip. Deze keer waren we te gast bij een wedstrijd waar ik al eens eerder was: Hull City vs Liverpool. Nu in december terugkijkend op deze trip is hij wel erg bijzonder voor mij. Bijzonder omdat Sander ook met ons mee was op deze trip. Het vele lopen en slapen op die boot moet echt zwaar geweest zijn voor hem. Maar hij wilde zo graag met zijn zoon met ons mee. De foto’s maken het een bitterzoete herinnering.

Feyenoord bleef ondertussen winnen en ik bleef ondertussen hardlopen. Niet alleen met de Kieviten in aanloop naar de marathon maar ook met de Rotterdam Running Crew. Een van de leukste lopen was die in het Luxor. Niet alleen omdat we een voorproefje van de musical te zien kregen maar ook omdat iedereen in foeilelijke shirts door steenkoud Rotterdam aan het lopen te rennen was. Verslag hier.

En toen kwam de wedstrijd, die achteraf, redelijk cruciaal bleek. Feyenoord won door doellijntechnologie van PSV en Het Legioen dagdroomde over iets wat we niet voor mogelijk hadden gehouden voor aanvang van het seizoen. De overwinning was terecht, maar de manier waarop hield de gemoederen nog dagen bezig.

En toen kwam maart. Een maand met veel hardloopkilometers en een onverwachte groundhop naar Wattenscheid (klik). Een fraai stadion met uitzicht op een mijn. Dat zijn de dingen die voetbal zo mooi maken. Je komt nog eens ergens. Maart was ook de maand van de ultieme test richting de marathon. Een duurloop van meer dan 35 kilometer. En opa en oma gingen ook weer eens naar een concert. Madball in de Baroeg.

Ook hier weer de trend die in de laatste tijd bij concerten zie. Ze beginnen allemaal enorm vroeg. De laatste paar concerten die ik bezocht stond ik iedere keer al voor elf uur weer buiten. Prima voor de werkende mens.

 

En in maart werden grote stappen gezet richting de Coolsingel. De CPC sloeg ik (ondanks dat ik een startbewijs had) weer eens over. Ik verkoos Feyenoord tegen AZ boven een rondje rennen in het Haagse. Je hebt zo je voorkeuren.

 

 

Stapelen en aftellen tot de marathon begin april. Maar daarover meer in het volgende deel van het jaarverslag. De maanden april, mei en juni met daarin een marathon, een afscheid, een kampioenschap en een Roparun. Maanden van uitersten.

 

 

 

 

Hoofball

“I really loved total Football. Nieskens, Kroeiff and Vén Ennegem, can you tell our listeners what went wrong with Orenjé?”

De verslaggever van de lokale radio in North Ferriby kijkt me hoopvol aan. Even overweeg ik om een Beenhakkeriaanse zucht te laten vallen en te vragen of hij een ‘an hour to kill’ heeft. In plaats daarvan vertel ik een paar minuten tijd wat er mijns inziens allemaal mis is met het Nederlandse voetbal: kunstgras, talenten die te vroeg vertrekken naar het buitenland en de 67e aanstelling van Dick Advocaat als bondscoach. Ook het Zeister selectiebeleid, iets waar wij in Rotterdam vaak hoofdschuddend naar kijken (remember John Veltman?), geef ik een veeg uit de pan. Na nog wat vragen over ons bezoek aan juist deze club haast ik me naar de social bar, er stond nog een pint op me te wachten.

Van de wedstrijd op het zesde niveau van de Engelse voetbalpiramide verwacht ik niet al te veel. Meestal zijn dit soort potten keihard en wordt vooral de lange bal gehanteerd, de zogenaamde ‘hoofball’. Maar na de eerste minuten aftasten en een paar ‘hoofs’ ontspint zich een wedstrijd waarin de buitenspelers de achterlijn op zoeken en de middenvelders doorschuiven. Twee klassieke 4-3-3 formaties die, vergeef me de dooddoener, de Hollandse school hanteren. Na 80 minuten staat de thuisclub, die stijf onderaan staat, onterecht met 2-3 achter. In plaats van de ‘hoofball’ te hanteren blijven ze over de flanken aanvallen met als resultaat een fraaie gelijkmaker.

Eenmaal terug op de boot staat op de televisie Wit Rusland tegen Nederland aan. Er staan elf spelers in het Oranje op het veld waarvan ik de meeste niet zou herkennen als ze voor mijn neus zouden staan. De ploeterende tegenstander is gehuld in een soort van kersttrui en het stadion is verre van vol. De eerste bal die ik van achteruit gegeven zie worden is een lange trap naar voren.

Dát had ik moeten vertellen wat er mis is met het Nederlandse voetbal. We hebben die verdomde ‘hoofball’ van die Engelsen overgenomen. Total football leek halverwege op de Noordzee verder weg dan ooit.

Verslag North Ferriby United vs FC United of Manchester staat online

Peenvogeltrip nummer 13 alweer. Dertien keer op stap met een wisselende groep feestvierders/drinkebroeders/groundhoppers/anglofielen of mensen die er ingeluisd werden, zoals bekend mijn allernieuwste hobby.

De eerste trip naar York City was geweldig. Daarna volgden Grimsby Town, Rotherham United, Sheffield United, Lincoln City, Scunthorpe United, Sheffield Wednesday, Doncaster, Barnsley, Halifax Town, Bradford City en begin dit jaar dus Hull City.

Het was een interlandweekend en dus spelen de twee hoogste divisies niet in Engeland. En het was ook nog eens Non-League Day, een dag om fans van clubs uit de twee hoogste divisies naar lokale (amateur)clubs te trekken. Via mail zocht ik contact met James, de bedenker van NLD, en zodoende werd er aardig wat ruchtbaarheid aan onze komst gegeven.

Klik (hier, klikkerdeklikkerdeklik) om de foto’s te bekijken. Of op onderstaande foto.

AandachtstrekkerT

Twitter, er staat echt een boel onzin op maar met die Peenvogel-trips is het vaak reuze handig. Het zorgt voor wat contacten bij de club en in dit geval een interview met de BBC over ons aankomende bezoek aan North Ferriby United. Vooral mijn antwoord op de vraag of we de club al eerder hadden bezocht leverde een schaterlach op aan de andere kant van de lijn. En er was geen woord van gelogen.

Ons oorspronkelijke plan in het voorjaar was echt om naar North Ferriby te gaan. Hull vs Liverpool was het, overigens best smakelijke, alternatief. Dat valt voor Engelsen maar moeilijk te bevatten.

Ook komend weekend blijft onze komst niet onopgemerkt. Het voordeel is dat je dan redelijk wat aanspraak hebt op zo’n dag zelf. En dat is, moet ik eerlijk bekennen, best leuk. Nog twee nachtjes slapen en we kiezen weer het ruime sop. Ik heb er nu al zin in.

Luka

Het eettentje richting het station had de naam ‘Gençlerbirliği’, het restaurant ernaast verkocht sheesh kebab. Het druilerige weer en het Carlsberg-bord bij de dichtgetimmerde winkel op de hoek verraadde dat we niet in Ankara waren maar in een wijk in Londen.

De aanhangers van Tottenham doken iets verder weg in hun jas en liepen snel door richting de trein. Hun club had dan wel met 4-0 gewonnen maar het was ijskoud op deze zaterdag in januari. Een groot deel van het aanwezig publiek had de lokroep van de pub ook al niet weten te weerstaan en daalde in de 80e minuut al van de tribunes naar beneden.

Mijn doel was om White Hart Lane nog een keer te bezoeken voordat het stadion verbouwd zou gaan worden. Om de club zelf, en het voetbal dat ze speelde, gaf ik niet zo veel. Toch was mijn oog de hele wedstrijd op de blonde middenvelder van de thuisclub gericht. Hij strooide met de ene na de andere pass en leek het spel allemaal net iets sneller te zien dan zijn teamgenoten. Modric was de beste speler van de Spurs. Dat was zelfs in deze eenvoudige overwinning op Peterborough duidelijk te zien. Ik vroeg me af hoelang hij nog in Londen zou blijven voetballen.

In een tijdperk waarin voetballers worden aanbeden als halfgoden dacht ik na welke grote buitenlandse voetballers ik in de ruim 30 jaar dat ik wedstrijden bezoek eigenlijk met eigen ogen gezien heb (buiten alle sterren van Feyenoord om dan natuurlijk). Messi en Ronaldo (de Portugees) niet, daarvoor is de absentie van mijn club in de Champions League al te lang. Maar wel spelers als Rooney, Giggs, Torres, Buffon, Beckham, Ronaldinho en Zidane. Uiteraard ook de Brazilianen Romario en Ronaldo, al kon ik die pas waarderen toen ze uit Nederland vertrokken waren.

Het zullen er vast meer geweest zijn maar ik hou meer van de randzaken om het voetbal heen. Een dagje uit met je vrienden, biertje en goed eten erbij. Spelers ‘an sich’ doen me niet zoveel, uitslagen van wedstrijden waar mijn eigen club niet bij betrokken is vergeet ik snel. Maar waar soms een liedje of een geur je terug kan brengen naar een bepaalde vakantie had ik dat deze week bij het zien van een voetballer.

Bij Bayern Munchen tegen Real Madrid zag ik Modric de laatste twintig minuten strooien met passes zoals in de wedstrijd tegen Peterborough. Een van zijn Madrileense teamgenoten was Gareth Bale en Google leerde me dat ook hij speelde op die koude zaterdag in Londen.

De Welshman was mij destijds niet opgevallen en gelukkig ben ik geen scout voor een Nederlandse club. Al doet de transfersom van 100 miljoen vermoeden dat Madrid hem met het bord op schoot gescout heeft tijdens de flitsen van Match of the Day, geen enkele speler is zoveel geld waard.

Mijn oog viel weer op Modric, een liefhebber op het middenveld. Ik kreeg spontaan trek in de sheesh kebab zoals die in Londen aangeprezen werd. In de koelkast zocht ik tevergeefs naar een flesje Carslberg.

Naschrift: foto’s van deze wedstrijd staan hier (klik).

Parka

Volgens mijn reisgenoot hielden ze hier niet zo van voetbaltoeristen. Ik knikte en dook wat verder weg in mijn parka. Het was niet echt lekker weer in South-Bermondsey maar dat maakte het plaatje van de ruige omgeving wel compleet.

Nu zijn parka’s wel onlosmakelijk verbonden met de Britse mod-cultuur maar een beetje Engelsman loopt zelfs in februari nog in een dun jasje. Uiteraard een dun jasje van een paar honderd pond. Met mijn dikke jas was ik net zo onopvallend tussen de lokale bevolking als backpackers in Azië denken te zijn als ze een batik-shirt aantrekken en hun haar in ongewassen dreadlocks dragen. Wat nog ontbrak was een rolkoffertje.

In The Golden Lion de, helaas ter ziele gegane, pub om de hoek bij The New Den mengde ik al beter tussen de fans van Millwall. Ik had voor de gelegenheid mijn witste Adidas-schoenen aan en mijn blauwste polo van Fred Perry, de kleur van The Lions.

Binnen een minuut kwam er een Engelsman naar me toe om te vragen waar ik vandaan kwam. Gevolgd door een Belg die een kwartier later kwam informeren of ik mee ging om de bussen op te wachten van Cardiff City, de tegenstander van die dag. Ik vroeg me af of ik ergens een briefje op mijn rug had zitten waarop de woorden ‘ramptoerist’ en ‘Nederlander’ stonden. Dat bleek niet het geval te zijn.

De pub vulde zich langzaam met types die zonder uitzondering gecast hadden kunnen worden voor de zoveelste film over hooligans of over criminelen in Londen. De een nog in duurdere kleding gestoken dan de andere. Een kerel stond continu met zijn telefoon aan zijn oor afspraken te maken met zijn evenknie aan de zijde van Cardiff. Ik vond het wel mooi geweest en trok mijn parka aan. Bij het aantrekken van mijn dikke jas stootte ik per ongeluk een pint van de tafel van een van de tandeloze reuzen naast me. Ik kreeg visioenen van een blauw oog en een gebroken bril, of een flink pak rammel in een steeg naast de pub. Tussen de vuilcontainers en de pissende mannen in.

Ik keek de tandeloze reus aan en die zei ‘no problem mate, these things happen’ en gaf me een bemoedigende tik op mijn schouder. Ik was gelijk 5 centimeter korter. Zelfs een nieuw biertje wilde hij niet van me.

De wedstrijd zelf werd door beide supportersgroepen gebruikt om elkaar eens flink te beledigen. In plaats van fysiek contact werden de grenzen opgezocht in verbaal geweld waarbij zelfs de ernstigste verwensingen in het Engels beter klinken dan dat gescheld met ziektes in het Nederlands.

In de rust besloot ik een pukka pie te halen en sloot netjes aan in de rij waarin Engelsen zo goed zijn. Zelfs bij het rauwe Millwall werd keurig netjes gewacht tot je aan de beurt was. De tandeloze reus uit de pub was er ook en bestelde een pint.

‘Shite match and a bit cold Dutchy’ hij lachte in mijn richting en gaf me weer een bemoedigend tikje op mijn schouder. De helft van mijn pint klotste uit de plastic beker op de grond. Ik besloot er maar niets van te zeggen. Hij dronk zijn pint in drie teugen op en liep terug naar de tribune. Nodeloos om te zeggen dat hij geen jas aan had. Ik dook zelf weer wat dieper weg in mijn parka.

Reisverslag staat hier