Het veldje

Vanuit mijn keukenraam zie ik Bastiaan op het grasveld zitten met twee klasgenoten. Zo te horen hebben ze het over Pokemon of over Cuphead, een spel dat Bastiaan net op de PlayStation heeft geïnstalleerd. Nog twee weken en dan zit de vakantie erop en begint het laatste jaar van de basisschool.

Met weemoed denk ik terug aan mijn eigen zomervakanties. Kamperen in Drenthe of op de Veluwe. En eenmaal terug met onze straat Olympische spelen organiseren. Of met zijn allen voetballen tegen de vaders na het eten. Allemaal op ons eigen veldje in de wijk.

Wat we hier deden weet ik niet maar ik vermoed een zelfverzonnen tentenkamp of spelletjesdag. Waarschijnlijk stond het geschreven op het spandoek dat mijn zus en Karin beethielden maar de fotograaf had met een ouderwets rolletje maar 1 kans.

De trainingspakken, oranje stoelen en de kapsels. Hier hebben we nog een heel leven voor ons. Net zoals de drie jongens die ik hiervandaan hoor kwetteren over Pokemon, nog één jaartje echt kind zijn. Ik zou ervoor tekenen.

Wandelen

Soort van traditie in Corona-tijden. Op dinsdag na het eten een rondje wandelen. Soms alleen door de natuur. En soms met een ijs-stop. Lekker hoor.

Trampoline

In de huidige Corona-crisis zijn er mensen die vertwijfeld naar de personages in hun favoriete Netflix-show schreeuwen dat ze anderhalve meter afstand moeten houden. Bij mij klinkt er bij een andere Corona-bezigheid steeds een zin in mijn hoofd. Een zin die iedereen uit het Berkelse bekend voor zal komen.

Nadat er eerst toiletrollen gehamsterd werden waren de week erna vochtige schoonmaakdoekjes tijdelijk nergens te krijgen. In de derde week kon je alleen een zak meel kopen als je over voldoende bitcoins beschikte.

Nu, in week vier, zijn trampolines het nieuwe goud. Die dingen zijn werkelijk niet aan te slepen. Ook in onze tuin staat er inmiddels eentje. En als ik aan trampolines denk, dan denk ik aan de Kievit.

Waar andere mensen schreeuwen naar hun televisie dat de hoofdrolspelers afstand moeten houden, daar moet ik constant de neiging onderdrukken wanneer Bastiaan en zijn vriendjes aan het springen zijn. Ik wil namelijk de hele tijd roepen dat er maar één iemand tegelijk op de trampoline mag.

Ik denk dat ik ook maar een snoepwinkeltje ga beginnen.