Holland Series, wedstrijd 5

Bastiaan was met zijn team naar de vijfde wedstrijd van de Holland Series. Rotterdam vs Amsterdam maar met iets minder spanning dan de voetbalversie van deze confrontatie. Het was leuk om te zien maar eigenlijk wel merkwaardig dat er zo weinig publiek was bij een wedstrijd in de kampioensrace. Neptunus won overtuigend met 4-1 en kwam zodoende op een 3-2 voorsprong in de ‘best of seven’. Een best of seven die ze een dag later wonnen en voor de negentiende keer kon een Rotterdams team zich kampioen noemen. Zij wel.

Roken

Op de terugweg van de honkbaltraining horen we Eric Clapton over cocaïne zingen. Bastiaan vind het maar een raar liedje want het gaat over drugs, en die zijn slecht zegt hij. Net zoals roken.

“Als je gaat roken ben je verliefd op de dood, alleen duurt het even voordat je haar ontmoet.”

Tegen zoveel wijsheid viel weinig in te brengen. Als de antirooklobby belt mogen ze deze slogan zo hebben.

Liep een beetje uit de hand

Vooropgesteld. Ik vind leraren écht geweldig werk verrichten en ik vind ook dat ze in het volste recht staan met hun werkonderbrekingen zoals gisteren. En daarbij zit Bastiaan echt op een geweldige school. Maar sinds een ‘niet eens zo’n lullig bedoeld antwoord op een tweet van een dame met heul veul volgers’ zit mijn twitter-tijdlijn vol met mensen die diezelfde tijdlijn met ‘vroeger was alles beter’ volplempen. Hellup.

Neemt overigens niet weg dat je in mijn ogen een kind van acht geen eigenaar zijn eigen leerdoelen kan maken want dan wordt het net zo’n nietsnut als zijn vader 😉

Hup leraren!

In het bos

Bastiaan zijn grootste vriend bleef logeren. En om die gasten even uit te laten waaien was het bos de beste optie. Van hutten, bruggetjes, Schotse Hooglanders (consequent Schotse Hollanders genoemd door die gasten) tot aan een pannenkoek en speeltuin. Wat een mooi leven hebben die gasten ook. 

Universum

‘Wie liet die scheet?’
‘Ik ben de groene Ninja.’
‘Nee dat ben ik al, jij kan de rode Ninja wel zijn.’

Op de achterbank van de auto zitten Bastiaan zijn drie beste vriendjes. De jarige zit naast me en is druk bezig met het opzoeken van een goede radiozender. We zijn op weg naar het zwembad om Bastiaan zijn achtste verjaardag te vieren. De auto met de ‘meiden’ rijdt voor ons als de mannen een nieuw onderwerp in de vorm van superkrachten aansnijden.

‘Ik kan denk ik wel 100 keer het hele universum optillen.’
‘Ik wel een miljoen keer!’

‘Wie liet er nu weer een scheet?’

Na het zwemmen heb ik de meidenauto. Ondanks dat ze moe zijn van meer dan twee uur zwemmen is de felheid er nog niet af.

‘Jij volgt alleen maar knappe mensen op musical.ly.’
‘Jij kent musical.ly alleen maar door mij.’
‘Zij is misschien niet zo knap van buiten maar wel van binnen.’
‘Ik ga een shop-feestje voor mijn verjaardag geven.’
‘Ik wou dat ik mijn iPad bij me had.’
‘Jij zit alleen maar op je iPad en als je bij komt spelen vraag je altijd eerst wat we gaan doen.’

Ik had te doen met de arme jongens in de auto achter me. Er zat nu al een wereld van verschil tussen hen en de meiden. Niet eens een hele wereld maar een heel universum. Eentje die de jongens zelfs met zijn vijven nooit opgetild krijgen. Superkrachten of niet.

Liew

Ons campertje had een mooi plekje gekregen op de camping in Frankrijk. In de schaduw en vlakbij de douches en toiletten. Geen overbodige luxe als je met een peuter van anderhalf op vakantie bent.

Het trapje voor het toiletgebouw werd Bastiaan zijn hangplek. Iedere campinggast die naar het toilet of douche wilde kreeg persoonlijke begeleiding het gebouwtje in. Heel even overwogen we om een schoteltje naast hem te zetten. Dan zou hij in mum van tijd ons verblijf op de camping terugverdiend hebben.

Heel soms moesten we hem even uit het badhuis halen als hij in zijn enthousiasme tot in de douchecabine meeliep. Binnen twee dagen tijd kende de hele camping het kleine blonde mannetje dat liever op de trap bivakkeerde dan te dobberen in het zwembad.

De Franse kampeerders bleken erg chauvinistisch te zijn qua autokeuze. Naast iedere caravan stond een peugeot te blinken in de zon. Als Bastiaan aan de hand van zijn moeder weer eens zijn inspectieronde over de camping liep stond hij bij iedere Peugeot stil, wees op het logo en zei ‘liew’ gevolgd door een ‘wroaar’, je hoorde zo waar hij was.

Na twee weken zon, pastis en lekker eten was het tijd om naar huis te gaan. Ons Volkswagen campertje stuurde ik over de Franse snelwegen richting Nederland. Op de achterbank leek Bastiaan te slapen in zijn maxicosi.

Of we al in de buurt van Lille waren wilde Sandra weten. Vanaf de achterbank klonk een harde grom ‘Wroaaaaaaaaar!’

Robert Eenhoorn Classic

Helaas werd Bastiaan zijn team, de Orioles, in de halve finale finale uitgeschakeld door een team uit Belgie (altijd weer die Belgen) maar het was een mooie dag in en rond het stadion van Neptunus.

Voor de tweede keer in twee dagen tegen de Storks.

 

De derde plek, met medaille, uitgereikt door Robert Eenhoorn zelf.