Boekpresentatie

Het mooiste moment gisteren tijdens de presentatie van het boek ‘Een Rood Wit eerbetoon in Zwart Wit’ in café de Gouden Snor was dat Ove Kindvall, Joop van Daele, Benny Wijnstekers, Eddy PG en Lex Schoenmaker uit volle borst het ‘Hand in Hand’ meezongen. Het moet een mooi gezicht zijn voor een toevallige passant. Op een koude dinsdagmiddag een uitpuilende kroeg met ramen die nog meer beslagen waren als de beroemde scene uit de film Titanic.

 

 

Bos en hei

Weekendje weg met de vrienden van de Rotonde. 

Rondje hardlopen door Nationaal Park Maasheide. Schitterende omgeving waar je ongemerkt zo twintig kilometer hardloopt.

Omgeving van het huisje.

A horse with no name, althans ik heb het hem niet gevraagd.

Kapelletje, nog steeds in gebruik, midden in het bos.

Ook Sandra genoot van de mooie omgeving.

Peenvogel checkt thuisvoordeel en tegenstanders in de BekerT

‘Wéér een thuiswedstrijd!11!!!111!’ heel voetbalminnend Twitter viel over elkaar heen toen FC Utrecht uit de koker rolde als komende tegenstander van Feyenoord in de strijd om de KNVB-beker.

Ik dacht eerder ‘wéér een Eredivisieclub’ want dat lijkt de laatste tijd echt schering en inslag. Enfin, hebben de klagers gelijk of zijn het gewoon een stel Calimero’s. Ik kopieerde wat statistieken van een website, plakte deze in Excel en liet er wat formules op los. En ongeveer in dezelfde tijd dat de klagers hun tweet hadden opgesteld had ik het antwoord klaar.

Om een nulpunt te bepalen waarvan we gaan rekenen heb ik gekozen om te rekenen vanaf het eerste seizoen dat ik een seizoenkaart had (’88-’89). Dat is een tijdspanne van 30 jaar en lijkt mij wel representatief. In die periode speelde Feyenoord 105 bekerwedstrijden. En die 105 wedstrijden gaan we eens nader bekijken.

Thuisvoordeel

Zoals je in dit figuur kan zien speelde Feyenoord in die periode 46% van zijn wedstrijden in eigen Kuip (48 thuiswedstrijden). In diezelfde periode speelden ze 44 keer uit. Dat is 42% van het aantal wedstrijden.

Het alom gehoorde thuisvoordeel valt dus reuze mee. De wedstrijden op neutraal terrein zijn de bekerfinales én de wedstrijden die (om veiligheidsredenen) in De Kuip werden afgewerkt terwijl het eigenlijk uitwedstrijden zouden moeten zijn (zoals bijvoorbeeld Spakenburg in 1989, Excelsior in 1993), maar daar kozen die clubs in sommige gevallen zelf voor. Het absolute thuisvoordeel over 30 jaar genomen valt dus reuze mee.

Zwaarte tegenstanders

Heb ik dan gelijk dat het erop lijkt dat we alleen maar Eredivisieclubs loten? Van de 105 wedstrijden speelde Feyenoord er de afgelopen dertig jaar maar liefst 72 tegen (op dat moment) Eredivisieclubs. 22 keer was een toenmalige Eerstedivisieclub de tegenstander en slechts elf keer een amateurclub. Met een percentage van 69% is het aantal tegenstanders uit de Eredivisie veel hoger. Kanttekening is dat in de jaren ’90 sommige clubs pas heel laat instroomden. Op een moment dat veel amateurs en eerstedivisieclubs al uitgeschakeld waren.

Als je verder komt in het toernooi is de kans groter dat je een andere club van de traditionele top 3 tegenkomt. In het geval van Feyenoord gebeurde dat maar liefst vijftien keer. Dus van de 105 wedstrijden was 15 keer Ajax of PSV de tegenstander. Maar liefst 14% van alle wedstrijden dus. En 1 op 5 van de wedstrijden tegen Eredivisieclubs in totaal. Ik zou zeggen dat we dus best zware tegenstanders tegen zijn gekomen. 

De laatste vijf seizoenen speelde Feyenoord inderdaad erg veel thuis. Van de 23 wedstrijden sinds 2013 werden er 15 in De Kuip afgewerkt (65%). Dat de tegenstanders voor 80% uit de Eredivisie kwamen verzwijgen we dan maar gemakshalve. Dat maakt de recente bekerwinsten alleen maar mooier.

Gebruikte bron : https://feyenoord.supporters.nl/historie/

 

 

Zebrastein en lantaarnRammpalen

Ik ben vóór vooruitgang. Ik bestel graag dingen via internet en ken de keerzijde, winkeliers die het af moeten leggen tegen webwinkels, ervan. Maar wat is het toch handig om vluchten, hotels en af en toe eten te bestellen met je smartphone. Waar ik echter slecht tegen kan is online kaartverkoop voor evenementen. Bij de twee uitwedstrijden van Feyenoord in Manchester viste ik al achter het net en bij alle recente bekerfinales ook. Nu kwam dat telkens wel goed dankzij vrienden en connecties.

Maar vandaag probeerde ik voor Warren een poging te doen om kaartjes voor Rammstein te scoren. Vanaf 10:00:01 kwam ik in een eindeloze wachtrij des doods terecht. En na eindeloos aanklikken van onscherpe foto’s met etalages, zebrapaden, heuvels, auto’s, verkeerslichten, motorfietsen en palmbomen is het me na een uur dan eindelijk gelukt. Wat een beproeving mensen. Ik kan geen zebrapad meer zien.

   

Tram

Vanuit de overvolle tram zag ik door de beslagen ramen dat het nog steeds miezerde. De keuze om met het openbaar vervoer richting De Kuip te gaan was ingegeven door deze miezerregen. Met de auto door de stad tijdens de spits is niet te doen. Veel zin in de reis met het ov én de wedstrijd had ik nog niet; een bekerpotje tegen Ado om kwart voor negen op donderdagavond. Een wedstrijd waar voor Feyenoord alles te verliezen valt in een verder toch al moeizaam seizoen.

Vanachter grote brillenglazen werd ik aangestaard door een jochie van een jaar of acht. Zijn iets oudere broer controleerde om de paar tellen of de tram nog op schema lag voor een aankomsttijd van 19:55. Uit de kleine gesprekjes die de ouders hadden kon ik concluderen dat dit de eerste wedstrijd in De Kuip voor beide jongens zou zijn. Toen de achtjarige mijn kant op keek stak ik mijn duim op en wenste hem veel plezier. De tram reed nog steeds op tijd concludeerde zijn broer.

Bij de drukke tramhalte verloor ik het gezin uit het oog en ik dacht aan mijn eerste wedstrijd in De Kuip. Aan de hand van mijn vader met een wee gevoel van spanning in mijn buik. Een gevoel dat door de honderden bezoeken daarna gewoon geworden is, en wanneer doordeweekse bekerpotjes als  een verplichting beginnen aan te voelen.

Tijdens de wedstrijd probeerde ik me voor te stellen hoe deze twee broertjes zich tijdens de wedstrijd gevoeld moeten hebben. Boos tijdens de 0-1 en juichend bij de hattrick van Jörgensen. Op de terugweg was de tram nog voller dan op de heenweg. Of hij op tijd reed weet ik niet maar een stukje verderop stonden twee jochies die er doodop uitzagen. Vol verhalen voor op het schoolplein de volgende dag. Dit worden Feyenoorders voor het leven.