Chili

Het overhoren van Bastiaan zijn topografie is nog het meest dichtbij vakantie dat we dit jaar gaan komen. Bangkok wist hij uiteraard zo aan te wijzen maar ook bij de Amerikaanse steden moest ik zelfs even stiekem spieken.

Bij sommige plaatsen waren de ezelsbruggetjes makkelijk te vinden. Vooral landen en steden die elkaars aartsvijand zijn (Bagdad en Teheran) gaan er redelijk eenvoudig in bij een elfjarige. Vijanden is iets waar hij dagelijks mee bezig is in bepaalde spelletjes.

De Sahara ligt in een warm gebied en in Siberië is het koud. Als er ik over nadenk had ik daar wat met het woord beer kunnen doen. Maar dat was niet nodig.

Cairo en de Nijl waren eenvoudig, met dank aan de Pyramides en de drie Indiase steden was het ezelsbruggetje dat Mumbai aan de zee en dus een baai lag. Dat viel allemaal wel te onthouden.

De lastigste bleef toch echt Santiago te zijn. De Chileense hoofdstad wilde er maar niet in. En toen viel me op hoe langgerekt en dun Chili is, met een beetje fantasie lijkt het op een chilipeper. Vlak voordat Bastiaan naar school moest liet ik hem een peper zien die op het aanrecht lag.

Zonder aarzelen antwoorde Bastiaan Santiago. Ik heb alle vertrouwen in de toets van vanochtend.

Appel

Ik ben geboren in de Sterrenwijk, een architectonische flater uit de jaren ’70. In de periode dat ik er de folders van de Spar rondbracht voelde het altijd als herfst. De vele poortjes en poorten maken het ook een ietwat donker ogende wijk.

Enfin, de Sterrenwijk was tijdens de bouw al een trekpleister. Op foto’s van de plaatselijke krant zie je dat Prins Claus de eerste paal slaat van de plek waar ik mijn hele jeugd doorbracht. Het gekke is dat de wijk een hele verkeerde naam heeft gekregen want Saturnus, Venus en Jupiter zijn planeten. Ook Mars en Pollux zijn planeten en geen ster. Alleen Castor, waar ik geboren ben, is (natuurlijk niet toevallig) een ster.

Om het geheel te compenseren zijn de straten die de wijk ingaan wel vernoemd naar sterrenbeelden. Maar met de Orion-, Poolster- en Grote Beerstraat valt het nog steeds niet te rijmen dat dit niet gewoon de planetenbuurt heet in plaats van de Sterrenwijk.

Hoe ik hierbij kom? Laatst las ik dat iemand aan de Golden Delicioushof woonde. Nu weet ik dat in alsmaar uitdijende steden en dorpen het lastig is om nog originele straatnamen te verzinnen. Het is nu eenmaal een keer klaar met stationslanen en kerkstraten.

Maar om een wijk nou naar specifieke fruitsoorten te noemen? Ik durfde eigenlijk niet op Google-maps te kijken welke straten er nog meer waren in die wijk maar mijn nieuwsgierigheid overwon mijn angst en het was nog mooier dan ik dacht.

De wijk in kwestie bleek maar een ingang te hebben die de Boomgaard is genaamd. Ik zag straten met namen als Cox Orangehof, Elstarhof, Jonagoldhof en Goudreinethof en uiteraard de eerdergenoemde Golden Delicioushof. Mijn favoriete appel, de Granny Smith, stond er ook bij. En toen werd mijn aandacht getrokken door de Gieser Wildemanhof. Wat deed die peer tussen al die appels?

Als ze in deze wijk net zo consequent zijn als in de wijk waar ik geboren ben zal dit wel de perenwijk heten. Een peer die wel heel ver van de boom is gevallen.

fotocredits: Oud Berkel en Rodenrijs

Emotie

In mijn eerste jaren als seizoenkaarthouder eind jaren 80 overstemde een blaffende politiehond eenvoudig het handjevol toeschouwers op de tribune. Emotieloos staarden een paar duizend man naar de verrichtingen van Feyenoord. De diepgevallen topclub van weleer.

En juist voetbal maakt emotie los. Daarvoor hoef je niet eens te kijken naar wedstrijden in Zuid-Amerika. Er zijn zat voorbeelden te noemen van wedstrijden in De Kuip waar we na een goal over elkaar heen buitelden van vreugde. Neem alleen al de eerste finale na alle jaren van ellende tegen Den Bosch.

Met het verstrijken van de jaren namen de toeschouwersaantallen toe en dat was een van de redenen dat ik, ondanks mijn seizoenkaart, niet intekende voor de komende paar thuiswedstrijden. Feyenoord te zien voetballen voor 13.000 man is als een oude wond die opengereten wordt. Een herinnering aan eind jaren 80. Een voor een derde gevuld stadion is niet mijn beleving en ik weet van mezelf dat ik mijn mond niet kan houden. En ik probeer, waar mogelijk mezelf aan de regels te houden.

De eerste helft van de wedstrijd tegen Twente zag ik op televisie en de tweede helft hoorde ik op radio Rijnmond. Ook op de radio hoorde je de laatste minuten de stadiongeluiden steeds harder worden. En daar was gisteren veel over te doen.

De MinPres deed een redelijk grove duit in het zakje en daarna volgden de commentaren op social media. Dat dit de enige manier was om supporters aan te spreken. Alsof er alleen maar idioten op de tribune zitten in plaats een doorsnede van de gehele maatschappij. Afgeven op supporters is de makkelijkste manier van scoren bij het grote publiek.

Rellen bij een demonstratie? Voetbalsupporters. Ongeregeldheden in een wijk? Voetbalsupporters. Te dicht op elkaar? Voetbalsupporters. Voetbal is emotie en met het toelaten van fans lag het in de lijn der verwachtingen dat er geschreeuwd en gezongen zou worden. Daar hoef je geen raketgeleerde voor te zijn. Al had Berghuis of Narsingh in de blessuretijd gescoord had het gejuich tot in de verre omtrek gehoord geweest.

Nu mag iedereen commentaar hebben op de supporters maar kijk eerst even zelf je foto’s na op social media. Als je de afgelopen maanden echt niet te dicht op elkaar hebt gestaan op een feest, in de kerk, moskee of studentendispuut. Bij de buurt-BBQ, een bruiloft of in de kroeg. Als je op al deze vragen nee kun antwoorden werp dan de eerste steen.

Voor alle anderen. Nou ja, iets in de lijn van wat de MinPres zegt dus.

Neutraal

Tijdens de eerste maanden van de Corona-epidemie vonden de trainingen van Bastiaan zijn vechtsport plaats in de buitenlucht. Ik koos twee keer per week een mooie boom uit om tegen te zitten en las wat boeken over de eerste wereldoorlog op de e-reader. Een oorlog die om niets gestart werd en een hele generatie de dood in joeg.

Sinds een paar weken is de training gewoon binnen en mogen er ook weer ouders in de wachtruimte plaatsnemen. Tot voor kort was ik schijnbaar de enige waaghals die dat aandurfde want ik had de hele wachtruimte voor mezelf. Dat was lekker doorlezen.

Gisteren bleven er tot mijn schrik nog twee ouders kijken. Op zich geen ramp maar deze mensen kenden elkaar via de school van hun kroost en vonden elkaar in het mekkeren over school. Die ene leraar deugde niet, het schoolkamp was op een rare plek. De adviezen klopten niet en de man van de BSO was een engerd. Hier waren twee mensen aan het woord waarbij het glas altijd halfleeg was.

Ik probeerde het echt want het boek dat ik nu aan het lezen ben, over de neutraliteit van Nederland tijdens WW1, is reuze interessant. Maar de dame in kwestie, behept met een stem als een cirkelzaag, hield geen seconde haar mond en de intonatie van de man in kwestie zou een boeddhist nog tot wanhoop drijven.

Nieuwsgierig als ik ben bleef ik toch luisteren, voor je het weet heb je namelijk een vrij goedkope column. 

Toen alle leraren, huiswerkbegeleiders en oversteekjuffen door de mangel waren gehaald was er ein-de-lijk een moment van stilte. Ik klikte mijn e-reader aan en las verder waarom weilanden voor 30 centimeter onder water werden gezet ter verdediging van Nederland.

En toen begonnen ze weer met praten.

Er zijn oorlogen voor minder gestart.

Disney

Of het logisch was dat Disney bij Feyenoord uitkwam voor een documentaire? Goedbeschouwd wel. In Amsterdam is het allemaal te gelikt, dat bleek recent weer eens met een brief richting Manchester waarbij de eigen aanhang braakneigingen net kon onderdrukken.

PSV dan? Een te klein achterland en in Eindhoven hebben ze vast nog wel een miljoenmiljard beschrijfbare Dvd’s liggen van eigen makelij waarop ze het wel en wee rondom de Herdgang kunnen vastleggen. En ander lullen de broertjes Van de Kerkhof die schijfjes wel vol.

Bij Feyenoord zijn ze aan het juiste adres. Er is nooit geld en altijd een te hoog verwachtingspatroon. Normaal gesproken een ‘recipe for disaster’  en een docu als ‘Sunderland ‘till i Die’ ligt op de loer. Maar sinds Dick het roer heeft overgenomen van Jaap Stam vallen de puzzelstukjes redelijk in elkaar. Feyenoord heeft een hekel aan verliezen gekregen en onder de leiding van de kleine generaal gebeurde dat ook maar 1 keer.

Wat precies de invloed van Disney gaat worden weet ik nog niet maar eigenlijk hoop ik op een enorm green screen in De Kuip zodat het stadion toch nog vol zit op televisie. Zit je ineens naast een prinses uit Frozen of Shrek. Bij een goal in de laatste minuut van Berghuis buitelen de zeven dwergen over elkaar heen op vak X.

Ik zie eindeloze mogelijkheden. Zeker nu Star Wars ook onder de paraplu van Disney valt. Wat nou helicopterlanding met aanwinsten? We nemen gewoon de Millennium Falcon. De lichtmasten van De Kuip worden vier lichtzwaarden, elk in een andere kleur.

En als er een persoon is die zich prima leent om als voorbeeld te dienen voor een stripfiguur dan is het onze Haagse coach wel. Stampvoetend en foeterend langs de lijn als Donald Duck om daarna een troostende arm om een wisselspeler te leggen zoals alleen Chewbacca dat kan. Een naam voor dit nieuwe Disney-figuurtje heb ik al.

The Little General