Kermismarathon

Vorig jaar was het een van de grappigste hardloopevents waar ik aan mee deed. De start van de kermisweek in Roelofarendsveen wordt altijd vooraf gegaan door een heuse marathon. Vijftien rondjes van 2,8 kilometer die wij met een team van vier (maar sommige mensen alleen) liepen door een versierde woonwijk.

pompebledden zover het oog reikt.

Het thema dit jaar was klunen oftewel de Elfstedentocht. Sommige teams waren briljant verkleed met o.a. shirts met een foto van die schrijver erop of vier blondines die Heidi Kluun waren. Wij hielden het bij wintermutsen, dat was al warm zat. De bewoners van de wijk hadden flink uitgepakt door alles in Elfsteden-sfeer te versieren. En vanaf de start vloeide de drank bij de toeschouwers rijkelijk. 

Team Fluitekruid mét ijsmonster.

Wij kwamen in een keurige 4:09 over de finish. Onze mascotte was een soort van ijsmonster waar ze in Friesland ook flink van zouden schrikken. Ik had tijdens het lopen erg veel respect voor de mensen die op deze manier die hele 42,195 meter liepen. Vijftien keer ‘kruip-door-sluip-door’ door een woonwijk heen. Echt superknap (en er werd nog flink doorgelopen ook). Het was net als vorig jaar een supergezellig evenement. 

Een welverdiend biertje.

Liep een beetje uit de hand

Vooropgesteld. Ik vind leraren écht geweldig werk verrichten en ik vind ook dat ze in het volste recht staan met hun werkonderbrekingen zoals gisteren. En daarbij zit Bastiaan echt op een geweldige school. Maar sinds een ‘niet eens zo’n lullig bedoeld antwoord op een tweet van een dame met heul veul volgers’ zit mijn twitter-tijdlijn vol met mensen die diezelfde tijdlijn met ‘vroeger was alles beter’ volplempen. Hellup.

Neemt overigens niet weg dat je in mijn ogen een kind van acht geen eigenaar zijn eigen leerdoelen kan maken want dan wordt het net zo’n nietsnut als zijn vader 😉

Hup leraren!

Groothandelsgebouw-run

Dat was weer een leuke avond met de RotterdamRunningCrew. De 52e run begon in het Groothandelsgebouw en liep via de luchtbrug en over de noordsingel richting het Vroesenpark en Blijdorp. Met een eindsprint door de spoortunnel van het Centraal Station kwamen we weer mooi uit bij het Groothandelsgebouw. Samen met Paul was ik pacer voor de 5:30/km groep en we hebben ons keurig aan deze missie gehouden. Tot nummer 52.

Halve Marathon Oostland

Omdat de topvorm nog wat ver weg was bood ik me aan om haas voor Angela te spelen tijdens de Halve Marathon van Oostland. Ze had hem nog nooit binnen de twee uur gelopen terwijl ze dat in potentie wel gewoon zou moeten kunnen. Dus toen we om iets over enen over de startmat liepen heb ik kilometers lang als een maniak op mijn horloge gekeken of we niet té snel liepen. 

Daar gaan we.

Om op 2 uur uit te komen moet je gemiddeld rond de 5:39 lopen. Maar als je daar op weg gaat hou je wel heel weinig ruimte over voor een plaspauze of een waterstop. dus het tempo lag iets hoger. Maar ook weer niet te hoog om jezelf over de kop te jagen.

De eerste 8 á 9 kilometer gingen vlekkeloos. Van Pijnacker richting Berkel, langs het dorp en dan richting het park. En in het park kwam de warmte je tegemoet. Gelukkig was er een waterpost bij de Windas om even af te koelen. Ondertussen zag ik Leen op een bankje in het zonnetje zitten. Dat is wel leuk van een hardloopwedstrijd door je woonplaats, je komt veel bekenden tegen.

In de Groenzoom werd het pas echt warm. Tijdens de zeven kilometer daar kwam ik toch al redelijk wat ‘wandelaars’ tegen die last hadden gekregen van de warmte. Voor het mooie hadden ze eigenlijk ook op 14 of 15 kilometer een waterpost mogen inrichten. 

Bekend gebied, de sterrenwijk.

Door een niet mee-werkende sok bij Angela liep het gemiddelde iets op en eenmaal in Pijnacker wist ik dat we de twee uur wel zouden gaan halen. Maar hoeveel ruimte hadden we nog over? Uiteindelijk haalde ze me nog in tijdens een eindspurt. Ik had nog gezegd ‘iedere seconde die je nu harder rent is een seconde van je PR af’ en dat advies had ze ter harte genomen.

In 1:59:09 kwamen we over de finish. Ik had de HMO als duurloop kunnen gebruiken én iemand naar een PR gehaast. Missie geslaagd.

Ik heb mijn blik op de klok, missie geslaagd.
Ik ben het haasje.

Splinter

In een tijd waar straattaal de norm lijkt geworden en je roomblanke pubers over ‘die meisje’ hoort praten was het een verademing om het interview met Splinter de Mooij op het mediakanaal van Feyenoord te zien. De volgende speler die de stap van Varkenoord naar De Kuip moet gaan maken.

Ik zag een welbespraakte jongen die met respect over zijn oude club, het behoorlijk chique en kakkineuze HVV, zijn trainers en zijn familie sprak. Zijn vrienden gaven hem een pen met inscriptie waarmee hij zijn contract kon tekenen. Dat is weer eens wat anders dan de vier blikjes energydrank en een zak Hamkas waarmee ik Splinter zijn, waarschijnlijk niet-voetballende, leeftijdsgenoten doorgaans bij mijn supermarkt zie rondhangen.

Niet alleen straattaal lijkt de norm te zijn, ook te vroeg vertrekkende spelers zijn tegenwoordig schering en inslag. De Mooij kon, volgens de pers, naar diverse buitenlandse topclubs. In plaats daarvoor koos hij voor een langer verblijf bij Feyenoord.

In alles zag en hoorde je een weloverwogen keuze van speler en familie. Een keuze waarbij men een keer niet verblind werd door het grote geld. Maar misschien is dat makkelijk praten als je, zoals Splinter, al eens door de ballotagecommissie van HVV heen bent gekomen.

Normaliter heb ik een gezond wantrouwen tegen mensen die hun kinderen namen als Bikkel en Zanzi geven. Die laatste naam verzin ik trouwens niet, een collega van mij heeft zijn zoon Zanzi genoemd omdat hij op Zanzibar verwekt zou zijn iets wat ik niet per se had willen weten. Maar voor deze Splinter maak ik nu al een uitzondering.

In het einde van het interview sprak hij de hoop uit snel bij de selectie te mogen komen. Ook ik kan niet wachten op zijn debuut. En dan vooral de interviews achteraf. Met Splinter komen wij wel door de winter. Al zal dat spreekwoord waarschijnlijk niemand meer wat zeggen in Feyenoord O19.

Wat een vervelende afstand

Tsja, woensdag stond er weer een wedstrijd in de interne competitie op het programma. Afgelopen zondag was het de vijf kilometer maar toen was ik in Engeland. Op deze benauwde woensdagavond was het de beurt aan een 1500 meter. Liep ik in juni 5:35, dit keer kwam ik daar een seconde boven. Maar met 5:36 zo vlak na de vakantie kan ik uitstekend leven. Aankomende zondag staat er een halve marathon op het programma. Een halve marathon waar ik niet écht voor getraind heb. Dat wordt nog afzien dus.

Foto’s Mersea Island Scooterrally online

Onze favoriete buitenlandse rally. Zeker omdat we er altijd veel vrienden tegenkomen die ook op onze rally komen. Voordeel is dat hij lekker dichtbij de boot is, er altijd leuke bandjes spelen én wij zo goed als altijd geluk hebben met het weer. Op donderdagavond namen we de nachtboot richting Harwich om vervolgens via Colchester richting het schiereiland Mersea te rijden.

Wachten op de boot.
Ontbijtje in Colchester.
Tent opzetten. Het was rustiger dan voorgaande jaren. Wat dat betreft is het jammer dat het geen national rally meer is. Aan de andere kant is het zo wel een stuk gezelliger.
Naast het terrein zit Maria’s Vineyard. Onze eerste stop op weg naar het dorpje West-Mersea.
Het public footpath was niets meer en niets minder dan een strook modder van 20 centimeter breed. Dwars door de bietenvelden.
Ik heb een zwak voor dit soort socialclubs.
Intoxicating liquor. Mmmm.
Wij aten uiteraard een curry.
Waar anderen het bij een nachtelijke Fish & Chips hielden.
The men of north country. Een soul-mod band uit Tel Aviv.
Tijd om te gaan slapen.
Sunrise boven Mersea Island.
De ontbijttentjes in het dorp waren nog dicht. Dus dan maar de ‘full English on toast’. Zien is geloven.
Tijd voor een gespikkelde kip. En daarna Tony en Julie helpen met de fungames.
Fungames met veel bier. Teveel bier voor sommige deelnemers.
Gooien van eieren.
Customshow.
Niet echt een beauty.
Blackadder-thema.
De enige Jan Smit waar ik wél fan van ben.
De wekker stond vroeg want de boot vertrok om 10:00 uur.
Harwich, met klassieke strandhuisjes. Dag Engeland. Tot over een paar weken.

Van zooi naar mooi-run

Run nummer 51 bracht me op een plek waar ik tot afgelopen maandag (tijdens de verkenning) niet eerder geweest was. Het weer viel niet mee, maar de reacties van de rokende vuilnismannen zorgden dat de zon even scheen. In plat Rotterdams werden alle deelnemers, en met name de dames, te kennen gegeven dat ze goed bezig waren.

Ja, met zo’n slogan vraag je ook om regen.
Ik kwam gerecycled terug als mezelf. 
Niet de drukste run, maar wel gezellig.
Steekt ie nou zijn middelvinger naar me op?
Deze run was het dus.

Griekse tragedie

Het viel me nog niet mee, de eerste weken van het nieuwe seizoen. Nee, wees niet bang dat ik een stukje over voetbal ga schrijven. Dat laat ik aan andere mensen over die wél verstand van voetbal hebben.

Nee, de relatieve rust op de transfermarkt. Feyenoord verkocht Boetius en Amrabat in de laatste weken van de transferzomer en dus staan alle seinen op groen om een Jhon van Beukering (de man van die geweldige sprint), Philippe Léonard (de linksback die niet tegen rechtsbuitens kon spelen) of een type speler te halen die Het Legioen een collectieve hartverzakking gaf: Angelos Charisteas.

Ik was op bezoek bij vrienden in Dordrecht toen het nieuws binnenkwam dat Feyenoord die Griekse spits van onze aartsrivaal had gekocht. De Kuip ligt ergens halverwege Dordt en Berkel en heel even twijfelde ik om ook naar De Kuip te gaan, het gerucht ging immers dat er al een protesterende massa op de been was. En de ramptoerist in mij had daar wel even willen kijken.

Door schade en schande had ik echter uit het verleden geleerd dat protesteren voor de deur van stadions niet altijd de meest verstandige keuze is, dus ik reed gewoon naar huis. Charisteas deed bij Feyenoord wat hij bij andere clubs ook al had gedaan; namelijk niet al teveel scoren. Hij maakte negen treffers en als mijn geheugen (en vooral mijn Excel sheet die als database dient) me niet in de steek laat heb ik alle negen treffers met eigen ogen gezien. Ik herinner me een goal in Kerkrade, twee doelpunten in Den Haag en een treffer in de Arena. Maar vooral veel onbegrip bij de fans en de speler zelf.

Martin van Geel heeft nog een paar dagen de tijd om een keeper met 1 arm. Een spits met een bochel of een verdediger met een monocle te kopen. Anders wordt het pas écht een saai seizoen. En we zijn nog maar net begonnen.

Charisteas, hier met nummer 15 juicht ons in Basel toe.