Roparun 2021, de triple of tri-pél met team Jatogniettan

Op een winderige zaterdagmiddag bevind ik mezelf op het parkeerterrein van de Limburgse omroep L1. Blijkbaar gebeurt er zelden iets in onze meest zuidelijke provincie want het gebouw maakt een uitgestorven indruk. Iets verderop zijn nog net de lichtmasten van de Geusselt zichtbaar. Een stadion waar ik mooie herinneringen aan koester vanwege een tropische dinsdagavond in 1993. Maar we zijn hier niet voor het voetbal, we zijn hier voor de Roparun.

Het A-gedeelte van ons team is iets na het middaguur vertrokken vanaf het Pinkpopterrein in Landgraaf. Dankzij alle Corona-maatregelen zat een normale editie met Pinksteren er, net als vorig jaar, niet in. Het feit dat het terrein waar we gestart zijn bekendheid dankt aan een festival dat doorgaans met pinksteren gehouden wordt is een mooie speling van het lot.

We streken na maanden van voorbereiding op vrijdagmiddag neer in een klein dorpje niet ver van Landgraaf vandaan. Op een camping waar de haan, maar vooral de kerkklok, ons behoorlijk uit de slaap hield. Daar hielp geen bier en BBQ tegenop. Het was er voor de rest zo donker en zo stil dat de meesten van ons het al rond 21:00 uur voor gezien hielden. We wisten wat ons te wachten stond: namelijk een rondje van ruim 300 kilometer door Limburg en Brabant heen.

Tegenover het parkeerterrein van L1 treffen we de laatste voorbereidingen voor ons vertrek. En als Menno, Brigitte en Richard in zicht komen is er de eerste wissel, nadat Saskia onder luid gejuich was gestart. Een korte high-five en boks en wij gaan op pad. Team B bestaat uit Pascal en Lisette als fietsers. Richard en Peter zijn de chauffeurs en Gert-Jan, Frank, Jan en ik lopen. In die volgorde. We hebben afgesproken om telkens 1500 meter per loper te rennen. Zodoende hebben de chauffeurs ongeveer 8 minuten de tijd om die 1500 meter te overbruggen en een plek te zoeken waar de bus mag staan. In de berm parkeren is verboden dus heel soms loop als loper iets meer, en minder vaak loop je iets minder. Maar de mannen achter het stuur werken samen als een klok en iedere 1500 meter is het busje binnen zicht. Pascal wijst de weg op de fiets en Lisette zorgt voor de veiligheid als achterste fietser en bedient de muziek en zorgt voor de gesprekken.

NEIN NEIN NEIN

We komen langs lelijke laagbouw op industrieterreinen maar ook door de prachtige Maasvallei. Door het vestingstadje Stevensweert waar in de weilanden de runderen ons aanstaren en we even verderop appels van de lokale bevolking krijgen. Bij Maasbracht steken we, als de avond valt, de Maas over. Aan de andere kant zien we de lichtjes van Wessem en hier krijg ik wel weer het Roparun-gevoel. De dansende lichtjes van de andere teams in de verte, busjes die je voorbij rijden en plaatsen waar ik nog nooit geweest ben.

In Grathem is een van de wisselpunten die we een paar maanden geleden al bezocht hebben. In een minutieus bijgehouden draaiboek van Menno (wat zouden we zonder hem moeten?) staat alles beschreven. Wanneer de lichtvesten aan moeten, welk eten we meenemen en waar we slapen. En het hele team weet: na Grathem gaan we in Geldrop slapen. Vlakbij het huis van Nikki haar vader die een frietkot, toiletten en douches voor ons heeft geregeld. We komen in een gespreid bedje terecht dankzij onze kwartiermakers, en onze masseurs houden ons op de been. Zonder hen geen Roparun. Alleen de regen kan ons humeur bederven. En regenen doet het, maar het humeur blijft opperbest. Voornamelijk omdat de voertaal in de bus van team B een soort koeterwaals Duits is geworden en de grappen niet van de lucht zijn.

Brabantse nachten zijn lang

Na een korte (nacht)rust worden we wakker gemaakt met de mededeling dat team A er bijna is. We hebben nog 40 minuten om ons om te kleden, nog even wat te eten en te drinken en op naar het wisselpunt. Daar gaat het bijna mis, maar bijna is niet helemaal. We tikken Dennis af en gaan de koude en natte nacht in. Iets na twaalf uur rennen we langs het Stratumseind in Eindhoven waar de kroegen net dichtgaan. Met het busje geparkeerd en de volgende loper klaar staan we naast een bushalte vol verbaasde en aangeschoten mensen die zich (terecht) afvragen wat we aan het doen zijn.

De Roparun was dit jaar een route met de klok mee (die namen wij) en een route tegen de klok in. Maar de eerste teams die we uit tegenovergestelde richting aan zagen komen zorgden toch voor wat verwarring. Je wilde ze bijna de andere kant op schreeuwen maar het klopte natuurlijk wel.

Na het plaatsje Gerwen kwam er een provinciale weg waar geen einde aan leek te komen. Langs boerderijen met blaffende honden en villa’s met gigantische oprijlanen. Het enige wat er nog aan ontbrak was een opname van Undercover langs de kant van de weg. We waren stiekem al aan het wachten op Ferry die in vet Brabants een liquidatie aan het uitvoeren was. Het was een lange etappe maar we waren van te voren al gewaarschuwd. Brabantse nachten zijn nu eenmaal lang.

In Sevenum was het wisselpunt. Op een dorpsplein voor de Aldi stond team A te stuiteren om weer weg te mogen gaan. Op pad voor een iets te lange etappe. Wij reden richting het stadion van VVV waar ze een Bertry-achtige sfeer wilden opwekken met rookworst en chocoladebroodjes. Door het weer kwam die sfeer er niet echt in. Maar de rookworst en een bakkie thee smaakten opperbest.

De volgende slaap en wisselplek was in Susteren. We hadden een mooi veld gevonden op het parkeerterrein van het station. Want je kunt eenvoudig weg niet overal je tenten opzetten. Met dichtslaande deuren, een aggregaat dat aangaat en gepraat van het team moet je simpelweg rekening houden met anderen. Maar mijn hemel, wat kwamen er een boel treinen langs station Susteren. Als je had gezegd dat we naast een rangeerterrein hadden geslapen had ik het ook geloofd. Maar niet miepen, we hebben zelf voor deze plek gekozen.

Landgraaf

Door de lengte van de etappe van team A hebben we meer dan genoeg tijd voor wat eten, slaap en massages. En als team A in zicht komt klinkt er gejuich en mogen wij op pad. Team A is klaar en kan (heel even) genieten van hun welverdiende rust. Wij zetten koers richting Landgraaf. Via Sittard, Munstergeleen en windraak waar ik een poging doe om Fons en Jeannette te spotten verder richting Brunssum. Vanaf daar is het de laatste 11 kilometer run-bike-run. We hebben twee extra fietsen mee dus er lopen twee lopers tegelijkertijd en de andere twee zitten op de fiets net zoals Pascal en Lisette die aan hun laatste kilometers in het zadel bezig zijn.

We passeren het gebouw van de NATO en daarna komt de Brunssummerheide die bij ons westerlingen vooral bekend staat om de zaak Nicky Verstappen. Er zitten een paar lelijke klimmetjes langs deze heide en we zijn blij dat we in Landgraaf zijn. Nog iets minder dan 2 kilometer en alle teams om ons heen ruiken de stal. Ineens gaat het hard. Buiten het Pinkpop-terrein zie ik Fons en Jeannette alsnog en na een high-five gaan we het terrein op en de finish over waar de rest van het team staat.

Fietsen aan de kant en daarna in de rij om feestvierend onder de symbolische finishboog door te gaan. De Roparunvogel en Nelli Cooman vieren het feestje mee. Een feestje dat in de feesttent op het terrein en daarna in een kroeg, waarvan de eigenaren eigenlijk om 7 uur dicht wilden, voortgezet werd. Het werd een avondje vol gezang, tripels, pizza’s en mistige hoofden de volgende ochtend.

Om in de stijl van Frank te blijven: Roparun 2021, wir haben es geschafft!!!

Eeuwige dank aan (in willekeurige volgorde) Pascal, Richard K, Richard S, Lisette, Jan, GertJan, Jeroen O,  Peter, Frank & Saskia, Warren, Leo, Astrid, Walter, Dennis, René, Bastiaan, Brigitte en uiteraard mijn partners in crime Menno en Nikki.

Alle donateuren bedankt en meer dan speciale dank aan Sandra en Bastiaan die weer moesten dealen met al dat Roparun-gedoe. Maar ja, ze waren wel een weekendje van me af 😉

 

De Leeuw van Vlaanderen

Er zijn genoegen dagen dat ik niet aan Bart Goor denk. Sterker nog, alleen rond mijn eigen verjaardag denk ik heel soms aan Bart Goor. Dat zit zo, we zijn namelijk exact even oud. En iedere keer als 9 april in de buurt komt voel ik me schuldig, schuldig omdat ik een aandeel heb gehad in het vertrek van Bart Goor bij Feyenoord.

Het was een mooie oktoberdag in het onooglijke Noorse plaatsje Skien. Het rook er naar linoleum en er viel weinig te beleven. Voor ons niet, maar voor de spelers van Feyenoord nog minder. Wij gingen naar de kroeg en aten een shoarma bij een kerel die een half jaar in Lelystad had gewoond en nog wonderbaarlijk goed Nederlands sprak. Maar de spelers waren veroordeeld tot het hotel, hetzelfde hotel waarin wij verbleven en zodoende hadden we goed zicht op wat ze zoal deden rondom een Europese uitwedstrijd. Het antwoord laat zich raden. Niets.

Het was het tijdperk voor de smartphones en in de lobby van het hotel stond een computer waarop Salomon Kalou en Romeo Castelen een wedstrijd deden wie er meer zoekresultaten had op Google. De rest van de selectie zat in een andere ruimte te kaarten. Het hield, kortom, niet over.

Na een middag op het terras, het was voor Noorse begrippen vrij warm voor de tijd van het jaar, werd het zachtjes aan tijd om onze jassen in het hotel op te halen en richting stadion te gaan. In de lift troffen we Pascal Bosschaart en Bart Goor. Bosschaart kon nog wel lachen om onze verhalen maar mijn verhandeling over de leeuw van Vlaanderen kon op weinig bijval rekenen van mijn leeftijdsgenoot. Aan het gezicht van Bart Goor kon je zien dat hij baalde dat hij de trap niet genomen had.

Bart Goor hield het na 1 seizoen voor gezien bij Feyenoord. Officieel vanwege het matige aankoopbeleid voor het seizoen na onze ontmoeting in Noorwegen. Ik weet wel beter.

 

ps. Verslag staat hier http://www.peenvogel.nl/fotos-feyenoord-en-voetbaltrips/skien-2/